Geschiedenis en Arabieren

Zionisme 9: De Zionisten en de Arabieren

Toen Joden begonnen te denken aan terugkeer naar Israël in het begin van de 19de eeuw waren er ongeveer 200.000 Arabieren die in Palestina leefden. De meesten woonden geconcentreerd op de Westelijke Jordaanoever en in Galilea. Ze hadden geen nationalistische gevoelens. In westerse (Joodse) ogen was Palestina een land zonder natie. Herzl zag Palestina utopisch als een land zonder strijd en waarbij nationale en economische problemen met goede wil konden worden opgelost.


Dit is een vervolg op het artikel Zionisme 8.

Kolonialisme

De vroege Zionistische leiders zagen geen probleem in kolonialisme. Het was in Europa in die tijd de mode en progressief. Kolonialisme werd gezien als andere ideeën zoals socialisme en nationalisme. Later werden de Zionisten sterk beïnvloed door socialisme en schaamden zich voor kolonialisme. Zij waren zich ervan bewust dat Arabieren in Palestina woonden. Velen dachten echter dat de Arabieren zouden profiteren van de Joodse immigratie en het zouden verwelkomen. Sommigen spraken openlijk over verdrijving van Arabieren uit Palestina. Maar er waren ook Zionisten die waarschuwden voor het Arabische probleem, zoals de schrijver Achad Haam (Asher Ginsberg). Ginsberg voorspelde dat de Arabieren zich tegen de Joodse vestiging zouden gaan keren.

Arabisch verzet

Arabische oppositie tegen het Zionisme nam na 1900 toe. Dit kwam door de geboorte van het Arabisch nationalisme en Arabische politieke aspiraties in het Ottomaanse rijk gelijktijdig met het Joods nationalisme (Zionisme). De Arabische schrijver Najib Azouri schreef in zijn boek Reveil de la Nation Arab (1905) dat zich twee nationalistische stromingen ontwikkelden en dat één ervan zou winnen. Rashid Khalidi schrijft in zijn boek Palestinian Identity (1997) dat Arabieren zich verzetten tegen de aankoop van land door de Zionisten van grootgrondbezitters. De Palestijnse keuterboeren die het land huurden werden van het land gezet met een compensatieregeling. Desondanks verzetten zij zich er tegen en probeerden het land met geweld terug te krijgen. Terwijl het feitelijke aantal ontzette Palestijnse boeren laag was en zij economische voordelen kregen door toenemende werkgelegenheid vanwege Zionistische investeringen, nam de haat van de Arabieren tegen de Zionisten toe. Toen het conflict zich intensiveerde vormden de Zionisten verdediging organisaties, Hashomer, om de nederzettingen te bewaken. Deze namen de plek in van Arabische bewakers. Pogingen het land terug te nemen en ruzies met de Joodse bewakers leidden tot toenemend geweld in 1911.

Verhouding met de Arabieren tijdens Britse Mandaat

Toen de Britten in de Balfour Verklaring een Joods Nationaal Tehuis beloofden dachten vele Zionisten nog dat een conflict met de Arabieren niet onvermijdelijk was. En de meesten dachten ook niet aan verdrijving van de Arabieren. De Arabieren voelden zich echter door de Britten verraadden. Zij voelden er niet voor in een land te wonen met een Joodse meerderheid.

In 1920 en 1921 braken anti-Joodse rellen uit. Deze gingen gepaard met sterke Westerse antisemitische gevoelens. De afgezette burgemeester van Jeruzalem, Moesa Kazim El Hoesseini zei tegen Winston Churchill in 1921: "De Joden behoren onder de meest actieve aanzetters van vernietiging in vele landen...Het is bekend dat het uiteenvallen van Rusland geheel of gedeeltelijk door de Joden is veroorzaakt en een groot aandeel van het verlies van Duitsland en Oostenrijk ook hun schuld is."

In deze periode konden de Zionisten de Arabieren niet meer negeren. In 1920 werd de Haganah opgericht door de Revisionistische Zionist Jabotinsky, maar deze speelde geen belangrijke rol in het grote project van de Zionistische beweging tot na de rellen van 1930.

Ondertussen groeiden de Arabische en Joodse gemeenschap steeds verder uit elkaar. De Arabieren weigerden deel te nemen in een Palestijnse lokale regering die een gelijke vertegenwoordiging gaf aan de Joodse minderheid. Noch Joden noch Arabieren wilden gemengde scholen. Ook richtten de Zionisten de Histadroet vakbond op voor Joden. De Arabieren richtten zoiets niet op, hoewel de Histadroet pogingen deed Arabische arbeid te organiseren in 1927. Ook de Palestijnse Communistische partij probeerde zowel Arabische als Joodse arbeiders te vertegenwoordigen.

Meer over Zionisme is te lezen in mijn special De geschiedenis van het Zionisme.
© 2008 - 2009 Etsel, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 28-01-2008, laatst gewijzigd op 29-01-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Zionism and Israel Information Center

Reageer op het artikel "Zionisme 9: De Zionisten en de Arabieren"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.