
‘Spelen’ in het museum
In de musea, ook in Nederland, krijgt amusement een steeds grotere plaats. Is dat een bedreiging voor de traditionele museale taken?
Vandaag de dag krijgt amusement een steeds grotere plaats in musea in zowel Nederland, als elders ter wereld. In musea wordt tegenwoordig een omgeving voor recreatieve ervaringen gecreëerd en zij hebben hierdoor niet langer enkel een educatieve functie. Musea worden steeds meer gezien als een plaats voor vrijetijdsbesteding, met daarbij recreatie als nieuwe functie. Een regelmatig gehoorde opmerking is dat deze nieuwe functie een bedreiging vormt voor de traditionele museale taken. Het belangrijkste kritiekpunt hierbij is dat, wanneer musea zich meer op recreatie zullen gaan richten, zij hun integriteit zullen verliezen en hierdoor hun traditionele functie als instituut voor bewaren en onderwijzen minder goed kunnen uitoefenen.
Naar mijn mening vormt de uitbreiding van de museale taken door middel van amusement absoluut geen bedreiging voor de traditionele taken, maar is dit juist een ontwikkeling die het imago van de musea veel goeds zal doen.
Ten eerste lijkt het vrijwel onvermijdelijk te zijn dat musea zich in de nabije toekomst zullen ontwikkelen tot plaatsen waar vrijetijdsbesteding en educatie gecombineerd kunnen worden. Een positief toekomstbeeld, want amusement kan hierdoor ingezet worden als middel voor educatie en zo een groter en meer divers publiek aantrekken. Een goed voorbeeld van deze ontwikkeling is het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid beheert een groot deel van het Nederlandse audiovisuele erfgoed. Dit archief omvat meer dan 700.000 uur radio, televisie, film en muziek en groeit nog iedere dag, waarmee het één van de grootste audiovisuele archieven van Europa is. Het instituut combineert de hoogste professionele normen op het gebied van conservering, digitalisering en ontsluiting met een laagdrempelige toegang voor klanten en publiek en een hoog niveau van dienstverlening. Eind 2006 werd de Beeld en Geluid Experience geopend, waarmee de collecties toegankelijk zijn voor het grote publiek. Sindsdien hebben ruim 260.00 bezoekers de Experience bezocht, waarmee het een publieksattractie van formaat mag worden genoemd.
Helaas zijn nog lang niet alle musea zo populair als het gaat om een plaats waar mensen graag hun vrije tijd doorbrengen. Hood oppert dat musea vaak niet die soort ervaringen bieden die in overeenstemming zijn met de verwachtingen van de potentiële bezoeker. Zij onderscheidt de drie belangrijkste kenmerken die niet-bezoekers van musea gebruiken bij het uitkiezen van een vrijetijdsbesteding. Voor hen is het belangrijk dat er in hun vrije tijd sociale interactie plaatsvindt met andere mensen, zij moeten zich op hun gemak voelen in hun omgeving en zij willen dat zij actief kunnen participeren. Het bezoeken van musea voldoet volgens hen duidelijk niet aan hun wensen en verwachtingen, zij zijn er daardoor niet in geïnteresseerd en bezoeken musea niet.
Volgens critici Prince en Merriman zijn er tevens twee specifieke barrièregroepen te onderscheiden voor musea: de culturele en de praktische barrière. Met de culturele barrière wordt het huidige imago van musea en hun houding ten opzichte van het publiek bedoeld en praktische barrières zijn kwesties als toegangsprijzen en vereisten met betrekking tot tijd en reizen.
Uit onderzoek door Yung-Neng Lin is gebleken dat de mensen die geen frequente bezoekers van musea zijn zich vaak te weinig betrokken voelen bij de musea en dat zij bang zijn de exposities niet te zullen begrijpen. Zij zouden graag meer betrokken willen zijn bij de programmering van de musea. Het gebruik van bijvoorbeeld nieuwe media en andere interactieve elementen geeft de bezoeker meer het gevoel van nabijheid en participatie. Dit is precies wat de Beeld en Geluid Experience bezoekers biedt. De bezoekers worden in staat gesteld om zelf deel te nemen aan de audiovisuele wereld om hen heen, zo kunnen zij bijvoorbeeld ervaren hoe het is om als een ster een entree te maken in een studio, of hoe het is om het journaal te presenteren. Gezien de bezoekersaantallen, is amusement in dit geval dus dé troef voor succes. Toch blijft het verschaffen van kennis een belangrijk doel van de Beeld en Geluid Experience. Op de website wordt hierover geschreven: “Audiovisuele media zijn één van de belangrijkste bronnen van kennis van de buitenwereld en het verleden. Beelden en geluiden zijn dragers van maatschappelijke en persoonlijke ervaringen. In onze collectie zijn dan ook alle grote en kleine historische gebeurtenissen bewaard, althans in de vorm waarin de beschikbare media ze konden of wilden registreren. Voor de bestudering, interpretatie, herneming of zelfs maar de eenvoudigste kennisname hiervan is Beeld en Geluid de enige centrale bron.”
Volgens de visie van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid wekken media persoonlijke en gedeelde belevingen op en brengen die over. Door deze belevingen wordt men gevormd en krijgen beelden en geluiden een belangrijke persoonlijke en maatschappelijke betekenis. Door het openen van de Beeld en Geluid Experience worden mensen beter in staat gesteld zichzelf en hun maatschappelijke omgeving en geschiedenis te leren kennen en te begrijpen.
Een groter aanbod van amusement in musea kan er dus voor zorgen dat zij meer bezoekers trekken. Daarnaast moeten musea ook rekening houden met het feit dat de cultuur in het algemeen aan het veranderen is. In allerlei facetten van het dagelijkse leven speelt amusement een steeds grotere rol. Om bezoekers te blijven trekken moeten musea dus wel hun imago bijstellen en amusement in hun programmering toelaten. Zij moeten zich daarom ook meer gaan richten op het grote publiek, op de massa en niet langer enkel op een zelf geselecteerd ‘elitepubliek’. Tevens moet de educatieve functie, die musea uiteraard hebben, niet worden overschat. Het is waar dat musea een grote educatieve rol hebben en zij zullen die ook altijd blijven behouden, maar daarnaast moet er meer worden gekeken naar wat musea kunnen betekenen op het sociale, economische en politieke vlak. Musea kunnen dit bereiken door zich breder te oriënteren dan op de expositie alleen. Zij zouden hiernaast meer faciliteiten kunnen bieden, zoals een museumshop en een cafetaria, om het publiek dichter tot elkaar te brengen. Dit zou een tegemoetkoming zijn aan de wens van het publiek, die in zijn vrije tijd graag sociaal contact heeft met andere mensen. Het is aannemelijk dat musea met meer faciliteiten een groter publiek zullen aantrekken, die dan ook vaker zal terugkomen. Deze bezoekers zouden dan wellicht ook bereidt zijn meer te betalen, dan wanneer zij enkel een, in hun ogen, ‘saaie’ tentoonstelling kunnen bezoeken. Dit is weer een stimulans voor de musea op economisch gebied. In ieder geval heeft amusement musea veel te bieden op financieel gebied, aangezien het gebruik van multimedia in musea een extra bron van inkomsten uit de privé-sector betekent.
Ten slotte zou ik willen noemen dat een toenemend aanbod van amusement bijdraagt aan de huidige trend dat musea zich steeds meer willen richten op speciale groepen van de bevolking. Musea programmeren bijvoorbeeld tijdelijke tentoonstellingen die zich richten op een specifieke doelgroep. Door meer aandacht aan specifieke groepen van de bevolking te besteden, proberen zij een zo groot mogelijk deel van de bevolking naar de musea te krijgen en amusement is hiervoor een uitstekende publiekstrekker.
Al met al valt er te concluderen dat het goed zou zijn als meer musea amusement zullen opnemen in hun programmering. Dit zou een enorme stimulans zijn voor de musea in zowel economisch opzicht als in een stijgende toename van de bezoekersaantallen. Door de bezoeker actief te laten deelnemen in het museum, door gebruik van amusement, zal tegemoet worden getreden aan de wensen van de bezoeker. Ik pleit daarom ook voor meer museale instellingen zoals de Beeld en Geluid Experience van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. © 2008 - 2010 Stephanie, gepubliceerd in Diversen (Kunst en Cultuur) op 20-06-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Stephanie is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Egyptische kunst 14: Egyptologische musea buiten Egypte: Het grootste Egyptologisch museum bevindt zich uiteraard in Egypte zelf. De grootste verzamelingen buiten Egypte zijn te vinden in Berlijn, Ehemals St…
- Aboriginal Art Museum in Utrecht: In 2001 is in Utrecht het Aboriginal Art Museum geopend. In het museum is allerlei aboriginal kunst te bezichtigen en te kopen. U kunt er ook terecht voor workshops, cursuss…
- Catharijneconvent: vernieuwd museum over religie: Een uniek museum voor kerkelijke kunst. Dat was Museum Catharijneconvent ruim 25 jaar. Nu bezoekers niet meer vanzelfsprekend op de hoogte zijn van bijbelver…
- Kunst: het Aboriginal Art Museum: In het hartje van de stad Utrecht, aan de Oudegracht, ligt het Aboriginal Art Museum. Het museum is een particulier initiatief, het ontvangt geen structurele overheidssubsid…
- Leuke uitstapjes in Noord-Brabant: De Efteling en de Beekse Bergen kent iedereen al wel. Maar er zijn genoeg andere leuke dingen te doen in Noord-Brabant. Ik heb wat tips voor leuke uitstapjes verzameld voor…
Bronnen en/of referenties
- Artikel: Hood M. G., ‘Staying away: Why people choose not to visit museums.’ Museum News (1983) p. 50-57.
- Artikel: Lin Yung-Neng. ‘Leisure—A function of museums? The Taiwan Perspective’, Museum Management and Curatorship 21 (2006) p. 302-316.
- Artikel: McPherson Gayle, ‘Public memories and private tastes: The shifting definitions of museums and their visitors in the UK’, Museum Management and Curatorship 21 (2006) p. 44-57.
- Artikel: Prince D. R., ‘Behavioural consistency and visitor attraction’, The International Journal of Museum Management and Curatorship 2 (1983) p. 235–247.
- Boek: Merriman N., (1991). Beyond the glass case: The past, the heritage and the public in Britain. Leicester 1991.
- Website: ‘Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid’ (13 mei 2008).
- Website: ‘Missie van het Nederlands instituut voor Beeld en Geluid’ (13 mei 2008).

Reageer op het artikel "‘Spelen’ in het museum"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

