Geschiedenis en Kanaan

Oorsprong van onze beschaving: Van Jodendom tot Christendom

Oorsprong van onze beschaving: Van Jodendom tot Christendom

Wat was dat vreemde volk dat in de onbetekenende Romeinse provincie Palestina woonde en voortdurend hun machtige heersers trotseerden, zoals zij het eens de Egyptenaren en de Assyrische en Babylonische veroveraars gedaan hadden? Zij overleefden als Joodse volk elke nederlaag en ballingschap, en zagen dat als teken van hun God die volgens hun geloofsopvattingen een verbond had gesloten met zijn 'uitverkoren volk'. Dit geloof stond aan de wieg van een wereldgodsdienst, het christendom.


De Hebreeën

Vestiging in Kanaän
De oude Hebreeën waren nomaden uit de Arabische woestijn en leken veel op andere Semitische stammen (afstammelingen van Sem, de oudste zoon van Noach). Zij begonnen in ongeveer 1600 v. Chr. te emigereren naar Kanaän, zoals Palestina toen genoemd werd, en brachten het geloof aan El Sjaddai (de Schepper-God, de Almachtige) mee. Dit onder leiding van Abraham. Hij trok met zijn familie, schaapherders en kuddes weg uit de stad Ur in Mesopotamië. Een deel van zijn familie ging in Haran wonen, enkele kilometers ten noorden van Ur. Toen zijn vader Tera stierf, riep God Abraham en zei tegen hem dat hij op reis moest naar een beloofd land. Dit land was Kanaän en hier bleef Abraham de rest van zijn leven wonen. Hij wordt beschouwd als aartsvader van het Joodse volk, zoals het bijbelboek Genesis verhaalt.

Uittocht uit Egypte
Omstreeks 1200 v. Chr. trokken 12 stammen van de Hebreeën uit Egypte naar Kanaän. Ze waren afstammelingen van de zonen van Jakob, de kleinzoon van Abraham. Ze hadden zich eeuwen daarvoor gevestigd in Egypte vanwege voedseltekort in eigen land op voorspraak aan de farao van Jakobs zoon Jozef, die als onderkoning was aangesteld vanwege zijn visioenen (die uitkwamen) omtrent de dreigende droogteperiode en voedseltekorten in Egypte. Na jaren van onderdrukking door latere farao's vluchtten de Hebreeën onder leiding van Mozes, een machtig religieus figuur, het land uit. Het bijbelboek Exodus verhaalt uitvoerig over de woestijnreis en de vestiging in Kanaän. Het was Mozes die als eerste, tijdens hun 40-jarig verblijf in de Sinaï-woestijn, regels liet opstellen omtrent hun verbond met God. De God van Mozes eiste hierin onverdeelde loyaliteit aan zijn gezag. Ze staan vermeld in de Thora, de eerste vijf bijbelboeken.

Tijdperk onder de koningen

Onder de heerschappij van populaire koningen als Saul, David en Salomo was Palestina gedurende vele jaren een sterk
Maquette Tempel van Salomo
Maquette Tempel van Salomo
koninkrijk. Onder koning Salomo kwam de Tempel van Jeruzalem gereed. Het was hét symbool voor de Joden in hun verbondenheid met hun God. Het 'Heilige der heilige' was de belangrijkste plaats in de tempel. Hier werden de tien geboden of leefregels bewaard in de 'Ark des verbonds', een houten met bladgoud bedekte kist, die destijds tijdens hun verblijf in de woestijn was gemaakt. Maar in ±930 v. Chr. werd het land door Salomo's twee zoons, die hun vaders opvolging betwistten, in tweeën gescheurd. Israël (10 stammen) werd het koninkrijk van het vruchtbare noorden, en Juda (2 stammen) het koninkrijk van de woestijnen in het zuiden. De verdeling van de Israëlitische staat zette echter de ontwikkeling van het Joodse geloof niet stil. Israël stelde de geschiedenis van de oude leiders der Hebreeën (Israëlieten of Joden), Abraham, Isaäk en Jakob, op schrift. En in Juda werd door de profeten Jesaja en Jeremia hetzelfde verkondigd als eens door Elia en Amos in Israël. Deze geschriften en de kronieken van de oude Joden vormen de Joodse Bijbel (Tenach), bij christenen bekend als het Oude Testament.

Babylonische ballingschap

Een verdere groei van het Joodse geloof en zelfs het voortbestaan van Israël als volk werd in gevaar gebracht door de invasies van de Assyriërs in 722 v. Chr., die de inwoners van het noordelijke Israël deporteerden, en de Babyloniërs in 586 v. Chr. Het gevolg hiervan was de ballingschap van de meeste Joden uit Juda en de verwoesting van de Tempel van Salomo en de hoofdstad Jeruzalem. Na de verovering van Babylon door de Perzen mochten de inwoners van Juda weer terugkeren. Jeruzalem werd herbouwd, evenals de tweede tempel. In de tijd van Jezus, bij het begin van onze jaartelling, woonde meer dan 80 % van de 2,5 miljoen Joden in het Romeinse rijk buiten Palestina. Het Joodse geloof bleef echter bestaan. Gedurende deze hele periode hielp het geloof in de uiteindelijke goedheid van God de Joden hun moeilijkheden te dragen. Zij vatten hun overwinningen en nederlagen op als tekenen van Gods voortdurende belangstelling in degenen met wie hij een verbond had gesloten: zijn 'uitverkoren volk'. In deze periode vonden sommige Joden ook steun in de gedachte aan de 'Messias', 'Gezalfde', die hun land van de indringers zou bevrijden en Gods Koninkrijk op aarde vestigen.

De leer van Christus

Tijdens het leven van Jezus Christus was het geloof in de aanstaande komst van een Messias vooral sterk onder de diverse Joden in het Heilige Land. Rond 26 na Chr. verkondigde in Judea (Juda) Johannes de doper, de neef van Jezus, dat de komst van een Messias nabij was. Jezus, die door sommigen als 'Gezalfde' werd beschouwd ('christos' is Grieks voor 'gezalfde'), had het grootste deel van zijn leven als timmerman in Galilea, in het noorden van het land, doorgebracht. Nu trok hij echter van stad tot stad om zijn nieuwe ideeën te prediken. Hij verkondigde geen nieuwe godsdienst, maar predikte, evenals andere Joodse leraren, trouw te blijven aan de Joodse geschriften. Jezus had echter wel een nieuwe leer. Hij spoorde de mensen er bijvoorbeeld toe aan om hun vijanden lief te hebben, maar zei hun dat het Koninkrijk Gods niet tot deze wereld behoorde, maar in de geesten en harten van de mensen gevestigd zou worden. Een deel van deze leer werd door orthodoxe Joden als ketterij en gevaarlijk voor de bestaande orde beschouwd. ±30 na Chr. wisten de priesters van de sekte der Sadduceeën het zover te krijgen, dat Jezus door de bereidwillige Romeinen, die onrust wilden voorkomen, terechtgesteld werd.

Ontstaan van het christendom

Na Jezus' dood werd zijn leer verspreid door twaalf Joodse volgelingen, 'apostelen' of 'gezondenen' genoemd. De door hen gepredikte leer van Christus werd in vier evangeliën ('Blijde Boodschap') vastgelegd, en vormt de basis van het bijbelse Nieuwe Testament. Om de opkomst te begrijpen van wat eerst een onbetekende sekte binnen een godsdienst met maar weinig aanhangers was, moeten wij ook rekening houden met de persoon van de apostel Paulus. Hoewel Paulus van Tarsus Jezus nooit ontmoet had, waren zijn religieuze denkbeelden, waarin Griekse en Joodse tradities verenigd waren, van blijvend belang. Paulus geloofde niet alleen dat Jezus Gods zoon was en na zijn dood was opgestaan, maar ook dat de boodschap van Christus (Messias) voor de hele wereld bestemd was, en niet alleen voor de Joden. Zo ontstond het christendom. Het werd uiteindelijk, als afgeleide van de Joodse religie, een wereldgodsdienst, net als de islam eeuwen later.

Joodse diaspora

Fort Massada met in de verte de Dode Zee
Fort Massada met in de verte de Dode Zee
Sommige Joden omhelsden het nieuwe geloof en werden erom vervolgd, evenals de Joden die het oude geloof trouw bleven. In 70 na Chr. werd Jeruzalem door de Romeinse bezetters verwoest. Alleen de westelijke muur van de tempel bleef overeind. Nu is deze zogenaamde 'klaagmuur' een heilige plaats voor de Joden (zie foto inleiding). Al het Joodse verzet werd in dat jaar door de Romeinen neergeslagen. Toch hielden de heldhaftige verdedigers van het op de heuveltop gelegen fort Massada het tot het jaar 73 uit en pleegden toen liever zelfmoord dan in handen van de Romeinen te vallen. De latere opstand onder leiding van Simon Bar Kochba, die door sommigen als Messias werd gezien, werd door keizer Hadrianus in het jaar 136 genadeloos neergeslagen. Ongeveer 580.000 Joden werden bij de gevechten gedood en meer dan 1000 steden en dorpen vernietigd. De namen 'Judea' en 'Jeruzalem' werden afgeschaft. Er kwamen anti-Joodse wetten en vervolgingen. Het Joodse nationale besef had geen grotere slag toegebracht kunnen worden. Het Joodse volk verspreidde zich uiteindelijk over de hele wereld. Deze wereldwijde verspreiding of verstrooiing van een volk of godsdienst wordt ook wel diaspora genoemd. De Joden behielden echter hun religieuze identiteit, waar zij zich ook vestigden, zelfs tot op de huidige dag.
© 2008 - 2010 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 19-11-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Oorsprong van onze beschaving: Van Jodendom tot Christendom"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.