Geschiedenis en Citadel

Mohammed Ali Pasha

Mohammed Ali Pasha, 1769 tot 1849. Egypte in overgang van de Turkse overheersing naar de moderne tijd.


Mohamed Ali Pasha

Mohamed Ali werd geboren uit Albanese ouders in Alvala, Macedonie. De enige taal die hij vloeiend sprak was Albanees. Hij sprak ook Turks. Hij trouwde zijn ooms kleindochter en een rijke weduwe van Ali bey.

Toen zijn vader stierf op jonge leeftijd werd hij door zijn oom en zijn neven opgevoed. Als beloning voor zijn harde werk en opvoeding gaf zijn oom hem de titel van 'Goukbashi'. Deze titel gaf hem het recht voor het innen van belastingen in Kavala.

In 1798, viel Napoleon de Ottomanse provincie, Egypte en vernietigde het leger van de Mammelukken heersers in de Slag om de Pyramiden. De Britsen vernietigden de Franse vloot in de Slag rond de Nijl dichtbij Alexandrie en haalde de peilers neer onder Napoleons ambities. Ondertussen bezette de rest van het expeditionele Franse leger Egypte en overheerste drie jaar met grote moeilijkheden.

Na zijn succes als belasting inner verkreeg Mohamed Ali een tweede titel, die van Kommander onder zijn neef Sarechesme Halil. Met inzet van troepen uit de Balkan werd bij een gemeenschappelijk Brits Ottomaanse expedite en onder zijn gezag het Napoleontische expeditieleger in 1801 tot einde gebracht. Onder de zwakke macht van de Mamlukse heersers zonder kracht en de Franse bezettingstroepen kwam er een krachts vacuum over Egypte.

Verovering van Soedan

In 1799, ondernam Mohamed Ali een tweede offensief tegen Bonaparte in Egypte. Hij landde in Aboukir op 14 juli 1799 en steunend op o.a. Albanese troepen bezette zijn leger Soedan.

Einde Mamlukken

Mohammed Ali was een jonge officier onder commando van zijn ooms zoon Sarechesme Halil Agha werd naar de Sublime haven gestuurd om de Fransen te evacueren. Hij kreeg het voor elkaar om het krachtsvacuum te stabiliseren met een lokale krachtige basis van dorpse leiders. Ali spandeerde de eerste jaren van zijn regering vechtend tegen pogingen om hem uit het zadel te werpen verlengde zijn persoonlijke autoriteit over heel Egypte. In een van de meest impopulaire episodes van zijn regering brak Ali de kracht van de Mamlukken door hun leiders te elimineren.

Hij nodigde de amirs in 1811 uit op een feest om zijn zoon's Tusun Pasha afspraak om het leger te leiden tegen de Wahhabi rebellen in Arabie. De Mamlukken amirs werden in de Citadel in een hinderlaag gelokt en vermoord door de Pasha's gunmen.
Het verhaal werd bekend als het Massacre van de Citadel. Een van de leiding gevende Mamlukken, Siam Bey, zijn corpse werd rond Cairo gedragen als een voorbeeld en afschrikbeeld tegen een ieder die tegen hem was.
Industrializatie en modernisering.

Ontwikkeling van Egyptisch katoen

Om stand te houden en met grote behoefte aan geld voor militaire hervormingen stichtte Ali extra lange handelscentra voor katoen als een cash oogst en reorienteerde de Egyptische agriculturele economie zich naar de katoen productie. Sinds de Britse textiel producenten willig waren geweest om goed geld te betalen voor Egyptisch katoen, gaf Ali order aan de meerderheid van Egyptische boeren om katoen te verbouwen. In oogsstijd, kocht Ali de totale opbrengst voor hemzelf op, welke hij verkocht aan een mark van textiel producenten. Op deze wijze hield hij de hele katoen productie van Egyptisch katoen in eigen monopoly. Hij experimenteerde ook met textiel fabrieken die de katoen tot kleren konden verwerken. Maar deze waren niet erg succesvol.

De noodzaak legers te onderhouden waren oorzaak van andere moderne projecten zoals staat onderwijs instellingen, een academisch ziekenhuis, wegen en kanalen. Fabrieken die uniformen en munitie produceerde. Hij richtte scheepsbouw op in Alexandrie alhoewel al het hout om schepen te bouwen vanuit het buitenland moest komen.

Op dezelfde manier dat hij boeren dienstplichtig maakte voor het leger dreef hij regelmatig boeren in werk corveeen voor zijn fabrieken en industiele projecten. De boeren maakten bezwaar tegen deze verplichtingen en velen renden weg van hun dorpen om te voorkomen meegenomen te worden. Soms vluchtte men ver weg naar Syrie. Een aantal van hen verminkte zichzelf om ongeschikt te zijn voor het leger. Voorkomende manieren om zichzelf te verminken was zich aan een oog blind maken met ratten gif of sneden sommigen een vinger af van de rechter hand welke meestal moest dienen om het mechanisme van een geweer te bedienen.

Rebellie tegen de Sultan

Ali zag het teritorium Soedan als een verlenging van water en land en bronnen namelijk goud en slaven. Hij gaf opdracht aan een campagne om Soedan te overmeesteren en te beleggen in 1820. Ali's troepen maakten een hoofdweg door Soedan in 1821 en ontmoette sterke tegenstand. Het oppergezag van Egyptische troepen en vuurwapens vestigden de verovering van Soedan.

Ali had een buitenpost van waaruit hij verder kon expanderen naar de bron van de Nijl in Ethiopie en Uganda. Zijn adminstratie hield slaven uit Nubia en west en zuid Soedan. Alles belichaamd in een voet regiment bekend als de Jihadiya. Ali's regering in Soedan en dat van zijn afstammelingen is bekend in Soedan voor zijn wrede en onderdrukking.

Laatste jaren

In 1824 verzocht de Ottoman Sultan hulp van Ali. Er was een serieuze opstand in de Griekse provincies van het Ottomaanse rijk. Mohammed Ali zond zijn vloot en 17.000 troepen onder commando van zijn zoon Ibrahim Pasha. Mohamed Ali was eveneens niet bereid voor een verlies van zijn totale competitie, dure assemblage en onderhoudende navy. In compensatie voor zijn verlies vroeg Mohamed Ali de Porte voor de territorie van Syrie. De Ottomanen waren onverschillig voor het verzoek.

Of het seniliteit was of een silver nitrate vergiftiging die hij jaren daarvoor had opgedaan als behandeling voor een attack van dysenterie na 1843, op de hielen van het Sirische debacle en de overeenkomst van Balta Liman die Egypte dwong zijn import barrieres en regerings monopolies op te geven, kwam Mohammed Ali's geest vaag en met een sterke neiging tot paranoia.
Muhammad Ali werd zo ziek en seniel dat hij het bericht van zijn zoons Ibrahim Pasha niet meer doordrong. Nog enkele maanden rekkend stierf hij op 2 augustus 1849 en werd begraven in mausoleum van de Alabaster Moskee.

Leden van de Muhammad Ali dynasty (1805-1953)

  • Walis (1805-1867)
  • Muhammad Ali (9 July 1805-1 September 1848)
  • Ibrahim (reigned as Wali briefly during his father's incapacity) (1 September 1848 - 10 November 1848)
  • Muhammad Ali (restored) (10 November 1848 - 2 August 1849)
  • Abbas I (2 August 1849 - 13 July 1854)
  • Sa‘id I (13 July 1854 - 18 January 1863)
  • Ismai'l I (18 January 1863 - 8 June 1867)
  • Khedives (1867-1914)
  • Ismai'l I (8 June 1867 - 26 June 1879)
  • Tewfik I (26 June 1879 - 7 January 1892)
  • Abbas II (8 January 1892 - 19 December 1914)
  • Sultans (1914-1922)
  • Husayn I (19 December 1914 - 9 October 1917)
  • Fuad I (9 October 1917 - 16 March 1922)
  • Kings (1922-1953)
  • Fuad I (16 March 1922 - 28 April 1936)
  • Farouk I (28 April 1936 - 26 July 1952)
  • Prince Muhammad Ali Tewfik (Chairman Council of Regency during Farouk I's minority) (28 April 1936 - 29 July 1937)
  • Fuad II (26 July 1952 - 18 June 1953)
  • Prince Muhammad Abdul Moneim (Chairman Council of Regency during Fuad II's minority) (26 July 1952 - 18 June
© 2008 - 2010 Hajunga, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 16-06-2008, laatst gewijzigd op 11-07-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hajunga is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Egypt in the Reign of Muhammad Ali by Afaf Lutfi al-Sayyid Marsot

Reageer op het artikel "Mohammed Ali Pasha"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.