InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Republiek der Nederlanden: Tweede stadhouderloze tijdperk

Republiek der Nederlanden: Tweede stadhouderloze tijdperk

Republiek der Nederlanden: Tweede stadhouderloze tijdperk Na het overlijden van de prins Willem I van Oranje werden de zeven gewesten die behoorden tot de Republiek der Nederlanden verdeeld over twee van zijn drie kinderen. Zijn zoon kreeg hierbij Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre en Overijssel in handen en zijn dochter en haar man Friesland en Stad & Lande, inclusief Drenthe. In de loop der jaren ontwikkelden de beide takken van de familie van Oranje zich op geheel eigen wijze waardoor de zuidelijke gewesten al in de jaren 1650 tot en met 1672 voor het eerst een stadhouderloze periode kenden. Na het overlijden van zowel de zuidelijke stadhouder - Willem III van Oranje - in 1702 en de noordelijke stadhouder - Johan Willem Friso van Nassau-Dietz - in 1711 waren alle gewesten van de Republiek voor een periode van achtenveertig dagen stadhouderloos waarna Friesland als eerste besloot de pasgeboren Willem IV te erkennen als leider.

Inhoud


Willem I van Oranje en het stadhouderschap

Het was Willem I van Oranje die de leiding over de opstand van de Republiek tegen Spanje op zich nam waarna de Staten-Generaal besloten zijn functie van stadhouder overerfbaar te stellen. Na zijn overlijden kwamen Willems gewesten in handen van twee van zijn drie kinderen waarna de familie van Oranje zich splitste in een 'Hollandse' en 'Friese tak'. Mede door deze scheiding werd het in de jaren die volgden mogelijk dat de gewesten in verschillende periode's stadhouderloos werden waarbij Friesland de kroon spande door in totaal maar 48 dagen zonder stadhouder door te brengen.

Stadhouder Willem I van Oranje

Na de kroning van de Landheer der Nederlanden, Filips II (1533-1584), tot koning van Spanje werd hij genoodzaakt de Republiek achter zich te laten aangezien zijn aanwezigheid in Spanje was vereist. Om het land niet onbeheerd achter te laten droeg hij zijn taken en verantwoordelijkheden over aan zijn goede vriend én vertrouweling Willem I van Oranje (1533-1584) die vervolgens de officiële functie van stadhouder kreeg. Gezien het beleid van koning Filips II ten aanzien van het protestantse geloof in de Nederlanden, kwamen de Nederlanders al snel tegen hem in opstand waarbij Willem I van Oranje een voortrekkersrol op zich nam. Naar aanleiding van zijn belangrijke politieke functie werd Willem I in 1584 vermoord waarna de Staten-Generaal besloten hem te eren door de functie van stadhouder overerfbaar te verklaren.

Nalatenschap

Bij het afhandelen van Willems nalatenschap stuitten de Staten-Generaal al snel op een probleem. Willems oudste zoon én wettelijk opvolger - Filips Willem (1554-1618) - was door de Spaanse koning Filips II ontvoerd in de hoop dat hij hiermee zijn oude vriend weer in het gareel zou krijgen. Aangezien Filips Willem het grootste deel van zijn jeugd aan het Spaanse hof had doorgebracht, besloten de Staten-Generaal om hem te passeren bij de opvolging van zijn vader én de toegang tot de Republiek te ontzeggen. Daarnaast besloten ze de gewesten die onder Willems leiding hadden gestaan te verdelen over zijn andere twee kinderen: Maurits (1567-1625) en Anna (1563-1588). Maurits kreeg hierbij de grootste en machtigste gewesten in handen en werd stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre (Gelderland) en Overijssel en zijn zus Anna en haar man Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (1560-1620) gaven leiding aan Friesland, Stad & Lande (Groningen) en Drenthe*.

* Aangezien Drenthe qua inwoneraantal te klein was om een vertegenwoordiger voor de Staten-Generaal te leveren werd ze niet gezien als één van de zeven gewesten die de Republiek haar naam had gegeven maar wel geteld als (onofficieel) achtste gewest.

"Vader des Vaderlands" Willem I van Oranje / Bron: Adriaen Thomasz. Key / Wikimedia Commons"Vader des Vaderlands" Willem I van Oranje / Bron: Adriaen Thomasz. Key / Wikimedia Commons
Verhoudingen
De nieuwe situatie in de Republiek waarbij de gewesten werden geleid door twee in plaats van één stadhouder vergden wat aanpassingen, maar Maurits en zijn zwager Willem Lodewijk bleken al spoedig een goed team te vormen. Zo verzonnen de heren een geheel nieuwe tactiek om de Republiek te verdedigen en waren zeer succesvol op militair gebied. Het feit dat Maurits naast stadhouder ook tevens kapitein-generaal van de Republiek was, leek Willem Lodewijk overigens totaal niet te deren. In de jaren die volgden bleven de beide familie's van Oranje nauw samenwerken maar ontwikkelden zich wel ieder op hun eigen manier. Zo had de 'Hollandse tak' van de familie van Oranje diverse malen problemen omtrent de opvolging in het stadhouderschap doordat de stadhouder in kwestie geen kinderen had verwekt. En kregen bovendien nog te maken met tegenwerkingen van een groep mensen die zich de Staatsgezinden noemden en fel tegen de macht van de familie van Oranje in het algemeen was en tegen het stadhouderschap in het bijzonder. De 'Friese tak' van de familie ontwikkelde zich ondertussen vrijwel zonder problemen.

Verschillen

Het feit dat de beide takken van de familie van Oranje zich op geheel eigen wijze ontwikkelden, zorgde voor grote verschillen in de manier waarop de gewesten werden geleid. Zo had de Hollandse tak meerdere keren te maken met problemen in de opvolging waardoor de gewesten in de jaren 1650 tot en met 1672 stadhouderloos werden. Voor Holland, Zeeland en Utrecht eindigde de eerste stadhouderloze periode in 1672 toen zij Willem III van Oranje (1650-1702) erkenden als stadhouder waarna Gelre en Overijssel drie jaar later (1675) volgden. Met het overlijden van Willem III werden zijn gewesten opnieuw stadhouderloos waarbij dit keer Gelre en Overijssel als eerste een nieuwe stadhouder erkenden in het jaar 1722. In 1711 werd het gewest Stad & Lande (Groningen) voor de eerste keer stadhouderloos en bleef dit tot het jaar 1718. Van alle gewesten kende Friesland de kortste stadhouderloze periode aangezien zij maar 48 dagen doorbrachten zonder stadhouder omdat ze in afwachting waren van zijn geboorte.

Ontwikkelingen in de zuidelijke gewesten

Waar stadhouders Maurits en Frederik Hendrik behoorlijk populair waren geweest begon de populariteit van de Oranjes met het aantreden van Willem II af te nemen. Na zijn overlijden wisten de Staatsgezinden het afschaffen van het stadhouderschap er tegen de wil van de Organisten doorheen te drukken bij de Staten van Holland waarna Willem III na zijn geboorte met lege handen kwam te staan. Met het uitbreken van een tweetal oorlogen nam de paniek in Holland in hoog tempo toe waarna de Organisten besloten een coup te plegen op de Staten van Holland die slaagde.

Hollandse stadhouders

Na zijn aantreden besloot Maurits niet alleen te teren op de goede naam van zijn vader maar werkte zelf ook hard om onder andere de financiële situatie in zijn gewesten weer onder controle te krijgen. Bij zijn overlijden in 1625 bleek dat Maurits hier prima in was geslaagd maar helaas alleen was vergeten om te trouwen en kinderen te verwekken. Het stadhouderschap over de zuidelijke gewesten kwamen hiermee in handen van zijn halfbroer Frederik Hendrik van Oranje (1584-1647). Frederik Hendrik bleek op zijn beurt zeer succesvol te zijn tijdens de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje wat hem de bijnaam 'de stedendwinger' opleverde. Het sluiten van de vrede tussen 'zijn' Republiek en Spanje maakte Frederik Hendrik helaas niet meer mee, maar namens hem nam zijn zoon en opvolger Willem II (1625-1650) plaats aan de onderhandelingstafel. Helaas was Willem II, in tegenstelling tot zijn voorgangers, weinig populair in zijn gewesten wat er voor zorgde dat de inwoners én politiek leiders zich in twee kampen verdeelden. Willems aanhangers - de Organisten - steunden zijn stadhouderschap én de familie van Oranje door dik en dun, maar zijn tegenstanders - de Staatsgezinden - zagen hem liever zo snel mogelijk aftreden.

Eerste stadhouderloze tijdperk

Onder leiding van Willem II liepen de spanningen in zijn gewesten al snel op en kwamen tot uitbarsting toen er een beslissing moest worden genomen over het inkrimpen van de Hollandse vloot. Aangezien de Hollandse regenten volledig hun eigen gang gingen, pleegde Willem - met toestemming van de Staten-Generaal - een coup om de macht van het Hollandse gewest te breken, maar haalde zich hiermee alleen de woede van de regenten op de hals. Aan de spanningen tussen Willem en zijn regenten kwam plotseling een eind toen hij na een jachtpartij op de Veluwe ziek thuis kwam en enkele dagen later overleed aan de gevolgen van de pokken. De verwarring bij de regenten en Staten van Holland na het overlijden van hun stadhouder was groot aangezien zijn vrouw op het moment van zijn overlijden zwanger was van zijn mogelijk opvolger. De Staatsgezinden wisten handig gebruik te maken van deze verwarring en drukten de beslissing om het stadhouderschap af te schaffen er snel doorheen bij de Staten van Holland. Toen enkele dagen de kleine Willem Hendrik - kortweg Willem III - van Oranje (1650-1702) werd geboren stonden de Organisten met lege handen.

Prins Willem III van Oranje / Bron: Sir Godfrey Kneller / Wikimedia CommonsPrins Willem III van Oranje / Bron: Sir Godfrey Kneller / Wikimedia Commons
Paniek in Holland
Gedurende de jaren dat Willem III opgroeide, voerden de Organisten en Staatsgezinden een voortdurende strijd over het wel of niet aanstellen van Willem III als stadhouder. Aangezien de politieke situatie op deze manier onhoudbaar dreigde te worden besloten de Staatsgezinden onder leiding van de raadspensionaris van Holland - Johan de Witt (1625-1672) - Willem III enkele politieke taken te geven om de Organisten tevreden te houden. Met het aanbreken van het rampjaar (1672) raakt de Republiek verwikkeld in een oorlog met zowel Engeland (Derde Engels-Nederlandse Oorlog 1672-1674) als met Frankrijk (Hollandse Oorlog 1672-1679) en de paniek onder de inwoners en regenten van de zuidelijke gewesten sloeg toe. Aangezien de stadhouder van Holland in het verleden ook altijd de functie van Kapitein-Generaal van de Republiek had vervuld, had men nu geen leider over het leger. Onder druk van het volk ging de Staatsgezinden overstag en Willem III werd op 25 februari 1672 benoemd tot kapitein-generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Einde eerste stadhouderloze tijdperk

Waar Holland Engeland de baas was op zee, lukte het haar maar niet om de Franse opmars over land te stoppen en de paniek in Holland steeg naar ongekende hoogte. Er werd een aanslag gepleegd op raadspensionaris Johan de Witt die hierdoor enige tijd buitenspel werd gezet en de Organisten maakten van de gelegenheid gebruik een coup te plegen, die slaagde. Na de coup werd Willem III op 4 juli 1672 officieel benoemd tot stadhouder van Holland waarna Zeeland negen dagen later (15 juli 1672) volgde. In 1675 kwam er eindelijk een wapenstilstand tussen de Republiek en Frankrijk waarna de Franse soldaten terugkeerden naar huis. De gewesten die zich direct hadden overgegeven bij de Franse aanval - Utrecht, Gelderland en Overijssel - werden onder toezicht van stadhouder Willem III geplaatst waardoor Willem zijn gewesten weer terug had. Helaas wist Willem III zich - net als zijn vader Willem II - al snel weinig populair te maken door de belastingen aanzienlijk te verhogen om zijn geplande wraak op Engeland mogelijk te maken.

Ontwikkelingen in de noordelijke gewesten

Na het overlijden van de Friese stadhouder Willem Lodewijk vond de Hollandse stadhouder Maurits het nodig zijn nalatenschap aan te vechten. De Staten van Friesland kwamen er uiteindelijk aan te pas om de zaak te schikken waarna de titel overging op de jongere broer van Willem Lodewijk. In de jaren die volgden, wisselden diverse Friese stadhouders elkaar in hoog tempo af aangezien het merendeel van hen op zeer ongelukkige wijze om het leven kwam.

Anna van Nassau / Bron: Johan ? / Wikimedia CommonsAnna van Nassau / Bron: Johan ? / Wikimedia Commons
Nalatenschap Willem Lodewijk
Aangezien Anna als vrouw geen recht had om op te treden als stadhouder was het haar man Willem Lodewijk die de officiële titel kreeg en de leiding over Friesland, Stad & Lande (Groningen) en Drenthe op zich nam. Ondanks dat Willem Lodewijk en Anna altijd goed contact hadden gehad met hun zwager en broer Maurits vond Maurits het toch nodig om de nalatenschap van Willem Lodewijk aan te vechten na zijn overlijden. Aangezien Anna tijdens haar eerste zwangerschap was overleden had Willem Lodewijk in zijn testament bepaald dat het stadhouderschap zou overgaan op zijn jongere broer Ernst Casimir van Nassau-Dietz (1573-1632). Maar Maurits was op zijn beurt van mening dat hij de titel moest krijgen omdat deze van oorsprong aan zijn vader had toebehoord. Uiteindelijk moesten de Staten van Friesland er aan te pas komen om de situatie tussen Maurits en Ernst Casimir op te lossen waarbij zij het testament van Willem Lodewijk erkenden. Maurits kon niet anders dan de beslissing van de Staten van Friesland accepteren waarna Ernst Casimir officieel werd genoemd tot stadhouder van de drie noordelijke gewesten.

Groningen en Drenthe

In 1632 kwam er na een periode van twaalf jaar een einde aan het stadhouderschap van Ernst Casimir nadat hij tijdens het inspecteren van de loopgraven dodelijk werd getroffen door een kogel en werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz (1612-1640). Helaas was het stadhouderschap van Hendrik Casimir weinig gelukkig aangezien hij een opstand in Friesland de kop moest indrukken en korte tijd later dodelijk gewond raakte op het slagveld. Aangezien Hendrik Casimir niet was getrouwd, besloten de Staten van Friesland zijn jongere broer Willem Frederik van Nassau-Dietz (1613-1664) te erkennen als stadhouder maar Stad & Lande en Drenthe lieten zich door Frederik Hendrik van Oranje overtuigen hem als stadhouder te erkennen. Na het overlijden van Frederik Hendrik kwamen zijn zuidelijke gewesten plus Drenthe en Stad & Lande in handen van zijn zoon Willem II. Maar deze bepaalde na zijn overlijden dat de twee gewesten weer terug dienden te worden gegeven aan de Friese stadhouder Willem Frederik.

Friese stadhouders

Frederik Hendrik kwam op zeer ongelukkige wijze om het leven toen er bij het schoonmaken van zijn pistool iets mis ging en hij zichzelf in zijn kaak schoot. Na zijn overlijden was het de beurt aan zijn zoon Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz (1657-1696) om het stadhouderschap over de drie gewesten op zich te nemen maar deze kreeg bij het uitbreken van de Hollandse Oorlog flinke ruzie met zijn neef én tevens kapitein-generaal van de Republiek Willem III. Hendrik Casimir II besloot over te lopen naar Franse zijde om in 1688 weer terug te keren naar Holland om zijn samenwerking met Willem III weer op te pakken, maar nam opnieuw ontslag toen een felbegeerde promotie aan zijn neus voorbij ging. Uiteindelijk stierf Hendrik Casimir II een natuurlijke dood waarna zijn zoon Johan Willem Friso van Nassau-Dietz (1687-1711) zijn taken van hem overnam maar op ongelukkige wijze verdronk in het Hollands Diep toen hij deze wilde oversteken.

Tweede stadhouderloze tijdperk

Met het overlijden van de Hollandse stadhouder Willem III en de Friese stadhouder Johan Willem Friso in 1711 werden alle gewesten in de Republiek officieel stadhouderloos, al keek men in Friesland reikhalzend uit naar de komst van een mogelijk opvolger. Toen deze achtenveertig dagen later ook daadwerkelijk geboren werd, erkenden de Staten van Friesland zijn leiderschap meteen maar de andere gewesten besloten om eerst de kat uit de boom te kijken.

Prins van Oranje

Aangezien het huwelijk van Willem III van Oranje kinderloos was gebleven, brak er na zijn overlijden een strijd om zijn prinselijke titel - prins van Oranje - los. Naast de Friese stadhouder Johan Willem Friso was namelijk ook de koning van Pruisen, Frederik I (1657-1713), van mening recht te hebben op de titel en na een lange juridische strijd werden de beide heren in het gelijk gesteld. De rechter bepaalde dat ze beiden de titel van prins van Oranje mochten dragen al waren hier geen bestuurlijke rechten in het gelijknamige prinsdom Oranje aan verbonden. Terwijl Frederik I en Johan Willem Friso vochten om de titel kwamen de Staten van Holland bij elkaar om te bepalen wat er moest gebeuren met Willems functie van stadhouder aangezien zowel de Staatsgezinden als de Organisten het er over eens waren dat het stadhouderschap van Willem III geen daverend succes was geweest. Na enig overleg werden de Hollandse regenten het eens om het stadhouderschap wederom af te schaffen waarna de andere gewesten die onder Willems leiding hadden gestaan besloten het voorbeeld van Holland te volgen. Hierdoor gingen zowel Holland als Zeeland, Utrecht, Gelre en Overijssel voor de tweede keer een stadhouderloze periode tegemoet.

Stadhouderloze Republiek

In de noordelijke gewesten keken ze argwanend toe hoe de zuidelijke gewesten besloten op eigen houtje verder te gaan en wachtten ze ondertussen op de komst van een mogelijk opvolger. Helaas werd de vreugde van de komende geboorte overschaduwd door het overlijden van stadhouder Johan Willem Friso in 1711 waardoor ook Friesland, Stad & Lande en Drenthe officieel stadhouderloos werden. Lang duurde dit echter niet want achtenveertig dagen na het overlijden van Johan Willem Friso werd zijn zoon Willem Karel Hendrik Friso (1711-1751) van Oranje-Nassau - kortweg Willem IV - geboren die door de Staten van Friesland direct werd erkend als stadhouder van hun gewest. In tegenstelling tot Friesland hadden de Staten van Stad & Lande - waar Drenthe op bestuurlijk gebied onder viel - het stadhouderschap niet overerfbaar gesteld en besloten dan ook om de kat nog even uit de boom te kijken.

Willem IV

Aangezien Willem IV nog veel te klein was om te regeren werd zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765) benoemd tot zijn regentes en nam de zaken op bestuurlijk gebied voor hem waar. Wel stond Willems gehele opvoeding in het teken van de belangrijke rol die hij later zou vervullen en hij werd dan ook al op jonge leeftijd begeleid door diverse regenten van de Staten van Friesland die hem alles leerde wat hij diende te weten als stadhouder. Bij een toekomstig stadhouder hoorde uiteraard ook een belangrijke partner en over het huwelijk tussen Willem IV met de Engelse Princess Royal Anna van Hannover (1709-1795) werd dan ook twaalf jaar lang onderhandeld. Gedurende die tijd doorliep Willem zowel een studie aan de Universiteit van het Friese Franeker als een studie aan de Universiteit van de Hollandse stad Utrecht en leerde onder andere diverse vreemde talen vloeiend lezen, schrijven en spreken. In 1718 besloten de Staten van Stad & Lande dat de jonge Willem IV hun goedkeuring kon wegdragen en erkenden hem officieel als stadhouder van hun gewest.

Einde tweede stadhouderloze tijdperk

In de jaren die volgden besloten achtereenvolgens Stad & Lande, Gelre en Drenthe Willem IV te erkennen als hun stadhouder waardoor alleen de zuidelijke gewesten en Overijssel nog stadhouderloos waren. Toen de Republiek betrokken raakte bij de Oostenrijkse Successieoorlog nam de roep in Holland voor het aanstellen van een daadkrachtig leider toe waarna de Staten van Holland Willem IV ook erkenden. Na Holland volgden de overige gewesten al snel waarna de Staten-Generaal besloten Willem IV officieel te benoemen tot erfstadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Stadhouder Willem IV / Bron: Johann Georg Ziesenis / Wikimedia CommonsStadhouder Willem IV / Bron: Johann Georg Ziesenis / Wikimedia Commons
Einde stadhouderloze periode noorden
In de vier jaar die volgden keken de Staten van Gelre en het bestuur van Drenthe goedkeurend toe hoe de macht van de familie van Oranje-Nassau zich langzaam herstelde en besloten zich in 1722 weer bij hen aan te sluiten. Met het erkennen van Willem IV als hun stadhouder kwam er een einde aan de (eerste) stadhouderloze periode in de noordelijke Nederlanden en besefte men in de zuidelijke gewesten dat de macht van de familie van Oranje-Nassau zich aan het herstellen was. Terwijl men in het noorden steeds meer vertrouwen kreeg in hun jonge stadhouder, keek men in het zuiden argwanend toe aangezien daar de Staatsgezinden nog steeds van mening waren dat het stadhouderschap achterhaald was. Op éénentwintigjarige leeftijd werd Willem IV officieel meerderjarig en trad zijn moeder af als regentes. Alle ogen waren nu op Willem IV gericht aangezien hij nu moest laten zien wat hij in de afgelopen jaren had geleerd waarbij de harten van de meeste inwoners van zijn gewesten al snel wist te veroveren.

Oorlog

In 1677 vond de volgende mijlpaal in Willems leven plaats toen hij in de Engelse stad Londen in het huwelijk trad met Anna van Hannover en daarna met haar terugkeerde naar zijn hof in Leeuwarden. Waar ze in de noordelijke gewesten vol enthousiasme werden ontvangen, zag het merendeel van de zuidelijke regenten het echtpaar liever gaan dan komen. Bij het naderen van het jaar 1747 kwamen de verhoudingen in de Republiek plotseling geheel anders te liggen toen de Nederlanden betrokken raakten bij de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748). Net als in het rampjaar 1672 waren het de Fransen die de Republiek binnen vielen en in hoog tempo oprukten richting het Hollandse regeringscentrum in Den Haag. De paniek onder de bevolking in de stadhouderloze gewesten nam toe en de roep om een daadkrachtig leider aan te stellen werd steeds groter. Aangezien de macht van Willem IV zich nog altijd uitbreidde én er weinig andere kandidaten waren die de functie van stadhouder op zich konden nemen, besloten de Staten van Holland in april 1747 Willem IV officieel te erkennen als stadhouder. In de maand april en gedurende de maand mei besloten ook de Staten van Zeeland, Utrecht en Overijssel overstag te gaan waarmee de (tweede) stadhouderloze periode in de gehele Republiek officieel ten einde kwam.

Erfstadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Na vele jaren van elkaar 'gescheiden' geweest te zijn werden de gewesten van de Zeven Verenigde Nederlanden onder leiding van Willem IV weer herenigd waarmee hij officieel in de voetsporen trad van zijn voorvader Willem I van Oranje. Aangezien de Republiek in oorlog verkeerde en de stadhouder van Holland ook altijd de functie van kapitein-generaal op zich had genomen volgde Willems benoeming op dit gebied snel. In november 1747 besloten de Staten-Generaal om zelfs nog een stap verder te gaan door Willem IV te benoemen tot erfstadhouder van de gehele Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden waarmee in feiten het koninkrijk Nederland werd geboren. Aangezien Willem IV op het moment van zijn benoeming alleen nog maar een dochter had, besloot hij meteen om de erfopvolging in de vrouwelijke lijn op papier vast te leggen waarbij al zijn rechten en titels na zijn overlijden over gingen naar zijn dochter. Een jaar na zijn benoeming werd Willems zoon Willem Batavus van Oranje-Nassau (1748-1806) - Willem V - geboren waarna de toekomst van zowel de mannelijke als de vrouwelijke lijn van de familie van Oranje was verzekerd.
© 2017 Marjolijnr, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, prins van OranjeJohan Willem Friso van Nassau-Dietz, prins van OranjeStadhouder Willem III van Oranje-Nassau, tegens koning Willem III van Engeland overleed in 1702. Omdat hij geen kinderen…
Beatrix – Vrijvrouwe van Ameland met Fries bloedBeatrix – Vrijvrouwe van Ameland met Fries bloedPrinses Beatrix heeft Fries bloed in de aderen. De vorstin erfde de titel Erf- Vrijvrouwe van Ameland van Johan Willem F…
Machthebbers in de Nederlanden: De StadhouderMachthebbers in de Nederlanden: De StadhouderIn de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden was de stadhouder een belangrijke functionaris. Het ambt gaf degene die…
René van Chalon, prins van OranjeRené van Chalon, prins van OranjeBij prins van Oranje denken we misschien het allereerst aan de Nederlandse Vader des Vaderlands, prins Willem van Oranje…
Willem van OranjeWillem van OranjeWillem van Oranje, wordt in 1533 geboren in Duitsland als Willem van Nassau. Als zijn Oom, prins van Oranje, sterft, laa…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Onbekend / Wikimedia Commons
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_Stadhouderloze_Tijdperk
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_III_van_Oranje
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_IV_van_Oranje-Nassau
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Stadhouderloze_Tijdperk
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Lodewijk_van_Nassau-Dillenburg
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Ernst_Casimir_van_Nassau-Dietz
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_van_Oranje#Huwelijken_en_kinderen
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_Casimir_I_van_Nassau-Dietz
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Frederik_van_Nassau-Dietz
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_Casimir_II_van_Nassau-Dietz
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Willem_Friso_van_Nassau-Dietz
  • Afbeelding bron 1: Adriaen Thomasz. Key / Wikimedia Commons
  • Afbeelding bron 2: Sir Godfrey Kneller / Wikimedia Commons
  • Afbeelding bron 3: Johan ? / Wikimedia Commons
  • Afbeelding bron 4: Johann Georg Ziesenis / Wikimedia Commons

Reageer op het artikel "Republiek der Nederlanden: Tweede stadhouderloze tijdperk"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Marjolijnr
Gepubliceerd: 10-05-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 16
Schrijf mee!