L. Székely en I. Radnai: Dit altijd alleen zijn, boekverslag
Twee jonge Hongaren vertrekken in 1914 naar Sumatra, om daar een nieuw bestaan op te bouwen. De een redt het niet in het land van aankomst en keert terug naar Europa. De ander, László Székely (1892 – 1946), blijft. Uiteindelijk trouwt hij met de later succesvolle schrijfster Madelon Lulofs. Székely zelf blijkt ook een begenadigd auteur èn illustrator te zijn, zoals blijkt uit zijn beschrijvingen en illustraties van zijn belevenissen in het voormalig Nederlands-Indië.László Székely en István Radnai: ‘Dit altijd alleen zijn’
Verhalen over het leven van planters en koelies in Deli (1914 – 1930)
Vertaald (uit het Hongaars) en ingeleid door Gábor Pusztai en Gerard Termorshuizen
Leiden: KITV Uitgeverij, 2007
128 blz., illustraties
ISBN 978906782775
Verhalen over het leven van planters en koelies in Deli (1914 – 1930)
Vertaald (uit het Hongaars) en ingeleid door Gábor Pusztai en Gerard Termorshuizen
Leiden: KITV Uitgeverij, 2007
128 blz., illustraties
ISBN 978906782775
Opbouw van het boek
Het boek is opgebouwd uit diverse delen. Het opent met de inleiding op het leven en werk van de twee van oorsprong Hongaarse neven, die vanwege de hopeloze economische situatie in Hongarije hun geluk in het voormalig Nederlands-Indië willen beproeven. Dan volgt een passage uit het dagboek van István Radnai, die de reis en de eerste wederwaardigheden van het tweetal weergeeft.Vervolgens is er alle ruimte voor maar liefst negen verhalen van de planter en auteur László Székely. Het boek sluit af met een woordenlijst en een verantwoording.
Inleiding: de neven István en László
In dit deel worden de twee neven en hun Indische avontuur geïntroduceerd. Omdat de kans op goed werk in Hongarije zeer beperkt was, vertrokken zij richting Deli, in de hoop daar op een onderneming aan de slag te kunnen. Hun overtocht vanuit Genua duurde bijna een maand. Uiteindelijk vond László als enige werk. Teleurgesteld en ziek van heimwee keerde Radnai, zes weken na zijn aankomst, naar Hongarije terug.Daar liep het niet goed met hem af. Hij sneuvelde in 1917 tijdens de Eerste Wereldoorlog als militair. Tussen de bezittingen die hij op het slagveld bij zich had, zat zijn dagboek, met daarin het verslag van zijn reis naar en belevenissen op Sumatra. Het viel bij toeval in 2001 in handen van één van de vertalers.
Uit het dagboek van István Radnai
Het dagboek geeft een impressie van aankomst en verblijf van de twee neven in Indië, te beginnen in Penang op 7 mei 1914, dan een aantal weken Medan, om te eindigen met Belawan op 14 juni 1914.In Medan gaat het tweetal wanhopig op zoek naar passend werk, zolang dit uitblijft slaat de verveling toe. Bij Radnai komt daar nog een behoorlijke dosis heimwee bovenop. Hij observeert het leven in Deli, geeft beschrijvingen van plantersgebruiken, zoals het extreme alcoholgebruik (dat hij overigens, net als een aantal andere zeden en gewoonten afkeurt). Ten slotte volgt zijn besluit, voortgekomen uit heimwee en moedeloosheid, terug te keren naar zijn moederland.
László Székely
Over het leven van Székely is meer bekend dan over dat van zijn neef István. Hij werd in 1892 geboren in een dorpje in het oosten van Hongarije. Zijn ouders waren joods, maar zijn vader liet de joodse familienaam in 1899 veranderen in het Hongaarse Székely.Zijn middelbareschoolperiode viel László, onder andere door het overlijden van zijn moeder in 1905, niet mee; het enige vak waarin hij uitblonk was tekenen. Korte tijd later verhuisde het gezin, László was de middelste van drie kinderen, naar Budapest. Hier kwam hij veel in contact met zijn neef István, de zoon van zijn moeders broer, met wie hij uiteindelijk in 1914 naar Deli, Sumatra, zou afreizen.
Als planter in Deli
Zijn eerste baan was die van ‘assistent’ op een Engelse tabaksplantage, een hard bestaan onder primitieve omstandigheden, ver van de bewoonde wereld. Onder de hoede van een ervaren collega moest hij werken aan de ontginning van een stuk oerwoud en de vele koelies, die er op contractbasis werkten, controleren.Székely bleef in briefcontact met zijn familie in Europa, waardoor hij op de hoogte was van de moeilijkheden in zijn vaderland tijdens de Eerste Wereldoorlog en de periode erna.
Na op diverse ondernemingen gewerkt te hebben, belandde Székely op dezelfde rubberplantage waar Hein Doffegnies, de echtgenoot van Madelon Lulofs, werkzaam was. Naast zijn werk op de rubberonderneming is Székely vanaf 1924 als illustrator aan het weekblad Sumatra verbonden. Hij leeft vermoedelijk met een njai, een inlandse vrouw die de rol van officieuze echtgenote vervult.
In 1924 ontmoet hij ook Madelon Lulofs (1899 – 1958), die niet gelukkig was in haar huwelijk met Doffegnies; waar hij niet de minste interesse voor literatuur had, zocht zij als gretige lezer en beginnend schrijfster een zielsverwant. Die vond ze in Székely, die haar het advies gaf haar verhalen naar Sumatra te zenden. In 1924 werden de eerste gepubliceerd onder het pseudoniem Christine van Eyck.
Huwelijk met Madelon Lulofs
De twee krijgen een relatie, waarna uiteindelijk in 1926 de scheiding tussen Madelon en haar echtgenoot wordt uitgesproken; het zou haar de toewijzing van haar twee dochters kosten. Nog datzelfde jaar trouwen zij en Székely in Hongarije, om een jaar later terug te keren naar Deli. Hier wordt in 1929 dochter Kotjil (een bijnaam, die ‘kleintje’ betekent) geboren. Het echtpaar wordt echter gemeden in de planterssamenleving en vertrekt in 1930 voorgoed naar Europa, om zich in Boedapest te vestigen.Verkeerd vermogensbeheer doet hun kapitaal in rook opgaan, waardoor het echtpaar zich noodgedwongen aan het schrijven moet wijden. Ze vertalen bestaand werk, maar schrijven tevens nieuw, eigen werk. Daarbij werkt Lázló ook nog als journalist.
Veel Nederlandse auteurs worden door hun toedoen in Hongarije geïntroduceerd, het omgekeerde gebeurt met Hongaarse auteurs, zoals Sándor Márai, in Nederland. Al snel heeft Madelon succes met haar eerste roman Rubber, gebaseerd op haar ervaringen met het plantersleven in Deli. Het artikel M.H. Székely-Lulofs: Rubber – Roman uit Deli, boekbespreking gaat verder op deze roman in.
Auteur,…
Ook Székely schrijft in 1935, in het Hongaars, een autobiografisch werk over zijn plantersbestaan. Datzelfde jaar volgt een vertaling naar het Duits en het Nederlands, met als titel Van oerwoud tot plantage. Het boek is eerder een documentair dan een literair verslag waarin een Hongaarse jongeman vertelt hoe hij, werkzaam op een plantage te Deli, kennismaakt het zware bestaan in de plantersgemeenschap. De keiharde discipline, de behandeling van de koelies en het leven met een njai, het komt allemaal aan de orde. De thematiek van het boek loopt hiermee opmerkelijk parallel aan die in de romans van zijn echtgenote.Net als de boeken van zijn echtgenote is het werk enerzijds succesvol, maar met name vanuit Indië is er ook felle kritiek. Er is zelfs sprake van dat de auteur gerechtelijk vervolgd moet worden vanwege laster, ingegeven door de vrees dat publicatie van het boek in Amerika tot een boycot van tabaksinvoer zou kunnen leiden.
Gezien de oorlogsdreiging verhuizen de Székely’s in 1938 naar Nederland. Door de Duitse inval verhuist László, die immers joods is, weer terug naar Boedapest en publiceert als journalist in kranten in tijdschriften. Ook in Hongarije valt niet aan de Duitsers te ontkomen; ze bezetten het land in 1944 en Székely moet onderduiken. Zijn toch al broze gezondheid verslechtert, maar hij overleeft de oorlog.
In 1946 neemt hij het besluit naar Nederland te gaan, om zich bij zijn echtgenote en dochter te voegen, al is de relatie tussen beide echtelieden niet langer wat het geweest is. Het is hem niet gegund, vlak voor vertrek sterft hij. Op zijn begrafenis ontbreken zijn dochter en echtgenote.
Tussen 1938 en 1939 verscheen als feuilleton en in 1942 in boekvorm Székely’s tweede Delische roman, Rimbu, in Hongarije. Deze nieuwe uitgave en de herdruk van zijn eerste plantersboek trokken dat jaar in Hongarije de aandacht, mede vanwege de Japanse bezetting van Indië. In 1949, Székely was inmiddels overleden, maakte zijn weduwe er de Nederlandse bewerking Rimboe van.
… journalist en illustrator
Székely beperkte zich niet tot twee romans over het leven in Indië. Tussen 1931 en 1939 publiceerde hij in de Hongaarse media ongeveer twintig artikelen en verhalen, gebaseerd op zijn ervaringen in Deli. Omdat hij geen geboren en getogen Nederlander was en als buitenlander in Indië arriveerde, zijn zijn observaties verrassend fris. Hij wist met zijn werk ook zijn echtgenote Madelon te inspireren: twee van haar romans zijn op zijn verhalen gebaseerd. Een selectie van negen verhalen verschijnt in Dit altijd alleen zijn voor het eerst in Nederlandse vertaling.Naast schrijver was Székely een getalenteerd tekenaar, gezien ook zijn bijdragen aan het weekblad Sumatra. In 1923 was er al een tentoonstelling met zijn werk in Medan te zien, van zijn latere werk werden zowel de originelen als reproducties te koop aangeboden.
In het besproken boek zijn vierentwintig gouaches en tekeningen opgenomen, waar onder spotprenten en geportretteerde types.
De verhalen: Europeanen in Deli
Het land der onmogelijkheden verhaalt over een ontmoeting tussen twee Hongaren, die elkaar ver van hun vaderland op Sumatra tegenkomen. Hoewel ze elkaar niet kennen, maakt die ontmoeting heel wat emoties los.Annahat, het verhaal van een oude planter beschrijft hoe twee jonge assistenten, een Nederlander en een Duitser, op initiatief van de laatste een eigen onderneming beginnen, die al snel het succesvolle middelpunt van een internationaal gezelschap wordt. Totdat de oorlog uitbreekt en de Duitser naar Europa vertrekt.
Nils beschrijft de vriendschap die langzaam groeit tussen een ruwe Zweed, die als Einzelgänger een afgelegen plantage bewoont, en een Hongaars stel. Als Nils trouwt, verwatert de vriendschap. Jaren erna ontvangt het Hongaarse paar een laatste levensteken, waaruit zij machteloos de grote eenzaamheid van Nils opmaken.
In Kapitein Christoffel wordt een legendarische legerofficier, bekend om zijn wreedheid tijdens de Atjeh-oorlog, de baas van een gewezen planter van Hongaarse afkomst. Kapitein Christoffel leidt inmiddels een leven van boetedoening en verhult zijn eveneens Hongaarse komaf tot het moment van afscheid.
In deze vier verhalen staan de Europeanen centraal. Ze liggen met hun thematiek van eenzaamheid en ontheemding dicht tegen de eigen ervaringen van Székely aan; in alle verhalen spelen Europeanen, dikwijls Hongaren, en het plantersbestaan in met name Deli een rol. De verhalen zijn allemaal vanuit de ik-vorm geschreven.
Het volgende vijftal verhalen beschrijft de lotgevallen van de op de plantages werkende Javaanse en Chinese koelies.
De verhalen: koelies in Deli
Romance verhaalt over het gevecht tussen twee koelies, waarbij één beiden de dood vindt. Van de rechtszaak die hierop volgt, begrijpen de inlanders niet veel. De blanke rechter is de enige die niet inziet dat een man, wiens vrouw verleid wordt door een ander, geen keus heeft dan die ander in een eerlijk gevecht te doden.In Intermezzo doodt een koelie in een vlaag van woede vanwege een nederlaag bij het dobbelen een Maleise klerk, die hem geen strobreed in de weg gelegd heeft, enkel om de woede om zijn verlies te bekoelen. Bij de Europeanen die hem moeten veroordelen leidt dit tot groot onbegrip, de inlanders begrijpen er alles van.
De carrière van Chaw A. Hjong doet verslag hoe een Chinese koelie steeds meer geld weet aan te trekken. In het begin van zijn carrière haalt hij een oude Maleise vrouwelijke koelie, Ju-Imah, in huis, die daarmee de band met haar eigen volk verbreekt.
Op het toppunt van zijn rijkdom verstoot Chaw A. Hjong de Maleise vrouw, die tot de bedelstaf geraakt. Korte tijd later is Chaw A. Hjong koelie-af en groeit zijn macht nog verder uit. Als iedereen haar bestaan en het koelieverleden van haar slachtoffer al lang vergeten, wreekt Ju-Imah zich op Chaw A. Hjong.
Pa Roeki is een tragisch verhaal over het koeliebestaan. Al op jonge leeftijd werd Roeki op Java als contractkoelie geronseld. Zijn overtocht naar, aankomst en bestaan op Sumatra verliepen zeker niet zonder slag of stoot. De jonge Roeki onderging het allemaal en leefde een deugdzaam leven.
Vijfendertig jaar later staat hij bekend als Pa Roeki, een man met een zekere status. Hij heeft voldoende gespaard om, met toestemming van zijn toean, terug te keren naar Java.
In een opwelling verdobbelt hij, tot verbijstering en woede van zijn blanke meerdere, zijn spaargeld. Pa Roeki schikt zich opnieuw in het koeliebestaan: het is zijn noodlot.
Koelie is het enige van de vijf verhalen in de ik-vorm. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een Europese planter. Een Javaanse opzichter vraagt hem toestemming zijn overleden dochtertje, vanwege van haar zielenheil, te mogen begraven zonder dat een arts de doodsoorzaak heeft vastgesteld, zoals de verordeningen voorschrijven.
Op zijn aandringen legt de planter de zaak voor aan een jonge Europese arts, die echter geen precedent wil scheppen. Na militair ingrijpen wordt het lijkje naar het ziekenhuis gebracht, waar de dokter en zijn Maleise assistent sectie verrichten.
De inlandse assistent overlijdt korte tijd erna, als boetedoening, aan een geheimzinnige ziekte. Hij had als inlander beter moeten weten en de arts zijn hulp moeten weigeren.
In dit verhaal komt twee keer de uitspraak East is East, and West is West, and never the twain shall meet voor. De botsing tussen Oost en West gaat overigens ook voor de andere koelievertellingen op, en in mindere mate ook voor de verhalen over de Europeanen.
Dood en geweld spelen een grote rol in de koelieverhalen, al is dit uit titels als Romance en Intermezzo niet direct op te maken.
Inspiratie
Niet alleen de twee romans, maar ook de verhalen van Székely vertonen overeenkomsten met het werk van zijn echtgenote Madelon Székely-Lulofs. De verhalen Pa Roeki en Koelie vormden een regelrechte bron van inspiratie voor twee romans van Székely’s echtgenote. Het eerste verhaal stond model voor haar tweede roman Koelie, op het tweede is haar roman Doekoen gebaseerd.In de verantwoording wordt Frank Okker, die ten tijde van de boekuitgave aan Tumult – Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs schrijft, bedankt voor zijn medewerking. Het artikel Tumult – Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs gaat hier verder op in.
Lees verder
© 2010 - 2012 Sierkunst, gepubliceerd in Biografie (Kunst en Cultuur) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
[Engels] Boekverslag: Sign of Blood Dit is een kort boekverslag over het boek 'Sign of Blood' van Richard Forrest. Aangez…
De nieuwe K3! Josje Huisman Josje Huisman is de nieuwe K3! Hoe haar nieuwe artiestennaam gaat heten is nog niet bekend. J…
M.H. Székely-Lulofs: Rubber – Roman uit Deli, boekbespreking Rubber is een roman uit 1931, die destijds met zowel…
[Engels] Boekverslag: The Smuggler Dit is wederom een beknopt, in het engels geschreven boekverslag. Dit keer over het bo…
Gerelateerde artikelen
Madelon – Het verborgen leven van Madelon Székely-Lulofs De roman van Kester Freriks over het leven van de in Indi…[Engels] Boekverslag: Sign of Blood Dit is een kort boekverslag over het boek 'Sign of Blood' van Richard Forrest. Aangez…
De nieuwe K3! Josje Huisman Josje Huisman is de nieuwe K3! Hoe haar nieuwe artiestennaam gaat heten is nog niet bekend. J…
M.H. Székely-Lulofs: Rubber – Roman uit Deli, boekbespreking Rubber is een roman uit 1931, die destijds met zowel…
[Engels] Boekverslag: The Smuggler Dit is wederom een beknopt, in het engels geschreven boekverslag. Dit keer over het bo…
Bronnen en referenties
- Naast het besproken boek tevens:
- Frank Okker: Tumult - Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs; Arena, Amsterdam 2008