Bijbelse geschiedenis 39: de opstand van Korach
Korach, één van de rijke leiders van de Levieten en een neef van Mozes en Aäron, voelt zich tekort gedaan in de verdeling van hoge priesterlijke onderscheidingen en leiderschap. Hij is jaloers op Mozes en Aäron, en ook zijn neef Elzaphan, die de leiding heeft van de Levieten, nadat de familie van Aäron verheven is tot de rang van de priesters (Kohaniem). Ze komen in opstand maar worden door God gestraft.De opstand van Korach
Korach en zijn metgezellenHij realiseert zich dat ondanks zijn rijkdom en invloed hij alleen weinig kan doen om het vertrouwen en geloof van het volk in Mozes en Aäron te ondermijnen. Daarom zoekt hij metgezellen in zijn campagne tegen hen. Korach gaat naar de mensen van de stam van Ruben. Hij trekt de leiders mee in zijn samenzwering. Onder de Reubenieten zijn twee mannen, Dathan en Abiram, die sinds hun tijd in Egypte probleemgevallen zijn. Zij zijn de eersten die deelnemen aan de partij van Korach. Hun campagne trekt 250 gerespecteerde leiders van het Joodse kamp in hun opstand. Zij voelen zich sterk genoeg om tegen het leiderschap van Mozes te ageren. Onder de dekmantel van vroomheid en gerechtigheid, beschuldigt Korach Mozes en Aäron van het opleggen van hun leiderschap aan de gemeenschap: "Laat het u genoeg zijn, want de hele vergadering, zij allen zijn heiligen, en de Here is in hun midden. Waarom verheft gij u dan boven de gemeente des Heren?"
Mozes vermaant de opstandelingen
Wanneer Mozes de openbare beschuldiging tegen hem hoort door leden van de stam Levi en hun metgezellen, bidt hij God om leiding in zijn nieuwe tegenspoed. Dan spreekt hij Korach en zijn partij toe en vertelt hen voor te bereiden voor de volgende dag, wanneer God toont wie Hem zou dienen als priesters. Allen offeren wierook voor God. God zal tonen welk offer Hij accepteert. Mozes spreekt privé met Korach en waarschuwt hem voor zijn jacht naar persoonlijke eer. "Hoor toch, gij Levieten! Is het u te weinig, dat de God van Israël u heeft afgezonderd van de vergadering Israëls om u tot Zich te doen naderen, om de dienst aan de tabernakel des Heren te verrichten en voor het aangezicht der vergadering te staan om hen te dienen?" Maar naar zijn woorden wordt niet geluisterd.
De wrok van Dathan en Abiram
Na zijn onsuccesvol gesprek met Korach wil Mozes met Dathan en Abiram, de leiders van de opstand onder de niet-Levieten, praten. Zij antwoorden echt met hun gewoonlijke arrogantie: "Wij komen niet. Is het een kleinigheid, dat gij ons hebt opgevoerd uit een land, vloeiende van melk en honing, om ons te laten sterven in de woestijn, en wilt gij u ook nog als heerser over ons opwerpen?" Mozes is geschokt en hij bidt tot God de goddeloosheid van deze mensen voor de hele gemeenschap van Israël te tonen.
Straf voor de rebellen
De volgende morgen verschijnen Korach en zijn metgezellen voor de Tabernakel met hun wierookvaten. Met hen komt de gehele gemeenschap om getuige te zijn. Dan zegt God tegen Mozes om de kinderen van Israël te bevelen zich af te scheiden van Korach en zijn metgezellen, uit angst dat zij hetzelfde noodlot zullen treffen. Opnieuw proberen Mozes en de Wijzen Dathan en Abiram hun zonden te berouwen. Dit is echter tevergeefs en Mozes beveelt de rest van de bevolking weg te gaan van de tenten van Dathan en Abiram. De mensen gehoorzamen.
Mozes zegt tegen de kinderen van Israël: "Hieraan zult gij weten, dat de Here mij gezonden heeft om al deze daden te doen, en dat het niet mijn bedenksel is: indien deze zullen sterven, zoals ieder mens sterft, en over hen bezoeking zal worden gedaan, zoals ieder mens bezocht wordt, dan heeft de Here mij niet gezonden. Maar, indien de Here iets nieuws zal scheppen, zodat de grond zijn mond zal opensperren en hen verzwelgen met alles wat hen toebehoort, zodat zij levend in het dodenrijk zullen dalen, dan zult gij weten, dat deze mannen de Here gesmaad hebben." Nauwelijks is Mozes klaar, of de grond splijt onder hen en en verzwelgt Korach en zijn metgezellen en hun gezinnen. Ze worden levend begraven. En de mensen die toekijken vluchten weg. Dan komt er een vuur uit de hemel en verteert de 250 man die het reukwerk geofferd hebben.
De bloeiende staf van Aäron
De volgende dag klagen sommigen kinderen van Israël over de vele doden. Hierop zendt God een plaag die vele duizenden rebellen doden.
De autoriteit van Aäron is openlijk bewezen, zodat zijn suprematie voor altijd verzekerd en erkend is. Elke stam moet een staf brengen waarop ieders naam staat; bij de stam Levi staat de naam Aäron. De staven worden aan Mozes gegeven, die ze meeneemt naar de Tabernakel. De stam wiens staf bloeit en bloesem voortbracht wordt beschouwd als speciaal gekozen door God. De volgende dag zien de priesters dat de staf van Aäron bloeit en bloesem voortbrengt. Iedereen is er nu van overtuigt dat Aäron het recht toekomt van het priesterschap.
Meer is te lezen in mijn special Bijbelse geschiedenis III: Mozes tot val Jericho.
© 2009 - 2012 Etsel, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Bijbelse geschiedenis 26: Mozes' eerste avonturen Mozes krijgt interesse in het lijden van het Joodse volk. Hij gaat ze h…
Bijbelse geschiedenis 40: de laatste jaren in de woestijn De laatste jaren in de woestijn zijn zwaar voor de kinderen van…
Bijbelse geschiedenis 30: doortocht door de Riet zee De kortste route voor de kinderen van Israël naar het Beloofde Land…
Bijbelse geschiedenis 28: Mozes en Aäron bij de Farao Mozes keert terug naar Egypte. Samen met zijn broer Aäron gaat…
Gerelateerde artikelen
Bijbelse geschiedenis 27: God openbaart Zichzelf aan Mozes Wanneer Mozes zijn vee hoedt in de woestijn verschijnt God bij…Bijbelse geschiedenis 26: Mozes' eerste avonturen Mozes krijgt interesse in het lijden van het Joodse volk. Hij gaat ze h…
Bijbelse geschiedenis 40: de laatste jaren in de woestijn De laatste jaren in de woestijn zijn zwaar voor de kinderen van…
Bijbelse geschiedenis 30: doortocht door de Riet zee De kortste route voor de kinderen van Israël naar het Beloofde Land…
Bijbelse geschiedenis 28: Mozes en Aäron bij de Farao Mozes keert terug naar Egypte. Samen met zijn broer Aäron gaat…