De vroege middeleeuwen: Duitsland
Na de dood van Karel de Grote in 814 begon de geleidelijke verbrokkeling van zijn grote rijk tot kleine staten, bestuurd door edellieden die onder elkaar oorlog voerden. De maatschappij was feodaal ingericht, berustend op bezit. Adel en geestelijkheid waren de landeigenaren en machtig. Door een krachtdadig optreden lukte het de Duitse vorsten Hendrik I en vooral Otto de Grote invallers te weren en een groot, machtig Duits rijk te vormen in centraal Europa, van de Noordzee tot Midden-Italië.Duitse eenheid onder Hendrik I
Het 9e eeuwse Europa, dat geen centraal bestuur had, was kwetsbaar. De Duitse staten werden niet alleen door de Noormannen bedreigd, maar ook door de Slaven en de Magyaren (Hongaren) uit het zuidoosten. (Vanaf de 6e eeuw waren de Slaven en Magyaren uit Azië naar Midden-Europa geëmigreerd.) De Noormannen voeren vanuit zee grote rivieren als de Seine, de Rijn en de Elbe op. De druk op de hertogdommen Beieren en Saksen, respectievelijk in het zuiden en noorden van Duitsland, werd groter naarmate de Slaven en Magyaren hun krijgshaftige immigratie voortzetten.De schok veroorzaakt door deze invasies dwong de Duitsers zich aaneen te sluiten onder koning Hendrik I (919 - 936) uit het Saksiche Huis. In 924 sloot Hendrik (bijgenaamd 'De Vogelaar',vanwege zijn hobby: vogeljacht), een wapenstilstand met de woeste Magyaren en hij liet versterkingen langs de Elbe bouwen. In 933 versloeg hij hen, terwijl zijn noordelijke leger de monding van de Elbe, waar de Denen geheerst hadden, schoonveegde. In het jaar 925 lijfde Hendrik Holland in bij het toenmalige Duitse Rijk. Hij wilde hierdoor rust in het westen van zijn rijk zodat hij zich kon richten op de oostgrenzen. Bij zijn laatste veldtocht in 934 veroverde hij Sleeswijk op de Denen.
Duitse machtsuitbreiding onder Otto I
Hendriks zoon Otto I (de Grote) werd in 936 tot koning gekroond. Hij besloot de andere Duitse hertogdommen liever onder zijn heerschappij te brengen dan te vertrouwen op de door zijn vader gesloten bondgenootschappen. De hertogen waren machtig en hadden zelf sterke legers, zodat het Otto (zie afbeelding inleiding) bijna 15 jaar kostte om hen te onderwerpen.In 951 wendde een zekere prinses Adelaïde, die men wilde dwingen met een Italiaanse prins te trouwen, zich tot Otto met het verzoek om hulp. Otto vond dit een goed excuus om Italië binnen te vallen. Hij maakte Berengarius II (de vader van de door Adelaïde versmade prins) tot zijn vazal, liet zich met de ijzeren kroon van de Lombarden tot koning van Italië kronen, en keerde vervolgens naar Duitsland terug om een opstand van de hertogen van Zwaben en Lotharingen te onderdrukken. Deze opstand werd trouwens afgebroken door de dreiging van een nieuwe inval van de Magyaren. Otto verzamelde een groot Duits leger en bracht in 955, in de slag op het Lechfeld, ten zuiden van Augsburg in Beieren, de Magyaren een beslissende nederlaag toe.
Stichting Heilige Roomse Rijk
In deze periode bereikten het prestige en de macht van het pausdom hun dieptepunt. Italië had geen samenhangendeMachtsstrijd tussen keizer en Kerk
Langzamerhand werd aan de waardigheid en de macht van de paus weer nieuw leven ingeblazen Tegelijkertijd werden in de bisdommen van heel Europa belangrijke hervormingen doorgevoerd. Intussen zetten de keizers de strijd voort om de macht van de plaatselijke hertogen en andere vorsten in Duitsland in hun eigen handen te concentreren. Dit gebeurde enerzijds door te vechten, maar meestal door het ondermijnen van de privileges en de erfrechten van de adel. Een verbond tussen Duitsland en de Pauselijke Staat was het ideaal van zowel pausen als keizers. In theorie zou de paus zich met religieuze zaken van het rijk bezighouden, terwijl de keizer regeerde. Een botsing van deze twee belangen was echter onvermijdelijk. Deze strijd tussen kerk en staat duurde zes jaar en staat bekend als de investituurstrijd, een conflict over wie kerkelijke leiders mocht benoemen. Gregorius VII (1073 - 1085), één van de grootste en populairste pausen, drong aan op belangrijke hervormingen die erop gericht waren de bisschoppen enkele van hun rijkste inkomsten te ontnemen. Gregorius stelde echter dat de pausen het recht behielden om bisschoppen te benoemen of hun functie te ontnemen. De keizer had zich ook dit recht toegeëigend.De Duitse bisschoppen
Hendrik IV voor paus Gregorius VII
Dit artikel is deel 7 van de 8-delige special De vroege middeleeuwen.
Voor meer informatie zie de special De late middeleeuwen.
© 2008 - 2012 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Agnes van Poitou (1025-1077) Agnes van Poitou werd in 1025 geboren, dochter van Willem V van Aquintanië en zijn derde vro…
De vroege middeleeuwen: Het Frankische rijk In de eeuwen die volgden op de ineenstorting van het Westromeinse rijk werd h…
De Vrede van Westfalen en het Westfaalse Statensysteem Sommige termen die van groot belang zijn geweest in de geschiedeni…
Gebeurtenissen en begrippen uit de late Middeleeuwen De meest belangrijke begrippen die hier uitgelegd worden zijn de Inv…
Gerelateerde artikelen
De late middeleeuwen: De strijd tussen Kerk en Staat In het Europa van de middeleeuwen kwamen de kerkelijke en wereldlijk…Agnes van Poitou (1025-1077) Agnes van Poitou werd in 1025 geboren, dochter van Willem V van Aquintanië en zijn derde vro…
De vroege middeleeuwen: Het Frankische rijk In de eeuwen die volgden op de ineenstorting van het Westromeinse rijk werd h…
De Vrede van Westfalen en het Westfaalse Statensysteem Sommige termen die van groot belang zijn geweest in de geschiedeni…
Gebeurtenissen en begrippen uit de late Middeleeuwen De meest belangrijke begrippen die hier uitgelegd worden zijn de Inv…