Geschiedenis en Eu

Dossier Europa - Een beknopte geschiedenis van de EU

Dossier Europa - Een beknopte geschiedenis van de EU

Tussen 9 mei 1950 en nu heeft Europa een onmiskenbare verandering ondergaan. Uit de ruïnes die net na de Tweede Wereldoorlog overbleven is een grootmacht gegroeid die op wereldvlak een niet te onderschatten invloed heeft. Van zes landen die zich wilden engageren om samen te werken, zijn we geëvolueerd naar 27 lidstaten. Andere landen staat aan de deur te kloppen om mee in de boot te mogen stappen. Wat is er in ruim een halve eeuw gebeurd? Een kort overzicht.


9 mei 1950

Op 9 mei 1950 sprak Robert Schuman de pers toe. 'De wereldvrede kan alleen worden beschermd door een krachtsontplooiing die evenredig is aan de gevaren die haar bedreigen.' 'Door de gezamenlijke produktie van de oorlogsindustrieën onder gezag te plaatsen van een nieuwe Hoge Autoriteit, wier beslissingen bindend zijn voor Frankrijk, Duitsland en de andere landen die zich aansluiten, legt dit voorstel de eerste concrete fundamenten voor een Europese federatie, die onontbeerlijk is voor het handhaven van de vrede.'

Het voorstel om kolen en staal, de twee belangrijkste grondstoffen voor militaire macht, onder een internationale bevoegdheid te stellen, was bijna onvoorstelbaar. Enkele jaren voor dit idee gelanceerd werd, stonden Duitsland en Frankrijk nog lijnrecht tegenover elkaar. Miljoenen Europese levens werden door deze vete verwoest. Stel je een gelijkaardig initiatief voor tussen Israëliërs en Palestijnen, Serviërs en Bosniërs of Tutsies en Hutu's...

Omdat deze dag symbolisch zo belangrijk is, is 9 mei nog steeds de Dag van de EU.

18 april 1951

Het Schuman-plan wordt in realiteit gezet. Zes Europese landen tekenen een verdrag dat hun kolen- en staalindustrie onder gemeenschappelijk beheer plaatst. Vanaf nu kan niemand meer zelf oorlogswapens maken om zich tegen de anderen te keren. Op deze manier vormen België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland de EGKS, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.

25 maart 1957

In zes jaar tijd heeft men ontdekt dat het Verdrag voor Kolen en Staal een duidelijke succesformule is. Ook andere economische sectoren kunnen alleen maar baat hebben bij een samenwerking. In Rome ondertekenen de zes landen een nieuw verdrag. Zo wordt de EEG een feit: de Europese Economische Gemeenschap. Binnen deze unie wordt gewerkt aan een vrijhandelszone: vrij verkeer van personen, goederen en diensten over de grenzen heen moet mogelijk worden.

30 juli 1962

De volgende stap in het gemeenschappelijk beleid betreft de landbouw. De voedselproductie zal vanaf nu internationaal beheerd worden. Landbouwers in de zes landen van de EEG krijgen allemaal dezelfde prijs voor hun producten. Landbouwers verdienen goed hun brood, de EU is zelfbedruipend. Er wordt zelfs té goed geproduceerd: er ontstaan massale overschotten, er is een ernstige overproductie. Vanaf de jaren negentig zal men deze overschotten proberen weg te werken. Men focust dan op het verbeteren van de kwaliteit en verminderen van de kwantiteit.

20 juli 1963

Voor het eerst treedt de EU als geheel op de voorgrond op het internationale schouwtoneel als ze een grote internationale overeenkomst tekent met 18 voormalige Afrikaanse koloniën. Europa zal deze landen steunen. Bijna vijftig jaar later heeft de EU een partnerschap met 78 landen verspreid over de hele wereld. De EU is nu de belangrijkste speler op het gebied van ontwikkelingshulp. Enkel landen die de mensenrechten respecteren kunnen aanspraak maken op hulp.

1 juli 1968

Opnieuw wordt een belangrijke economische stap gezet. De zes EEG-landen schaffen hun onderlinge invoerrechten af. Vrije handel wordt voor het eerst mogelijk binnen de zes lidstaten van de Europese Unie. Ze voeren ook een gemeenschappelijk invoerbeleid naar andere landen toe. Dit maakt hen meteen tot grootste handelsgroep ter wereld. Het heeft grote economische groei als gevolg.

24 april 1972

Een tweetal jaren circuleert het idee van een gemeenschappelijke munt. Om ten opzichte van elkaar de nodige monetaire stabiliteit te kunnen handhaven, worden de koersen van hun munten aan elkaar gekoppeld. Slechts een beperkte schommeling wordt nog toegelaten.

1 januari 1973

Bijna tweeëntwintig jaar na het Verdrag van Kolen en Staal, wordt de groep van zes landen voor het eerst groter. Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk worden nieuwe EEG-lidstaten.

10 december 1974

Solidariteit is binnen Europa altijd een belangrijk thema geweest. Dit wordt geïnstitutionaliseerd door de oprichting van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling op. Op deze manier kunnen rijkere regio's geld overmaken naar armere regio's, waar infrastructuur en communicatie uitgebreid worden en werkgelegenheid en levensstandaard op deze manier beter kan worden. Deze vorm van solidariteit zal op termijn zowat één derde van het Europese budget bedragen.

7-10 juni 1979

De Europese Unie wordt vanaf nu geleid door een Europees Parlement. De burgers van de negen lidstaten gaan voor het eerst op Europees niveau naar de stembus. Binnen het Europees parlement worden verschillende fracties opgericht die uit parlementariërs van verschillende lidstaten bestaan. De nationaliteit is ondergeschikt aan de politieke kleur.

1 januari 1981

De Europese Unie telt nu tien leden. In 1974 werd in Griekenland het militaire bewind omvergeworpen. Stilaan raakte de democratie hersteld. Het land komt nu in aanmerking voor het lidmaatschap.

28 februari 1984

Het belang van informatica en automatisering neemt toe in de maatschappij. Europa beseft dat de internationale samenwerking ook op deze vlakken belangrijk is, zodat de lidstaten op wereldvlak aan de top kunnen blijven staan. Het Esprit-programma wordt boven de doopvont gehouden. Dit is het eerste van vele programma's voor onderzoek en ontwikkeling dat door de Unie gefinancierd wordt.

1 januari 1986

Opnieuw treden twee landen toe tot de Europese Unie. Spanje en Portugal zorgen ervoor dat het originele aantal landen verdubbeld is.

17 februari 1986

Al werden in 1968 de invoerrechten afgeschaft, toch is men nog ver van de vrijhandelszone waar men naartoe wil. Vooral de verschillen tussen de nationale regelgevingen zorgen voor een blokkade. Er wordt een Europese Akte ondertekent dat een zesjarenplan voorstelt. Het Parlement krijgt een grotere bevoegdheid en de Europese Unie krijgt ook meer te zeggen over milieubescherming.

15 juni 1987

Het Erasmus-programma wordt gelanceerd. Studenten die in een andere lidstaat van de Europese Unie willen studeren, krijgen de mogelijkheid om een studiebeurs aan te vragen. Ondertussen hebben al meer dan 2 miljoen studenten van dit soort programma's gebruik gemaakt.

7 februari 1992

Het Verdrag van Maastricht is één van de grootste stappen voorwaarts die de Europese Unie zet. Er wordt een duidelijke stap gezet in de richting van een toekomstige gemeenschappelijke munt. De krijtlijnen worden daartoe al uitgezet. Er worden regels opgesteld voor het buitenlands beleid en het veiligheidsbeleid. De lidstaten gaan nog nauwer samenwerken op vlak van justitie en binnenlandse zaken.

1 januari 1993

25 jaar na het afschaffen van de invoerrechten, kent de Europese Unie een vrijhandelszone. Vanaf nu is er werkelijk een gemeenschappelijke markt. Er is vrij verkeer van goederen, diensten, personen en geld.

Er werden in zeven jaar tijd meer dan 200 besluiten genomen inzake belastingen, regelgeving voor de bedrijven, beroepskwalificaties en andere hindernissen voor open grenzen.

Voor sommige diensten werd nog geen overeenstemming gevonden. De vrijheid wordt uitgesteld.

1 januari 1995

Finland, Oostenrijk en Zweden treden toe tot de EU. De 15 lidstaten omvatten nu bijna heel West-Europa.

26 maart 1995

In zeven Europese landen: België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Portugal en Spanje, treedt het Verdrag van Schengen in werking. Reizigers kunnen zonder paspoortcontrole binnen de grenzen van deze landen bewegen. De Schengenzone is ondertussen beduidend uitgebreid.

17 juni 1997

Het Verdrag van Amsterdam gaat verder waar het Verdrag van Maastricht eindigde. De structuur van de Europese instellingen wordt herzien en men maakt zich sterk om de internationale positie van Europa sterker te maken. De werkgelegenheid en de rechten van de burgers krijgen grotere prioriteit en meer budget.

1 januari 1999

Een virtuele Euro wordt ingevoerd in 11 landen. Financiële transacties tussen deze landen gebeuren aan een vaste koers.
De eurolanden zijn België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Griekenland volgt twee jaar later. Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk beslissen om voorlopig niet mee te doen.

1 januari 2002

Vanaf nu betalen 12 Europese landen in Euro. 80 miljard munten worden geslagen. Ze hebben allemaal een gemeenschappelijke zijde met de waarde en een nationale zijde die per land verschilt. De bankbiljetten zijn overal hetzelfde. Na een overgangsperiode verdwijnen de nationale munten.

31 maart 2003

Voor het eerst treedt de Europese Unie militair op als eenheid. In samenwerking met de NAVO voeren Europese troepen vredehandhavingsoperaties uit in de Balkan, eerst in Macedonië, later in Bosnië-Herzegovina.

Men beslist dat tegen 2010 alle EU-burgers moeten kunnen genieten van vrijheid, veiligheid en recht.

1 mei 2004

De Europese Unie kent haar grootste uitbreiding ooit. Acht landen uit Midden- en Oost-Europa — Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië — treden toe tot de EU. De lijn tussen oost en west die sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog Europa verdeelt, wordt nu ongedaan gemaakt. Meer zuidelijk worden ook Cyprus en Malta lid.

29 oktober 2004

De 25 landen van de Europese Unie ondertekenen een Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. De EU met 25 landen is zo essentieel verschillend van die met 15 lidstaten dat een reorganisatie van de democratische besluitvorming en het beleid zich opdringt. Er wordt voorzien in een Europees minister van Buitenlandse Zaken. Deze Grondwet voor Europa, moet wel door alle lidstaten geratificeerd worden. Sommige lidstaten kiezen ervoor om het parlement te laten beslissen, andere lidstaten gaan voor een referendum. Na een duidelijk 'Nee' van de Franse en Nederlandse burgers, wordt de Europese Grondwet in de koelkast gelegd.

1 januari 2007

Opnieuw treden twee Oost-Europese landen, Bulgarije en Roemenië, toe tot de EU, waardoor het aantal lidstaten op 27 komt. Ook Kroatië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Turkije willen lid worden.
© 2007 - 2009 Mamalies, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 28-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Mamalies is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Dossier Europa - Een beknopte geschiedenis van de EU"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.