Geschiedenis en Literatuur

De late Middeleeuwen: Cultuur en wetenschap

De late Middeleeuwen: Cultuur en wetenschap

Toen het middeleeuwse leven vanaf de 13e eeuw zijn grootste bloeitijd beleefde concentreerde het zich in de steden waar de markt- en religieuze feestdagen veel mensen op de been brachten. De literatuur ging over van het latijn naar de eigen taal, maar bleef lang, net als de cultuur en architectuur, religieus geďnspireerd. De scholastiek vormde de basis voor het logisch denken in onderwijs en wijsbegeerte op nieuw ontstane universiteiten. Zij weerstond het traditionele denken vanuit de Kerk.


Verhalen en ballades

De meeste niet-religieuze middeleeuwse literatuur werd geschreven voor het plezier van koningen, prinsen, hertogen en ridders. Daarom gingen deze verhalen over de ridderlijke daden van feodale helden bij de verdediging van de belangen van de Kerk, hun eer en hun dames. Omstreeks het jaar 1000 begon men in het zuiden van Frankrijk ballades over oorlog en hoofse (adellijke, respectvolle) liefde te zingen. De Franse troubadours en de Duitse Minnesänger, die van het ene hof naar het andere trokken, maakten deze ballades overal populair.

De Kerk en de cultuur

Hoewel de koninklijke paleizen een belangrijke rol speelden bij de ontwikkeling van de literatuur, was de grootste invloed die op de middeleeuwse cultuur werd uitgeoefend over het algemeen afkomstig van de Kerk. Veelstemmige koormuziek, gotische architectuur, de opkomst van de beeldhouwkunst en de kunst van het brandschilderen van glas zijn alle te danken aan de Kerk, die de kunsten beschermde en inspireerde. Wat zelfs nog van groter belang is, het waren de leerstellingen van de Kerk die alle aspecten van het middeleeuwse gedachtenleven kleurden.

Laat-middeleeuwse literatuur

Dante Alighieri
Dante Alighieri
Op de stadspleinen werden tijdens de vele markt- en feestdagen mysterie- en mirakelspelen opgevoerd. Reisverhalen, hoe fantastisch ook, werden met goedgelovige bewondering door de boeren aangehoord. In een tijd vol bijgeloof waren zij ongeletterd, en zonder ooit zelf gereisd te hebben, opgegroeid. Zij waren maar al te bereid de fabelachtige verhalen over verre landen te accepteren. De door en door aardse kracht van het dagelijks leven in de Middeleeuwen komt bruisend tot uitdrukking in de werken van de Engelse dichter Geoffrey Chaucer (ca. 1340-1400). Zijn levendige, beeldend geschreven Canterbury Tales vormden een mijlpaal in de groei van de Engelse literatuur. De grote Italiaanse dichter Dante Alighieri (1265-1321) schreef ook in deze periode. Zijn Divina Commedia -de Goddelijke Komedie- is één van 's werelds poëtische meesterwerken. Het geeft ons een uitstekend inzicht in de middeleeuwse gedachtenwereld. De populariteit van dit werk in het Italië van de late Middeleeuwen maakte het Toscaans, waarin het geschreven was, tot de taal van de latere Italiaanse literatuur. Naarmate de Middeleeuwen voortschreden, stapten steeds meer schrijvers van het Latijn af om in hun eigen taal te schrijven. Tegen het eind van deze periode waren de grondvesten voor een nationale literatuur in de verschillende taalgebieden gelegd.

De wetenschap

De christelijke wetenschap, zoals deze zich omtrent de vroege Middeleeuwen ontwikkeld had, was volgens traditie een combinatie van gedachten ontleend aan de bijbel zowel als aan de 'heidense' geschriften van het oude Griekenland en Rome. In de 12e eeuw werd echter, door hernieuwd contact met de islamitische wereld, de toegang gesloten tot een dusver onbekende schat aan Griekse filosofie die door de Arabische geleerden bewaard was. Het werd steeds duidelijker dat de Griekse rationele denkmethoden indruisten tegen vele van de traditionele kerkelijke leerstellingen. De poging om met dit verschil in denkwijze af te rekenen, resulteerde in de scholastiek, een beweging in de wetenschap die de wijsbegeerte en filosofie tijdens de late Middeleeuwen zou domineren. Pas een eeuw later zouden rede en dogma verzoend worden door de Italiaanse filosoof Thomas van Aquino, die in 1274 stierf. De rooms-katholieke theologie steunt nog altijd op zijn meesterwerk de Summa Theologica. Van alle middeleeuwse denkers was Roger Bacon (1214-1294) de meest opmerkelijke. Deze Engelse monnik was zijn tijd ver vooruit. Hij beweerde dat de ware weg naar kennis van de wereld via waarnemingen en experimenten leidde. Hij was hierdoor de voorbode van de methodes van de natuurfilosofen.

De eerste universiteiten


De scholastiek, die een logische manier van denken propageerde, wortelde zich al snel in de bloeiende universiteiten die zich in deze tijd, vaak als uitvloeisel van de oude, door de bisschoppen geleide, kathedraalscholen, begonnen te ontwikkelen. Tot de grootste van deze centra van wetenschap behoorden de universiteiten van Salerno in Italië en van Parijs. Zowel binnen de universiteiten als daarbuiten bracht het logisch denken van de scholastiek grote middeleeuwse denkers voort; mensen als Anselmus, de aartsbisschop van Canterbury en Pierre Abélard, rector van de universiteit van Parijs. Ondanks zijn bijdrage tot de filosofie zou zijn openlijke twijfel aan de autoriteit van de Kerk hem uiteindelijk een veroordeling als ketter (afvallige) opleveren.
© 2009 - 2010 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 10-09-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De late Middeleeuwen: Cultuur en wetenschap"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.