Bijbelse geschiedenis 31: manna uit de hemel

De Israëlieten maken een lastige tocht door de woestijn. Ze vinden moeilijk water. Als ze uiteindelijk water hebben gevonden is dit bitter. God geeft Mozes echter de opdracht het water zoet te maken. Ook zorgt God voor vlees en manna. Manna ontvangen de Joden zes dagen per week uit de hemel. Op vrijdag ontvangen ze een dubbele portie voor de Sjabbat. Op Sjabbat moeten alle Joden rusten en de dag heiligen omdat God op deze dag na de Schepping rustte.

Manna in de woestijn

Mozes maakt het bittere water zoet
Nadat ze de kust van de Rode Zee hebben verlaten, gaan de kinderen van Israël de droge woestijn van Shur binnen waar geen water is zodat ze dorst krijgen. Uiteindelijk komen ze bij een bron terecht; maar wanneer ze het water proberen te drinken is het bitter van smaak. Het smaakt niet zoals ze gewend waren van het Nijlwater. De bron wordt Mara (bitterheid) genoemd. De bevolking vraagt aan Mozes wat ze zullen drinken. Mozes bidt tot de Heer en Deze toont hem een boom en vertelt dat er wat hout in het water moet worden gestopt. De bittere smaak van het water verandert in zoetheid en de Israëlieten worden gered van hun dorst.

Bij Mara geeft God het Joodse volk wat wetten en verplichtingen en vertelt hen dat wanneer ze God gehoorzamen er niets met hen zal gebeuren. Want God zal Zelf voor hen zorgen en al hun wonden helen.

Vlees en brood in de woestijn
Uitgeput en hongerig bereiken de Israëlieten de woestijn van Zin en zij beginnen hun stem te verheffen tegen Mozes an Aäron omdat er nergens brood en vlees is te vinden. Ze zeggen: "Och, dat wij door de hand des Heren in het land Egypte gestorven waren, toen wij bij de vleespotten zaten en volop brood aten; want gij hebt ons in deze woestijn geleid om deze gehele gemeente van honger te doen omkomen."

God vertelt Mozes dat hij de kinderen van Israël hemels voedsel zal geven dat zal regenen uit de lucht. Dit kunnen de kinderen van Israël elke ochtend verzamelen zodat ze genoeg hebben voor de hele dag. Alleen op vrijdag zullen zij een dubbele portie hebben omdat zij op Sjabbat geen voedsel mogen verzamelen. En God laat Mozes en Aäron de kinderen van Israël vertellen: "Jullie zullen vlees eten en in de morgen zullen jullie brood krijgen; en jullie zullen weten dat Ik de Heer jullie God ben." En zo geschiedde.

's Avond komen er vogels het kamp binnen. De Joden krijgen zo meer vlees dan ze op kunnen. In de morgen valt er fijn graan als dauw op de grond. Het volk Israël vraagt aan Mozes wat het is en hij antwoordt dat het hemels brood is dat God hen te eten geeft. Iedereen kan zoveel verzamelen als hij nodig heeft voor de hele dag. Maar er mag niets overblijven voor de volgende dag. God schenkt dagelijks nieuwe manna. Het is puur wit voedsel en smaakt heerlijk.

Sommige mensen nemen toch extra manna en zijn Mozes dus ongehoorzaam. Ze kunnen de volgende dag de manna niet eten omdat het bedorven is. Alleen op vrijdag is het mogelijk een dubbel portie te verzamelen voor de Sjabbat. Op Sjabbat blijft de manna vers. Wanneer sommige mensen toch op Sjabbat naar manna gaan zoeken vinden ze niets. Mozes wordt kwaad en spreekt namens God: "Hoelang weigeren jullie Mijn geboden en Mijn leer niet na te komen. Zie dat de Heer jullie de Sjabbat heeft gegeven. Daarom geeft God op de zesde dag twee porties. Laat iedereen op de zevende dag rusten."

Veertig jaar lang voedt God het Joodse volk met het hemelse brood. Op Gods bevel vult Aäron één pot met manna en bewaart het in de heilige Tabernakel, zodat de generaties erna met hun eigen ogen kunnen zien wat God aan de kinderen van Israël heeft gegeven in de woestijn nadat Hij hen uit Egypte heeft geleid.

Water uit de rots
Vanuit de woestijn Zin gaat het Joodse volk op weg naar Refidim, een andere plek in de woestijn waar geen water is. Opnieuw begint het volk te morren. God beveelt Mozes de oudsten van het volk naar een rots te nemen waar Mozes met zijn staf op moet slaan. Uit de rots zal water komen, genoeg om alle kinderen van Israël en hun vee van drinken te voorzien. Mozes doet wat God hem beveelt en zo worden mens en dier gered. De plek wordt 'Massa' (proef) en 'Meriva' (strijd) genoemd, ter herinnering aan het gebrek van vertrouwen in God en Mozes die de kinderen van Israël hadden getoond.

Meer is te lezen in mijn special Bijbelse geschiedenis III: Mozes tot val Jericho.
© 2009 - 2012 Etsel, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Bijbelse geschiedenis 40: de laatste jaren in de woestijn De laatste jaren in de woestijn zijn zwaar voor de kinderen van…
Torastudie 93: Lied Mozes II, manna, Amalek Exodus (15-17) In Exodus 15 lezen we over het lied van Mozes. Mirjam nam de t…
Torastudie 95: link manna en sjabbat - Exodus (16:32) De Sjabbat is totaal anders dan de doordeweekse dagen. Het is een f…
Bijbelse geschiedenis 33: Openbaring op de Sinaï Na een lange reis door de woestijn komen de kinderen van Israël aan…
Bijbelse geschiedenis 37: beproevingen in de woestijn De kinderen van Israël hebben voor bijna een geheel jaar hun kamp b…

Reageer op het artikel "Bijbelse geschiedenis 31: manna uit de hemel"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Etsel
Rubriek: Kunst en Cultuur / Geschiedenis
Schrijf mee!