Geschiedenis en Egyptische Tempel Onderdelen

De onderdelen van de Egyptische tempel

De onderdelen van de Egyptische tempel

Elke Egyptische tempel bestaat uit verschillende onderdelen. Egyptische tempel onderdelen hadden zowel een praktische als symbolische functie. De kamers in de Egyptische tempel hadden een oplopende mate van heiligheid.


Onderdelen Egyptische tempel: de indeling

Elke Egyptische tempel was verdeeld in gebieden van toenemende heiligheid. Ten eerste waren er de toegangswegen en het terrein binnen de omheining – een gebied dat toegankelijk was voor alle Egyptenaren. Dan volgden de pylonenpoorten en buitenpleinen van de tempel zelf, die toegankelijk waren voor de priesters en, bij sommige gelegenheden, vertegenwoordigers van de bevolking. Tenslotte waren er de binnenste hallen, waartoe slechts priesters toegang hadden, en het heiligdom zelf, dat slechts kon worden betreden door de farao en enkele priesters van de hoogste rangen.

De ingang van de Egyptische tempel

De ingang van de tempel begon bij de kaden. Aangezien het transport grotendeels over het water plaatsvond, waren de meeste tempels bij de Nijl of een kanaal dat daarmee verbonden was gebouwd. De kaden van de tempels dienden dus vaak als de oorspronkelijke hoofdingang naar religieuze bouwwerken. De processiewegen die vanaf de aanlegkade van de tempel naar de hoofdingang liepen waren afgebakend door plaveisel of een ander soort markering. Langs de toegangswegen stonden vaak beelden, de sfinx was het meest gebruikte beeld. Sfinxen konden een mensenhoofd hebben, de rol vervullen van de farao als beschermer van de tempel en toegangswegen, of een theriomorfe gedaante, als versmelting van de leeuw met een ander dier, afhankelijk van de aard van god waarmee de tempel verbonden was. Vaak werd een klein beeld van de farao geplaatst tussen de gestrekte poten van het liggende dier en in die gevallen moest de sfinx god zelf symboliseren in plaats van de farao.

Tempelterrein
Men ging het feitelijke tempelterrein op door grote omheiningmuren, die het hart van het land van de god omgaven. Deze muren moesten in de eerste plaats het domein van de god afbakenen en het afschermen van het omliggende bewoonde of open gebied. Maar ze waren ook gebouwd om de tempel in tijden van burgeropstanden of invasie te beschermen. Deze muren waren altijd gebouwd van in de zon gedroogde kleistenen. De bakstenen omheiningmuren van tempels hadden ook een symbolisch aspect, omdat ze vaak werden gebouwd met afwisselend holle en bolle delen, wat de wateren van de mythische oeroceaan symboliseerde.

Pylonenpoort
De poort met pylonen is ontstaan in het Middenrijk. De stevige structuur van de pylonen had duidelijk een defensief en beschermend doel. Ze beschermden de poort niet alleen in fysieke zin tegen indringers, maar ook symbolisch. De schadelijke krachten van chaos en kwaad in de buitenwereld werd hierdoor ook tegengehouden. Het meest gangbare motief op de pylonen was de farao die zijn vijanden verslaat. Dit motief kent vele variaties, maar de meest voorkomende is de farao die zijn knuppel boven de vijanden heft. De enorme omvang van de vlaggenstokken zou voor problemen gezorgd hebben, waarschijnlijk werden deze opgericht met behulp van touwen en steigers.

Buitenplein
Achter de ingangspyloon van de Egyptische tempel bevond zich meestal een buitenplein, ook wel open peristyle-plein geheten. De Egyptenaren gaven dit deel van de tempel verschillende namen, afhankelijk van de architectonische stijl. De belangrijkste functie van het buitenplein was echter vaak aan verandering onderhevig, omdat het plein vaak fungeerde als een gebied voor de overgang van de binnenste, gewijde gebieden van het godsdomein en de buitenste, meer publieke gebieden.

Hypostyle hal
Direct tegenover het open tempelplein bevond zich de hypostyle hal, die doorgaans breder was dan diep en die vol stond met zuilen, behalve langs de centrale processiegang. Mogelijk is dat de zuilen dienden als scherm om het uitzicht van het semi-openbare plein op het inwendige schrijn te belemmeren. De drukke hypostyle-hallen hadden ook een symbolische betekenis. In de Egyptische mythologie werd het hemelse rijk boven de aarde ondersteund door zuilen. De zuilen van de hal kunnen dus worden beschouwd als vormen van deze kosmische pilaren. Er waren verschillende soorten zuilen, waaronder de gecanneleerde zuil die plantenstengels nabootste, de lotusvormige zuil welke plantenstengels met een lotusvormige knop bovenaan de zuil voorstelden en papyrusvormige zuilen die papyrusplanten met enkele of meervoudige stengels voorstelden.

Dieper in de Egyptische tempel
Als men dieper het hart van de Egyptische tempel ingaat, moet men door een aantal deuren. Deze deuren stelden markeerpunten voor: symbolische drempels die noodzakelijke elementen waren in de opvoering van rituele processies. De deuren waren meestal van hout, en heel soms van metaal. Net als de andere tempelonderdelen hadden de deuren een naam.

Soms waren er altaren geplaatst in de kamer vóór het heiligdom, en in zulke gevallen werd die kamer gebruikt als offerhal, waar de offers aan de goden gebracht werden. In andere gevallen werd er een klein altaar geplaatst in het binnenste heiligdom zelf. Altaren konden vele vormen hebben, al waren de meest gangbare vormen de rechthoekige offerblokken, met versierde en gegraveerde zijkanten en vlakke platen die rustten op een cilindrische voet.

De barkkapel

Een van de kamers die direct vooraf gaan aan het heiligdom was de ‘barkkapel’, de kamer waarin de draagbare bark van de god stond. Het oude Egypte gebruikte vervoer over water voor de meeste reizen over enige afstand, vandaar dat het vervoersmiddel van de goden de bark was. De ceremoniële bark was geen echte boot, maar was gemaakt om op de schouders van de priesters te worden gedragen en werd op een echte boot geladen als vervoer over water nodig was. In sommige tempels lag het barkschrijn vóór het binnenste heiligdom van de god als een aparte kamer of ‘schrijn’. In andere tempels bevatte het binnenste heiligdom zelf een schrijn waarin de bark zich bevond.

Het hart van de Egyptische tempel

Het hart van elke Egyptische tempel was de heiligste plek, het heiligdom van de god, dat werd beschouwd als de binnenste kamer van het goddelijke huis. Het heiligdom, aan de achterzijde van de tempel, was vaak het verst verwijderd van de ingang en daarmee de meest innerlijke kern. In het heiligdom was het schrijn van de god zelf vaak vervaardigd van fijn hard steen met houten deuren die met brons of goud waren bekleed. Hierin bevond zich het beeld van de god of godin.

Bezoek ook mijn special over het tempels in het Oude Egypte: Tempels in het Oude Egypte.
© 2008 - 2010 Melod, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 08-03-2008, laatst gewijzigd op 23-11-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Melod is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde link

Meer informatie?.

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De onderdelen van de Egyptische tempel"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.