InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Biografie > Rembrandt van Rijn (1606-1669) - Schilder

Rembrandt van Rijn (1606-1669) - Schilder

Rembrandt van Rijn (1606-1669) - Schilder De Nederlandse schilder, tekenaar en etser Rembrandt van Rijn kende veel hoogte- en dieptepunten in zijn leven. Ondanks zijn succes lukte het hem maar niet om zijn financiën op orde te krijgen en na het overlijden van zijn eerste vrouw weigerde hij te hertrouwen met alle gevolgen van dien. Hij werd voor het gerecht gedaagd door zijn voormalig huishoudster, verwekte een onwettig kind bij zijn nieuwe vriendin en werd als klap op de vuurpijl ook nog failliet verklaard. Ook een rustige oude dag was Rembrandt helaas niet gegund, hij verloor zijn toenmalige vriendin Hendrickje aan de pest en overleefde zijn enige zoon Titus. Alle drama's die Rembrandt in zijn leven had meegemaakt maakten dat zijn schilderstijl in de loop der jaren -in zijn nadeel- veranderde en tegen de tijd dat hij overleed was er vrijwel geen vraag meer naar zijn werk.

Inhoud


Jeugdjaren

Rembrandt groeide op in een groot en redelijk bemiddeld gezin en werd door zijn ouders op veertienjarige leeftijd ingeschreven voor een universitaire studie. Gelukkig bleek Rembrandt heel andere plannen te hebben en wist hij zijn ouders uiteindelijk te overtuigen van het feit dat hij kunstschilder wilde worden. Hij vertrok naar Amsterdam om les te nemen maar keerde na een jaar alweer terug naar Leiden waar hij met zijn goede vriend Jan Lievens een eigen atelier opende.

Familie van Rijn
Op 15 juli 1606 kwam aan de Leidse Weggensteeg een jongen ter wereld die de naam Rembrant -zonder d- van Rijn kreeg. De kleine Rembrant was de zoon van de Leidse molenaar Harmen Gerritszoon van Rijn (1568-1630) en zijn vrouw Neeltgen Willemsdochter van Zuytbrouck (1568-1630) die gedurende hun huwelijk zeven kinderen kregen, vijf zonen: Gerrit, Cornelis, Willem, Gerrit Harmenszoon en Rembrant en twee dochters: Lysbeth en Machtelt. De familie van Rijn was niet onbemiddeld mede doordat Harmen naast molenaar ook eigenaar was van een standerdmolen genaamd 'de Rijn' en zijn vrouw de dochter van een vooraanstaande Leidse bakker en conform hun financiële positie kregen de jongens van het gezin dan ook een universitaire opleiding aangeboden. Op veertienjarige leeftijd had Rembrant de Latijnse school met succes afgerond en werd door zijn ouders ingeschreven aan de Universiteit van Leiden, maar al snel na zijn inschrijving bleek dat Rembrant andere plannen had.

Handtekening van Rembrandt / Bron: Erackron / Wikimedia CommonsHandtekening van Rembrandt / Bron: Erackron / Wikimedia Commons
Rembrant of Rembrandt
De eerste keer dat Rembrandts naam werd vermeld op een officieel document was rond het jaar 1620 toen hij door zijn ouders werd ingeschreven aan de Universiteit van Leiden. Zoals gebruikelijk in die periode werd Rembrandt ingeschreven onder zijn Latijnse naam 'Rembrandus' een naam die hij verder nooit meer zou gebruiken. Naarmate hij meer naam maakte als schilder besloot hij zijn werken alleen nog te signeren met zijn voornaam, een kunst die hij had afgekeken van diverse grote Italiaanse schilders zoals Titiaan (circa 1487-1576) en Rafaël (1483-1520), maar een gewoonte die in Holland hoogst ongebruikelijk was. Op zijn eerste gesigneerde werken waar hij alleen zijn voornaam gebruikte spelde hij zijn naam als 'Rembrant' dus zonder de gebruikelijke -dt op het eind of hij gebruikte zijn initialen; 'RH' -Rembrant Harmenszoon- of 'RHL' - Rembrant Hermanszoon Leiden-. Vanaf het jaar 1633 voegde Rembrandt voor het eerst de -d toe aan zijn naam en signeerde daarna alleen nog maar op deze wijze maar de reden voor het veranderen van zijn naam was onduidelijk.

Amsterdam
Rembrandt was altijd hevig gefascineerd geweest door de schilderskunst en kreeg vanaf ongeveer vijftienjarige leeftijd les van de bekende Leidse schilder Jacob Isaacsz. van Swanenburg (1571-1638) die zijn atelier had aan de Langebrug 89 te Leiden. Al spoedig na zijn eerste lessen raakte Rembrandt overtuigd van het feit dat hij schilder wilde worden maar het kostte hem nog ruim twee jaar om zijn ouders te overtuigen van zijn gelijk. Eind 1622, begin 1623 gingen Rembrandts ouders akkoord, hij schreef zich uit bij de Universiteit en beëindigde zijn leerperiode bij van Swanenburg. In 1625 verruilde Rembrandt Leiden voor Amsterdam waar hij in de leer ging bij de bekende historieschilder Pieter Lastman (1538-1633). Bij leermeester Lastman leerde Rembrandt zijn medeleerling Jan Lievens (1607-1674) kennen en de heren werden al snel goede vrienden. Na een jaar besloot Rembrandt terug te keren naar Leiden en en Lievens ging met hem mee.

Lievens en Leiden
Aangekomen in Leiden openden de heren gezamenlijk een atelier, wisten al spoedig naam te maken en namen hun eerste leerlingen in dienst, onder andere Gerrit Dou (1613-1675) en Isaac de Jourdeville (circa 1612 - tussen 1645 en 1648). Helaas voor Rembrandt werden de werken van zijn goede vriend Lievens een stuk beter ontvangen door het Leidse publiek en had hij zelf moeite met het aan de man brengen van zijn werken. Hier kwam verandering in toen de Amsterdamse koopman en kunstliefhebber Johan Huydecoper van Maarseveen (1599-1661) Rembrandts schilderij 'de steniging van de Heilige Stefanus' zag hangen in het atelier van Lastman en besloot één van zijn eerste 'fans' te worden.

Succes in Amsterdam

Rembrandt verhuisde na het overlijden van zijn moeder weer naar Amsterdam en ging een succesvolle samenwerking aan met de Amsterdamse kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh. Rembrandt werkte hard, maakte steeds meer naam, haalde de ene na de andere opdracht binnen en werd toegelaten als meester-schilder bij het Sint-Lukas schildersgilde. Hij trad in het huwelijk met Saskia, het nichtje van zijn compagnon, die hem na drie miskramen een gezonde zoon schonk. Helaas werd Saskia daarna ernstig ziek en liet Rembrandt een belofte doen die hem later ernstig in de problemen zou brengen.

De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp / Bron: Rembrandt / Wikimedia CommonsDe anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp / Bron: Rembrandt / Wikimedia Commons
Samenwerking
Mede door de goede kritieke van de Amsterdamse koopman Huydecoper van Maarseveen begon Rembrandts naam in Amsterdam steeds bekender te raken en na het overlijden van zijn moeder in 1630 besloot Rembrandt weer naar Amsterdam te verhuizen. Van zijn moeder erfde hij het aanzienlijke bedrag van 10.000 gulden die hem in staat stelde zich in te kopen in de kunsthandel en het atelier van de zeer gerespecteerde kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh (circa 1587-1661). Aangezien van Uylenburgh zelf niet kon schilderen nam Rembrandt de leiding over het atelier op zich en Hendrick bracht op zijn beurt de werken van Rembrandt -en zijn leerlingen- aan de man. Na twee jaar actief te zijn geweest in Amsterdam kreeg Rembrandt zijn eerste grote opdracht, het schilderen van een anatomische les gegeven door Dr. Nicolaes Tulp. Om al zijn tijd aan het schilderij te kunnen besteden trok Rembrandt bij van Uylenburgh in en werkte een jaar onafgebroken aan het schilderij. Nog hetzelfde jaar voltooide Rembrandt zijn 'De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp' (1632) en heel kunstminnend Amsterdam was diep onder de indruk van het werk.

Huwelijk Rembrandt en Saskia
In de periode dat Rembrandt woonachtig was bij zijn compagnon van Uylenburgh leerde hij diens nichtje Saskia van Uylenburgh (1612-1642) kennen en het tweetal werd al spoedig verliefd. In de twee jaar dat Rembrandt en Saskia met elkaar omgingen werd Rembrandts harde werken beloond toen hij werd toegelaten tot het prestigieuze Sint-Lukas schildersgilde van Amsterdam en de bijbehorende titel van meester-schilder ontving. De leerlingen stonden vanaf dat moment bij Rembrandt in de rij en de opdrachten stroomden binnen. In 1634 traden Rembrandt en Saskia in het huwelijk in de Harenskerk die was gelegen in het Friese Sint-Annaparochie -de geboorteplaats van Saskia- en mede door de afstand was niemand van Rembrandts familie bij zijn huwelijk aanwezig. Saskia gaf Rembrandt vermoedelijk voldoende inspiratie want vanaf 1632 tot aan het jaar 1636 schilderde hij een ongeëvenaard aantal portretten, zowel op eigen initiatief als in opdracht. Rembrandts succes stelde hem en Saskia in staat om na hun huwelijk een statige woning -genaamd 'de Suijkerbackerij'- te huren die was gelegen aan de Nieuwe Doelenstraat in Amsterdam.

Saskia's erfenis
Het ging Rembrandt voor de wind in Amsterdam. Zijn atelier puilde uit van de leerlingen, hij had meer werk dan hij aankon en de bijbehorende financiën stelde hem in 1639 in staat een eigen woning aan te kopen in de Amsterdamse Sint Antoniebreestraat. Toch kregen Rembrandt en Saskia meerdere keren het verwijt van haar familie dat ze onverantwoord omgingen met Saskia's erfenis en dat leidde tot diverse hoogoplopende ruzies tussen echtpaar van Rijn en de familie van Uylenburgh. Toen Rembrandts compagnon en Saskia's oom, Hendrick van Uylenburgh, zich ook besloot met de discussie te bemoeien was voor Rembrandt de maat vol en hij verbrak zijn samenwerking met Hendrick. Rembrandt ging een nieuwe samenwerking aan met kunsthandelaar Joannes de Renialme (circa 1600-1657) en betrok diens atelier dat was gelegen aan de sjieke Kloverniersburgwal. Niet al Rembrandts leerlingen waren het overigens met het besluit van hun leermeester eens en een deel bleef dan ook bij van Uylenburgh na Rembrandts vertrek.

Tegenslag
Zakelijk gezien ging het Rembrandt voor de wind maar op privégebied hadden hij en Saskia al diverse tegenslagen te verwerken gehad. Saskia had in totaal drie miskramen achter de rug en het verlies van hun ongeboren kinderen drukten zijn stempel op hen. In 1641 leek het geluk hen weer even toe te lachen toen Saskia het leven schonk aan een gezonde zoon die de naam Titus van Rijn (1641-1668) kreeg, maar na de geboorte van de kleine sloeg het noodlot wederom toe. Dit keer werd Saskia ernstig ziek en op haar sterfbed liet ze Rembrandt beloven nooit met een ander te zullen trouwen. Deed hij dit wel dan verspeelde hij haar erfenis. Rembrandt zwoor trouw aan Saskia en enkele dagen later overleed ze vermoedelijk aan gevolgen van tuberculose.

Verdriet en tegenslag

Na het overlijden van Saskia vond Rembrandt troost bij het kindermeisje van Titus; Geertje Dircx. Helaas liep de relatie na een aantal jaar stuk toen Rembrandt gevoelens bleek te hebben voor zijn huishoudster Hendrickje Stoffels, maar Geertje was geenszins van plan zomaar het veld te ruimen. Nadat Geertje een gerechtelijk bevel negeerde lukte het Rembrandt -met hulp van haar familie- om haar te laten opsluiten in een spinhuis. Na alle ellende was er in 1654 rede voor een feestje toen Rembrandt voor de tweede keer vader werd, dit keer van een dochter genaamd Cornelia.

Geertje Dircx
Al snel na de geboorte van Titus hadden Rembrandt en Saskia een 'droge min' (kindermeisje) aangenomen die Saskia kon helpen bij het verzorgen van de kleine en in 1641 was de kinderloze weduwe Geertje Dircx (tussen 1610 en 1615-circa 1656) bij hen komen wonen. Geertje bleek een grote steun voor Rembrandt na het overlijden van Saskia en al spoedig werden ze verliefd. Dat de relatie tussen hem en Geertje wat Rembrandt betrof serieus was bleek wel uit het feit dat hij Geertje een aantal sieraden cadeau gaf die aan Saskia hadden toebehoord. Maar wat Geertje het allerliefste wilde -een huwelijk- kon hij haar niet geven. Het feit dat Rembrandt en Geertje zowel thuis als openbaar leefden als man en vrouw, maar niet waren getrouwd, zorgde voor veel roddels en scheve blikken en vooral Geertje had het hier erg moeilijk mee. Het feit dat Rembrandt weigerde te trouwen met Geertje zorgde voor wrijving tussen het tweetal maar de jaren die ze samen doorbrachten waren over het algemeen gelukkig te noemen.

Herrie in huize van Rijn
Het ging Rembrandt op zakelijk gebied nog steeds voor de wind en al spoedig besloot het tweetal om een dienstmeisje aan te nemen. Geertje had hierdoor meer tijd voor de opvoeding van Titus en Rembrandt had zijn handen volledig vrij voor zijn werk. In 1647 kwam Hendrickje Stoffels (1626-1663) bij Geertje en Rembrandt wonen maar twee jaar na haar komst sloeg de vlam in de pan. Geertje was tot de ontdekking gekomen dat de interesse van Rembrandt in Hendrickje ongewoon groot was en ze riep hem dan ook ter verantwoording. Rembrandt kon dit op zijn beurt niet waarderen en het tweetal kreeg slaande ruzie, Geertje reageerde hierop door haar spullen te pakken en vertrok.

Na het vertrek van Geertje begonnen de problemen tussen haar en Rembrandt pas echt. Geertje klaagde Rembrandt aan bij de Huwelijkskrakeelkamer wegens het verbreken van een huwelijksbelofte en naar aanleiding van de aanklacht probeerde Rembrandt meerdere malen met Geertje te praten om tot een oplossing te komen. Helaas was Geertje niet voor rede vatbaar en voor Rembrandt was de maat vol toen ze diverse sieraden verpatste die ze van Rembrandt had gekregen en die van Saskia waren geweest. Uiteindelijk moest de rechter eraan te pas komen om de situatie tussen het tweetal te regelen en deze besliste dat Rembrandt diende bij te dragen aan de kosten van Geertjes levensonderhoud. Geertje diende op haar beurt Rembrandts zoon Titus aan te wijzen als haar enige erfgenaam en het werd haar verboden om de sieraden die ze van Rembrandt had gekregen te verpatsen of te verkopen. Na de uitspraak van de rechter keerde de rust (voorlopig) terug maar het gedoe met zijn ex-vriendin was Rembrandt niet in de koude kleren gaan zitten. Gedurende het jaar 1649 voltooide hij geen enkel schilderij.

Hendrickje Stoffels geschilderd door Rembrandt / Bron: Rembrandt / Wikimedia CommonsHendrickje Stoffels geschilderd door Rembrandt / Bron: Rembrandt / Wikimedia Commons
Hendrickje Stoffels
Na het gedoe met Geertje leefde Rembrandt, Hendrickje en Titus een jaar in betrekkelijke rust tot de problemen met Geertje opnieuw begonnen. Het was Rembrandt ter oren gekomen dat ze wederom sieraden van Saskia had verpatst aan de lommerd maar dit keer kreeg hij hulp uit onverwachte hoek om haar terug te fluiten. Het waren Geertjes broer Pieter (geboorte- en overlijdensdatum onbekend) en een neef van haar die Rembrandt hielpen om Geertje te laten opsluiten in het spinhuis* te Gouda door diverse buren van haar een verklaring te laten afleggen over haar handel en wandel. Ze werd op basis van de verklaringen veroordeeld tot een opsluiting van twaalf jaar en de kosten van haar vervoer naar Gouda (à 140 gulden) dienden door Rembrandt te worden betaald.

Ondertussen had ook zijn nieuwe vriendin Hendrickje diverse problemen al waren die van geheel andere aard. Ze was naar aanleiding van haar relatie met Rembrandt al meerdere keren opgeroepen door de Kerkraad van haar gemeente om tekst en uitleg te komen geven over het feit dat ze in 'hoererij' leefde met de schilder. Maar Hendrickje besloot iedere uitnodiging volledig te negeren. Toen ze in 1654 voor de zoveelste keer werd opgeroepen was voor haar de maat vol en ze ging eindelijk op de uitnodiging in. Veel had ze niet in te brengen tegen de beschuldigingen van de Kerkraad aangezien ze op het moment van haar bezoek hoogzwanger was van Rembrandt en op 30 oktober van dat jaar schonk ze het leven aan een gezonde dochter die de naam Cornelia van Rijn (1654-1684) kreeg. Ondanks dat Rembrandt en Hendrickje niet waren getrouwd twijfelde Rembrandt geen moment en erkende zijn dochter meteen.

*Spinhuis = Een spinhuis was een werk- of fabriekshuis waar vrouwelijke gedetineerde onder vaak erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. De mannelijke tegenhanger van een spinhuis was het rasphuis.

Laatste jaren aan de Rozengracht

Ook in de laatste jaren van zijn leven maakte Rembrandt nog diverse dieptepunten mee. Hij werd failliet verklaard, verloor zijn geliefde Hendrickje aan de pest en overleefde zijn zoon Titus toen deze kort na zijn huwelijk geheel onverwachts overleed. De ellende die Rembrandt had meegemaakt was van grote invloed op zijn schilderstijl en de werken die hij in de laatste jaren van zijn leven maakte waren helaas weinig geliefd.

Faillissement
Rembrandt had in de loop der jaren behoorlijk wat geld verdiend met zijn werken maar leefde ver boven zijn stand. Hij was een groot liefhebber van (dure) kunstobjecten zoals schilderijen, etsen en prenten en bezat een enorme collectie exotische relikwieën die hij gebruikte in zijn schilderijen. Rembrandt bouwde door zijn verzamelwoede zulke enorme schulden op dat hij in 1656 niet langer in staat was de lening van zijn woning te voldoen en hij was genoodzaakt om 200,- gulden te lenen van de Amsterdamse burgemeester Cornelis Janszoon Witsen (1605-1669). Hij wist zijn woning te behouden maar de lening werd een probleem voor Rembrandt toen Wisten twee jaar later per direct zijn geld terug wilde en hij niet in staat bleek de burgemeester terug te betalen. Witsen had geen begrip voor Rembrandts situatie en vroeg nog hetzelfde jaar (1658) zijn faillissement aan. Uit de lijst met bezittingen die naar aanleiding van Rembrandts faillissement werd opgesteld bleek zijn enorme rijkdom. Tegenover een zeer schamele huisraad stonden meer dan 363 kunstobjecten genoteerd waar veel belangstelling voor was tijdens de veiling. De woning van Rembrandt aan de Sint Antoniebreestraat was een stuk minder geliefd en werd pas verkocht toen het voor de derde keer onder de hamer kwam.

De Staalmeesters / Bron: Rembrandt / Wikimedia CommonsDe Staalmeesters / Bron: Rembrandt / Wikimedia Commons
Kunsthandel en -atelier van Rijn
Gezien de afhandeling van Rembrandts faillissement en de uitkomst daarvan ging men er vanuit dat hij goede juridische hulp had gekregen. In de eerste plaats benoemde Titus zijn vader tot zijn enige erfgenaam waardoor Rembrandt vrijelijk over Titus' deel van Saskia's erfenis kon beschikken. En ten tweede kochten Hendrickje en Titus -die het erg goed met elkaar konden vinden- samen Rembrandts kunsthandel en atelier die waren gelegen aan de Amsterdamse Bloemgracht en hij ongeveer een jaar na het aangaan van zijn samenwerking met kunsthandelaar de Renialme had betrokken. Na hun aankoop namen ze Rembrandt simpelweg in dienst waardoor hij rustig kon schilderen zonder lastig te worden gevallen door schuldeisers. Nadat ook hun woning aan de Sint Antoniebreestraat was verkocht verhuisde Rembrandt, Hendrickje, Titus en Cornelia naar een huurwoning die was gelegen aan de huidige Rozengracht 184 in Amsterdam. Aan de Rozengracht probeerden het gezin hun leven zo goed als mogelijk weer op te pakken en in 1661 braken er weer betere tijden aan toen Rembrandt de opdracht kreeg voor het schilderen van Claudius Civilis; de leider van de Bataven tijdens de opstand tegen de Romeinen. Hij voltooide de opdracht naar volle tevredenheid van de opdrachtgever en krap een jaar later kreeg hij de opdracht voor het vervaardigen van een schilderij wat hij 'De Staalmeester' zou noemen.

Rembrandt's laatste jaren
Rembrandts leven werd gekenmerkt door een aantal hoogte- en vele dieptepunten en ook in de laatste jaren van zijn leven stonden hem nog diverse tegenslagen te wachten. Toen in 1663 een pestepidemie uitbrak in Amsterdam werd Hendrickje al snel één van de slachtoffers maar gelukkig kwamen de andere leden van het gezin ongeschonden uit de strijd. In 1668 was er eindelijk weer reden voor een feestje toen Titus in het huwelijk trad met -zijn nicht- Magdelena van Loo (1641-1669) maar lang kon het tweetal niet van elkaar genieten. Kort na hun trouwen overleed Titus geheel onverwachts en maakte de geboorte van zijn dochter Titia (1669-1715) niet meer mee. Ondertussen woedde de pest nog steeds en toen de kleine Titia één jaar oud was overleden ook haar moeder, opa en oma en Tita werd toevertrouwd aan de zorgen van haar voogd François van Bijler (geboorte- en overlijdensdatum) onbekend. De ellende die Rembrandt in de laatste jaren van zijn leven meemaakte was duidelijk te zien aan zijn werk. Op zijn zelfportretten was te zien dat hij aanzienlijk ouder was geworden in korte periode en ook zijn uitbundige stijl nam in de loop der jaren af. Het gevolg was dat er steeds minder vraag kwam naar zijn werken en toen hij op 63 jarige leeftijd zijn laatste adem uitblies verkocht hij nog zelden een schilderij. Cornelia, die op het moment van het overlijden van haar vader nog minderjarig was, werd toevertrouwd aan haar voogd Christiaan Janszoon Dusart (1618-1682) die een goede vriend was van Rembrandt.

Rembrandts leven als schilder

Rembrandt maakte in eerste instantie naam als schilder in Holland maar na verloop van tijd werd zijn naam in geheel Europa bekend door de vele etsen van zijn hand. Zowel op het gebied van het etsen als van het schilderen ontwikkelde Rembrandt een geheel eigen techniek en schuwde het hierbij niet om tegen de heersende normen in de (schilders)kunst in te gaan. Door de vele tragedies die hij in zijn leven had meegemaakt was zijn schilderstijl in de loop der jaren flink veranderd en niet iedereen was even gecharmeerd van zijn latere werken.

Rembrandt; schilder en etser
Rembrandt begon zijn carrière als schilder en verwierf hiermee ook de meeste roem, maar de reden dat zijn naam in heel Europa verspreid raakte kwam door de vele etsen die hij maakte. Zodra hij in contact kwam met Jan Lievens leerde hij van hem de kunst van het etsen; waarbij een tekening op een koperen of zinken plaat werd 'gekrast' die was behandeld met een speciaal vernis. Na voltooiing van de tekening werd deze op het papier gedrukt waarna het vernis de afbeelding achter liet op het papier. In tegenstelling tot een schilderij was een ets zeer snel gemaakt en Rembrandt maakte er -naar schatting- zo'n 285 die tot aan Italië werden verspreid.

In 1628 voltooide Rembrandt zijn eerst ets maar drie jaar eerder had hij al zijn eerste schilderij voltooid. Zowel bij het etsen als bij het schilderen gebruikte Rembrandt een geheel eigen techniek en werkte met zeer vaste hand. Hij maakte dan ook zelden tot nooit gebruik van een voorstudie of tekening maar zette zijn werk direct op doek of -in het geval van een ets- op plaat. Bij zijn schilderijen maakte hij in zijn beginjaren veel en graag gebruik van de zogenaamde 'glaceer-techniek'. Een schilderstechniek waarbij de verf in verschillende lagen op het doek werd aangebracht waardoor het schilderij meer dieptewerking kreeg en de kleuren intenser werden. Vermoedelijk was het veelvuldig gebruik van diepe en intense kleuren de reden dat de meeste mensen zich zo aangesproken voelde door Rembrandts werken.

Inspiratiebronnen
In de periode dat Rembrandt in de leer was in Leiden maakte hij voornamelijk kleine schilderijen die zeer rijk waren aan details, maar naarmate hij langer in Amsterdam verbleef veranderde zijn stijl en de grootte van zijn werken. Geïnspireerd door de werken van de Antwerpse schilder Peter Paul Rubens (1577-1640) begon Rembrandt steeds grotere schilderijen te maken met het doel zijn voorbeeld Rubens te overtreffen waarbij zijn 'Nachtwacht' zijn grootste werk ooit was. Naast Rubens was Rembrandt ook een groot liefhebber van de Italiaanse schilder Caravaggio (1571-1610) en dan met name de door de Italiaan toegepaste 'clair-obscur-techniek'; een techniek waarbij de licht/donker contrasten sterker werden afgebeeld dan ze in werkelijkheid waren. Door het toepassen van deze techniek was de schilder in staat meer diepte en drama te creëren. Gedurende zijn leertijd bij Lastman probeerde Rembrandt zich de clair-obscur-techniek eigen te maken -wat zeer goed lukte- en hem in zijn latere jaren de bijnaam 'meester van het licht' opleverde.

Afbeelding van de Nachtwacht waarbij de stukken die later zijn verwijderd met een witte lijn zijn gemarkeerd / Bron: Rembrandt / Wikimedia CommonsAfbeelding van de Nachtwacht waarbij de stukken die later zijn verwijderd met een witte lijn zijn gemarkeerd / Bron: Rembrandt / Wikimedia Commons
De Nachtwacht
In 1639 kreeg Rembrandt een opdracht van het Amsterdamse Stadsbestuur dat zijn bekendste werk uit zijn helen leven werd. Ter ere van de opening van de Nieuwe Doelen -de nieuwe oefenplaats (schietbaan) van de Amsterdamse schutterijen- werden zes schilders gevraagd een schuttersstuk te vervaardigen waarbij Rembrandt de compagnie van kapitein Frans Banning Cocq kreeg toegewezen. Vol enthousiasme begon Rembrandt aan zijn enorme schilderij getiteld: 'De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren' en had in totaal drie jaar nodig om het reusachtige werk te voltooien. Toen hij het werk in 1642 presenteerde aan het Amsterdamse Stadsbestuur was niet iedereen even enthousiast over het schilderij. Men vond het in de eerste plaats veel te groot en in de tweede plaats veel te chaotisch. In plaats van de schutterij keurig in gelid af te beelden -wat gebruikelijk was bij schuttersstukken- had Rembrandt er voor gekozen de compagnie af te beelden op het moment dat ze verzamelde voor de mars wat een druk en chaotisch tafereel opleverden. Daarnaast werd er ook kritiek geuit op het kleurgebruik van Rembrandt. Doordat hij de compagnie had afgebeeld tegen een zeer donkere achtergrond leek het alsof ze bij nacht verzamelde, wat het werk al snel haar bijnaam 'de Nachtwacht' opleverde.

Verandering
Waar Rembrandt in zijn beginperiode voornamelijk Bijbelse- (bij voorkeur uit het Oude Testament) en mythologische werken schilderde, schilderde hij in zijn periode dat hij samenwerkte met van Uylenburgh veelal portretten in opdracht. Na voltooiing van 'de Nachtwacht' brak er een periode aan dat hij werkelijk van alles en nog wat schilderde en een voorkeur voor een bepaald genre was niet te ontdekken. Ook qua formaat was er in deze periode geen lijn in zijn werken te zien omdat hij het formaat van het doek simpelweg liet afhangen van het onderwerp dat hij (wilde) schilderen. Op het gebied van zijn schilderstijl was er een duidelijke versobering in zijn werken waar te nemen die te wijten was aan de vele persoonlijke tragedies die hij had meegemaakt. Ook werd zijn penseelvoering steeds grover en opvallender en bij het schilderen van Bijbelse Taferelen koos hij voortaan alleen nog voor verhalen uit het Nieuwe Testament. Zo woest als de landschappen waren -die hij overigens voor het eerst in zijn leven schilderde- zo lieflijk waren zijn Bijbelse Taferelen. Ook op gebied van zijn compositie en het afbeelden van het licht traden er aanzienlijke veranderingen op. Het licht -dat in zijn eerder werken altijd zijwaarts op het onderwerp viel- werd vervangen door een meer frontale lichtinval en de composities van zijn later werken waren een stuk klassieker van opzet.

Eigen kijk
Rembrandt had zijn hele leven lang een geheel eigen kijk op de schilderskunst gehad en schroomde dan ook niet om op latere leeftijd volledig tegen de heersende 'mode' op schildersgebied in te gaan. Waar menig collega uren oefende om de zogenaamde 'fijnschilders-techniek' onder de knie te krijgen -waarmee een zeer realistisch ogend schilderij werd verkregen- stortte Rembrandt zich op het onder de knie krijgen van de zogenaamde 'frottis-'of 'droge kwast-techniek' waarbij juist een zeer liefelijk en dromerig effect werd verkregen. De door Rembrandt gebruikte 'frottis-techniek' in combinatie met zijn gebruik van zeer expressieve, soms zelfs grove penseelstreken zorgde ervoor dat zijn werken van dichtbij leken op een willekeurige verzameling van stippen, spikkels en strepen en hij raadde zijn kopers dan ook aan om zijn werken niet van al te dichtbij te bekijken. Bij zijn latere werken verdween -in navolging van de Italiaanse schilder Titiaan- ook de glans grotendeels uit zijn werken waardoor deze aanzienlijk minder 'sprankelde' dan de werken van zijn collega's. Alle veranderingen in Rembrandts schilderstijl zorgde er uiteindelijk voor dat de vraag naar zijn werken in hoog tempo af nam en tegen de tijd dat hij overleed lagen de tijden van grote roem ver achter hem.

Lees verder

© 2017 Marjolijnr, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Rembrandt van RijnRembrandt van RijnRembrandt van Rijn, historisch gezien 400 jaar oud, een kunstschilder die in het midden van de 17e eeuw een schat aan we…
De vrouwen van RembrandtRembrandt Harmenszoon van Rijn was een groot kunstenaar dat bijzonder goed kon schilderen,tekenen en etsen. Vandaag de d…
De 'late' RembrandtVan 12 februari 2015 tot en met 17 mei 2015 was in het Rijksmuseum in Amsterdam een bijzondere expositie te zien met de…
Leiden - De SleutelstadLeiden - De SleutelstadLeiden, bijgenaamd de sleutelstad, is vooral ook de universiteitsstad. Bekend vanwege de beroemde en bekende studenten d…
Rembrandt van Rijn en authenticiteitRembrandt van Rijn en authenticiteitTwee werken van Rembrandt van Rijn worden onderworpen aan de criteria van authenticiteit. Zijn deze werken authentiek, z…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Rembrandt van Rijn (1606-1669) - Schilder"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Marjolijnr
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Biografie
Special: Hollandse schilders
Bronnen en referenties: 14
Schrijf mee!