Geschiedenis en Peloponnesos

Oorsprong van onze beschaving: Mycene

Oorsprong van onze beschaving: Mycene

Gedurende het tweede millennium v. Chr. waren de volkeren uit het noorden van Europa in beweging, op zoek naar een vestigingsplaats in het zuidoosten. Ze spraken een Indo-Europese taal, die zich later tot het Grieks zou ontwikkelen. Het was hun bekend dat brons beter geschikt was voor het maken van wapens en gereedschappen dan steen. De lange, blanke immigranten overheersten al gauw de donkere bevolking van de vlaktes van het zuiden van Griekenland.


Voor-Griekse bewoners Peloponnesos

De volken die over de Balkan vanuit het noorden van Europa richting Griekenland trokken rond 2000 v. Chr. kwamen niet tegelijk. Eerst kwamen de Arcadiërs, gevolgd door de Acheërs, de Ioniërs, de Doriërs en de Traciërs. Eeuwen later, na 1600 v. Chr. waren de Acheïsche Grieken op de Peloponnesos, het zuidelijke schiereiland, niet langer meer de boeren of krijgslieden uit het woeste noorden. Zij hadden geleerd met muren omringde versterkingen te bouwen, met paleizen en grafgewelven.

Archeologische vondsten in Mycene

De eerste bewijzen van deze oude Griekse beschaving werden in 1876 door de Duitse archeoloog Heinrich Schliemann
Leeuwenpoort in de citadel van Mycene
Leeuwenpoort in de citadel van Mycene
blootgelegd. Het terrein was Mycene, waar door opgravingen oude koningsgraven die als schachten in de heuvel gedolven waren onthuld werden. In ieder graf lagen verscheidene lichamen op elkaar. Met de lichamen waren vele kunstig bewerkte voorwerpen begraven: gouden bekers, bokalen, maskers en ornamenten, fraai versierde zwaarden en dolken. Veel van dit werk leek duidelijk Minoïsch. Zo al niet door de Minoïsche kunstenaars uitgevoerd, waren het zeker kopieën van hun werk. Andere voorwerpen waren produkten van een nieuwe en andere cultuur. Bijvoorbeeld de oorlogs- en jachtscènes, gebeiteld op stenen zuilen, waren zowel wat vakmanschap als keuze van onderwerp betreft origineel. Eerst lagen deze oude koningsgraven buiten de muren van het versterkte paleis. Toen werd omstreeks 1400 v. Chr. de citadel vergroot. De Leeuwenpoort in de nieuwe muur bestaat nog steeds. Dit geldt ook voor de 'Schatkamer van Atreus' of 'Graf van Agamemnon', het grootste van de enorme, gewelfde, bijenkorfvormige graven die buiten de muren in de heuvel gehakt werden. Tot het tijdperk van het Romeinse rijk zou er geen gewelf zo groot als deze schatkamer meer gebouwd worden.

De heerschappij van Mycene

Gunstige ligging
Mycene ligt bovenop een heuvel, in verschillende etages. In tijden van nood konden de verdedigers een lange belegering doorstaan, omdat zij water in overvloed hadden. Binnen de muren voerde een trap van 93 treden naar een put diep in de heuvel. Mycene werd tussen 1400 en 1200 v. Chr. de machtigste van de Acheïsche steden. Zijn heersers voeren het bewind over een groter gedeelte van Griekenland dan alle volgende leiders gedurende 800 jaar later zouden doen. De meeste Myceense centra op de Peloponnesos lagen aan of dicht bij zee. Deze Grieken ontwikkelden een talent voor zeeroverij, en overvielen zwakkere schepen en eilanden in de Egeïsche Zee. De heerschappij van Kreta was in 1400 v. Chr. misschien dank zij de Myceners zelf, ten onder gegaan. Nu Kreta niet langer een macht was om rekening mee te houden, nam het zelfvertrouwen van de Myceners toe.

De belegering van Troje
Vroeg in de 12e eeuw v. Chr. vielen zij de rijke stad Troje aan. Volgens de overlevering moeten de verenigde Acheeërs, waarvan de vloot werd aangevoerd door Agamemnon, de koning van Mycene en de steden Tiryns en Argos, deze oude stad aan de westkust van Klein-Azië (het huidige Turkije) 10 jaar lang hebben belegerd (1194 - 1184 v. Chr.). De overwinning op Troje kwam in een periode waarin de Acheïsche macht op haar hoogtepunt was. De Ilias, het episch gedicht van Homerus, speelt zich af tegen de achtergrond van deze oorlog. In de versie van Homerus was de ontvoering van mooie Helena, door de jonge Paris van Troje, de aanleiding tot de Trojaanse oorlog. De Ilias is echter een verhaal over helden en goden en geen historisch verslag. Het werd 300 jaar of langer na de gebeurtenissen geschreven. Desondanks bevestigen de archeologische vondsten enkele van Homerus' details. Troje viel pas na tien jaar, door de beroemde list met het houten paard, in handen van de Grieken. Een historisch juistere reden voor het uitbreken van deze oorlog zal wel zijn dat de Trojanen de Griekse handel aan de Hellespont ( de zeeëngte naar de Zwarte Zee) bedreigden. Twee andere beroemde epische gedichten behandelden de nasleep van deze oorlog: de Odyssee van Homerus beschrijft de avonturen van Odysseus op zijn terugtocht uit Troje; de Aeneas, van de veel later levende Latijnse dichter Vergilius, verhaalt over de Trojanen die uit hun verslagen stad ontsnapten.

Einde Myceense heerschappij

De Myceense periode gaf zeker aanleiding tot het ontstaan van heroïsche legendes, maar kwam tot een spoedig en niet bepaald heldhaftig einde. Omstreeks 1100 v. Chr. zwermden de Dorische Grieken zuidwaarts over de Peloponnesos. Zij overweldigden de Myceense bevolking, namen Mycene en Pylus in en maakten de Spartanen tot slaaf. Zij trouwden zowel met de Griekse als de oorspronkelijk niet-Griekse bewoners. Alleen Attica, het kleine schiereiland met de stad Athene, ten noordoosten van de Peloponnesos, had geluk. Toen de Doriërs vanuit Midden-Griekenland optrokken, gingen zij over de golf van Korinte naar het zuiden, in plaats van naar het oosten. Verscheidene eeuwen lang zou deze periode van cultureel verval voor de Grieken, een tijd van geweld en en chaos, duren.
© 2008 - 2010 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 19-11-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Oorsprong van onze beschaving: Mycene"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.