Rafik Schami, Duits-Syrische schrijver en verhalenverteller
De Duits-Syrische schrijver Rafik Schami (1946) wijdde zich al vroeg aan de literatuur. In 1965 richtte hij in zijn geboortestad Damascus een muurkrant op die hij tot 1970 leidde. In dat jaar verliet hij Syrië en een jaar later vestigde hij zich in Duitsland. Daar is hij een van de succesvolste en meest geliefde hedendaagse schrijvers. In zijn werk blijkt zijn liefde voor Damascus, het vertellen van verhalen en koken. Rafik Schami (Rafieq Sjaami) is in 1946 in Damascus, hoofdstad van Syrië, geboren in een christelijk-aramees gezin. Zijn vader was in de oude stad van Damascus bakker. Als kind bezocht Rafik een kloosterinternaat in Libanon. Terug in Damascus studeerde hij wis- en natuurkunde en scheikunde. In 1970 verliet hij Syrië om de militaire dienst te ontlopen en ook omdat de censuur hem dreigde te verstikken. Zijn muurkrant (al-Muntalaq, het Vertrekpunt) was in dat jaar door de autoriteiten verboden.In zijn eerste jaren in Duitsland, waar hij zich in 1971 vestigde, zette hij zijn scheikundestudie voort (hij promoveerde in 1979) en verrichtte hij veel los-vast werk. Al die tijd schreef Schami. Eerst nog alleen in het Arabisch, vanaf 1977 ook in het Duits. Vanaf 1982 wijdt hij zich volledig aan het schrijverschap.
Sinds 1991 is Schami getrouwd met de illustratrice en schrijfster Root Leeb, die een groot aantal van zijn boeken heeft geïllustreerd en vormgegeven.
Werk
Schami schrijft onder meer romans, sprookjes en kinderverhalen. In al zijn werk toont hij zijn grote kwaliteiten als verteller. Zijn succes is, zeker in Duitsland, deels ook te verklaren uit de talloze ‘lezingen’ die hij geeft, waarin hij zijn talent als fantasievol verteller volledig tot zijn recht laat komen en waarvan hijzelf ook erg geniet. Voor zijn werk, dat in het Duits uit meer dan 40 titels bestaat, heeft hij in binnen- en buitenland talloze literaire prijzen gewonnen.Ook in Nederland is Schami niet onbekend, een aantal van zijn beste boeken is vertaald. Voor zijn eerste in het Nederlands vertaalde boek, “Een handvol sterren” (1987), ontving hij de Jenny Smelik-Kiggenprijs, een prijs voor jeugdliteratuur die een bijdrage levert aan een beter begrip voor allochtone culturen. Behalve in het Nederlands is werk van Schami in zo’n 25 talen vertaald, waaronder Engels, Frans, Spaans, Baskisch, Arabisch, Hebreeuws en Japans.
Damascus en de Arabische wereld
Sinds Schami Syrië heeft verlaten, is hij er nooit meer teruggeweest, ondanks zijn grote liefde voor Damascus. Hij bewaart de stad in zijn hart – iets wat keer op keer in zijn werk terugkomt – en in zijn naam. Rafik Schami betekent “Damasceense vriend” of “hij die uit Damascus komt”. Schami’s eigenlijke naam is Soeheel Faadel.Over de politiek in de Arabische wereld denkt Schami niet al te positief. De verschillende dictaturen hebben een verlammend effect op de bevolking, waardoor elke ontwikkeling naar een meer open samenleving in de kiem wordt gesmoord. De afwezigheid van vrije meningsuiting leidt tot zelfcensuur, kritiek wordt in het gunstigste geval afgedaan als nestbevuiling. Zijn uitspraak dat Arabische schrijvers staatsschrijvers zijn geworden, kwam hem tijdens de boekenbeurs van Frankfurt in 2004 op scherpe kritiek te staan van precies die schrijvers.
Schami zet zich ook in voor een Palestijns-Israëlische verzoening. Zijn insteek daarbij is de menselijke kant. Hij is echter niet al te optimistisch. In een dagboekaantekening uit 2000 ziet hij de ene kant in het conflict afglijden naar Hamas, de andere naar de generaals, zodat er nog eens een tijd komt dat de Israëli’s terugverlangen naar Yasser Arafat en de Palestijnen naar Yitzhak Rabin.
Een handvol sterren / De toverkast
Het in de vorm van een dagboek geschreven “Een handvol sterren” (1987) vertelt over een veertienjarige bakkerszoon die journalist wil worden, maar die van zijn vader de bakkerij moet overnemen. De hoofdpersoon schrijft in zijn dagboek over alles wat hij meemaakt en over zijn toekomstdroom. Behalve dat zijn vader andere plannen met hem heeft, wordt de hoofdpersoon ook door het politieke klimaat in Syrië belemmerd in zijn plannen. Dit zet ook zijn relatie met zijn vriendin onder druk.Evenals veel ander werk van Schami bevat ook dit jeugdboek veel autobiografische elementen, waarvan de meeste terugkeren in “De duistere kant van de liefde”.
In het prentenboek “De toverkast” (1990) wordt het verhaal verteld van een oude verhalenverteller die met een plaatjeskast het Syrische platteland afreist. De plaatjeskast toont een traditioneel verhaal dat de kinderen voor een piaster mogen bekijken. Als de plaatjes ernstig verbleekt zijn, vervangt de verhalenverteller ze door allerlei westerse reclameplaatjes. De kinderen zijn dan echter niet meer geïnteresseerd in de plaatjeskast. Pas als de verhalenverteller terugkomt met de oude plaatjes en het oude verhaal, komen de kinderen weer naar zijn plaatjeskast kijken en naar het verhaal luisteren.
Vertellers van de nacht
Verhalenverteller in een Damasceens koffiehuis
Centrale persoon in het boek is de oude Salim, in de jaren dertig van de vorige eeuw koetsier op de route van Damascus naar Beiroet. Als geboren verteller gebruikt hij elk verhaal dat hij onderweg van zijn passagiers hoort, om zelf nieuwe verhalen te verzinnen. Die vertelt hij aan zijn zeven vrienden die elke avond bij hem op bezoek komen. Titel van het eerste hoofdstuk: “Hoe Salim, de koetsier, zittend zijn verhalen verzamelde en ze tot in het oneindige kon vernieuwen”.
Als Salim op een dag door een betovering zijn stem verliest, proberen zijn vrienden van alles om hem zijn spraakvermogen weer terug te doen krijgen. De eigenaar van het koffiehuis laat hem zeven fijne wijnen drinken, de kapper laat hem aan zeven parfumflesjes ruiken, maar niets helpt. De leraar oppert om Salim naar zeven verhalen te laten luisteren.
Om de beurt vertellen de vrienden een avond lang een verhaal. Alleen de slotenmaker Ali, die als laatste aan de beurt is om een verhaal te vertellen, wil het vertellen van een verhaal aan zijn vrouw Fatmeh overlaten.
‘Ik heb nog nooit van mijn leven een verhaal verteld,’ zei de slotenmaker tegen de verstomde kring. ‘Dat weet mijn vriend Salim wel. Toen ik nog een kind was wilde ik altijd vertellen, maar mijn vader waarschuwde me: ‘Kind, zwijg toch. Met praten geef je jezelf bloot. Na iedere eerlijke uitspraak die je doet word je een stuk naakter en je zult altijd kwetsbaarder zijn. … Ik vertelde mijn vrouw over mijn zorgen en zij zei dat zij Salim in dat geval graag een verhaal zou willen vertellen.’
De vrienden zijn het er niet mee eens dat Ali’s vrouw een verhaal gaat vertellen. Er ontstaat een ruzieachtige sfeer. Maar dan geeft Salim aan dat hij graag Fatmeh’s verhaal wil horen.
‘Ik drink mijn thee op en dan ga ik weg,’ sprak Fatmeh. ‘Vergeef me als ik jullie vertel dat de ontvangst die jullie me gegeven hebben mijn verhaal niet waardig is. Niemand kan mensen met zulke vertrokken gezichten een verhaal vertellen.’ Fatmeh sloot haar ogen. ‘Nee! Bij de ziel van mijn moeder, als jullie mij niet zelf om een verhaal vragen, dan zal ik gaan,’ sprak ze heel rustig.
… Salim straalde over zijn hele gezicht alsof Fatmehs woorden een boeket vormden van duizend en een bloemen. Hij stond op en kuste haar op het voorhoofd. …
… Salim straalde over zijn hele gezicht alsof Fatmehs woorden een boeket vormden van duizend en een bloemen. Hij stond op en kuste haar op het voorhoofd. …
Fatmeh blijft en vertelt vervolgens een sprookje over de magische kracht van de verhalen van haar moeder (‘Ik zal jullie tot ieders genezing en vreugde een verhaal vertellen.’) Dit verbreekt de betovering waardoor Salim weer kan praten. Of Salim nu echt betoverd was en niet kon spreken of dat hij zijn vrienden erin heeft laten lopen, laat Schami aan de fantasie van de lezer over.
Alle verhalen in het boek voeren de lezer mee naar de rijke verbeelding van de vertellers, maar het zijn de verhalen zelf die centraal staan. Soms verwijst Schami naar politieke en sociale thema’s die in het Damascus van 1959 – de setting van het boek – speelden, zoals onderdrukking, corruptie en de in brede kringen in Syrië niet geliefde Verenigde Arabische Republiek (de unie van Egypte en Syrië tussen 1958 en 1961, waarin Syrië een ondergeschikte rol speelde). Maar het zijn slechts verwijzingen, zij worden nooit overheersend.
Schami heeft vele kinder- en jeugdboeken geschreven. “Vertellers van de nacht” is dat niet, maar veel kinderen zullen er graag uit voorgelezen willen worden. Het bloemrijke taalgebruik maakt het daar prima geschikt voor.
Sprookjes uit Malula
Ma'loela
“Sprookjes uit Malula” verscheen in het Duits in 1987, in het Nederlands in 1993. De sprookjes zijn gebaseerd op volksvertellingen die de dorpsbewoonster Zeni Sjo’ra in 1869 in het Aramees aan twee Duitse oriëntalisten vertelde. Schami kwam bij toeval in aanraking met meer dan 200 pagina’s met daarop “in het Aramees (in fonetisch schrift) en het Duits verhalen en beschrijvingen van het dagelijks leven uit Malula.” In de tekst herkent hij mensen die hij nog als oude mannen en vrouwen had gekend of van wie hij de kinderen kende.
Schami bewerkte de verhalen en vulde ze aan met verhalen die hem lang geleden door buren waren verteld. Een aantal verhalen haalde het boek niet, omdat “die mij vervelen of zelfs ergeren,” of omdat ze naar Schami’s gevoel elders al beter waren verteld. Telkens weer geeft hij aan dat het om verhalen gaat die moeten worden verteld.
De sprookjes en verhalen zijn universeel van aard. Schami zelf schrijft in het voorwoord al dat hij varianten heeft gevonden in Arabische, Perzische, joodse, Griekse, Koerdische en Turkse verhalen. Thema’s als list en bedrog, feeën, vroomheid en vele andere komen ook in Europese sprookjes voor. Een westerse lezer zal bij titels als “De slimme raaf of de vos als pelgrim” en “De lichtgelovigen of hoe een duif twee ganzen redde” vermoedelijk niet direct aan oosterse sprookjes denken.
De aankleding van de sprookjes is echter puur oosters. De namen zijn Arabisch, veel verhalen spelen in en rond Damascus en natuurlijk Ma’loela, het eten en drinken verwijzen naar de Arabische wereld (‘Jemenitische mokka’), evenals de functies van vele hoofdrolspelers (sultans, viziers, bedoeïenen, enz.). En zolang de lezer in het achterhoofd houdt dat Ma’loela een christelijk dorp is, zal het hem niet verbazen dat er nauwelijks islamitische elementen in de sprookjes en verhalen zitten.
Als Schami aan zijn grootmoeder vraagt hoe het komt dat zij geen verhalen kan vertellen, antwoordt zij: ‘Veertig jaar ben ik niet één keer buiten ons dorp Malula geweest. … Ons leven in Malula was hard. Het was niet de tijd voor verhalen.’ Dit komt terug in de roman “De duistere kant van de liefde”.
“Takla of waarom mijn grootvader vierhonderd jaar zijn geweer droeg” is het enige verhaal dat voor het grootste deel door Schami zelf is geschreven. Volgens de legende is Ste. Takla een vroege bekeerlinge van Paulus naar wie het grote klooster in Ma’loela is vernoemd. In het verhaal ‘verklaart’ Schami waarom Ma’loela in de loop der eeuwen een vrijplaats werd voor vervolgden. Ook dit element komt terug in “De duistere kant van de liefde”.
De duistere kant van de liefde
In “De duistere kant van de liefde” (Duits 2004, Nederlands 2007) vertelt Schami de dramatische en onmogelijke liefdesgeschiedenis van Faried Moesjtaak en Rana Sjahien in de jaren zestig van de vorige eeuw. De geschiedenis speelt zich af tegen de achtergrond van 100 jaar Syrische geschiedenis, waarin clan- en familievetes, politiek en religie er alles aan lijken te doen de gewone mens geen rust te geven. Het boek is tegelijkertijd ook weer een liefdesverklaring van Schami aan Damascus.Het verhaal begint met de vondst van een lijk, overduidelijk een moordgeval. Pas tegen het eind van het boek (na meer dan 700 pagina’s) krijgt de lezer een beeld hoe en waarom de persoon in kwestie aan zijn eind is gekomen. In de tussenliggende pagina’s heeft Schami ruim de tijd genomen om allerlei verhalen te vertellen die alle deel uitmaken van de achtergrond waartegen de liefdesgeschiedenis van Faried en Rana moet worden gezien én die een treffend beeld geven van Syrië vanaf de laatste dagen van het Ottomaanse rijk tot 1970.
Faried en Rana zijn allebei afstammeling van een belangrijke clan uit Mala, de Aramese naam van Ma’loela. Faried is een Moesjtaak, Rana een Sjahien. De clans, de Grieks-orthodoxe Moesjtaaks en de katholieke Sjahiens, zijn al lange tijd gezworen vijanden.
Schami schildert in detail de oorsprong van het conflict. Zo stelt hij zichzelf ook in de gelegenheid een echo van het verhaal “Takla of waarom mijn grootvader vierhonderd jaar zijn geweer droeg” uit zijn “Sprookjes uit Malula” te laten weerklinken.
George Moesjtaak vertelde zonder omhaal dat hij vanwege de vrouw aan zijn zijde naar dit dorp was gevlucht. Hij en zij waren christenen, maar een rijke islamitische boer wilde met alle geweld met Sarka trouwen. Hij, Moesjtaak, had Mala als bestemming gekozen omdat hem als kind al over het ridderlijke en gastvrije karakter van het dorp was verteld.
In het eerste deel van het boek staat het oorspronkelijke conflict en de strijd tussen de Moesjtaaks en Sjahiens centraal. De liefdesgeschiedenis van Faried en Rana laat, na een eerste glimp ervan aan het begin van het boek, nog op zich wachten. Als die eenmaal op gang komt, komen ook de kleuren en geuren van Schami’s geliefde Damascus als het ware uit het boek omhoog. Maar ook de minder aangename kanten van de Syrische samenleving uit die tijd komen uitgebreid en ‘levendig’ naar voren. Dit is de verteller Schami op zijn best.
In vrijwel alle belangrijke gebeurtenissen blijft het conflict tussen de Moesjtaaks en Sjahiens een rol spelen, evenals de politieke en sociale achtergrond van de tijd. Liberale intellectuelen, moslimbroeders, communisten, nationalisten, dictaturen, het leger, de geheime dienst, geheime genootschappen, ze komen allemaal voorbij. Het gewone volk kan veel verdragen, maar als politieke onderdrukking gepaard gaat met religieuze en clanvijandigheden, rest de hoofdpersonen Faried en Rana nog maar een uitweg.
Hoewel het boek niet autobiografisch is, zijn veel gebeurtenissen en details te herkennen uit het leven van Schami zelf. Belangrijke plaatsen van handeling – Damascus en Ma’loela (Mala) – zijn die van de jongeman Rafik Schami. Vele gebeurtenissen – het kloosterinternaat in Libanon, de studie van de hoofdpersoon, de muurkrant en zijn vertrek uit Syrië aan het eind van het boek – zijn alle in een of andere vorm met de schrijver in verband te brengen.
Damaskus, der Geschmack einer Stadt
In “Damaskus, der Geschmack einer Stadt” (2002, nog niet in het Nederlands vertaald) combineert Schami zijn vertelkunst met zijn andere grote hobby, koken. Het boek is de beschrijving van één grote wandeling door de oude stad van Damascus, gelardeerd met recepten van lokale gerechten.Omdat Rafik zelf niet naar Syrië kon, of wilde, terugkeren, is het zijn zuster Marie Faadel die de wandeling door de stad maakt, en de straten, stegen en huizen beschrijft en vertelt wat er met oude bekenden is gebeurd. Zij bezoekt bekenden die ze hun favoriete gerecht laat klaarmaken. Thuis probeert ze, geholpen door Rafik’s en haar zuster Therése en hun schoonzuster Atil, nogmaals de recepten uit.
Aan de ene kant was het werken aan dit gezamenlijke project voor Rafik Schami een kwelling, aan de andere kant voelde hij zich weer heel dicht bij zijn geliefde stad die zo’n centrale rol inneemt in zijn werk.
Meer informatie
www.rafik-schami.de
© 2009 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Biografie (Kunst en Cultuur) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Kaarten van Israël rond de Jom Kippoeroorlog 1973 In 1973 werd Israël door Egypte en Syrië bij verrassing aangevalle…
Duitse woorden: dagen, maanden, jaargetijden in het Duits Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag... Januari, febr…
Dr. Fager - ongeleid projectiel op de baan? Dr. Fager was het enige paard dat het presteerde om vier titels in één jaar (…
Lieve Joris, schrijfster van reisliteratuur Lieve Joris is vooral bekend als schrijfster van reisliteratuur, met name ove…
Gerelateerde artikelen
Damascus - Een van de mooiste steden ter wereld Damascus is ongetwijfeld een van de oudste, maar ook een van de mooiste s…Kaarten van Israël rond de Jom Kippoeroorlog 1973 In 1973 werd Israël door Egypte en Syrië bij verrassing aangevalle…
Duitse woorden: dagen, maanden, jaargetijden in het Duits Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag... Januari, febr…
Dr. Fager - ongeleid projectiel op de baan? Dr. Fager was het enige paard dat het presteerde om vier titels in één jaar (…
Lieve Joris, schrijfster van reisliteratuur Lieve Joris is vooral bekend als schrijfster van reisliteratuur, met name ove…
Reageer op het artikel "Rafik Schami, Duits-Syrische schrijver en verhalenverteller"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.