Tijdperk van het absolutisme: De Industriele Revolutie

Tijdperk van het absolutisme: De Industriele Revolutie

Waarom ontstond de Industriële Revolutie eind 18e eeuw juist in Engeland? Het antwoord ligt in een combinatie van factoren die zich op dat moment alleen in Engeland voordeden. Er heerste vrede, er was investeringskapitaal en men beschikte over een grote hoeveelheid arbeidskrachten en belangrijke grondstoffen. Hiermee was alles klaar voor de industriële expansie. Het wachten was alleen nog op nieuwe uitvindingen en technische vooruitgang om de raderen van de industrie in beweging te zetten.

Begin van de Industriële Revolutie

In tegenstelling tot de meeste andere landen van Europa had Engeland in de 18e eeuw een stabiele regering en was het in staat zijn energie op zijn snel uitbreidende koloniën te richten. Ten dele dankzij de koloniën beleefde de Britse handel een
Het Britse Rijk tot begin 20e eeuw
Het Britse Rijk tot begin 20e eeuw
glorietijd en het ging de kooplieden beter dan ooit tevoren. Hun overvloed aan kapitaal zou een belangrijke rol spelen bij het steunen van de opkomende industrie. Inmiddels nam de Engelse bevolking met sprongen toe. Hierdoor werd de binnenlandse markt groter, en steeg tegelijkertijd het aantal beschikbare arbeidskrachten. Deze bevolkingsaanwas was gedeeltelijk het gevolg van verbeteringen in de verloskunde en de medische verzorging, en gedeeltelijk van nieuwe landbouwmethodes waardoor de voedselopbrengst steeg. Deze nieuwe landbouwtechnieken -vaak naar Vlaams voorbeeld- werden uitgeprobeerd op de landgoederen van een aantal grootgrondbezitters, die hun gebied uitbreidden door de traditionele 'gemeenschappelijke grond' te omheinen. Toen deze tot dusver 'open' velden afgesloten werden, werden duizenden kleine boeren en herders verdreven. Zij begonnen -voor zover zij ter plaatse geen werk konden vinden- naar de kleinere en grotere steden te trekken, waar zij een grote arbeidsreserve vormden. Misschien was het belangrijkste voordeel van Engeland wel dat het steenkool in overvloed had (zie afbeelding inleiding: steenkoolmijn). De steenkool maakte twee van de allerbelangrijkste ontwikkelingen van de Industriële Revolutie mogelijk: een nieuwe methode om ijzer te smelten en de invoering van de stoommachine.

Nieuwe technische ontwikkelingen

De stoommachine van James Watt
De stoommachine van James Watt
Tot de 18e eeuw was ijzer verkregen door ijzererts te verhitten met brandend houtskool. Deze langzame en kostbare methode werd opzij gezet toen Abraham Darby in 1709 een manier uitvond om cokes, een bijprodukt van steenkool, te gebruiken voor het smelten van ijzer. De nieuwe methode was zowel goedkoop als snel. De hoogovens deden hun intrede. Hierin kon het erts bij een hoge temperatuur verhit worden en tot gietijzer worden gegoten. Al spoedig begon men ijzer op grote schaal te gebruiken in alle fasen van de bouw, de industrie en het transport. De stoommachine, die in primitieve vorm al in 1710 werd gebruikt, werd tussen 1760 en 1780 door James Watt vervolmaakt. Hij wist niet alleen de doelmatigheid van de bestaande stoommachine sterk op te voeren, maar ontwikkelde ook een vernuftig systeem om deze machine met een wiel te verbinden. Plotseling werd het mogelijk om de kolossale kracht van door kolen verhitte stoom te gebruiken voor het aandrijven van allerlei machines.

Zelfs nog vóór Watts ontdekkingen begon de Engelse katoenindustrie veranderingen te ondergaan. Tot het begin van de 18e eeuw werd katoen thuis voor individuele gezinnen met de hand gesponnen en geweven. Daarna kwam er een stortvloed van uitvindingen om spinnen en weven te versnellen. Tegen het eind van de eeuw was de katoenindustrie totaal veranderd. Er waren fabrieken ontstaan, want de nieuwe machines waren te groot en te kostbaar om thuis gebruikt te kunnen worden, en om de fabrieken waren nieuwe steden uit de grond gerezen. De afname van ruwe katoen door Engelse fabrikanten verdrievoudigde zich tussen 1770 en 1830. Manchester werd in deze tijd hèt katoenverwerkende centrum van de wereld.

Innovaties in de transport

De verbeteringen in het Britse transportwezen hielden gelijke tred met de industriële hoogconjuctuur. Kanalen werden gegraven, wegen verhard, en omstreeks 1825 kwam door de combinatie van ijzer en stoomkracht een heel nieuw transportmiddel tot stand: de spoorwegen. Het resultaat van deze snelle toename van technisch en economisch kunnen was dat Engeland het eerste land was dat in snel tempo werd geïndustrialiseerd. Allerwege verrezen er fabrieken die direct en indirect aan honderdduizenden werk verschaften. Er heerste grote economische bedrijvigheid en Engeland nam de belangrijkste plaats in de wereld in bij de produktie van steenkool, ijzer, machines en fabrieksgoederen. De andere Europese landen volgden al gauw. België was al vroeg een industrieland, terwijl in Nederland -vanouds een land van handelaren en kooplieden- de grootschalige industrie pas in de tweede helft van de 19e eeuw zijn intrede deed.

De sociale gevolgen

De Industriële Revolutie betekende een ommekeer in de economisch en sociale ordening van de maatschappij. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het vele problemen met zich meebracht. Lange werktijden, kinderarbeid, lage lonen: voor de arbeiders betekende de opkomst van de kapitalistische industriële bedrijvigheid veel mensonterende toestanden. De welvaart die de economische opbloei met zich meebracht, verdween in de zakken van de fabriekseigenaren; voor de arbeidersklasse bleef de armoede groot. De opkomst van de socialistische vakbonden en de invoering van sociale wetten zou de uitbuiting van arbeidskrachten aan banden moeten leggen. Karl Marx (1818-1883) was één van de grondleggers van de arbeidersbeweging en een centrale figuur in de geschiedenis van het socialisme en het latere communisme. In België ontstond de allereerste vakbond in 1842, een vereniging van typografen in Brussel. Het 'Kinderwetje van Van Houten' uit 1874 was de eerste wet die in Nederland een einde moest maken aan kinderarbeid. De wet verbood kinderen tot 12 jaar in fabrieken te werken. Landarbeid werd niet verboden.

De drie 'industriële revoluties'

Heden ten dage wordt de industriële ontwikkeling en mechanisatie -die in Engeland begon- van eind 18e, begin 19e eeuw de Eerste Industriële Revolutie genoemd. Eind 19e eeuw komt de Tweede Industriële Revolutie op gang met de produktie van staal (sterker dan gietijzer), de uitvinding van de electriciteit, de stoomturbine en de verbrandingsmotor, en de ontdekking van aardolie. De toepassing van allerlei nieuwe communicatiemiddelen (telefoon, radio, computer e.d.), in de vorige eeuw, wordt door economische wetenschappers gezien als de Derde Industriële Revolutie.
© 2009 - 2012 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Uitvinders & James Watt James Watt is onmiskenbaar verbonden met de stoommachine en de eenheid van vermogen, de Watt. Dez…
Belangrijke uitvindingen in de Industriële Revolutie Tijdens de Industriële Revolutie zijn er een hoop nieuwe dingen…
De Industriële Revolutie De industrialisatie veranderde de wereld radicaal. Massa's nieuwe uitvinden werden ontdekt,…
Watt-governor, de eerste cruise control Een uitvinding die klein lijkt, maar werkelijk groots was voor de ontwikkeling va…
Samenvatting geschiedenis Sfinx 4 vmbo-T Thema 3.1 tot 3.3 De industriele revolutie in Nederland. Wat er veranderde. De v…

Reageer op het artikel "Tijdperk van het absolutisme: De Industriele Revolutie"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Staal
Rubriek: Kunst en Cultuur / Geschiedenis
Schrijf mee!