De vroege middeleeuwen: De wetenschap en de Kerk

De vroege middeleeuwen: De wetenschap en de Kerk

In de vroege middeleeuwen was de wetenschap iets zeldzaams en werd maar door weinigen beoefend. Het merendeel van de bevolking, de boeren, had nauwelijks de kans om ook maar de eerste beginselen van lezen en schrijven te leren. Zij moesten ervoor zorgen door hard werken dat zijzelf en alle anderen te eten hadden. De ontwikkeling van cultuur en kennis, aangemoedigd door de Kerk en vooruitstrevende heersers, kwam vooral tot stand dankzij de inspanningen van de christelijke kloosters.

Standenmaatschappij

In het feodale stelsel dat zich onder de Germaanse heerschappij over Europa ontwikkelde, had elk van de drie standen, waaruit de maatschappij samengesteld was, zijn eigen afzonderlijke taak. De boeren bewerkten de grond, de adel en zijn legers voerden oorlogen en de geestelijkheid voorzag in de religieuze behoeften. Leden van adellijke families konden geestelijke worden, maar zonder de speciale gunsten van zijn heer, de landeigenaar, bleef een boer aan zijn land gebonden, zonder te kunnen lezen of schrijven.

Lezen en schrijven werd door de Kerk aangemoedigd, niet voor het verkrijgen van kennis als zodanig, maar om de christelijke leer levend te houden. Het leven op aarde was slechts een overgangsperiode; het bestuderen van de bijbel hielp de Kerk om de mensen op het toekomstige leven voor te bereiden. Al was het leerplan in een klooster ook beperkt, de wetenschap werd er met grote toewijding en discipline beoefend. Augustinus van Hippo (354 - 430), één van de grote vroeg-christelijke filisofen, vond het leven van een studerende monnik, in al zijn hardheid, bijna ondraaglijk. Desondanks waren de kerken en kloosters de enige plaatsen waar geleerde mensen van gedachten konden wisselen.

De ontwikkeling van de wetenschap

'Zeven vrije kunsten'
In latere tijden werd het leren door meer verlichte heersers aangemoedigd. Karel de Grote nodigde Alcuinus van York
 'zeven vrije kunsten' (1180)
'zeven vrije kunsten' (1180)
(735 - 804), een Engelse en geestelijke leraar, uit om de leiding van zijn hofschool en de scholen in diverse kloosters op zich te nemen. Alcuinus bleef 15 jaar bij Karel de Grote, en bevorderde niet alleen het bestuderen van vroege kerkelijke geschriften, maar ook van de nog beschikbare 'heidense' werken. Hij legde de basis voor de theologische studie, maar stelde bovendien een schema op dat later bekend zou worden als de 'zeven vrije kunsten' een leerplan dat door de hele middeleeuwen nauwkeurig gevolgd werd. Het was een programma, geïspireerd door de 'artes liberales' uit de Romeinse tijd, een tak van studie waaraan alleen vrije mannen zich konden wijden, te onderscheiden van de 'onvrije kunsten' als ambachten om in je levensonderhoud te voorzien. Alcuinus' zeven kunsten omvatte taalkunde (met inbegrip van proza en poëzie), welsprekendheid (waaronder recht, logica, rekenkunde), meetkunde (als onderdeel van de natuurwetenschappen), astronomie (met een flinke, oppervlakkige kennis van astrologie) en muziek (meestal zangkunst en het componeren van religieuze gezangen of gewone liederen). Alcuinus' ideaal was de zuivere wetenschap, zowel op wereldlijk als religieus gebied.

Bibliotheken
Al gauw voelden Europese geestelijken zich aangetrokken tot het bestuderen van andere onderwerpen dan de bijbel. Gretig kopieerden de monniken geleende boeken om hun bibliotheken te kunnen uitbreiden. Het over en weer lenen van boeken door de kloosters nam voortdurend toe, zelfs in die mate dat sommige bibliotheken er speciale catalogi op na hielden om aan te geven waar de boeken die zij uitgeleend hadden zich bevonden en wat zij op hun beurt van anderen hadden geleend.

Middeleeuwse schrijvers
De middeleeuwse geleerden waren zich zeker bewust van het bestaan van de Griekse klassieke schrijvers, maar hun moeilijkheid was om de oorspronkelijke werken in handen te krijgen. Zij moesten het stellen met vertalingen, gemaakt door enkele vroeg-christelijke schrijvers die zelf alleen van fragmentarische bronnen hadden kunnen uitgaan. Eén van die vroege schrijvers was de Romeinse filosoof Boëthius (ca. 480 - 525), die vele werken van Griekse filosofen, vooral van Aristoteles en de mathematici, had vertaald.

Verspreiding cultuur en kennis

Kloosters als basis
Toen de wetenschap zich begon te verspreiden, beperkten de geleerden zich niet meer tot het kopiëren en interpreteren van boeken. Zij begonnen zelf boeken te schrijven. Eén van de meest vooraanstaande leraren en schrijvers in deze periode was Anselmus (1033 - 1109), een abt uit Normandië, die later aartsbisschop van Canterbury werd. Zijn klooster, de benedictijner abdij van Bec in Normandië, werd de belangrijkste zetel van de wetenschap in Europa. Anselmus was betrokken bij de disputen betreffende de scholastiek: de relatie tussen geloof en wijsbegeerte, die aanleiding gaf tot verhitte debatten. Anselmus en anderen hebben uitgebreide werken geschreven waarin zij probeerden deze twee punten samen in één denksysteem onder te brengen. De vraag of religieus geloven en wetenschappelijk redeneren samen kunnen gaan, is zelfs op de dag van vandaag nog een serieus onderwerp van discussie (b.v. schepping en/of evolutie).

Universiteiten
Ten tijde van Anselmus begon de wetenschap buiten de kloosters en in de openbaarheid te treden. Er werden universiteiten opgericht. Oorspronkelijk waren het niet meer dan groepen jonge studenten die op openbare plaatsen bijeenkwamen om leraren als Pierre Abélard (1079 - 1142) aan te horen. Abélard, die bij Anselmus gestudeerd had, was eveneens een befaamd Frans scholasticus. Anselmus wordt wel eens beschouwd als de laatste van de grote kloosterleraren, en Abélard als de eerste grote universiteitsleraar. (De universiteit van het Italiaanse Bologna, gesticht in 1088, is de oudste van Europa.) De wetenschap begon nu een eigen leven te leiden. Men streefde nu, in de ware geest van wetenschappelijk onderzoek, naar kennis omwille van de kennis zélf. Europa's duistere eeuwen behoorden hiermee tot het verleden.
© 2008 - 2012 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
De belangrijkste dingen uit de middeleeuwen De Middeleeuwen is voor sommige mensen een moeilijk onderdeel uit de geschied…
De late Middeleeuwen: Het feodale stelsel Omstreeks de 10e eeuw deed het feodale stelsel zijn intrede in Europa. De Engel…
Gebeurtenissen en begrippen uit de late Middeleeuwen De meest belangrijke begrippen die hier uitgelegd worden zijn de Inv…
De late Middeleeuwen: Cultuur en wetenschap Toen het middeleeuwse leven vanaf de 13e eeuw zijn grootste bloeitijd beleefd…
De vroege middeleeuwen: Begin van het pauselijk gezag Terwijl het Westromeinse rijk onder de druk van de Germaanse stamme…

Reageer op het artikel "De vroege middeleeuwen: De wetenschap en de Kerk"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Staal
Rubriek: Kunst en Cultuur / Geschiedenis
Schrijf mee!