
Toen Nederland nog maar weinig koophuizen had
De berichtgeving als het gaat om woningen wordt gedomineerd door verhalen over dalende prijzen, onverkoopbare huizen, het hard toeslaan van de kredietcrisis. Dat bijna iedereen een koopwoning heeft is een aanname hierin. Het aantal huurwoningen lijkt nog verder af te nemen in Nederland. Was het ooit anders? Jawel, een korte blik terug leert ons dat we een fase hebben gehad van slechte voorzieningen, van leegstand, en van een enorm tekort aan huurwoningen.
Nederland eind 19e eeuw
Uit de schoolboekjes: een van de gevolgen van industrialisatie was verstedelijking. Anders gezegd: er kwamen steeds meer fabrieken in Nederland, allerlei machines die bedacht werden maakten massaproductie mogelijk, de eigenaren van die fabrieken zochten arbeiders. Die arbeiders moesten dan wel in de buurt van de fabrieken wonen. Want forensen, wat we tegenwoordig doen, kon simpelweg niet omdat de openbaar vervoerverbindingen nog eenvoudig waren, en te duur voor de slecht betaalde arbeider. De auto was er natuurlijk nog niet.De arbeiders kwamen deels van het platteland. Er moest woonruimte komen in de stad, in de buurt van de fabrieken. En die woonruimte werd dan soms in hoog tempo uit de grond gestampt. Woonruimte dicht bij de fabriek was populair, en dus werd daar op kleine oppervlaktes veel gebouwd.
Eind 19e eeuw was er dan ook regelmatig sprake van slechte hygienische omstandigheden: mensen woonden in wijken waar de huisjes dicht op elkaar gepropt zaten. Mensen aten en sliepen vaak in één ruimte. Vaak was er geen sanitair in de woning, maar was er per x-aantal woningen een wc beschikbaar. Voor jezelf schoon te houden ging je naar een badhuis. Mensen leefden te dicht op elkaar, hadden weinig ruimte, ademden weinig gezonde lucht in, en aten heel eenzijdig. Omstandigheden waarin veel mensen veel te vroeg doodgingen.
De eerste crisis: de jaren dertig van de twintigste eeuw
Als we een klein sprongetje maken in de tijd: in de jaren dertig waren de ergste sociale misstanden al lang aangepakt. In oude wijken was gesloopt, er was ruimte geschapen. In de periode ervoor was er woningnood, mensen wilden graag huren. Koopwoningen kwamen nauwelijks voor, waren alleen voor de echt rijken.De crisis sloeg hard toe. Eind twintiger jaren stortte het economisch systeem in Amerika in, en de andere landen volgden snel. Werkloosheid liep enorm hard op, en zou leiden tot echte armoede. De overheid probeerde werkgelegenheidsprojecten te scheppen voor groepen werklozen. Die moesten bijvoorbeeld parken aanleggen. Er waren ook speciale kampen om werklozen gedisciplineerd te houden. Werklozen moesten vaak in rijen staan omdat ze zich iedere dag moesten melden. Een stempeltje in hun pas, anders liep hun uitkering gevaar. Doel: ledigheid is des duivels oorkussen. Als mensen niet gedisciplineerd zouden blijven, zou het later nooit goed gan als ze weer werk zouden krijgen.
Mensen kregen een karige uitkering, de regering zat ook in de problemen, had moeite om begrotingen rond te krijgen, dus zo'n uitkering was echt op het absolute minimum gericht. In die situatie waren ook huurwoningen vaak te duur.
De oplossing in die tijd: onderhuren. Mensen bleven lang bij hun ouders wonen. Na een huwelijk bijvoorbeeld trok gewoon de partner bij de ander in, en de ander bleef dus gewoon bij zijn of haar ouders wonen. Of iemand kwam bij zijn of haar zus wonen. Mensen zeiden zelfs hun huurwoningen op om bij een ander te gaan wonen. Om kosten te besparen. In die tijd ontstond er een jaarlijks oplopend overschot aan huurwoningen.
Dat tekort was op een gegeven moment zo groot dat het eenvoudiger werd om dat wat er nog aan oude en slechte huurwoningen was te slopen.
Wederopbouw en de woningmarkt
Na de oorlog was het snel gedaan met het overschot aan huurwoningen. Enerzijds omdat er genoeg welvaart was dat mensen weer konden huren. Anderzijds omdat er veel kapot was gegaan in de oorlog, de mensen waren soms hun woning kwijt, en er moest snel nieuwbouw komen. Die nieuwbouw ging in een hoog tempo.Men bedacht bijvoorbeeld duplex-woningen: achter één voordeur woonden twee gezinnen, eentje beneden, eentje boven. Er werden na de oorlog weer meer huwelijken gesloten en kinderen geboren, mensen zochten weer woonruimte.
Na een periode van een overschot aan huurwoningen, sloeg na de tweede wereldoorlog het op een gegeven moment weer om in een tekort. En de situatie van begin jaren dertig kwam terug: mensen bleven, ook na hun huwelijk, bij ouders wonen of bij familie. Al was het nu niet om financiele redenen, maar gewoon omdat er geen huurwoningen waren. De wachtlijst voor een huurwoning bedroeg jaren en jaren.
Een oplossing zat in hoogbouw, flats. In de jaren zestig werd er ineens veel met beton gebouwd, men ging in alle grote steden de hoogte in. Bekend is natuurlijk de Bijlmer in Amsterdam. Jaren later, recentelijk, werden de nadelen van dat beton nog eens goed duidelijk. Renovatie bleek bijvoorbeeld heel duur. En in steden als Den Haag is al weer een aardig deel van dat wat toen gebouwd is gesloopt. Terwijl het er nog heel aardig uit zag. Maar renoveren vond men duur, en de kamers vond men voor de huidige eisen te klein.
Historisch bekeken: hoe is de situatie nu dan?
In de jaren zeventig, tachtig en negentig gingen steeds meer mensen over tot het kopen van een woning. Doordat er veel kopers waren, en naar verhouding minder huurders, werd het zowaar even makkelijker om een woning te huren. De woningbouwverenigingen, vroeger vooral katholiek of van een andere levensovertuiging, waren verworden tot commerciele bedrijven. Met minder vraag naar huur en meer naar koop werden huurwoningen gesloopt en vervangen door koopwoningen, of werden complexen met huurwoningen opgeknapt om vervolgens als koopwoning de markt op te gaan.De balans lijkt wel ver te zijn doorgeslagen. Kijkend naar het nu zien we dat mensen ineens schrikken van het kopen van een huis. Er lijken allemaal gevaarlijke kanten aan te zitten. Misschien is huren dan toch beter. Alleen: die huurwoningen zijn er nauwelijks meer. Of het moet vrije sector zijn. Vanaf 800 euro is er genoeg te vinden, zoveel, dat die woningen dan ook weer niet verhuurd kunnen worden. Wanneer komt een nieuw evenwicht? En hoe ziet dat eruit? © 2009 - 2010 Hanspieterson, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 21-06-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hanspieterson is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Eigen huurhuis kopen: Steeds meer woningcorporaties bieden voormalige huurwoningen aan op de huizenmarkt. Als huurder kunt u vaak voordelig een dergelijk huis kopen.
- Dalende huizenprijzen raken niet iedereen: In 2008 en 2009 zijn de huizenprijzen fors gezakt. In één jaar tijd zijn de prijzen tot maximaal acht procent gezakt. De huidige huizenbezitters lijken er niet wakk…
- Nu een huis huren of kopen?: Door de economische crisis wordt ook de huizenmarkt zwaar geraakt. Aannemers gaan failliet en mensen kunnen hun (top)hypotheek niet meer betalen. Bij de koopwoningen loopt de vra…
- Ik kies voor een huurhuis: Steeds meer Nederlanders gaan voor een koophuis. Toch heeft een huurhuis grote voordelen ten opzichte van een koophuis.
- Huurders blijven zitten: Betaalbare huurwoningen worden steeds schaarser. Er worden te weinig nieuwe en betaalbare woningen gebouwd. De huursubsidie en andere investeringen door de overheid pakken verkeerd u…

Reageer op het artikel "Toen Nederland nog maar weinig koophuizen had"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

