InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Een wandeling op de Via Appia te Rome

Een wandeling op de Via Appia te Rome

Een wandeling op de Via Appia te Rome Een geschiedenis van meer dan tweeduizend jaar wacht de bezoeker van de Via Appia. Aangelegd op het einde van de vierde eeuw voor Christus tussen Rome en Capua (later verlengd tot Brindisi) was deze weg een van de belangrijkste en oudste verkeersaders in het Romeinse Rijk. Al bezoeken de meeste toeristen in Rome enkel de grote bezienswaardigheden als het Colosseum, de Sint-Pietersbasiliek of Piazza Navona, rond de eerste kilometers van de Via Appia liggen talloze graven, gebouwen en monumenten die het bewonderen meer dan waard zijn. Een wandeling in het licht van de opkomende zon zorgt voor een onvergetelijke ervaring ... en zonder de hordes toeristen komt men er aangenaam tot rust.

Inhoudsopgave


Geschiedenis van de Via Appia: de koningin van de Romeinse wegen

"Alle wegen leiden naar Rome" is nog steeds een veelgehoorde uitdrukking. Het Romeinse wegennet was dan ook indrukwekkend in omvang en bouwwijze - en alle wegen leidden inderdaad naar het Forum Romanum in Rome, het kloppende hart van het immense rijk, waar op mijlpalen de afstand naar de verschillende provincies stond aangegeven. Deze wegen hadden een zeer duidelijk doel: de oorlogsvoering vergemakkelijken. In het Nederlands kennen we de Romeinse wegen dan ook als 'heirbanen', van het Germaanse woord voor leger. Door dit goede wegennet konden de Romeinse legioenen snel doorheen Europa, Azië en Afrika verplaatst worden. Ook al waren de wegen aangelegd omwille van krijgsdoeleinden, ook anderen konden hiervan mee profiteren: handel, diplomatie, post en zelfs toerisme konden floreren.

Van de meer dan 80.000 km verharde Romeinse wegen is er slechts één weg die met de eretitel Regina Viarum (Koningin der Wegen) mag pronken en dat is de Via Appia. In 312 v.C. was Rome voor de tweede keer in oorlog met de Samnieten. Om de troepen snel te kunnen transporteren kreeg censor Appius Claudius (naar wie de weg dus genoemd werd) de opdracht om een weg naar het zuiden van het Italiaanse schiereiland aan te leggen. Oorspronkelijk leidde de weg tot Capua in de buurt van Napels, in de oudheid een van belangrijkste steden in Italië. De weg werd verlengd tot Brindisi, in de hak van de laars die Italië vormt, in 191 v.C. Over een afstand van meer dan 500 kilometer stond er om de mijl (1478 meter) een mijlpaal die de afstand tot Rome aangaf. Het was mogelijk om op vijf dagen de afstand tot Capua te overbruggen, naar oudheidkundige normen is dat een echte topsnelheid.

De Romeinse wetten verboden het om begraafplaatsen binnen de stad aan te leggen. Columbaria voor gegoede Romeinen en grote begraafplaatsen voor de minder gegoeden liggen dan ook buiten de centra; vooral voor de rijken was een begraafplaats aan de Via Appia een echte must. In een cultuur waar de voorouders zo cruciaal zijn om zichzelf te definiëren schenkt men dan ook heel wat belang aan een rijkelijk versierde graftombe, waarvan er in de eenentwintigste eeuw nog steeds heel wat te bewonderen zijn.

Praktisch: wandelen op de Via Appia - in de voetsporen van Petrus, Cleopatra en andere groten

Talloze grote namen uit de wereldgeschiedenis bezochten Rome vanop de Via Appia. Cleopatra kwam langs de Via Appia de hoofdstad binnen om bij haar minnaar Julius Caesar te verblijven; Petrus bereikte langs deze weg zijn aardse eindbestemming. Gelukkig hoeft de moderne bezoeker minder zware inspanningen te leveren om van de Koningin der wegen te genieten.

Een bezoek aan de Via Appia kan op elk moment en in elk jaargetijde gebracht worden. Weet wel dat de Romeinse zomers, zeker de maand augustus, erg heet kunnen zijn. Voor een stevige wandeling tijdens die hete zomermaanden kiest men dus best voor de ochtenduren. Zorg voor een rugzak met voldoende water en eventueel een versnapering; in de zomermaanden zeker zonneolie niet vergeten. Natuurlijk is ook een fietstocht of een vespatocht mogelijk; houd wel rekening met de niet zo vlakke wegligging. Romeinse wegen werden met opzet licht hellend (convex) gebouwd om het water makkelijk te laten wegstromen. Op zondag is de hele Via Appia in Rome overigens verkeersvrij. Fietsen kan men huren bij het Info Pojnt Via Appia - Eco Bike, net na het Museo delle Mura. Een fiets voor een halve dag kost ongeveer 10 euro (2017) en is elke dag geopend.

De wandeling start aan de Thermen van Caracalla. Deze zijn zeer makkelijk te bereiken met metrolijn B (richting Laurentina), halte Circo Massimo - zo ziet men ook de weinige restanten van het wereldberoemde Circus Maximus. Na een bezoek aan de Thermen wandelt men door de Via di Porta San Sebastiano naar de gelijknamige poort, waar de Aureliaanse muur de grens tussen de stad Rome en het achterland aangeeft. Eens door de poort krijgt de straat ook de naam Via Appia Antica; blijf deze simpel in een rechte lijn volgen tot Casal Rotondo. De totale afstand bedraagt dan ongeveer tien kilometer.

Terugkeren naar het centrum van Rome is minder makkelijk: er is geen metrostation dat nabij Casal Rotondo gelegen is. Op een kleine vier kilometer ligt Cinecittà op metrolijn A, waaruit men de metro richting Battistini kan nemen. Een andere mogelijkheid is de trein: het station Torricola ligt op slechts 1,8 km van de laatste bestemming van de wandeling, te bereiken langs de Via di Torricola. Hier is het mogelijk om elk uur de trein naar het centrale station van Rome (Termini) te nemen.

Monumenten van de Via Appia: van de thermen van Caracalla tot Casal Rotondo

Legenda
A. Thermen van Caracalla
B. Tombe van de Scipio’s
C. Porta San Sebastiano
D. Domine Quo Vadis
E. Catacomben van Sint-Calixtus
F. Catacomben en kerk van San Sebastiano
G. Villa van Maxentius
H. Mausoleum van Cecilia Metella
I. Villa Quintillii
J. Casal Rotondo
K. Fietsverhuur


Langsheen de Via Appia Antica (niet te verwarren met de Via Appia Nuova, een veel modernere weg die ten noorden van de echte Via Appia loopt) liggen talloze monumenten. Het is schier onmogelijk deze allemaal te bezoeken; we beperken ons dan ook tot de tien belangrijkste monumenten. De meeste hiervan liggen in het Parco Regionale Dell’Appia Antica, een schitterend natuurpark met naast de vele monumenten ook een rijke dieren- en plantenpracht.

Thermen van Caracalla
Caracalla (188-217) staat bekend als een van de slechte keizers. Tijdens zijn keizerschap kreeg het leger nog meer invloed op de maatschappij dan voorheen al het geval was en oppositie tegen zijn beleid werd wreed onderdrukt. In 217 werd hij dan ook vermoord en opgevolgd door de nauwelijks bekend Macrinus, die maar iets meer dan een jaar met het imperium bekleed werd. Na de dood van Caracalla werd het helemaal duidelijk dat de neergang van het Romeinse Rijk werd ingezet.

Voor het nageslacht is Caracalla beroemd omwille van de Thermae Antonianae, die naar hem de thermen van Caracalla genoemd worden. Deze maten maar liefst 220 op 114 meter en konden meer dan 1500 badgasten tegelijkertijd verwelkomen. Het rijkelijk versierde complex werd niet enkel om te baden gebruikt, maar bevatte ook vergaderruimten, winkels, een bibliotheek enz. Het gebruik ervan was (bijna) gratis. De grote beelden zijn in de loop der eeuwen gestolen, vernield of verplaatst (bv. naar de Vaticaanse Musea), maar toch is een bezoek aan de thermen meer dan de moeite waard. Nergens anders krijgt de moderne mens zo'n goed beeld van de grandeur en majesteit van de Romeinse gebouwen - uitgezonderd het Colosseum. Wie door de tientallen meters hoge gebouwen dwaalt, wordt zich weer bewust van de kleinheid van de mens in ruimte en tijd. In de zomermaanden worden er overigens regelmatig opera's opgevoerd.

Porta San Sebastiano

Het is pas in de middeleeuwen dat de Porta San Sebastiano haar naam kreeg; tot dan werd zij de Porta Appia genoemd. Deze poort is een van de best bewaarde Romeinse poortgebouwen. Ze was oorspronkelijk opgezet als een van de 18 poorten in de Aureliaanse muur. Nu is er in het gebouw het Museum van de Muren gevestigd, gewijd aan de rijke geschiedenis van de muren rond Rome. Vlakbij vindt men de Boog van Drusus. Eens men door de poort stapt, bewandelt men de eigenlijk Via Appia.

Tombe van de Scipio's

Welke liefhebber van de oude geschiedenis kent niet de naam Scipio Africanus? Deze roemruchte veldheer (236-183 v.C.) versloeg Hannibal op eigen terrein: met de Slag bij Zama in 202 v.C. kwam er een einde aan de Tweede Punische Oorlog tussen Carthago en Rome. De Scipio's waren een zeer oud en belangrijk geslacht in de Romeinse republiek. Ze leverden talloze consuls, censors en generaals. Veel sarcofagen met de overblijfselen van de familieleden verdwenen of worden in een ander museum bewaard. Er was oorspronkelijk plaats voor een veertigtal kisten in de tombe, maar er werden slechts 18 exemplaren teruggevonden. Een van de mooie voorbeelden is de eenvoudige sarcofaag van Scipio Barbatus, nu te bezichtigen in de Vaticaanse Musea.

Domine Quo Vadis

Een apocriefe legende vertelt dat toen keizer Nero de christenvervolgingen opstartte Petrus de stad zo snel mogelijk probeerde te ontvluchten langs de Via Appia. Hij merkte echter een persoon op die verdacht veel op Jezus leek en op weg naar de stad was. Toen Petrus Hem in het Latijn de vraag 'Domine Quo Vadis' ('Heer, waar gaat Gij heen?') stelde, zou Jezus geantwoord hebben: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Petrus zou beseft hebben dat het zijn plicht is om voor het geloof te sterven en meteen de terugkeer hebben aangevat. Hij werd inderdaad in het Circus van Nero, nabij het Vaticaan, gekruisigd en daar - wellicht - ook begraven. Deze legende bood de Poolse schrijver Henryk Sienkiewicz in de negentiende eeuw ook stof voor zijn roman 'Quo Vadis', over het leven ten tijde van Nero.

Op de plaats van dit gebeuren zou later het kerkje Sanctae Mariae in Palmis gebouwd worden, de officiële benaming voor de kerk die vooral onder bovengenoemde naam bekend is. Het piepkleine kerkje werd in de zeventiende eeuw met een barokke gevel gesierd, maar biedt eigenlijk niet zo veel bijzonders. Er is een kopie van de voetafdruk van Jezus, welke miraculeus ontstaan zou zijn tijdens het gebeuren. Het origineel wordt bewaard in de San Sebastiano.

Catacomben van Sint-Calixtus

De opkomst van het christendom verliep niet zonder slag of stoot. Na het gewelddadige einde van Jezus van Nazareth verspreidden zijn volgelingen, onder leiding van de twaalf apostelen en Paulus, Zijn leer over de toenmalig bekende wereld. Het Romeinse wegennet was voor hen dan ook zeer handig. Uiteraard kwamen er ook christenen in Rome terecht. Zo zou Petrus rond 64 gekruisigd zijn tijdens de christenvervolgingen van keizer Nero.

De catacomben speelden een cruciale rol in het vroege christendom. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, werden deze niet gebruikt als verbergplaats, maar fungeerden ze wel als begraafplaats en cultusruimte. We vermeldden reeds dat het in de Romeinse tijd verboden was binnen de muren te begraven; zodoende moesten ook christenen een plaats erbuiten zoeken. Een van deze plaatsen zijn de immense catacomben van Sint-Calixtus, genoemd naar diaken Calixtus die in de derde eeuw verantwoordelijk was voor het beheer. Deze catacomben bestaan uit meerdere verdiepingen en meer dan twintig kilometer aan gangen. Naast talloze gewone christenen werden er ook zestien pausen uit de derde en vierde eeuw begraven; de bekende martelares Sint-Caecilia (patroonheilige van de muziek) vond hier haar laatste rustplaats, totdat haar relieken in 821 naar Trastevere werden overgebracht.

Een bezoek aan de catacomben is enkel mogelijk met een gids, het is niet nodig om dit vooraf vast te leggen. Het bezoek duurt ongeveer veertig minuten. Naast de talloze graven zijn ook enkele vroegchristelijke fresco's en inscripties te bekijken.

San Sebastiano

De San Sebastiano verwijst hier naar een heel complex, waarvan de kerk van San Sebastiano fuori le Mura (de Sint-Sebastiaan-buiten-de-muren) het centrale punt is. Het complex is genoemd naar de Heilige Sebastiaan, ten tijde van keizer Diocletianus een soldaat. Hij weigerde het christendom af te zweren tijdens de laatste grote christenvervolgingen in de Romeinse tijd. Als straf werd hij volgens de overlevering in 288 met pijlen gedood. Hij is dan ook de patroonheilige van de schuttersgilden. Zijn kerk is een van de zeven grote pelgrimskerken van Rome. De andere zes zijn: Sint-Pieter, Sint-Paulus-buiten-de-muren, Sint-Jan-in-Lateranen, Sint-Maria-de-Meerdere, de Basiliek van het Heilig Kruis en Sint-Laurens-buiten-de-Muren. Naast en onder de kerk bevinden zich de oudste catacomben in Rome, rijkelijk versierd met fresco's en graffiti van de bezoekers uit lang vervlogen tijden.

De kerk van San Sebastiano is al zeer oud, al ten tijde van de eerste christelijke keizer Constantijn was er een gebedsplaats. Tijdens de barok werd de kerk, zoals zoveel Romeinse gebouwen, helemaal gerenoveerd in een barokke setting. Er zijn in de kerk ook twee uitzonderlijke beelden uit diezelfde tijd te bewonderen: van Antonio Giorgetti is er het theatrale grafmonument voor de heilige en van Gian Lorenzo Bernini het beeld Salvator Mundi uit 1679, zijn laatste werk en pas definitief aan Bernini toegeschreven in de eenentwintigste eeuw.

Villa van Maxentius

De Romeinse keizers blonken niet bepaald uit in nederigheid en soberheid. Keizer Maxentius, die uiteindelijk door Constantijn na de slag bij de Melvische Brug van de macht verdreven werd, liet rond 308 voor zichzelf een schitterend domein langs de Via Appia inrichten. Het domein bevatte een paleis, een heus circus en het familiemausoleum. Het cirkelvormige mausoleum is bekend als het 'Mausoleum van Romulus', naar de jonggestorven zoon van de keizer - hij verdronk in de Tiber. Het paleis en het circus vormen een mooi geheel. Het circus is overigens een van de best bewaarde in zijn soort. Zo zijn de keizerlijke tribune en de 'spina', dat is de afscheiding in het midden van het veld, zeer goed bewaard gebleven. De obelisk die de bekroning van de spina vormde, werd in de zeventiende eeuw naar het Piazza Navona verplaatst. Bij het grote publiek is dit circus nauwelijks bekend, al is het veel interessanter om te bezichtigen dan zijn grote broer, het Circus Maximus.

Tombe van Caecilia Metella

De geschiedenis van de edelvrouw Caecillia Metella is verweven met die van enkele andere grote namen. Haar vader was Quintus Caecilius Metellus, consul in 69 v.C. en de generaal die de verovering van Kreta leidde. Haar echtgenoot was hoogstwaarschijnlijk Marcus Licinius Crassus, zoon van de befaamde Crassus die met Caesar en Pompeius het eerste Triumviraat vormde. Door haar rijke en nobele achtergrond was een waardig onderkomen dan ook een must.

De tombe heeft wat weg van een ander bekend mausoleum in Rome: dat van keizer Hadrianus (beter bekend als de Engelenburcht). Net zoals die Engelenburcht heeft de tombe een ronde vorm en werd ze later omgebouwd tot versterkte toren. De tombe is het best bewaarde monument op de Via Appia.

Villa Quintilii

In 1985 verwierf de Italiaanse overheid het complex van de Villa Quintilii. De villa werd gebouwd in opdracht van twee broers die in 151 n.C. samen het consulaat bekleedden. De villa was zo weelderig (er waren zelfs thermen) dat keizer Commodus, net als Caracalla een wreed en slecht keizer, de broers liet executeren om zo de hand op de villa te kunnen leggen. Naast het complex is een klein museum gevestigd.

Casal Rotondo

Wanneer de wandelaar Casal Rotondo ('het ronde kasteel') in zicht krijgt, weet hij dat zijn wandeling door de restanten van de Romeinse oudheid bijna voorbij is. Het Casal Rotondo was ook een mausoleum van een rijke Romeinse familie en werd zoals de tombe van Caecillia Metella tijdens de middeleeuwen als burcht gebruikt. Een handige boer was trouwens zo slim zijn boerderijtje pal bovenop het mausoleum te bouwen, waar het nu nog steeds te zien is. Ook bijzonder aan dit monument is de muur van de archeoloog Luigi Canina (achttiende eeuw). Hij plaatste gevonden restanten van beelden en plakkaten aan een muur nabij het Casal. Het geeft de wandelaar te denken over de vergankelijkheid van het leven ...

Lees verder

© 2015 - 2017 Jan80, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Terracina in Italië: antieke stad aan de Via AppiaTerracina ligt in de buurt van Rome. Reeds meer dan vijfentwintighonderd jaar wonen hier mensen. De Romeinen wilden deze…
Colosseum Rome: adres, tickets en openingstijdenColosseum Rome: adres, tickets en openingstijdenWie een bezoek brengt aan de Italiaanse hoofdstad Rome moet het Colosseum bezoeken. Dit immense bouwwerk uit de oudheid…
Stedentrip Rome: geldbesparende tipsStedentrip Rome: geldbesparende tipsVakantie vieren is al duur genoeg en Rome staat bekend als een dure stad, maar met deze geldbesparende tips valt een tri…
En aan het eind van de Via Appia: BrindisiEn aan het eind van de Via Appia: BrindisiIn het zuiden van Italië, op de hak van de laars ligt Brindisi. De havenplaats Brindisi is de poort naar de zeeweg naar…
Heerwegen in het Romeinse Rijk en hun functieDe Romeinen legden naar alle delen van het Romeinse Rijk wegen aan. In totaal waren dat vele duizenden kilometers. De we…
Bronnen en referenties
  • Hughes, R., De zeven levens van Rome. Een cultuurgeschiedenis van de Eeuwige stad, uitgeverij Balans, 2011
  • Giustozzi, N., The Appian way. Guide, Electa, 2010
  • http://www.catacombe.roma.it/en/index.php
  • http://www.archeorm.arti.beniculturali.it/en/archaeological-site/baths-caracalla
  • http://www.30giorni.it/articoli_id_4365_l3.htm
  • http://www.villadimassenzio.it/
  • http://archeoroma.beniculturali.it/en/archaeological-site/villa-quintilii

Reageer op het artikel "Een wandeling op de Via Appia te Rome"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Jan80
Laatste update: 19-07-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!