InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Biografie > Jan Steen (1626 - 1679) - Schilder

Jan Steen (1626 - 1679) - Schilder

Jan Steen (1626 - 1679) - Schilder De Hollandse schilder Jan Steen werd geboren in Leiden en schreef zich - conform de wens van zijn ouders- in voor een studie aan de Universiteit van zijn geboortestad Leiden. Als spoedig bleek dat het bloed kroop waar het niet kon gaan en Jan liet zijn ouders weten dat hij zijn pen en papier verruilde voor een penseel en schildersdoek. Ondanks dat hij pas op wat latere leeftijd begon met schilderen werden zijn werken zeer goed ontvangen maar brachten ze hem helaas niet het financiële succes waar hij op had gehoopt. Om voldoende brood op de plank te krijgen voor hem, zijn vrouw én negen kinderen kocht Jan een herberg en werd naast schilder ook herbergier.

Inhoud


Steens jonge jaren

Jan Steen kwam in 1626 ter wereld in de Hollandse stad Leiden en was de oudste zoon van graanhandelaar en bierbrouwer Havick Janszoon Steen. Op aandringen van zijn ouders schreef Jan zich in voor een universitaire studie maar biechtte na enige tijd op dat hij liever kunstschilder wilde worden. Na een flink aantal ruzies met zijn ouders verhuisde Jan naar Utrecht waar hij in de leer ging als schilder en verhuisde na zijn opleiding naar Den Haag. In Den Haag leerde Jan via zijn compagnon Jan van Goyen zijn eerste vrouw Grietje kennen.

Familie Steen

In 1625 trad de Leidse graanhandelaar én bierbrouwer Havick Janszoon Steen (1602-1670) in het huwelijk met de dochter van een vooraanstaande Leidse stadsklerk, genaamd Elisabeth Capiteyn (1604-1669). Krap een jaar na hun jawoord schonk Elisabeth het leven aan hun eerste kind, een zoon die de naam Jan kreeg, en na Jan volgden er nog vijf zusjes en één broertje: Margaretha, Catharina, Duifje, Emerentia, Maria, Swaentje en Wijbrand Jan die allen katholiek werden opgevoed. Door de inkomsten van Havick en de erfenis van Elisabeth ontbrak het het jonge gezin Steen aan vrijwel niets en door de goede financiële situatie van hun ouders werden zowel Jan als Wijbrand Jan in staat gesteld een opleiding te volgen.

Scholing

In 1646 rondde Jan - op twintigjarige leeftijd - zijn studie aan de Latijnse school af en werd door zijn ouders ingeschreven voor een studie aan de Universiteit van Leiden. Maar Jan had zelf helemaal geen zin om te gaan studeren en schitterde bij het merendeel van zijn college's dan ook door afwezigheid. Wel genoot hij volop van de voordelen die het studentenleven hem boden - vrijstelling van het betalen van de drankbelastingen en vrijstelling van het lidmaatschap van de plaatselijke burgerij - en vermoedelijk was dit dan ook de enige reden dat Jan zijn studie enige tijd wist vol te houden. Uiteindelijk biechtte Jan aan zijn ouders op dat hij al lange tijd kunstschilder wilde worden en in de afgelopen periode meer tijd in een atelier had doorgebracht dan in de collegebanken en zijn ouders werden woedend. Met name Jans vader had grote problemen met de keuze van zijn zoon maar na een aantal flinke ruzies gingen ze uiteindelijk akkoord. Jan schreef zich uit bij zijn opleiding, pakte zijn spullen in, verliet Leiden en verhuisde naar Utrecht.

Schilder Jan van Goyen / Bron: Gerard ter Borch / Wikimedia CommonsSchilder Jan van Goyen / Bron: Gerard ter Borch / Wikimedia Commons
Utrecht en Den Haag
In Utrecht trad Jan in de leer bij - de van oorsprong Duitse - schilder Nicolaus Knüpfer (circa 1609-1655) en maakte kennis met zijn medeleerling én plaatsgenoot Gabriël Metsu (1629-1667). Gedurende hun leertijd werd het tweetal goede vrienden en toen ze klaar waren met hun studie besloten ze in Utrecht te blijven en gezamenlijk een atelier te openen. Beide heren wisten met hun werk de aandacht van het - net opgerichte - Utrechtse Sint-Lukas schildersgilde op zich te vestigen en in 1648 werd zowel Jan als Gabriël toegelaten tot het gilde en ontvingen beide de bijbehorende titel van meester-schilder. Aan de succesvolle samenwerking tussen Jan en Gabriël kwam in 1652 een einde toen Metsu besloot naar Amsterdam te verhuizen.

Na Gabriëls vertrek ging Jan een samenwerking aan met de Haagse schilder Jan van Goyen (1596-1656), verhuisde naar Den Haag en trok in bij zijn nieuwe compagnon. Bij van Goyen maakte Jan kennis met diens dochter Margriet 'Grietje' Jans van Goyen (1624-1669) en werd op slag verliefd op haar. Gelukkig voor Jan bleek de liefde wederzijds en met goedkeuring van vader Jan van Goyen traden Jan Steen en Grietje op 3 oktober 1649 met elkaar in het huwelijk.

Schilder en herbergier

Na vijf jaar kwam er een einde aan de samenwerking tussen Jan Steen en zijn schoonvader Jan van Goyen en Jan en Grietje verhuisden naar Delft. Ze werden de nieuwe eigenaren van herberg 'de Slanghe' maar werden genoodzaakt de herberg na een paar jaar ver onder de prijs te verkopen. Ze streken vervolgens neer in Warmond om uiteindelijk in Haarlem te belanden waar Jan het grootste aantal werken uit zijn hele carrière schilderde.

Herberg 'de Slanghe'

Al snel na hun jawoord volgden de eerste kinderen en in 1654 werd de woning van (schoon)vader Jan te klein voor de beide gezinnen. De beide Jannen besloten hun samenwerking te beëindigen en Jan, Grietje en hun zeven kinderen - Eva, Constantinus, Havick, Johannes, Catharina, Cornelis en Thaddeus - betrokken een eigen woning in Den Haag. Jan meldde zich als lid bij de plaatselijke Haagse schutterij maar zei zijn lidmaatschap drie maanden later alweer op omdat hij en zijn gezin naar Delft gingen verhuizen. Om naast het schilderen een vaste bron van inkomsten te hebben had Jan besloten de Delftse herberg 'de Slanghe' te kopen, maar kort na hun verhuizing werd het centrum van Delft getroffen door een ramp die bekend kwam te staan als de 'Delftse Donderslag'. Eén van de kruitkamers in het centrum vatte op 12 oktober 1654 vlam, ontplofte en richtte een enorme ravage aan in het centrum. De ramp had tot gevolg dat handelaren, reizigers en bezoekers het centrum van Delft meden en het aantal gasten van herberg 'de Slanghe' nam in hoog tempo af.

Het middelste huis was de woning van de familie Steen in Warmond / Bron: Rudolphous / Wikimedia CommonsHet middelste huis was de woning van de familie Steen in Warmond / Bron: Rudolphous / Wikimedia Commons
Op zoek naar geluk
Na de ramp hielden Jan en Grietje het nog twee jaar vol in Delft tot ze in 1656 niet langer meer in staat waren om de lening - die ze voor de aankoop van de herberg hadden gesloten - te betalen. Ze werden gedwongen de herberg ver onder de vraagprijs te verkopen, verlieten Delft en verhuisden naar een klein dorpje genaamd Warmond gelegen in de Zuid-Hollandse bollenstreek. Voor zover bekend leefden de familie Steen in Warmond van de opbrengsten van de verkoop van Jans schilderijen en hadden dan ook de grootste moeite om hun hoofd boven water houden aangezien de lening van de herberg in Delft als een strop om hun nek hing. Na een periode van vier jaar besloot de familie Steen Warmond te verlaten en haar geluk in Haarlem te beproeven.

Haarlem

Net als de steden Leiden, Amsterdam en Utrecht was ook de stad Haarlem van groot belang voor de Hollandse schilderskunst in de gouden eeuw en Jan bevond zich in zijn nieuwe woonplaats dan ook in goed gezelschap. De jaren die Jan en zijn gezin in Haarlem doorbrachten werden de productiefste jaren uit zijn leven en hij waagde zich voor het eerst aan het schilderen van nieuwe genre's (thema's). Naast zijn bekende genrewerken schilderde hij steeds meer portretten in opdracht en waagde zich aan het schilderen van diverse landschappen en stillevens. In 1669 kwam het leven van de familie Steen met een ruk tot stilstand toen Grietje op 45 jarige leeftijd geheel onverwachts overleed en Jan achterliet met zeven minderjarige kinderen en ze mocht helaas niet meer meemaken dat Jan een jaar later het resterende bedrag van de lening van de herberg in Delft volledig afbetaalde.

Terugkeer naar Leiden

Kort na het overlijden van Grietje overleed ook Jans vader en werd hij eigenaar van zijn ouderlijk huis in Leiden. Toen in 1672 de Hollandse Oorlog uitbrak en de vraag naar kunst in hoog tempo afnam nam Jan een drastisch besluit om zijn hoofd boven water te houden en keerde met zijn kinderen terug naar zijn geboortestad Leiden. Hij kocht voor de tweede keer in zijn leven een herberg en trad voor de tweede keer in het huwelijk en wist ondanks de crisis zijn hoofd boven water te houden.

Oorlog

In 1672 - het jaar dat de Nederlandse geschiedenisboeken in ging als het 'rampjaar'- verklaarde Frankrijk de oorlog aan Holland (Hollandse Oorlog 1672-1679) en de behoeften van de Nederlandse bevolking veranderden in hoog tempo. De vraag naar luxegoederen zoals kunst nam in hoog tempo af en Jan had steeds meer moeite om zijn schilderijen aan de man te brengen. Toen ook de opdrachten voor het schilderen van portretten uitbleven nam Jan een drastisch besluit om zijn hoofd boven water te houden en keerde met zijn gezin terug naar Leiden waar ze hun intrek namen in Jans ouderlijk huis. Jan schraapte al zijn spaargeld bij elkaar en kocht voor de tweede keer in zijn leven een herberg aan die - gezien de afnemende vraag naar kunst - zijn grootste bron van inkomsten moest gaan worden.

Tweede huwelijk

Vermoedelijk leerde Jan al snel na zijn terugkeer naar Leiden Maria van Egmond (tussen 1632 en 1639-1687) kennen want op 22
april 1673 trad het tweetal met elkaar in het huwelijk in de Grote Kerk van Leiden. Na hun huwelijk trok Maria in bij Jan en de kinderen, werd zwanger en schonk nog hetzelfde jaar het leven aan het eerste kind van haar en Jan; zoon Theodorus. Na de vele tegenslagen die Jan had meegemaakt leek het leven hem sinds zijn terugkeer naar Leiden weer toe te lachen want in hetzelfde jaar dat de kleine Theodorus ter wereld kwam werd Jan ook gekozen tot vinder (voorzitter) van het Sint-Lukas schildersgilde in Leiden waaruit de enorme waardering van Jans collega's voor zijn werk en kennis op het gebied van de schilderskunst bleek.

Laatste jaren

Naarmate Jan ouder werd nam het aantal schilderijen van zijn hand in gestaag tempo af wat mede te wijten was aan zijn drukke werkzaamheden als herbergier. In zijn spaarzame vrije tijd was hij graag actief voor het gilde waardoor de tijd die hij kon besteden aan schilderen vrijwel niet meer voor handen was en in het jaar dat hij 50 werd verkocht hij zelden nog een doek. Overigens had Jan ook wel andere dingen aan zijn hoofd want op zijn vijftigste verjaardag verraste Maria hem met het heugelijke nieuws dat ze wederom in verwachting was maar over het negende kind van Jan Steen waren geen verdere gegevens bekend. Op 53 jarige leeftijd blies Jan Steen in aanwezigheid van zijn familie geheel onverwachts zijn laatste adem uit en stierf - in tegenstelling tot wat men dacht - niet in armoede maar als redelijk bemiddeld man. Hij liet Maria en de kinderen niet alleen de woning en herberg in Leiden na maar ook nog een klein bedrag wat hij in de loop der jaren had weten te sparen. Enkele dagen na zijn overlijden werd het stoffelijk overschot van Jan Steen bijgezet in het familiegraf van de familie Steen welke was gelegen op het kerkhof van de Pieterskerk in Leiden.

De werken van schilder Jan Steen

Jan Steen schilderde in zijn leven rond de 400 schilderijen en met name zijn genretaferelen werden wereldberoemd. Hij werd door zijn collega's geroemd voor zijn beheersing van het weergeven van het licht en zijn grote aandacht voor details met name in de kleding van de afgebeelde personen en beheerste vele genre's. Door Jans kenmerkende chaotische werken raakte de uitspraak 'een huishouden van Jan Steen' in de gouden eeuw in gebruik en wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt.

Invloeden

Jan werd hevig geïnspireerd door de werken van de Haarlemse schilder Adriaen van Ostade (1610-1685) die bekend stond om zijn vrolijke en spottende schilderijen van feestvierende boeren en (dronken) dorpelingen. Mede door de invloed van van Ostade ontwikkelde Jan zich tot een genreschilder bij uitstek die zelf ook graag de spot dreef met de taferelen die hij afbeeldde. Wat later in zijn carrière raakte Steen onder de indruk van het werk van Gerard ter Borch II - ook wel de Jonge genoemd - (1617-1681) en er verschenen meer deftige personen in zijn werken. Naast van Ostade en ter Borch, leerde Jan ook enorm veel van zijn leermeester Knüpfer - Jan nam van Knüpfer het gebruik van witte accenten over - en was ook hevig onder de indruk van het werk van zijn vriend Frans van Mieris (1635-1681) die fijnschilder* was.

*Een fijnschilder was een schilder die streefde naar het schilderen van een zo natuurgetrouwe mogelijke weergave van de werkelijkheid.

Genreschilder

Het leven van alledag werd al snel het belangrijkste onderwerp voor Jan om af te beelden en zijn taferelen bruisten van het leven, waren chaotisch en soms zelfs ronduit wellustig. Dergelijke taferelen van Jan werden al zo snel kenmerken dat de uitdrukking 'een huishouden van Jan Steen' raakte ingeburgerd in de Nederlandse taal. Jan schuwde de katholieke taboes niet en wilde de kijkers van zijn werken als het ware een spiegel voor houden. Ondanks dat veel mensen dachten dat Jan mensen juist uitnodigde om hetgeen hij liet zien na te doen bleek uit de vele symbolen en subtiele hints die hij in zijn schilderijen verwerkte juist het tegendeel. Jan was naast een liefhebber van kunst ook een liefhebber van literatuur en veel van zijn genrestukken waren gebaseerd op of refereerde aan een Nederlandse gezegde of spreekwoord. Zijn werk 'Soo de oude songen, soo pypen de jongen' - ook bekend als de Doop - was hier een goed voorbeeld van.

Zelfportret van Jan Steen als luitspeler / Bron: Jan Steen (1625 1626–1679) / Wikimedia CommonsZelfportret van Jan Steen als luitspeler / Bron: Jan Steen (1625 1626–1679) / Wikimedia Commons
Bijzonderheden
Het waren Jans genrestukken die hem bekendheid gaven maar hij schilderde vele thema's in zijn leven. Naast de portretten die hij voornamelijk in opdracht schilderde maakte hij ook landschappen, stillevens, historische, mythologische en religieuze werken en liet dus vrijwel geen genre onberoerd. Bij het schilderen van familietaferelen liet Jan zijn eigen kinderen vaak fungeren als model en op veel van zijn werken was een klein wit hondje (kooikerhondje) te zien waarvan niet duidelijk was of hij bij de familie Steen hoorde of een verzinsel was van Jan. Ook de zelfportretten van Jan hadden een aantal bijzondere kenmerken waaruit bleek dat Jan over een grote dosis zelfspot beschikte en ijdelheid hem volledig vreemd was. Zo beeldde hij zichzelf meerdere malen af als dronken boer of feestende dorpelingen wat de nodige roddels over Jans privéleven op gang bracht.

Lees verder

© 2017 Marjolijnr, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Schilder inschakelen is voor een betere kwaliteitSchilder inschakelen is voor een betere kwaliteitTen onrechte wordt vaak gedacht dat iedereen zelf zijn huis goed kan schilderen, het is echter wel een vak apart. Iedere…
Een bezoek aan Haarlem is de moeite waardEen bezoek aan Haarlem is de moeite waardHaarlem, ook bekend als de bloemenstad of de Spaarnestad is het bezoeken meer dan waard. Het is niet zo raar dat Haarlem…
Huis zelf schilderen bespaart geldHet laten schilderen van uw huis kan u duizenden euro’s kosten. U kunt de klus zelf voor uw rekening nemen, maar weet wa…
The Sims 4: Schilder als carrièreThe Sims 4: Schilder als carrièreOm geld te verdienen in The Sims 4 heeft je sim de optie om schilder te worden. Dit creatieve beroep levert niet het mee…
Het Sint Nicolaasfeest geschilderd door Jan SteenHet Sint Nicolaasfeest geschilderd door Jan SteenJan Steen, schilder van huiselijke taferelen bij uitstek, schilderde ‘Het Sint Nicolaasfeest’ rond 1665-1668. Het is ver…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Jan Steen (1626 - 1679) - Schilder"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Marjolijnr
Gepubliceerd: 20-02-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Biografie
Special: Hollandse schilders
Bronnen en referenties: 10
Schrijf mee!