Geschiedenis en Indianen

Raad van Indië en de nieuwe status van Indianen

Het speelde zich allemaal af van 1500 tot 1800. In Latijns Amerika begint het tijdperk van Spaans koloniaal bewind. Velen trekken naar de nieuwe wereld. Ze werden hierin gesteund door de Spaande overheid. Hieronder wordt uitgelegd binnen welk gebied deze veroveraars hun rechten mochten uitoefenen. Wordt uitleg gegeven over de Raad van Indië, het nieuwe bestuurstelsel. En worden de rangen en standen van Indianen en Spanjaarden verder toegelicht.



Encomienda

Encomienda: gebied waarbinnen een Spaanse veroveraar indianen belasting mocht opleggen en werk van ze mocht eisen, in ruil voor bescherming. Encomendero: mensen die de encomienda uitoefenen.

Encomendero moest zich aan paar dingen houden:
  • hun winst delen met de Spaanse kroon
  • ze moesten hun streek waar hun zich gevestigd hadden verdedigen.
  • ze mochten de indianen die aan hun werden toevertrouwd niet uitbuiten. Hij moest ze onderwijzen en begeleiden. En zorgen voor het geestelijk en materiele welzijn.

De indianen dienden hen dan te helpen met landbouw en dingen bouwen. In praktijk liep het allemaal anders, werden de indianen wel uitgebuit. Er werd besloten om het encomienda-stelsel te beperken.

Raad van Indië

Vanaf 1550 kwam er een nieuw en uitgebreid besturingsstelsel : raad van Indië. Wetten en decreten vormden samen basis van bestuur in koloniën.

Koloniën werden in 2 onderkoningen ingesteld:
  1. Peru
  2. Mexico

In 16e eeuw bleek dit niet goed te gaan en werd het in 5 onderkoningen gesplitst. Dit waren hoge Spaanse adelen en werden om de 6 jaar opnieuw gekozen.

De onderkoningen waren verantwoording verschuldigd aan de koning. Maar verder hadden ze veel macht. (opperbevelhebber bij het leger en mochten kerkelijke ambtenaren benoemen). Ze werden bijgestaan door adviseurs zij hadden de controlerende functie en functioneerde als hooggerechtshof (zaken die niet opgelost konden worden door lagere ambtenaren gingen naar hen).

Onderkoninkrijken worden ingedeeld in provincies, daar waren regionalen ambtenaren de baas. Indiaanse dorpen werden door Spanjaarden opgenomen in de bestuursstructuur van de Spaanse staat, zij vormden de onderste bestuurlaag van de staat. De dorpen vielen onder de verantwoordelijkheid van de provinciale ambtenaren.

Om het voortbestaan van indianen te garanderen werd er vastgelegd in grondwet dat dorpen recht hadden op stuk grond. Sommige Spanjaarden hielden zich daar niet aan en daardoor konden indianen grond verliezen.

Haciënda’s: landbouwbedrijf welke in omvang kan variëren, maar meestal grootschalig is.

Nieuwe status voor Indianen

In 16e eeuw moesten indianen en Spanjaarden naast elkaar wonen. Geestelijken en bestuursambtenaren vroegen zich af hoe de nieuwe samenleving moest lopen. Hoe moest de sociale verhouding zijn tussen indianen en Spanjaarden?

Indianen waren een soort van onderdanen van Spaanse Koning, ze betaalden namelijk belasting aan hem.

Indianen van Mexico, Guatemala en Peru kregen een juridische status “kinderen van de koning”
  • dat zet ze apart van de Spaanse inwoners van Latijns- Amerika.
  • Er ontstaat een standenmaatschappij net als in Europa met 2 standen: Indiaanse republieken en Spaanse republieken

Leden van de Indiaanse republiek: woonden in Indiaanse dorpen, hadden recht op grond en bescherming en hadden plichten zo moesten ze o.a. belasting betalen.
Verliet iemand het dorp dan was zijn status onduidelijk, juridisch gezien verliet hij immers de Indiaanse stand. Je had dan ook 2 verschillende rechtbanken een Spaanse en een Indiaanse.


Afrikanen in Latijns- Amerika ook bij hun waren er statusverschillen:
  • zelfstandige ambtenaren (onder wie vrijgelaten slaven.)
  • plantageslaven, zij hadden niets te zeggen over hun eigen leven (sommige pleegden daarom zelfmoord). Of pleegden verzet tegen de plantage-eigenaren (door de stelen of sabotage) En anderen vluchten (eigen staat stichten) – staatjes sluiten verdragen met koloniale machthebbers die onafhankelijkheid van Afrikaanse staatjes erkennen.

Indiaanse edelen stonden dichter bij Spanjaarden dan bij Indianen van gewone afkomst, zij hadden namelijk dezelfde kleding, omgangsvormen en gebruiken. En spraken net als de Spanjaarden Spaans. Onder de Spanjaarden heersten er ook grote verschillen, namelijk in beroepen en machtsposities.

Nakomelingen uit Spaanse immigranten werden creolen genoemd. Zij hadden weinig mogelijkheden om hoge ambtelijke post te verwerven. Het aantal mensen met gemengde afkomst nam toe. En er ontstaat langzamerhand een vermengde cultuur Afrikanen, Indianen en Spanjaarden. Religieuze opvattingen beïnvloeden elkaar. De Uniformiteit Christendom veranderd (tegen wil van Spanjaarden in) en er vindt mestizering plaats: het samengaan van Spaanse, Indianen en Afrikaanse cultuur.

Hierarchie van 4 hoofdstanden:
  1. Europeanen
  2. Spanjaarden, mochten wapens dragen en paarden berijden.
  3. Amerikaanse Spanjaarden (creolen)
  4. Castas : nakomelingen van gemengd huwelijk of kinderen van Spaanse en Indiaanse ouders.. Voor deze laag waren er speciale kledingvoorschriften.

Om problemen te handhaven kon afstamming niet veel langer gebruikt worden als rechtsmiddel. Afstamming werd namelijk moeilijk te achterhalen, vanwege de vele bevolkingsgroepen die gingen zich mengen. Hierdoor wordt sociaal-economische status langzaam maar zeker belangrijker dan afstamming.
© 2008 - 2009 Brigitte_, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 07-04-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Brigitte_ is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Raad van Indië en de nieuwe status van Indianen"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.