Geschiedenis en Doriers

Oorsprong van onze beschaving: Griekse kolonisatie

Oorsprong van onze beschaving: Griekse kolonisatie

De invasie van de Doriërs, een Griekse stam, veroorzaakte een kettingreactie van emigratie vanaf het Griekse vasteland van 1200 - 900 v. Chr. Zij koloniseerden de eilanden Melos, Kreta, Rhodos en Kos en de zuidwestkust van Klein-Azië. Vele bewoners vluchtten over de Egeïsche Zee naar Cyprus en Klein-Azië. De achtergeblevenen werden slaven. De Doriërs droegen echter meer bij tot de historie van Griekenland dan alleen militaire overheersing. Zij brachten ook materiële vooruitgang.


Emigratie door bevolkingstoename

De Doriërs brachten het ijzer naar Griekenland. IJzeren harken en ploegen bewerkten de stenige grond beter voor het zaad dan de werktuigen van de Bronstijd. De bevolking steeg met de toename van de voedselproduktie. Omstreeks 800 v. Chr. was de boerenbevolking enorm toegenomen. Hun boerderijen waren echter kleiner geworden, omdat de edelen, meestal Doriërs, steeds meer land voor hun eigen landgoederen in bezit namen. Al spoedig zochten de Griekse boeren hun fortuin liever in vreemde landen dan thuis van honger om te komen. In een nieuw land zou het hun zelfs zo goed kunnen gaan dat zij of hun zonen zelf edellieden konden worden. Door de ontevredenen op deze manier te laten vertrekken, vermeden de stadstaten revolutie en kregen ze tegelijkertijd nieuwe leveranciers van graan, een artikel van levensbelang.

Kolonisatie in de regio

Oorzaken en gevolgen
Vrees voor onderdrukking door de Dorische adel was de aanleiding tot de eerste golf van emigratie uit Griekenland. Vrees voor honger was de oorzaak voor de volgende. Deze tweede exodus, die tot voorbij de Egeïsche Zee doordrong, begon in 750 v. Chr. Al eeuwen lang waren de Griekse zeelieden helemaal thuis in de Egeïsche wateren, dankbaar voor de vele eilanden en baaien die bij stormen een schuilplaats boden. Nu waagden zij zich over open zee. Eerst gingen zij westwaarts over de Middellandse Zee naar Italië, Sicilië, Corsica en Sardinië, en zuidwaarts naar de kust van Afrika. Daarna voeren zij naar de Zwarte Zee en de vruchtbare landen langs de zuid- en zuidoostkust hiervan.

Elke stadstaat zijn kolonies
Soms verenigden twee stadstaten hun krachten en stuurden ze een gezamenlijke expeditie van kolonisten uit. Zo
Tempel van Poseidon te Paestum (Italië)
Tempel van Poseidon te Paestum (Italië)
werd Cumae de eerste Griekse kolonie aan de westkust van Italië, gevolgd door Sicilië. Kolonisten uit andere Griekse stadstaten volgden. Van alle Siciliaanse kolonies werd Syracuse, gesticht door de Korintische edelman Archias in 734 v. Chr., de meest indrukwekkende stad. In de 5e eeuw v. Chr. was het een door een alleenheerser bestuurde hoofdstad geworden, en in de 4e eeuw groeide de bevolking tot 250.000, waardoor het de moederstad ver voorbijstreefde. Vanuit Klein-Azië werden kolonies in Frankrijk gesticht, zoals Massilia (Marseille). Sparta stichtte Tarente in Zuid-Italië. Elke Griekse stad was onafhankelijk; daarom vormden de door hen gestichte kolonies samen geen rijk. Ook was een kolonie politiek onafhankelijk van de moederstad, hoewel er logischerwijs wel banden van loyaliteit en handel bestonden.

Hoogtepunt van de kolonisatie

Omvang Griekse kolonisatie
Hoewel de behoefte aan land de oorspronkelijke drijfveer voor kolonisatie in 750 v. Chr. was, droeg een onvermijdelijke toename van de handel op haar beurt bij tot verdere kolonisatie. In een nieuwe vloedgolf van emigratie die in de 7e eeuw v. Chr. begon, werden door Griekse steden in Klein-Azië meer dan 90 kolonies rondom de Zwarte Zee gesticht. Rond 600 v. Chr. strekten de Griekse overzeese nederzettingen zich uit van Spanje tot de uiterste oostkust van de Zwarte Zee, een afstand van meer dan 3000 km (zie kaartje inleiding).

Internationale handel
Het moederland Griekenland begon voor grondstoffen afhankelijk te worden van de kolonies; eerst voor graan en daarna voor goederen als hout, metaal en fruit. Het moederland voerde olie, wijn en eindprodukten uit. De kwaliteit van de Griekse exportartikelen werd beter, waardoor de Grieken hevig begonnen te concurreren met de Feniciërs (uit het huidige Libanon) om de handel met volken rond de Zwarte Zee, Noord-Afrika en de Kelten in Frankrijk.

Opkomst Fenicië en Romeinen

De inwoners van Fenicië aan de oostkust van de Middellandse Zee waren al lang ervaren zeelieden en handelaren. Na de val van de Kretenzische zeekoningen zeilden de Fenicische schepen noordwaarts naar de Zwarte Zee, en westelijk de open Atlantische Oceaan op. Utica, waarschijnlijk hun oudste kolonie in Afrika, werd omstreeks 1100 v. Chr. gesticht, en Carthago in 814 v. Chr. De avontuurlijke, agressieve Grieken waren daar op hun eigen handelsterrein niet meer welkom. Rond 580 v. Chr. vielen de Grieken de Fenicische versterkingen op West-Sicilië aan. Nog eerder zelfs waren de kolonisten te Massilia al met de Feniciërs in botsing gekomen. Carthago, dat inmiddels zelf kolonies had, reageerde door andere Fenicische steden in een anti-Grieks verbond te verenigen en Etrusken in Italië te werven. In 535 v. Chr. wonnen zij een zeeslag, waardoor de Grieken gedwongen werden zich uit Corsica terug te trekken. Het conflict bleef voortslepen. Dit punt was nog altijd onbeslist, toen de Romeinen 300 jaar later de Carthagers uit Sicilië verdreven. De Griekse kolonisten daar en op andere plaatsen waren veroordeeld om door de Romeinse expansie te worden opgeslorpt.
© 2008 - 2010 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 19-11-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Oorsprong van onze beschaving: Griekse kolonisatie"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.