InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Geschiedenis van scholtengoed Roerdink en de oudste schoppe

Geschiedenis van scholtengoed Roerdink en de oudste schoppe

Geschiedenis van scholtengoed Roerdink en de oudste schoppe Het Roerdink in Winterswijk-Woold (Gelderland, tegen de Duitse grens) was al in het jaar 1225 bekend. De boerderij was eeuwenlang het middelpunt van het gelijknamige gebied (scholtengoed) dat een groot deel van het Woold besloeg. Een gebied dat in de middeleeuwen beheerd werd door de scholte (rijke boer) van de scholtenboerderij Roerdink, die wel 86 pachtboeren in zijn scholtengebied had. Het is een gebied dat anno 2017 bekend staat om het prachtig in stand gehouden Roerdinkhof en schuren, en om de prachtige natuur.

Scholtenboerderij Roerdink

Al in 1225 wordt het Roerdink genoemd. In een akte uit 1462 wordt de naam Roerdink geschreven als Roderdinck. Scholtenboerderij Roerdink hoorde ten tijde van de middeleeuwen onder de heren van Bredevoort, die een scholtenboer benoemd hadden voor de scholtenboerderij Roerdink, die in de glorietijd wel 86 horigen op het landgoed had wonen. De landheer van de scholtenboerderij Roerdink was familie van het rijke adellijke Hof van Gelre, en woonde zelf elders. Scholtenboerderij Roerdink, in het gebied van de heerlijkheid Bredevoort, was met afstand het grootste scholtengoed met een groot hofstelsel in het oosten van Nederland. De horigen op de pachtboerderijen mochten hier wonen in ruil voor een deel van de oogst dat zij aan hun landheer ieder jaar moesten afstaan.

De scholte van Roerdink was a.h.w. de tussenpersoon die ervoor moest zorgen dat de betaling in natura en gelden bij de landheer terechtkwamen. De scholten waren zelf ook horig, maar door bijvoorbeeld de vrijstelling om bij overlijden een deel van de nalatenschap naar de landheer te doen, groeiden ze uit tot machtige en grote scholtenboeren. Ook mochten de scholten een gedeelte van goed en geld van de pachtboeren incasseren. Dit systeem werd het hofstelsel genoemd. De scholte van het Roerdink had ook nog een functie als tegeder aan het hof van Miste. Een tegeder geeft advies aan de drost (bestuursambtenaar) bij het naleven van het hofrecht.

De heerlijkheid Bredevoort

Het gebied 'de heerlijkheid Bredevoort', lag in de provincie Gelderland en bestond uit de stad Bredevoort en de dorpen Aalten en Winterswijk en hun buurtschappen. Het was een zelfstandig gebied met eigen wetten en rechtspraak. In 1188 werd de heerlijkheid Bredevoort voor het eerst schriftelijk vermeld als 'castrum Breidervort'. Vanaf 1322 tot en met 1326 brak er een strijd uit tussen Lodewijk II van Münster en Reinald II van Gelre om de heerlijkheid Bredevoort en deze strijd werd in het voordeel van Gelre beslecht. Na 1813 werd de heerlijkheid opgeheven en kwam het onder burgerlijk bestuur te staan.

Eigenaar Roerdink

Omdat de Roerdinks zich stevig roerden in die tijd, om hun eigen privileges te verdedigen, werden ze rond 1840 officieel als eigenaar van de hofboerderij beschouwd. Het gebied van de Roerdinks is sinds 1863 onder meer bekend van:
  • de T-boerderij met landhuisachtig voorhuis;
  • een aantal vakwerkschuren;
  • de oudste schoppe van Nederland;
  • een varkenshuis;
  • een waterput van Bentheimer zandsteen;
  • de Nieuwe Molen (nu Berenschots Watermolen) in het Woold;
  • de dikke boom;
  • een gracht die op kaarten uit 1768 zichtbaar is en die anno 2017 nog voor de helft bestaat.

De alarmbel

De scholtenboeren in een stukje van Twente en in de omgeving van Winterswijk en Aalten gingen zich vanaf 1813 als eigenaar van de scholtengoederen beschouwen. Er werden verplichte ‘helpedagen’ ingesteld. Veel scholtenboerderijen hadden een torentje op het dak met een bel erin. Zo gauw er helpers nodig waren, bij de oogst bijvoorbeeld, trok de scholte aan de bel en zo gauw de alarmbel ging moesten de boeren van de voormalige pachtboerderijen komen.

Huwelijk

Om de machtspositie van een scholte in stand te houden deden de scholtenboeren veel. Het was dat bij overlijden de gehele erfenis naar de oudste zoon ging om zo versnippering van een scholtengoed tegen te gaan. Het Burgerlijk Wetboek uit 1838, onder koning Willem I verbood echter dat de erfenis naar één kind ging. Vanaf toen kregen de andere kinderen van een scholte de pachtboerderijen in het bezit en deze boerderijen werden vaak verbouwd tot de boerderijen, die we anno 2017 nog veel zien in het gebied.

Gevelsteen in het achterhuis met jaartal 1836Gevelsteen in het achterhuis met jaartal 1836

Rijksmonument

De gebouwen die 2017 op het erf van ‘Het Roerdink’ staan zijn ongeveer uit de 15e-16e eeuw. Het achterhuis is van 1836. Boerderij Roerdink is met de achterdeur naar de weg is gebouwd, net zoals kleine boerderijen altijd gebouwd werden zodat de oogst gemakkelijk naar binnen kon. Sinds 1967 is het complex ‘Roerdink’ een rijksmonument, waaronder ook de schoppe valt en de Berenschot molen. In 1974 heeft een grote brand het hoofdgebouw zwaar beschadigd. Het voorhuis en het achterhuis zijn, op de woonkamer na, zo goed als afgebrand. Het huis is langzaam weer opgebouwd met de historische waarde in acht houdend, maar herstellen hoe het voor de brand was, was niet meer mogelijk.
De gerestaureerde schoppeDe gerestaureerde schoppe
De oudste schoppe of schuur
Op het erf van het Roerdinkhof staat tevens de oude 'schoppe' die waarschijnlijk de oudste schuur van Nederland is. De schoppe is bijna vijf eeuwen oud wat duidelijk werd in 2007, na een onderzoek van de jaarringen, dat gedaan is om het hout te dateren. Het hout van het gebint is van een boom die in 1544 gekapt is. In 2014 is begonnen, samen met de provincie Gelderland en de gemeente Winterswijk, met de restauratie van de schoppe en de ingestorte rijtuigenstal naast de schuur. Beide overheden verstrekten de subsidie voor de restauratie. De restauratie duurde negen maanden omdat zoveel mogelijk houtwerk van de oude schuur hergebruikt moest worden.

De molen
De heer Adriaen van Eerde tot Pleckepoel van havezate Groot Plekenpol bouwde in het Woold langs de Boven-Slinge in 1652 een watermolen die waarschijnlijk uit twee vakwerkmolenhuizen heeft bestaan. Eén voor de lijnolie uit vlas en één voor het graan. De havezate Groot Plekenpol was een van de oudste monumentale buitenplaatsen van Winterswijk en ten tijde van de middeleeuwen stond hier een slot dat echter verdwenen is. De oude gracht- en laanstructuren zijn nog wel voor een groot deel aanwezig, evenals de ‘bleek’. Bleekvelden die gebruikt werden om de was te bleken in de zon. Van het ‘bleekershuus’ uit 1883 zijn alleen nog maar schoorstenen aanwezig. In 1718 ging de molen wegens geldproblemen naar Mathias Walyen (1667-1721), gehuwd met Geesje Schimmelpennink (1671-1742).
In 1749 kwamen de molens in handen van de familie Roerdink. De staat van het onderhoud was slecht en besloten werd om de molen te herbouwen. De molen kreeg de nieuwe naam: ‘De Nieuwe Molen’ die nog te lezen is in de herinneringssteen. Daar de waterstand van de Slingebeek niet constant was, werd er in 1862 een windmolen bijgebouwd: de stellingmolen Den Helder, waar de romp op een verhoging stond zodat de wieken de wind goed konden vangen. De windmolen Den Helder is echter in 1896 alweer afgebroken. In 1911 werd Gerrit Willem Berenschot de eigenaar van de Nieuwe Molen en veranderde de naam in Berenschot’s watermolen. In 1964 bouwden Hanna Berenschot (derde generatie Berenschot) en echtgenoot Jan Buunk (molenaar), een graansilo erbij. Na een grote overstroming in 1960 is de molen tot 1984 buiten gebruik geweest.

Sinds 1988 is de watermolen en toenmalige molenaar (Willem Buunk, de achterkleinzoon van Gerrit Willem Berenschot) gestopt met de maalderij. Vanaf 1960 is met een grote restauratie begonnen. Het gedeelte van de watermolen waar het graan en de meelzakken in werden bewaard is in originele staat gerestaureerd en in 1991 geopend als restaurant, met op de achtergrond de eeuwenoude watermolen. Het restaurant wordt anno 2017 gerund door de vijfde generatie (Willem en Tineke Buunk), sinds 2010. In 2015 is de molen ingrijpend gerestaureerd met;
  • Het vervangen van het waterrad;
  • Het herstellen van de kademuur;
  • Het verleggen van de bestaande brug;
  • Het aanpassen van de stuw. Van handmatig bedienen, kan het nu op afstand bedient worden door het waterschap;
  • Het aanleggen van een vispassage.

De dikke boom in het Woold
De Dikke Boom heeft gestaan bij de boerderij Roerdinkschoppe of Schoppert, die hoorde bij scholtenboerderij Roerdink. De Dikke Boom had een omtrek van ongeveer 6 meter en de eik zou in 1500 geplant zijn. Rond 1950 is de dikke eik gekapt.

Roerdinkhof anno 2017

Het boerderijcomplex Roerdinkhof vormt anno 2017 een bijzonder cultuurhistorisch erfgoed. De oude scholtenboerderij Roerdink was omgeven door een groot aantal voormalige pachtboerderijen, landerijen en bossen, wat een oud en goed bewaarde waarde gaf en geeft aan het Nationaal Landschap Winterswijk. Een heerlijk geheel om vakantie te vieren of een dag te fietsen of wandelen in het Woold. De huidige eigenaar van huis Roerdinkhof, Gerard Huetink geboren en getogen op het Roerdink en afstammeling van de eerste Scholtenboer in Winterswijk, heeft naast zijn zeven Herefordkoeien een mini-camping, een bed & breakfast, een groepsaccommodatie, een theetuin, een vergaderruimte en een vakantiehuisje.

Lees verder

© 2017 Rieja, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De restanten van de oude scholtenboerderij OossinkDe restanten van de oude scholtenboerderij OossinkIn de middeleeuwen zijn in de gemeente Winterswijk scholtenboerderijen gesticht. Grote boerderijen met veel grondbezit w…
Van scholtenboerderij Hesselink tot appartement HesselinkVan scholtenboerderij Hesselink tot appartement HesselinkScholtengoed Hesselink ligt in Winterswijk-Ratum, vlak tegen de Duitse grens. De scholtenboerderij Hesselink wordt waars…
Van scholtenboerderij Boeijink naar appartementencomplexVan scholtenboerderij Boeijink naar appartementencomplexHet scholtengoed Boeijink-Huppel ligt in de gemeente Winterswijk in het oosten van Nederland. De scholtenboerderij is va…
Scholtenboerderij hof te Welschelo en het hofgerichtScholtenboerderij hof te Welschelo en het hofgerichtDe Welsker werd in 1356 als vroegste vermelding ’Hof te Welschelo’ genoemd. Het voorhuis is van 1380 en 1430. De eerste…
Boerderij Beestman, van 'los hues' naar scholtenboerderijBoerderij Beestman, van 'los hues' naar scholtenboerderijScholtenboerderij Beestman ligt in de gemeente Aalten in buurtschap de Haart. In het jaar 1700 is het ontstaan van de bo…
Bronnen en referenties
  • http://landschapsbeheergelderland.nl/met-bewoners/oral-history/winterswijk-ik-ben-gemotiveerd-tot-het-bot-om-hier-wat-moois-van-te-maken/
  • http://roerdinkhof.nl/historie/
  • http://www.stichtingerfgoed-nlw.nl/projecten_detail.asp?id=159
  • http://www.mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/de-heerlijkheid-bredevoort

Reageer op het artikel "Geschiedenis van scholtengoed Roerdink en de oudste schoppe"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Rieja
Laatste update: 23-02-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Scholtenboerderijen
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!