Geschiedenis en Punische Oorlogen

Oorsprong van onze beschaving: De Republiek Rome

Oorsprong van onze beschaving: De Republiek Rome

Na de aftocht van de Grieken uit het westelijk deel van de Middellandse Zee kwamen de Romeinen, die Zuid-Italië beheersten, en de Carthagers, die de Grieken van Sicilië hadden verdreven, tegenover elkaar te staan. Dat leidde tot de drie Punische oorlogen, die uiteindelijk Rome onbetwiste macht gaf over een groot deel van de Middellandse Zee. De expansiedrift van de Romeinen zou als gevolg van de macht van het leger en de hebzucht van de rijken de ondergang van de republiek inluiden.


De Punische oorlogen

In 270 v. Chr. beheersten de Carthagers het grootste deel van Sicilië, een brede strook van de Noord-Afrikaanse kust ter weerszijden van hun stad Carthago (aan de noordkust van het huidige Tunesië), een deel van Spanje, de Balearen, Corsica en Sardinië. Carthago was drie keer groter dan Rome en had meer dan 150.000 inwoners. De Carthagers waren afstammelingen van de beste zeelieden van de Oudheid, de Feniciërs, en beschikten over een reusachtige, zeer ervaren zeemacht. De lange strijd tussen Carthago en Rome is onderverdeeld in drie oorlogen. Deze worden de Punische oorlogen genoemd, naar Punici, het Latijnse woord voor Feniciërs. De oorlogen duurden, met lange tussenpauzes, van 264 v. Chr. tot 146 v. Chr. Tijdens de eerste Punische oorlog verdreven de Romeinse legioenen het

Carthaagse leger uit Sicilië. In de jaren daarna nam Rome Corsica en Sardinië in. Toen de Carthagers een overeenkomst met Rome schonden door een Griekse basis in Spanje in te nemen brak de tweede oorlog uit. De Carthaagse troepen stonden onder leiding van de jonge, briljante militaire strateeg Hannibal. De Romeinen waren verbluft toen deze met 20.000 manschappen en 37 olifanten via de Alpen in Noord-Italië verscheen (zie voorstelling links). Omdat Hannibal, na enkele jaren van bezetting van het noorden, te weinig versterking kreeg uit het moederland, was hij genoodzaakt Italië te verlaten en terug te keren naar Carthago, dat inmiddels werd aangevallen door Romeinse garnizoens. Beide legers troffen elkaar ten zuiden van Carthago, waarbij Hannibals leger in de pan werd gehakt. Spanje en de Balearen werden Romeinse provincies en Carthago werd gedwongen belasting te betalen. De stad werd tenslotte in 146 v. Chr. door de Romeinen verwoest. Inmiddels had Rome ook delen van Griekenland en Macedonië in handen gekregen door militaire bijstand te verlenen aan de Grieken in hun conflict met Macedonië. Rome had vanaf 133 v. Chr. de onbetwiste macht over een groot deel van de Middellandse Zee toen ook het noordwestelijke deel van Klein-Azië door de koning van Pergamon aan de Romeinen werd afgestaan in ruil voor economische samenwerking.

Politiek-maatschappelijke veranderingen in Rome

Oligarchie
Toen Rome de republiek instelde, werd het gezag van de vroegere koning overgedragen aan twee consuls die jaarlijks gekozen werden. Zij hadden veel macht, al was deze tijdelijk. De Senaat, raad van oudsten, nam als voornaamste regeringslichaam de besluiten en was machtiger dan de volksvergadering. In de praktijk was Rome een oligarchie: het bestuur werd geleid door een elite, want noch de Senaat noch de consuls waren echte vertegenwoordigers van álle burgers.

Patriciërs en plebejers
Er waren twee categorieën burgers met een duidelijk verschil in deze Latijnse maatschappij: de rijke patriciërs en de plebejers, die weinig bezittingen en macht hadden (plebs=volk). Deze twee standen waren eeuwenlang met elkaar in botsing over kwesties als gelijke rechten. In de 5e eeuw v. Chr. kwam er een wijziging ten gunste van de plebejers. Ze kregen recht op bescherming tegen onrecht van de kant van de patriciërs en het recht met patriciërs te huwen. In de 3e eeuw v. Chr. werd het wettelijk onderscheid tussen beide klassen opgeheven.

Machtsuitbreiding van de Senaat
Niettemin bleef de macht van de Senaat toenemen, zelfs de consuls waren eraan onderworpen. Tegen deze tijd reserveerde namelijke een kliek van rijke families, zowel patriciërs als plebejers, de overheidsbetrekkingen voor zichzelf om daarna, als ex-gezagsdragers, zitting in de Senaat te nemen. Het grootste deel van de Senaat bestond uit rijke grondbezitters. De ervaren ex-consuls en magistraten in de Senaat kenden alle trucs die gebruikt konden worden om hun eigen macht en rijkdom te vergroten. Zij voegden aan hun persoonlijk grondbezit niet alleen het land toe van de overwonnenen, maar ook -zoals de edellieden van Griekenland eens gedaan hadden- het land van de arme boeren. Deze begonnen het platteland te verlaten en vestigden zich in Rome of gingen per schip naar nieuwe gebieden. Pogingen van invloedrijke magistraten om het grootgrondbezit te beperken en land aan de armen af te staan mislukten.

De vorming van een militaire dictatuur
Van het begin af hadden de consuls het opperbevel over het leger gehad. Maar het tegenovergestelde kon ook. Briljante generaals konden, dankzij hun wapenfeiten, tot consul verheven worden. De militair Gaius Marius bijvoorbeeld werd in 107 v. Chr. consul. De senaat weigerde hem een leger. Daarom stelde hij uit arme vrijwilligers zelf een beroepsleger samen, en zag af van de gebruikelijke eis dat iedere soldaat soldij ontving. Tot nu toe bestond het leger voornamelijk uit boeren of landarbeiders die na een veldtocht hun gewone werkzaamheden oppakten. Toen dit leger, na diverse veldtochten zegevierend terugkeerde, joeg Gaius Marius de patriciërs nog meer tegen zich in het harnas door ervoor te zorgen dat zijn veteranen grondbezitters werden. Zijn vroegere vriend Sulla, een generaal die zelf in Griekenland en Azië overwinningen had behaald, won ten slotte een burgeroorlog waarin veel aanhangers van Marius werden omgebracht. Na een aantal korte, bloedige revoluties benoemde hij zichzelf in de ontstane politieke chaos tot dictator. Vanaf dat moment was het voor militaire despoten gemakkelijk om keizer te worden.

Julius Caesar

Na Marius en Sulla volgden in de eerste eeuw v. Chr. kundige generaals zoals Pompeius (die voornamelijk in het oosten vocht) en Julius Caesar, die tussen 58 en 51 v. Chr. Gallië (het gebied ten westen van de Rijn) veroverde en in 54 Brittannië binnenviel. Samen met Crassus vormden Pompeius en Caesar het eerste politieke driemanschap dat de lakens uitdeelde. In 60 v. Chr. vochten Pompeius en Caesar samen om de oppermacht, nadat Crassus tijdens een veldslag in Mesopotamië het leven had verloren. Caesar trok op naar Rome. Pompeius vluchtte en werd in Egypte vermoord. Julius Caesar werd nu alleenheerser van Rome (zie portret inleiding).

Griekse invloeden op de Romeinen

De Romeinen imiteerden alles wat zij bewonderden: de Griekse kunst, literatuur en architectuur. Dichters als Catullus en redenaars als Cicero, beiden tijdgenoten van Caesar, lieten het Latijn klinken in liefdesgedichten of krachtige argumenten, maar ze werden beiden eveneens door de Griekse cultuur beïnvloed. Alle goed opgeleide Romeinen konden Grieks spreken en het Latijnse alfabet was op het Grieks gebaseerd. Hoewel de Romeinen niet aarzelden om te kopiëren als het op de kunsten aankwam, ontwikkelden zij in hun regeringsbeleid unieke en originele methodes voor het oplossen van ingewikkelde problemen die voortvloeiden uit het opbouwen van een wereldrijk.
© 2008 - 2009 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 19-11-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Oorsprong van onze beschaving: De Republiek Rome"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.