InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Nederland in de hoge middeleeuwen: Willem I en Kruistochten

Nederland in de hoge middeleeuwen: Willem I en Kruistochten

Nederland in de hoge middeleeuwen: Willem I en Kruistochten Als de Lage Landen de hoge middeleeuwen bereiken begint het geloof een steeds belangrijkere rol te spelen. Kerken, gebedshuizen en kloosters veranderen het landschap in korte tijd en veel hooggeplaatsten edelen doen hun best om in een goed blaadje te komen bij de paus. Daarnaast begint in Europa het idee te leven dat het Heilige Land (Israël) van zijn islamitische overheersers bevrijd moest worden. Er worden diverse militaire operaties georganiseerd die de naam Kruistochten krijgen. Diversen vorsten en edellieden uit de Lage Landen besluiten ook hun steentje bij te dragen. Daarnaast speelt Willem I, de graaf van Holland een belangrijke rol tijdens de Vijfde Kruistocht. Om zijn rol beter te kunnen begrijpen volgen we hem en zijn leven vanaf de Derde Kruistocht.

Inhoud


De Lage Landen op weg naar de hoge middeleeuwen

De periodes die wij de middeleeuwen noemen was een enorm lange periode en liep van ongeveer het jaar 50 tot het jaar 1500 na Christus. Om de middeleeuwen overzichtelijk te houden hebben de historici haar verdeeld in een drietal periodes: de vroege, hoge en late middeleeuwen. Vooral de hoge middeleeuwen was voor de gebieden in de Lage Landen een zeer belangrijke periode mede omdat de gewesten (de voorlopers van onze huidige provincies) steeds meer vorm begonnen te krijgen.

Vroege middeleeuwen

Niet alleen de gewesten werden gevormd in de hoge middeleeuwen, ook de beroemden Kruistochten gingen van start. Om de beweegredenen achter de Kruistochten goed te kunnen begrijpen blikken we kort terug naar de vroege middeleeuwen. De eerste officiële bestuurders van de gebieden in de Lage Landen waren de Romeinen. Zij bewoonden ons land zo rond de jaartelling en hadden enorm veel macht in Europa. Helaas werd de kracht van de Romeinen ook hun ondergang. Het Romeinse Rijk werd op een gegeven moment zo groot dat het uit elkaar viel.

Toen de Romeinen aan de terugtocht begonnen waren het de Franken, afkomstig uit het huidige Duitsland, die de macht overnamen. De verovering door de Franken ging uiteraard niet over één nacht ijs maar nam ongeveer driehonderd jaar in beslag. Toen in 481 koning Clovis I (466-511), koning der Franken aan de macht kwam veranderde er veel voor de inwoners van de Lage Landen. In tegenstelling tot de vorige leiders had Clovis I zich tot het katholieke geloof bekeerd om op deze manier (financiële) steun van de paus te krijgen. De Franken volgden massaal het voorbeeld van hun koning en bekeerden zich vrijwillig. De overige inwoners van de Lage Landen werden, desnoods met geweld, gedwongen zich ook te bekeren. De koninklijke opvolgers van Clovis erkenden allemaal het belang van het geloof en gingen dan ook verder met bekeren waar Clovis was gestopt.

Hoge middeleeuwen

Bij het naderen van het jaar 950 komen we in de periode die de hoge middeleeuwen wordt genoemd. De macht van het Frankische volk was enorm toegenomen en hun gebieden tezamen werden het Heilige Roomse Rijk genoemd. Het Heilige Roomse Rijk stond onder leiding van de Rooms Duitse keizer. Maar de keizer had geen makkelijke baan. Net als de Romeinen eeuwen geleden dreigde ook het Heilige Roomse Rijk aan zijn eigen succes ten onder te gaan. Het gebied was immers zo groot dat er simpelweg geen controle meer mogelijk was. De keizer besloot daarom een stelsel van leenheren in te voeren. De keizer stelde hierbij een edelman aan die de leiding kreeg over een bepaald gebied. De edelman, ook wel leenheer genoemd, kreeg de macht van de keizer om zijn gebied naar eigen inzicht te besturen en werd hier vorstelijk voor beloond. Officieel gezien had de Rooms Duitse keizer de macht over het gebied, maar in de praktijk waren het de leenheren die bepaalden wat er gebeurde. Door dit leenstelsel begonnen gebieden een steeds vastere vorm aan te nemen, steden begonnen te groeien en grenzen werden afgebakend. Zo werd de basis voor onze huidige provincies gelegd.

Bevrijd het Heilige Land!

De meeste leenheren kregen al snel een titel zoals baron, (burg) graaf of hertog en deze titels brachten veel macht met zich mee. Maar voor veel heren was dat niet genoeg. In hun zoektocht naar macht hoorden zij steeds vaker verhalen over het organiseren van tochten om het Heilige Land te bevrijden. De personen die mee gingen zouden hier rijkelijk voor worden beloond. Dit zette veel mannen aan het denken. Toen de verhalen werden omgezet in concrete plannen waren er veel leenheren uit de Lage Landen die zich aanmelden om mee te gaan of middelen ter beschikking stelden.

Het ontstaan van de Kruistochten

Een directe en duidelijke aanleiding voor het beginnen van de Kruistochten is nooit gevonden, wel zijn er vermoedens waar deze veroveringsdrang vandaan kwamen. Het veroveren van land bracht macht en rijkdom met zich mee voor de overwinnaar en dit was dan ook een geliefde bezigheid van velen in de middeleeuwen. Maar gebieden werden steeds groter en de grenzen werden steeds duidelijker afgebakend én waar nodig fel verdedigd. En voor de zoveelste keer een strijd met je buurman aan gaan gaat vervelen... De enige mogelijkheid die de hoge heren nog hadden was gebied veroveren buiten hun eigen landsgrenzen. Maar in Europa was deze strijd ook al gestreden. Er was nog wel een ander land dat "bevrijd" kon worden. Het zogenoemde Heilige Land - het huidige Israël en de Westelijke Jordaanoever. Volgens de westerse christenen moest het land worden bevrijd van hun islamitische overheersers. Waarom dat opeens nu moest gebeuren is onduidelijk. De islamitische "overheersers' hadden dit land sinds 638 na Christus in hun bezit zonder dat dat ooit enig probleem had opgeleverd. Maar daar kwam nu verandering in.

keizer Alexios I Komnenos (1056-1118) / Bron: Anonymous / Wikimedia Commonskeizer Alexios I Komnenos (1056-1118) / Bron: Anonymous / Wikimedia Commons
De Eerste Kruistocht (1096-1099)
Het was keizer Alexios I Komnenos (1056-1118), keizer van het Byzantijnse Rijk, die de Eerste Kruistocht organiseerde. Alexios had net als veel anderen de verhalen en ideeën over het organiseren van Kruistochten aangehoord. Hij besloot als eerste de koe bij de hoorns te vatten. Alexios vroeg toenmalige paus Urbanus II (1034 of 1042 -1099) om toestemming en kreeg deze. Daarnaast vroeg Alexios ook zijn vriend Robrecht I de Fries (1029 of 1032-1093), graaf van Vlaanderen, om hulp en ook deze stemde toe. Urbanus II steunde de tocht financieel, Robrecht zorgde voor een leger kruisridders en Alexios stelde Boudewijn van Boulogne (1068-1118), graaf van Boulogne, aan als leider van de tocht.

Boudewijn en zijn leger hebben het Heilige Land tijdens de Eerste Kruistocht niet bereikt maar wisten toch een klein succes(je) te boeken. De kruisvaarders stichtten een klein graafschap op de grens van het huidige Syrië en Turkije, wat de naam Edessa kreeg. Daarnaast profiteerde het thuisland van de Eerste Kruistocht door het opbloeien van de handel en scheepvaart.

Kruistocht Twee tot en met Vier

Na terugkomst werden de kruisvaarders als helden onthaald ondanks dat ze hun doel niet hadden bereikt. Iedereen leek even bij te willen komen van de tocht want niemand nam het voortouw om een tweede tocht te organiseren. Toen rond 1144 berichten binnenkwamen dat het eerder gestichte graafschap Edessa was gevallen moesten de heren wel op pad om te kijken of er nog wat te redden viel.

De Tweede Kruistocht (1145-1149)

Het was deze keer Paus Eugenius III (onbekend-1153) die de organisatie van de tocht op zich nam. Eugenius vroeg Lodewijk VII (11120-1180) koning van Frankrijk en Koenraad III (1093-1152) koning van Hohenstaufen, om hulp. Beiden heren voelden zich vereerd en gaven gehoor aan het verzoek van de paus. Lodewijk en Koenraad stelden een groot leger samen en zeilden vol vertrouwen richting Edessa. Daar aangekomen leed het leger zware verliezen en verloor de helft van haar kruisridders. Maar beide koningen besloten om het bijltje er niet bij neer te gooien, ze verzamelden hun resterende ridders en besloten hun tocht richting de Heilige Stad (Jeruzalem) voort te zetten. Dapper, maar onverstandig. Toen het leger langs de stad Damascus kwam besloten ze, in een vlaag van verstandsverbijstering, haar aan te vallen. Het leger kruisvaarders werd met de grond gelijk gemaakt. Het enige succes wat tijdens de tweede tocht werd geboekt was dat het Europa lukte om gezamenlijk een 13.000 man tellende troepenmacht op de been te brengen. Het leger bestond onder andere uit Duitsers, Engelsen, Friezen, Normandiërs, Schotten en Vlamingen.

Floris III (1140-1190), graaf van Holland / Bron: Publiek domein / Wikimedia CommonsFloris III (1140-1190), graaf van Holland / Bron: Publiek domein / Wikimedia Commons
De Derde Kruistocht (1189-1192)
Ondanks de grote inspanningen die waren geleverd kunnen we gerust stellen dat de eerste twee Kruistochten niet het succes leverden waar op was gehoopt. Ondanks de vele tegenvallers waren de westerse christenen nog steeds overtuigd van het feit dat ze het Heilige Land moesten bevrijden en besloten een Derde Kruistocht te organiseren. Diverse machtigen vorsten werden opgeroepen om deel te nemen en gaven hier gretig gehoor aan. De koning van Engeland, Hendrik II (1133-1189) en de koning van Frankrijk, Filips II (1165-1223) besloten zelfs om hun langlopende ruzie bij te leggen en samen op Kruistocht te gaan. Naast Filips en Hendrik reageerde ook de hoog bejaarde Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa (1122-1190) op de oproep en hij verzamelde een enorm leger kruisvaarders. De Lage Landen lieten ook van zich horen tijdens deze reis. Zowel de graaf van Kleef, als de graaf van Gelre en de graaf van Holland besloten alle drie in hoogst eigen persoon met hun legers mee te reizen richting het Heilige Land. De graaf van Holland, Floris III (1140-1190), besloot om zijn tweede zoon Willem I (ca. 1175-1222) mee te nemen op reis, dit zou een goede leerschool voor de jongeman zijn.

Vlak voor vertrek kwam de Engelse koning Hendrik te overlijden. Maar gelukkig nam Hendriks zoon en opvolger, Richard Leeuwenhart (1157-1199), zijn plaats in. Helaas verliep de reis zelf ook niet zonder problemen. Tijdens een zware storm sloeg de Rooms-Duitse keizer Barbarossa overboord en verdronk. Een deel van zijn manschappen raakt zo ontmoedigd door het verlies van hun leider dat zij per direct huiswaarts keerden. Toch mag de Derde Kruistocht een succes genoemd worden. Richard Leeuwenhart wist, met hulp van de anderen kruisvaarders, de Heilige Stad Jeruzalem te bereiken en te veroveren. Maar al snel kreeg Richard generaal Saladin (1137-119), leider van de Ajjoebiden op zijn dak en deze wist Richard al snel weer uit Jeruzalem te verdrijven. Om geen onnodig bloed te vergieten besloten Saladin en Richard een deal te sluiten. Jeruzalem mocht onder controle van de moslims blijven, maar het stond vanaf dat moment ook ongewapende christelijke pelgrims toe om de stad te bezoeken.

De Vierde Kruistocht (1202-1204)

Het was paus Innocentius III (1160 of 1161 - 1216) die opriep tot de Vierde Kruistocht. Hij wilde de Heilige Stad Jeruzalem op de moslims heroveren. Maar vanuit Europa kwam er vrijwel geen gehoor op de oproep van de paus. De Engelsen en Spanjaarden hadden het veel te druk met oorlog voeren en in de Lage Landen vonden ze dat ze hun steentje al genoeg hadden bijgedragen. Maar uiteindelijk kreeg Bonifatius van Montferrat (onbekend) de leiding over de tocht. Bonifatius nam met hem mee op reis; Simon IV van Montfort (onbekend - 1218), de graaf van Leicester, enkelen heren van het huis Villehardouin en Boudewijn IX (1171 - 1205), graaf van Vlaanderen en Henegouwen. Het leger wist de stad Zara, gelegen in Dalmiate, te veroveren en ze mengden zich in de troonopvolging van Constantinopel. Ze wisten de stad in 1204 te veroveren en kozen Boudewijn IX tot eerste keizer van het nieuwe Latijnse Keizerrijk, de nieuwe naam van Constantinopel.

Willem I van Holland en de Kruistochten

In aanloop naar de Vijfde Kruistocht blikken we even terug op de Derde Kruistocht. Met name naar de graaf van Holland, Floris III en zijn zoon Willem I. Wat een goede leerschool voor Willem I had moeten zijn eindigde in gevangenschap in Frankrijk. Bij terugkomst in Holland kon Willem het niet verkroppen dat zijn oudere broer Dirk de graaflijke titel van hun vader had geërfd en gaat de strijd met hem aan. Een langlopende broedertwist met als straf excommunicatie van de paus, leidde tot een gedwongen deelname van Willem I aan de Vijfde Kruistocht.

Willem I, graaf van Holland van 1213 tot 1222 / Bron: Publiek domein / Wikimedia CommonsWillem I, graaf van Holland van 1213 tot 1222 / Bron: Publiek domein / Wikimedia Commons
Willem's reis
Zodra Willem en Floris op reis waren ging het mis. Op 1 augustus 1190 blaast Floris III zijn laatste adem uit en de pas 14-jarige Willem I kwam er vanaf dat moment alleen voor te staan. Omdat niemand zich om hem bekommerde besloot hij terug naar huis te gaan, maar toen hij door Frankrijk reisde werd hij om onduidelijke redenen gevangengenomen. De reden van zijn gevangenneming is niet bekend maar ongeveer een jaar later was de jonge Willem weer op vrije voeten en vervolgde zijn reis naar huis, naar Holland. Thuis aangekomen kreeg Willem al snel ruzie met zijn oudere broer Dirk VII (onbekend - 1203), die hun vader was opgevolgd als graaf van Holland. Willem vond dat hij meer recht had op de titel omdat hij op Kruistocht was geweest.

Dirk VII, graaf van Holland van 1190 tot 1203 / Bron: Publiek domein / Wikimedia CommonsDirk VII, graaf van Holland van 1190 tot 1203 / Bron: Publiek domein / Wikimedia Commons
Broedertwist
Al snel kwamen de beide broers lijnrecht tegen over elkaar te staan, alleen was Dirk als graaf veel machtiger dan Willem. Willem besloot hulp te zoeken bij de opstandige buren van Holland; de Friezen. Zij wilden Willem wel helpen om de macht op Dirk te veroveren in ruil voor land als Willem I graaf zou worden. Oudere broer Dirk was zich totaal niet bewust van de plannen van zijn jongere broertje en zat voor verplichtingen in Zeeland toen hij het bericht ontving dat Willem en de Friezen op oorlogspad waren. Omdat Dirk met geen mogelijkheid uit Zeeland weg kon besloot hij zijn vrouw, Aleid van Kleef (geboorte- en overlijdensdatum onbekend) de leiding over het Hollandse leger te geven. In november 1195 kwam het tot een treffen tussen Willem en zijn schoonzus Aleid van Kleef. Na een hevige strijd trokken Aleid en haar Hollandse leger aan het langste eind en Willem en zijn Friezen bliezen de aftocht. Dirk begon nu toch wel medelijden met zijn jongere broer te krijgen en bood hem als troost het bestuur van het graafschap Midden-Friesland aan.

De huwelijksvoltrekking tussen Ada, gravin van Holland en Lodewijk II, graaf van Loon / Bron: Johannes de beka / Wikimedia CommonsDe huwelijksvoltrekking tussen Ada, gravin van Holland en Lodewijk II, graaf van Loon / Bron: Johannes de beka / Wikimedia Commons
Loonse oorlog
Willem accepteerde het aanbod van zijn broer en hield zich een tijd gedeisd. Of in ieder geval Willem probeerde het. Maar hij had het continu met zijn rovende en plunderende buurman Hendrik de Kraan (geboorte- en overlijdensdatum onbekend), de heer van Kuinre, aan de stok. Helaas voor Willem was Hendrik niet alleen zijn buurman, maar ook zijn oom én twee handen op één buik met zijn broer Dirk en de bisschop van Utrecht. Ondanks deze familieband is Willem het geroof en geplunder van zijn oom meer dan zat en besloot wraak te nemen door de Kuinderburcht met de grond gelijk te maken. Dit schoot in het verkeerde keelgat van de beschermheren van Hendrik en ze Hendrik toestemming om zijn neef Willem gevangen te nemen. Lang duurde het gevangenschap van Willem niet, want hij wist al snel te ontsnappen en zocht zijn heil bij Otto I (1150-1270), de graaf van Gelre en een tegenstander van zijn broer Dirk. Of het een huwelijk uit liefde was of alleen uit strategisch oogpunt is niet duidelijk maar in 1197 trouwde Willem met de dochter van zijn beschermheer in de Friese plaats Stavoren. De naam van Willem's vrouw was Aleid (1182-1218) van Gelre.

Met de steun van zijn machtigen schoonvader besloot Willem nogmaals ten strijde te trekken tegen zijn broer Dirk, maar deze weet al Willem's aanvallen af te slaan. In 1203 kwam er eindelijk een eind aan de strijd tussen de beide broers omdat Dirk overleed. Dirk liet bij zijn overlijden zijn vrouw, Aleid van Kleef, en hun drie dochters achter. Dirks oudste dochter Ada (1188-1223) erfde zijn titel en werd gravin van Holland. Dit was natuurlijk tegen het zere been van oom Willem en hij besloot om zijn nicht de oorlog te verklaren. Ada's moeder, Aleid, had dit al voorzien en had besloten om Ada zo snel mogelijk uit te huwelijken aan Lodewijk II (onbekend-1218), de graaf van Loon. Zo maakte Ada in ieder geval nog kans om een oorlog van haar oom Willem te winnen. De oorlog die volgde kreeg de naam de Loonse oorlog en duurden in totaal drie jaar.

Willem I, graaf van Holland

Willem trok uiteindelijk aan het langste eind en hij wist zijn nichtje Ada gevangen te nemen. Omdat hij haar als een gevaar beschouwde wilde hij haar niet langer in Holland hebben. Hij stuurde haar naar zijn vriend, de Engelse koning Jan zonder Land (1167-1216) waar Ada een aantal jaren in ballingschap leefde. Na Ada's gevangneming besloten Aleid van Kleef en haar schoonzoon Lodewijk van Loon om de Lage Landen te verlaten voor hun eigen veiligheid. Maar Lodewijk liet het er niet bij zitten. Vanuit het buitenland was hij druk bezig om een aanval tegen Willem op te zetten om Holland zo weer terug te krijgen. Lodewijk wist een aantal bondgenootschappen te sluiten en op deze manier weer terrein op Willem te winnen. Maar helaas voor Lodewijk lieten zijn bondgenoten hem al snel in de steek. Willem wist zijn verloren gebieden al snel weer te heroveren op Lodewijk en in 1206 kwamen de heren tot de conclusie dat de oorlog hun nog geen steek verder had gebracht en alleen maar handen vol met geld had gekost. Ze besloten het gewest Holland in tweeën te delen. Zeeland en de zuidelijke gebieden van Holland kwamen onder leiding van Willem te staan en de overigen delen onder leiding van Lodewijk. Op papier leek dit een prima afspraak, maar in de praktijk kwam er niets van terecht. Willem overschaduwde Lodewijk al snel en Lodewijk had de macht niet om hier iets aan te doen. In 1213 kwam er aan de tweedeling van Holland een eind toen keizer Otto IV van Brunswijk (1175 of 1176 - 1218), toenmalige keizer van het Heilige Roomse Rijk, Willem I erkende als graaf van het volledige gewest Holland en Zeeland.

De Vijfde Kruistocht (1213-1221)

Het jaar 1213 was een bewogen jaar voor de inmiddels tot graaf benoemde Willem I. Naast zijn benoeming deed hij dat jaar ook nog mee aan de Vijfde Kruistocht die werd georganiseerd. De deelname van Willem was alleen niet geheel vrijwillig. De veroveringsdrang van Willem kende geen grenzen en hij had zich gemengd in de oorlog van de Fransen tegen de Engelsen. Dit was tegen het zere been van Willems oude vriend, koning Jan (zonder Land) van Engeland. Jan besloot zijn beklag te doen bij de paus en dit had grote gevolgen voor Willem I van Holland.

Ruzie met de paus

Na de aanval van Willem was koning Jan van Engeland woedend en hij besloot per direct om Willem I niet meer te erkennen als graaf van Holland en besloot openlijk zijn steun te betuigen aan Lodewijk van Loon. Daarnaast deed Jan zijn beklag bij de toenmalige paus Honorius III (1160-1227) wat tot gevolg had dat Honorius III besloot Willem I te excommuniceren. Oftewel ook Honorius erkende Willem I niet meer als graaf van Holland en hij riep zijn christelijke volgeling op dit ook niet meer te doen. Officieel gezien had Holland geen leider volgens de katholieke kerk. Dit kwam neer op een vogelvrijverklaring voor Willem I, hij was zijn leven niet langer zeker. Toen er steeds meer geluiden op gingen om een Vijfde Kruistocht te organiseren besloot Willem dat dit zijn kans was om weer in genade te komen bij de paus.

Ligging van de stad Akko ingetekend op de huidige kaart van Israël / Bron: NordNordWest / Wikimedia CommonsLigging van de stad Akko ingetekend op de huidige kaart van Israël / Bron: NordNordWest / Wikimedia Commons
Voorbereiding
Willem meldde zich aan voor de Kruistocht en dit leverde hem veel aanzien op in de Lage Landen. Het was voor Willem namelijk de tweede Kruistocht die hij ging ondernemen, hij was als 14 jarige jongen tenslotte ook mee geweest op de Derde Kruistocht. Paus Honorius III was helaas minder vergevingsgezind, Willem mocht mee op de tocht, maar hij hief de ban van excommunicatie (nog) niet op. Andreas II (1175-1235), de koning van Hongarije en Leopold VI (1176-1230), de hertog van Oostenrijk kregen de leiding over de Vijfde Kruistocht. Het plan was om Jeruzalem en de rest van het Heilige Land te veroveren door eerst het machtigen Egypte op de Ajjoebiden te veroveren. De Ajjoebiden waren een islamitische dynastie die over (delen van) Egypte, Noord-Irak en Syrië heersten in de 12e en 13e eeuw. Zodra iedereen gereed was voor vertrek zeilden duizenden kruisvaarders uit diversen delen van Europa richting Akko (een oude havenplaats in het noorden van Israël, gelegen aan de Middellandse Zee). Ook Willem I en zijn leger zeilden uit, maar kwamen al snel in de problemen ter hoogte van Portugal.

Portugal en de strijd tegen de Moren

Willem en zijn leger kwamen in een flinke storm terecht en besloten te schuilen in een zij-arm van een Portugese rivier. De Portugese koning Alfons II (1185-1223) was al snel op de hoogte van de komst van de kruisvaarders en besloot hun om hulp te vragen met het verdrijven van de Moren uit zijn land. De Portugezen lukten het zelf niet om de Moren te verjagen en ze wilden graag hun land terug. Willem besloot om het verzoek van de koning in te willigen mede omdat er een mooie beloning tegenover stond. Helaas is een deel van Willem zijn manschappen het niet eens met de keuze van hun leider. Een fort op de Moren veroveren leverde wel aanzien op, maar geen geld en ze hadden monden te voeden.

Een deel van de kruisridders besloot door te varen richting de Straat van Gibraltar, daar viel veel meer te roven en te plunderen. Het andere deel ging met Willem mee richting Lissabon om de Moren te verjagen. Het kwam al snel tot een treffen tussen Willems leger en de Moren en na een lange strijd beloofde Willem de moe gestreden Moren een vrije aftocht als ze zich overgaven. De Moren besloten het aanbod aan te nemen en kwamen ongewapend naar buiten. Op dat moment brak Willem zijn belofte en hij en zijn manschappen slachtten de ongewapende Moren genadeloos af. Koning Alfons is door het dolle heen met deze duidelijke overwinning en hij gaf de kruisridders stukken land als dank. Veel kruisridders accepteerden dit land dankbaar, want land betekende macht en ze besloten ter plaatse om in Portugal te blijven. Dit stelde Willem voor een probleem. Een deel van zijn troepen zat ergens in de Straat van Gibraltar en een ander deel van zijn troepen wilde in Portugal blijven.

De torens van de stad Damiate / Bron: Cornelis Claesz van Wieringen / Wikimedia CommonsDe torens van de stad Damiate / Bron: Cornelis Claesz van Wieringen / Wikimedia Commons
Ten aanval
Willem besloot de paus een brief te sturen om hem te vragen of hij en zijn leger in Portugal mochten blijven om daar hun heilige tocht voort te zetten. Maar de paus is onverbiddelijk, Willem had getekend voor een taak en dat was de Heilige Stad en het Heilige Land bevrijden. Willem verzamelde zijn resterende manschappen, besloot te overwinteren in Portugal en zeilde in de lente richting Akko. In het voorjaar van 1218 kwamen Willem en zijn leger eindelijk aan in Akko en kon de Vijfde Kruistocht daadwerkelijk van start gaan. De leiders Andreas II en Leopold VI hadden besloten dat de kruisridders eerst richting de Egyptische havenstad Damiate zouden zeilen om deze te veroveren. Damiate was strategisch belangrijk omdat de stad een rechtstreekse route naar Caïro bood.

Het leger kwam in mei 1218 aan bij Damiate, maar de stad werd goed beschermd. Ze was omgeven door dikke muren met drie grote torens. Aan de kant van de Nijl was de haven van de stad afgesloten met een dikke ketting die het schepen onmogelijk maakte om zonder toestemming binnen te zeilen. Daarnaast werd de ketting en de haven ook nog beschermd door een groot leger Ajjoebiden. De strijd om de stad was heftig maar op 25 augustus 1218 lukt het de Friezen om de belangrijkste toren van de stad te veroveren en de ketting los te maken. De haven van Damiate lag open, maar de kruisvaarders konden haar helaas niet innemen. Ze hadden zoveel manschappen verloren dat ze bij een inname van de stad deze niet langer dan een dag in handen konden houden.

Pelagius van Albano

Gelukkig was er versterking onderweg in de vorm van Pelagius van Albano (onbekend-1230), kardinaal en bisschop van Albano.
Hij en zijn leger kruisridders arriveerden precies op tijd om de al aanwezige kruisridders ondersteuning te bieden bij het innemen van de stad. Pelagius was door paus Honorius III gestuurd om de leiding van de Vijfde Kruistocht over te nemen van Andreas II en Leopold VII. De paus was er van overtuigd geraakt dat de eerdere kruistochten waren mislukt omdat er geen kerkelijke leiding aanwezig was. Hij was van mening dat de tocht moest worden uitgevoerd door de kruisridders, maar dat de leiding in handen van de kerk moest liggen.

Het wonder van Pelagius

Pelagius en de paus waren twee handen op één buik en geloofden beiden heilig in een Arabisch boekje wat Pelagius altijd bij zich droeg. Pelagius was de enige persoon die deze taal machtig was en verkondigde dat het boekje allerlei voorspellingen aan hem doorgaf die betrekking hadden op de Kruistochten. Eén van deze "voorspellingen" was dat de leiding van de Vijfde Kruistocht in handen van de kerk moest liggen om de tocht te laten slagen. Direct na aankomst bedacht Pelagius een plan om de stad in te nemen. De aanval die Pelagius vervolgens uitvoerde slaagde glansrijk en de stad was al snel in handen van de kruisridders. Tijdens de feestelijkheden na de overwinning verkondigde Pelagius aan iedereen die het maar wilden horen dat deze overwinning al was voorspeld door zijn mysterieuze boek en dat dit het ultieme bewijs was dat de leiding van een Kruistocht in handen van de kerk moest liggen. Onder de manschappen ging al snel het verhaal dat er een wonder was gebeurd, het wonder van Pelagius.

Bedrog

Het wonder van Pelgaius gaf de kruisridders een enorme boost en die konden ze goed gebruiken. Het was alleen wel jammer dat Pelagius het ware verhaal over de aanval niet vertelde aan zijn troepen. Feit was namelijk dat de Sultan van Damiate, Al-Kamil (1177-1238) helemaal niet was gevlucht voor de kruisridders, maar omdat hij doodsbang was voor zijn eigen leger. Sultan Al-Kamil had in het heetst van de strijd zijn legerleider per ongeluk betrapt toen deze de eed aflegde om de Sultan af te zetten. De Sultan raakte daarop in paniek en liet zijn legerleider per direct arresteren. Maar Al-Kamil had geen idee of zijn legerleider veel schade had aangericht en of het leger trouw aan hem of aan zijn legerleider zou zijn. Het werd Sultan Al-Kamil uiteindelijk te heet onder zijn voeten en hij vluchtte naar Caïro. De chaos in het leger was na het vertrek van de Sultan compleet, er was niemand meer aanwezig om leiding te geven toen de kruisridders binnenvielen en in de totale verwarring die volgde was de overwinning voor de kruisvaarders gemakkelijk geweest. Al deze informatie was bekend bij één man: Pelagius. Hij had al deze informatie ontvangen van zijn spion in Damiate. De verovering van de stad was dus geen wonder dat voorspeld was in het mysterieuze boek maar gewoon een goed getimed plan.

De Heilige Stad: Jeruzalem

De gevluchte Sultan Al-Kamil hoorde lijdzaam de berichten aan die uit Damiate kwamen. Hij wilde zijn stad graag heroveren maar hij wist niet of zijn leger hem zou volgen in de strijd. Hierop besloot hij de onderhandeling met Pelagius aan te gaan. Sultan Al-Kamil bood Pelagius het koninkrijk Jeruzalem aan, min twee strategische kastelen, in ruil voor het vertrek van de kruisridders uit Egypte. Maar Pelagius weigerde het aanbod van de Sultan en eiste onvoorwaardelijke overgaven. Hertog Leopold VII van Oostenrijk had er schoon genoeg van, eerst werd hij afgezet als leider en nu sloeg de nieuwe leider Jeruzalem af. Hij verzamelde zijn kruisridders en vertrok naar huis. Het leger van Damiate was al die tijd weerstand blijven bieden aan de kruisridders en hadden inmiddels versterking gekregen van een leger Ajjoebiden die vanuit het binnenland waren aangekomen.

Samen met de Ajjoebiden wist het leger van Damiate de kruisridders weer uit de stad te verdrijven. Tussen mei en november 1219 raakte de strijd om Damiate in een patstelling. De kruisridders bleven aanvallen uitvoeren maar het leger van de stad kon elke aanval afweren. Op een vroege ochtend in november 1219 ontdekten diversen kruisridders dat een deel van de muur van de stad niet werd bewaakt en de kruisvaarders drongen de stad direct binnen. Sultan Al-Kamil besloot hierop Pelagius een nieuw aanbod te doen. Wederom bood hij Jeruzalem aan, maar nu inclusief de twee strategische kastelen, het kruis waar Jezus aan was gestorven, een groot geldbedrag om de beschadigde muren van de stad te repareren en een bestand van 30 jaar. De kruisridders waren door het dolle heen met dit voorstel, maar Pelagius deed het onmogelijke. Hij weigerde! Hij vond dat Jeruzalem door strijd en niet door onderhandeling veroverd moest worden.

Woeste Willem

Toen het bericht van de weigering van Pelagius Willem I bereikte ontstak hij in woede. Hij verzamelde per direct zijn troepen en stuurde ze naar huis. Willem zelf reisde vanuit Damiate naar Italië waar hij zijn leenheer Frederik II (1194-1250), keizer van het Heilige Roomse Rijk, bezocht en verslag deed van zijn Kruistocht en de beslissingen van Pelagius. Daarna keerde Willem terug naar Holland, maar bij thuiskomst bleek zijn vrouw Aleid van Gelre te zijn overleden. Willem hertrouwde nog maar heeft niet lang kunnen genieten van zijn tweede huwelijk. Kort na zijn trouwen overleed hij op 47 jarige leeftijd.

Deceptie

Toen Willem en zijn leger besloten uit Damiate te vertrokken volgden veel kruisridders hun voorbeeld, maar Pelagius zag geen reden tot paniek. De Rooms Duitse keizer, Frederik II, had toegezegd de Kruistocht te steunen en met een groot leger richting Egypte te reizen. Maar Frederik en zijn leger lieten lang op zich wachten. Eerst had de keizer problemen in Duitsland die dringend zijn aandacht nodig hadden, maar in 1220 beloofde hij opnieuw de Kruistocht te steunen. Toen Frederik door Willem I op de hoogte was gebracht over het gedrag van Pelagius had de keizer eigenlijk helemaal geen zin meer om zich in de strijd te mengen. Gelukkig vond Frederik II een goed excuus om een leger te sturen toen er een opstand uitbrak op het door hem veroverde eiland Sicilië. Voorlopig stond kardinaal Pelagius er geheel alleen voor.

In het voorjaar van 1221 was er nog niets veranderd aan de situatie van Pelagius en zijn legers, Frederik II was nog steeds niet gereed voor vertrek en stuurde in zijn plaats Lodewijk I (1173-1231), de hertog van Beieren, met 500 manschappen naar Pelagius om zijn schuld te voldoen. Pelagius maakte hier uit op dat Frederik II niet meer zou komen en eiste dat er een aanval op Caïro zou komen. Pelagius had diverse waarschuwingen ontvangen dat het zeer onverstandig was om op te rukken naar Caïro, de jaarlijkse overstromingen van de Nijl kwamen er namelijk aan. Maar Pelagius was er van overtuigd dat God hen zou helpen en vertrok. Toen de Sultan van Caïro hoorde dat de kruisridders onderweg waren zette hij de sluizen open en zo werden Pelagius en zijn manschappen op een klein eilandje gedreven. Pelagius vluchtte in het holst van de nacht met een bootje van het eiland en liet zijn manschappen in de steek. Het achtergebleven leger ruilde de pas veroverde stad Damiate voor een vrije aftocht. Na hun vrijlating keerden de kruisridders ontgoocheld terug naar huis.

Na de Vijfde Kruistocht zijn er in totaal nog vier Kruistochten georganiseerd, maar hier hebben geen edelen en/of vorsten uit de Lage Landen meer aan deel genomen. In de periode van 1271 tot 1272 werd uiteindelijk de Negende en laatste Kruistocht georganiseerd.

Lees verder

© 2015 - 2017 Marjolijnr, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Kruistochten en de geschiedenis ervanKruistochten zijn militaire campagnes die plaatsvonden tijdens de 11e eeuw, 12e eeuw en 13e eeuw. Deze kruistochten ware…
Kruistochten als rechtvaardige oorlogenKruistochten als rechtvaardige oorlogenDe kruistochten die door de Christenen werden gehouden waren bedoeld om Jeruzalem, als heiligste plaats in het christend…
Religieuze geschiedenis Joden 44: De kruisvaardersDe kruisvaarders komen om het Heilige Land te bevrijden van de ketters waaronder de Joden. Onder de Joden vallen velen d…
De Kruistochten: resultaat van islamitische provocatiesDe jihad, de islamitische 'heilige oorlog', wordt door cultuurrelativisten wel vergeleken met de middeleeuwse Kruistocht…
Heilige plaatsen in Israël voor Joden, christenen en moslimsHeilige plaatsen in Israël voor Joden, christenen en moslimsVoor de drie monotheïstische godsdiensten is Israël een heilig land. Dit wordt gekenmerkt door heilige plaatsen zoals sy…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Nederland in de hoge middeleeuwen: Willem I en Kruistochten"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Marjolijnr
Laatste update: 03-03-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Geschiedenis Nederland
Bronnen en referenties: 15
Schrijf mee!