Etiquette en Beleefdheid

Petites histoires

In 'petite histoire' neem ik u mee in de wereld van de weetjes. Achter heel wat gebruiken en termen zit een interessante geschiedenis verscholen. Ik hoop dat u er smalend plezier aan beleeft, en misschien maakt u er ooit nog indruk mee.


De oorsprong van een aantal termen

Etiquette
Filips de Goede van Bourgondië, hertog van Brabant en Limburg, gebruikte het woord etiquette voor de activiteiten aan zijn luisterrijke hof. Door het huwelijk van Maria van Bourgondië met Maxilmiliaan werd de etiquette (zowel de bezigheden als het woord zelf) uit Vlaanderen mee naar Oostenrijk genomen en kwam van daaruit in Spanje en Frnakrijk terecht. Versailles was een vruchtbare omgeving: ieder gebaar, iedere handeling werd er vastgelegd en moest volgens een gedetailleerd ceremonieel uitgevoerd worden. Vanaf dat moment waren de etiquetteregels van toepassing op alle omgang die volgens een bepaalde code verliep.

Bonbon
Het woord bonbon komt uit de Franse kindertaal en werd gebruikt voor iets dat heel erg lekker was. 'Bon' betekent namelijk 'lekker' in het Frans en 'bonbon' betekent... snoepje. Wij bedoelen er chocolaatjes en pralines mee.

De bistro
Bistro is een oorspronkelijk Russisch woord. De Kozakken die in 1814 Parijs bezetten wilden als ze de kroegen bezochten altijd zo snel mogelijk bediend worden.
'Bystro' is het Russische woord voor 'snel' en zo kregen de kroegen deze naam. In het Nederlands bedoelen we met bistro een Frans restaurantje.

De dagen van de week
Bij de Assyriërs duurde een week zes dagen, bij de Egyptenaren tien en in het oude Rome acht. Rond 4000 voor Christus stelden de Babyloniërs hun week op zeven dagen waarbij ze zich baseerden op de vier schijngestalten van de maan. De zevendaagse week werd in het hele Romeinse rijk ingevoerd. Onze weekdagen zijn afgeleiden van de Latijnse namen:
  • Maandag: dag van de maan
  • Dinsdag: genoemd naar Tiwaz, een Germaanse oorlogsgod
  • Woensdag: dag van Wodan
  • Donderdag: Donarsdag, god van de donder
  • Vrijdag: genoemd naar Freya, godin van de liefde
  • Zaterdag: dag van de god Saturnus
  • Zondag: dag van de zon

Snob
In de studententaal van Cambridge werd dit woord vanaf 1796 gebruikt voor ieder die geen deel uitmaakte van de universiteit.
Volgens andere bronnen, heeft het woord te maken met de Latijnse uitdrukking 'sine nobilitate' die door de universiteit van Eton gebruikt werd om in de registers aan te geven welke leerlingen níet van adellijke afkomst waren.

De oorsprong van een aantal gebruiken

Zeep
'Die Kultur enies Volkes richtet sich nach dem Verbrauch von Seife' zo zei Von Liebig in 1844.
Onze voorouders konden zich alleen maar in de winter lekker inzepen en het is dan ook niet raar, maar wel juist, dat ze een ongelooflijk gebrek aan hygiëne hadden. De soda die per schip uit Afrika kwam werd in de Europese havens gezoden in grote ketels met een temperatuur van 120°C. Lodewijk XIV verbood het zeepzieden in de zomer omdat de olie ranzig werd en de zeep vreemd ging ruiken. Staven van 40 kg verdeelde men in stukken van 3,7 kg die (per zeepkist!) naar de kruidenier gingen waar de klant zelf aangaf hoeveel hij wilde hebben. Pas aan het eind van de 19de eeuw werde de stukjes zeep voorverpakt.

Croissants
Toen de Turken in 1683 uit Wenen werden verdreven kwam een fantasierijke bakker er op het idee om zijn broodjes de vorm te geven van het embleem van het Turkse Rijk, de maansikkel (croissant in het Frans). Hiermee werd de overwinning smakelijlk gevierd.

Jij en u
In de laatste eeuwen van het Romeinse rijk duidden de Romeinse keizers zichzelf aan met de pluralis majestatis 'wij', om de doodeenvoudige reden dat de macht in handen was van een triumviraat. Deze gewoonte werd overgenomen door de Franse koningen en andere vorsten. Zij verboden hun onderdanen vervolgens om de gangbare jij-vorm nog langer te gebruiken en wensten uitsluitend met het eerbiedige 'u' aangesproken te worden. Dit is een verklaring voor het nog steeds bestaande onderscheid tussen het plechtige 'u' en het gewone 'jij'.

Peters en meters
In de Middeleeuwen waren de peter en de meter onlosmakelijk verbonden met het doopsel. Er bestonden toen immers nog geen geboorteregisters en de wettigheid van de doop was afhankelijk van de getuigenis van peters en meters, waarvan er overigens voor de zekerheid twee of drie gekozen werden.
Uit deze periode stamt overigens ook de achthoekige vorm van de doopvont: het cijfer acht is altijd beschouwd als het symbool van volmaakt evenwicht.

Over kleding...

Smoking
De smoking is de naam van een jasje dat in de 19de eeuw mode werd. Aan het eind van een diner wisselden de mannen hun rokjas om voor een 'smoking jacket'. Zo konden zij rustig sigaren of sigaretten roken zonder dat de tabakslucht hun echtgenotes later hinderde.

Knoopsluitingen
Bij mannen zitten de knopen rechts op de kleding, bij vrouwen links. Waarom? Hier bestaan verschillende theorieën over: door met de linkerhand de knopen dicht te maken hielden de mannen hun rechterhand vrij om naar hun zwaard te grijpen. Voor vrouwen die borstvoeding gaven was het gemakkelijker om met de rechterhand de knopen te openen terwijl ze het kind op de arm hielden.
Anderen beweren dat het te maken heeft met de gewoonte dat vrouwen door hun kamermeisjes werden aangekleed en dat het voor de kleedsters gemakkelijker was om de knopen van rechts naar links vast te maken. Omdat de mannen zichzelf kleedden was het voor hen gemakkelijker om van links naar rechts te knopen.
De mode van dubbele knoopsluitingen op colberts werd ingevoerd door de hertog van Windsor in de jaren dertig. Pas na WO II werd met het ontstaan van confectiekleding de dubbele sluiting weer vervangen door een enkele omdat die gemakkelijker te vervaardigen was.
De overbodige maar nog steeds aanwezige knopen op de mouwen van herenjasjes zijn een overblijfsel van de lakense jas met strak dichtgeknoopte mouwen. Dit is de zogenaamde Engelse stijl die dateert uit de 18de eeuw.
Nog een leuk weetje: bij overhemden is alleen het eerste knoopsgat horizontaal, alle andere verticaal. Op die manier blijft een overhemd goed recht zitten.

De blazer
In 1860 ergerde de kapiteit van het schip H.M.S. Blazer zich zo aan de slordige klederdracht van zijn bemanning dat hij hen opdroeg voortaan een donkerblauw jasje te dragen met de knopen van de Royal Navy. Hij gaf de naam van het schip aan het kledingstuk dat vandaag nog gedragen wordt in informele situaties, met op het borstzakje een wapen of een embleem in de clubkleuren.

De stropdas
Vroeger kon men de sociale status van iemand aflezen aan de manier waarop hij zijn stropdas gestrikt had. Geen gemakkelijke opgave als men weet dat er 32 verschillende knopen bestaan.

Het mantelpak
Op een dag kwam een Engelse kleermaker op het idee om het mannenkostuum aan te passen aan de vrouw. De eerste mantelpakken bestonden uit een lange rechte rok met een jasje en waren vaak versierd met een grote strik.

Hoge hakken
Hoge hakken deden hun intrede aan het einde van de 17de eeuw en zijn voor vrouwen in de mode gebleven. De hakken van de mannen waren destijds bloedrood van kleur. Deze mode was ontstaan nadat Gaston van Orléans, de broer van Lodewijk XIII, op een ochtend via het slachthuis naar het Louvre ging. De hovelingen bleven tot het eind van het Ancien Régime rode hakken dragen. Bij de parlementariërs en de geestelijkheid vond deze trend echter geen navolging.
Tot het midden van de 19de eeuw droegen mannen laarzen met hakken. Dankzij die hakken konden ze op het paard hun voeten goed klemzetten in de stijgbeugels.
© 2006 - 2008 Guggenheimer, gepubliceerd in Diversen (Kunst en Cultuur) op 13-12-2006. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Petites histoires"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.