De vroege middeleeuwen: Het verval van het Romeinse Rijk

De vroege middeleeuwen: Het verval van het Romeinse Rijk

Door de enorme omvang van hun rijk waren de Romeinen gedwongen grote legers op de been te houden om de uitgestrekte grenzen -ongeveer 9000 km. vanaf de grens in Mesopotamië tot het noordwesten van Brittannië- te beschermen. Zodra het centrale gezag begon te verzwakken door intriges, werden de legers in de provincies politieke machten met hun eigen gezag.

Oorzaken verzwakking Romeins gezag

Eigenmachtige legers
Vaak lagen de legioenen van het Romeinse leger lange tijd in hetzelfde gebied. Daarom waren de troepen natuurlijk eerder loyaal aan hun bevelhebbers dan aan een zwakke heerser ver weg in Rome, of aan de bevelhebber van een of ander Romeins leger aan een andere grens. Na de regering van Commodus (180 - 192) werd de ene keizer na de andere afgezet door militairen die hun eigen voorkeur hadden. Het rijk werd praktisich bestuurd door de legioenen in de provincies.

Strijd om de troon
Het was riskant om keizer te worden. Commodus werd dan ook vermoord. Tegen 283 hadden minstens 15 keizers zijn lot gedeeld; meestal duurde hun regering slechts enkele jaren en vaak nog minder. Andere keizers stierven in gevechten tegen concurrenten voor de troon, of tegen de vijanden van het rijk. De voortdurende strijd om de oppermacht verzwakte het centrale gezag.

Aanvallen van buitenaf
Ondanks de politieke beroering in de 3e eeuw was het Romeinse leger nog altijd verwikkeld in schermutselingen aan de grenzen. In de provincies moesten zij het hoofd bieden aan volkeren als de Parthen in Mesopotamië, de Kelten in Brittannië en, zoals steeds, de Germaanse stammen langs de Rijn en de Donau. In het oosten had een nieuwe Perzische leider de Parthische heersers in 227 verslagen, en vanaf 229 was Perzië sterk genoeg om Rome in een aantal oorlogen uit te dagen.

Verslechtering economische situatie
In Italië waren inmiddels de genotzucht van de rijken en de wanhoop van de arme mensen tekenen van een ongezonde economische situatie. De hardwerkende boerenbevolking had het al lang opgegeven om rond te kunnen komen van de verkoop van hun landbouwprodukten. De grondbezitters lieten het bestuur van hun bezittingen aan slaven over en trokken zich terug op hun villa's. Daar gaven zij zich over aan een zalig nietsdoen. Het Italiaans schiereiland was voor de dagelijkse levensbehoeften steeds meer afhankelijk geworden van de provincies elders in Europa. Zoals het platteland steeds minder mensen telde, die zich nog om de produktiviteit bekommerden, zo raakten de steden door emigratie, lokale oorlogen en intriges van de bestuurders ontvolkt. De handel zakte volledig in. De belastingambtenaren werden steeds onrechtvaardiger bij het innen van accijnzen; enkele zeer rijke lieden lukte het zelfs met smeergeld om helemaal geen belasting meer te betalen.

Mislukte pogingen reorganisatie overheidsapparaat

In 284, na een eeuw van korte regeringsperioden vol geweld, kozen de oostelijke legioenen een keizer die kans zag om 21 jaar aan de macht te blijven. Dit was de officier Diocletianus, een in het huidige Albanië geboren zoon van een slaaf,
<STRONG>Romeinse rijk ±395 na Chr.</STRONG>
Romeinse rijk ±395 na Chr.
die carrière maakte in het leger en via gouverneur tot consul werd benoemd en uiteindelijk commandant werd van de lijfwacht van de keizer. De nieuwe keizer nam krachtig de leiding van het rijk in handen. Hij maakte een einde aan de chaos die het Romeinse rijk in de 3de eeuw in zijn greep hield. Hij reorganiseerde het leger, het monetaire systeem en het belastingstelsel. Tijdens deze reorganisatie vlogen de belastingen echter omhoog en steeds meer mensen verlieten de steden. De vraag naar luxe goederen nam af en alle kansen om het beter te krijgen werden getorpedeerd door strenge beperkingen aan ambachtslieden om een ander beroep uit te oefenen. Diocletianus schijnt geprobeerd te hebben zijn hervormingswetten er met geweld door te drukken om stabiliteit te creëren. Deze wetgeving had een averechtse uitwerking. Het volk verloor alle belangstelling om zich individueel als Romeins staatsburger te kunnen ontplooien. Dit maakte het voor de 'barbaren', die aan de grenzen stonden te wachten, makkelijker om binnen te vallen.

Invloed van het christendom op het verval

Gedurende de hele periode oefende het christendom aantrekkingskracht uit op het steeds toenemende aantal armen. Diocletianus had de aanhangers van dit jonge geloof vervolgd, maar zijn opvolger Constantijn de Grote (285 - 337) volgde precies een omgekeerde politiek: het christendom werd hét geloof van het Romeinse rijk. Hij werd de eerste christenkeizer. Veel praktisch ingestelde mannen vonden het toen wel handig om monnik te worden, teneinde de belastingen en militaire dienst te ontduiken, juist in een tijd dat er zo dringend behoefte bestond aan geld en mankracht. Het kloosterwezen ondermijnde tot op zekere hoogte de vaderlandsliefde; het christelijk geloof droeg er in het algmeeen toe bij om de verbondenheid van het individu met de staat te verminderen.

Eerste invallen van de 'barbaren'

De 'barbaren' (zo werden alle niet-Romeinse burgers genoemd) in de provincies en aan de grenzen ontging het zeer zeker niet dat de Romeinse weerstand voortdurend afnam. Zij konden dit verval zelf waarnemen in steden als Nemausus (Nîmes in Frankrijk); steden die eens grote indruk op hen gemaakt hadden en hun aanleiding hadden gegeven de macht van Rome te herkennen. In de 5e eeuw konden de volkeren buiten de grenzen, aangelokt door de rijkdommen van Rome en voortgezweept door de woeste Aziatische stammen onder leiding van de Hunnen die Europa begonnen binnen te dringen, niet langer tegengehouden worden door een uit de krachten gegroeid eeuwenoud systeem, dat zwak en futloos was geworden. Al gauw was het voormalige gebied van het Westromeinse rijk volkomen onder de voet gelopen door de Germaanse indringers.

Dit artikel is deel 1 van de 8-delige special De vroege middeleeuwen.
Voor meer informatie zie de special De late middeleeuwen.
© 2008 - 2012 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
De vroege middeleeuwen: De grote volksverhuizing Al vroeg in hun geschiedenis moesten de Romeinen het opnemen tegen de Ge…
Oorsprong van onze beschaving: Het christendom naar Rome Ten tijde van Jezus' kruisiging waren er naar schatting 120 volg…
Samenvatting: a Short History of the Middle Ages hoofdstuk 1 In de derde eeuw na Christus was het Romeinse Rijk erg groot…
410 Alarik plundert Rome! Je weet dat het er in de tijd van de Romeinen soms niet al te zachtaardig aan toe gaat. Voorbee…
Religieuze geschiedenis Joden 40: Van Paulus tot Constantijn Het Jodendom heeft het christendom vanaf het begin af aan ni…

Reageer op het artikel "De vroege middeleeuwen: Het verval van het Romeinse Rijk"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Staal
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Schrijf mee!