Feestdagen en Chanoeka

Maoz Tsoer: loflied tijdens Chanoekafeest

Het loflied Maoz Tsoer dat gezongen wordt tijdens Chanoekka, stamt uit het begin van de 13de eeuw, de auteur is Mordechaj ben Jitschak. De beginletters van de eerste vijf strofen vormen de naam Mordechai. De laatste strofe is uit een later periode.


Wat het Chanoekafeest inhoudt is te lezen in mijn artikel Joodse feestdagen: Chanoeka.

De martelaren

Antiochus keerde woedend uit Egypte terug vanwege de Romeinse inmenging met zijn ambities. Toen hij hoorde wat had plaatsgevonden in Jeruzalem, gaf hij zijn leger de opdracht de joden aan te vallen. Duizenden joden werden gedood. Antiochus vaardigde een aantal harde decreten uit tegen de joden. De joodse godsdienst werd verboden; de wetsrollen werden in beslaggenomen en verbrand. Sjabbatsrust, besnijdenis en de kasjroetwetten werden verboden op straffe van de dood. Zelfs rabbi Eliëzer, een gerespecteerde rabbijn, werd gedwongen varkensvlees te eten zodat anderen hetzelfde zouden doen. Maar Eliëzer weigerde en werd ter dood gebracht. Er waren duizenden anderen die hun leven opofferden.

Maoz Tsoer

Mijn machtige rotsvaste hulp, aangenaam is het U te prijzen.
Herstel toch mijn bedehuis.
Dan willen wij U daar een dankoffer brengen.
Wanneer U de plaats van terechtstelling
Van de hondse vijand zult bepalen
Zal ik met psalmzang de herinwijding van het altaar beëindigen.

Mijn ziel was de ongelukken zat, mijn kracht door zorgen bezweken.
Men verbitterde mijn leven in dwangarbeid door Egyptisch bewind.
Hij, die grootste macht bezit,
Heeft Zijn geliefd bezit eruit gevoerd.
Het leger van Fara'o en al de zijnen zonken als een steen in de diepte.

Hij bracht mij naar Zijn heilige tempel,
Maar ook daar vond ik geen veiligheid.
Nebudkadnezar verdreef mij en stuurde mij in ballingschap,
Omdat ik afgoden had gediend.
Van de lijdensbeker moest ik drinken en was bijna ten ondergegaan.
Het einde kwam, Zeroebawel werd aangesteld;
Na zeventig jaar werd ik gered.

Haman, de Aggagiet, zoon van Hammedata wilde Mordechaj,
Die als een cypres overeind stond, vellen,
Dit bracht hem ten val en zijn trots werd gebroken.
De Benjamiet, Mordechaj, Hebt U op een hoge post geplaatst.
En de naam van de vijand hebt U uitgewist;
Zijn talrijke kinderschaar, zijn bezit, hebt U aan de galg gehangen.

Toen, in de dagen van de Chasjmioneeërs,
Hadden vergriekste Syriërs zich tegen ons aaneengesloten.
Ze schoten een bres in mijn vestingmuren en maakten alle olie onrein.
Maar met de laatste rest van de kruiken
Werd voor Jisrael een wonder gedaan.
Wijze mannen hebben toen acht dagen voor lied en juichen bepaald.

Ontbloot Uw heilige arm en bespoedig de dag van de verlossing,
Neem wraak op de moedwillige booswichten voor hen die U dienen
Want het duurt al zo lang en er komt geen eind aan de ongelukstijd.
Verstoot de aartsvijand 'Esav tot in de diepste schaduw van de dood
En stel zeven herders aan - om Uw kudde te bewaken -


Meer over Chanoeka is te lezen in mijn special Het Chanoeka feest.
© 2007 - 2010 Etsel, gepubliceerd in Feestdagen (Kunst en Cultuur) op 28-11-2007, laatst gewijzigd op 30-11-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Siach Jitschak - NIK

Reageer op het artikel "Maoz Tsoer: loflied tijdens Chanoekafeest"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.