Bijbelse geschiedenis 34: het Gouden Kalf
Gedurende Mozes' lange afwezigheid verspreidt het Egyptische uitschot dat de kinderen van Israël vergezelde sinds hun uittocht uit Egypte het verhaal dat Mozes nooit zal terugkeren en dat ze beter een andere leider kunnen kiezen als onderhandelaar tussen hen God. Drieduizend mensen gaan een Gouden Kalf maken en aanbidden het. Mozes is woedend als hij terugkeert. Hij gooit de Stenen Tafelen kapot. Nadat de zondaars zijn gedood vergeeft God de rest van het volk.Het gouden kalf
RebellieMozes heeft het volk beloofd dat hij na 40 dagen zou terugkeren. De 40ste dag komt en het volk wordt bezorgd en nerveus. Gedurende Mozes' lange afwezigheid verspreidt het Egyptische uitschot, dat de kinderen van Israël vergezelde sinds hun uittocht uit Egypte, het verhaal dat Mozes nooit zal terugkeren en dat ze beter een andere leider kunnen kiezen als onderhandelaar tussen hen God. De kinderen van Israël realiseren zich niet dat Mozes had bedoeld dat hij zou terugkeren na de voltooiing van de 40 volledige dagen. Daarom, toen de 16de Tammoez, dat de 40ste dag sinds de Openbaring is, arriveert, en Mozes niet terugkeert, zij in opstand komen tegen Aäron en Hur, de zoon van Mirjam, die tijdelijk de leiding hadden over het Joodse kamp, en eisen dat een afgod wordt gemaakt in de plaats van Mozes.
Hur tracht tevergeefs op de ringleiders in te praten. Zijn weigering om hun plan uit te voeren moet hij bekopen met de dood. Nu ziet Aäron dat er weinig kans is hen te stoppen. Hij zou hetzelfde noodlot treffen en het volk zou de onuitwisbare misdaad begaan door haar eigen Hoge Priester te doden.
Aäron speelt met de tijd
Aäron weet dat Mozes de volgende ochtend zal terugkeren. Hij besluit daarom met de tijd te spelen. Hij vraagt iedereen zijn goud te brengen om een afgod te maken. Hij dacht dat hij de hele affaire zou kunnen uitstellen omdat de mensen zouden weigeren hun goud te brengen. Maar het volk geeft juist wel al het goud en gooien het in een smeltpot. De Egyptische samenzweerders maken er een Gouden Kalf van.
Wanneer de kinderen van Israël het kalf zien, geloven zij dat het afgod een vertegenwoordiger van God is en ze willen het aanbidden. Maar Aäron doet nog een wanhopige poging de afgoderij uit te stellen. Hij vertelt het volk dat hij de volgende ochtend een altaar zou bouwen en een speciale dag van aanbidding zou uitroepen.
Ondertussen informeert God Mozes over de afvalligheid van de kinderen van Israël en de zware straf die hen te wachten staat. Zij zullen sterven, en een nieuw volk, afstammelingen van Mozes, zullen hun plaatsen innemen om de fakkel van de Goddelijke Wet onder de naties van de wereld dragen.
Mozes is hevig teleurgesteld. In bewogen woorden bidt hij en vraagt God het Joodse volk te sparen. Mozes brengt Gods verbond met Abraham, Izaäk en Jakob in herinnering en vraagt ter wille van hen om vergiffenis. God geeft genade en Hij belooft het volk Israël te sparen.
Mozes keert terug
Verzekerd door Gods vergiffenis, daalt Mozes de Berg Sinaï af. Het is exact 40 dagen geleden dat hij hij naar boven was gegaan. In zijn handen draagt hij de Stenen Tafelen die door God zijn gedicteerd. Bij de voet van de berg wacht zijn discipel Jozua op hem en samen naderen zij het kamp Israël.
Wanneer zij op gehoorafstand van het kamp komen, bereikt gejuich hun oren. Mozes ziet spoedig wat er aan de hand is. In wanhoop gooit hij de Stenen Tafelen op de grond. Een volk dat een Gouden Kalf aanbidt zo vlug nadat ze van God gehoord hebben dat ze geen gesneden beelden zullen aanbidden, verdienen zo'n schat niet, denkt Mozes. Dan neemt hij het gouden beeld en gooit het in stukken en verspreid het over het water waarvan het de mensen laat drinken. Zo toont hij de impotentie van hun afgod en de dwaasheid van hun actie.
de schuldigen worden gestraft
Mozes gaat aan de ingang van het kamp staan en zegt: "Wie voor God is, komt naar me toe!" De gehele stam Levi verzamelt zich rond hem en Mozes beveelt hen iedereen af te slachten die het gouden kalf aanbaden, ongeacht zijn positie en relatie met hen. Die dag, de 17de van Tammoez, verliezen 3000 mensen hun leven, in straf voor het aanbidden van hun afgod.
verzoening
De volgende dag vertelt Mozes het volk opnieuw dat ze zwaar gezondigd hebben en dat hij nu om verzoening gaat bidden. Mozes gaat de Berg Sinaï op en bidt 40 dagen en 40 nachten tot God, terwijl het volk hun doden berouwt en verzoening doen voor hun zonde.
de tweede Stenen Tafelen
Nadat Mozes van de Berg afdaalt is, vertelt God hem een nieuw paar stenen tafelen te houwen. Mozes gaat dan voor de derde keer de Berg Sinaï op. En God dicteert opnieuw de Tien Geboden. Hij vertelt Mozes dat hij het volk wil vergeven.
God vergeeft het volk
Met de nieuwe Stenen Tafelen in zijn handen leert God Mozes hoe de kinderen van Israël verzoening kunnen krijgen voor hun zonden door echt berouw en gebed. God noemt de 'dertien attributen' die de kinderen van Israël op hun dagen van berouw moeten reciteren: "Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar (de schuldige) houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vader bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht."
Mozes buigt voor God en zegt: "Indien ik genade in uw ogen gevonden heb, Here, dan ga toch de Here in ons midden, want het is een hardnekkig volk, maar vergeef onze ongerechtigheden en onze zonden; neem ons als erfdeel in bezit."
God antwoordt: "Zie, Ik sluit een verbond; in het bijzijn van uw gehele volk zal Ik wonderen doen, zoals niet gewrocht zijn op de gehele aarde en bij al de volken; het gehele volk, in welks midden gij zijt, zal het werk des Heren zien, want ontzagwekkend is wat Ik met u doe."
Het is de tiende van de maand Tisjrei -Jom Kippoer- wanneer Mozes terugkeert naar het kamp van Israël met de Stenen Tafelen in zijn hand. Mozes' gezicht schijnt met een Goddelijk licht dat Aäron en de kinderen van Israël beangstigt. Zij trekken zich in ontzag terug wanneer Mozes hen nadert. Mozes bedekt zijn gezicht met een sluier. Zonder oponthoud leert Mozes de kinderen van Israël de hele inhoud van de Tora die God hem op de Berg Sinaï gegeven heeft.
Meer is te lezen in mijn special Bijbelse geschiedenis III: Mozes tot val Jericho.
Gerelateerde artikelen
Torastudie 131: Breken van Stenen Tafelen – Exodus 32:19 Het mag vreemd klinken maar de Tora beschouwt het breken van de…Religieuze geschiedenis Joden 13: het Gouden Kalf Hoewel slechts een klein deel van het Joodse Volk het Gouden Kalf aanba…
Bijbelse geschiedenis 43: Mozes' dood Mozes sterft in het land van de Moabieten. Hij mag het Beloofde Land niet binnengaa…
Torastudie 126: Vertaling Tora in het Grieks - Exodus 32:1 De 17de Tammoez staat in de Joodse geschiedenis bekend als ram…
Bijbelse geschiedenis 32: Amalek en Jethro Terwijl de Israëlieten nog steeds in Refidim zijn, worden ze door de Amalekiet…
Reageer op het artikel "Bijbelse geschiedenis 34: het Gouden Kalf"
A. Bakker, 23-11-2010 11:03
In ex 24:18 staat inderdaad vermeld dat Mozes 40 dagen en nachten op de berg verbleef. Maar ik kan nergens vinden dat het volk nog Aaron op de hoogte was gesteld over dit tijdsbestek. De conclusie dat Aaron de dag voor Mozes terugkomst nog snel iets uit zou halen is in mijn ogen daarom geen juiste conclusie. Wat vind u hier van?
Reactie infoteur, 23-11-2010
Hallo,
In Exodus 24:3 staat dat Mozes al de woorden van de Eeuwige aan het volk mededeelde. In Exodus 24:1 staat dat God tegen Mozes zei de berg te beklimmen en dat het volk niet mee mocht. In Exodus 32:1 staat: "Toen het volk zag, dat Mozes draalde met van de berg af te dalen." Dit impliceert dus dat ze het tijdsbestek wisten anders konden ze niet concluderen dat Mozes draalde. Het volk maakte echter een fout. De Joodse commentator Rashi verklaart: "Toen Mozes de berg beklom zei hij tegen hen: na 40 dagen, in de eerste zes uur van de dag, zal ik terugkeren. Zij dachten dat de dag van zijn beklimming meegeteld moest worden als één van de 40 dagen, terwijl hij 40 volledige dagen (24 uur) bedoelde. De dag van de beklimming, de 7de Sivan, moet niet meegerekend worden, omdat het niet haar vorige nacht insloot. Dit betekent dat de 40 dagen eindigen op de 17de Tammoez."
Groet, Etsel
J. Regensburg, 01-02-2010 14:44
Dus Mozes geeft opdracht om 3000 mensen te vermoorden omdat ze andersdenkend zijn. En het excuus is dat hij handelt in opdracht van god. De hele stam levieten doet mee. Dit noemt men tegenwoordig genocide. En nog steeds worden andersdenkenden vermoord ( door de Levieten).
Reactie infoteur, 01-02-2010
Je zou haast denken dat niet-gelovigen geen bloed aan hun handen hebben als we u reactie mogen geloven.