
De V O C Deel I Het eerste multinationale handelsmonopolie
De Verenigde Oostindische Compagnie was de eerste grote handelsonderneming ter wereld. Haar bestaan besloeg bijna twee volle eeuwen, van 1602 tot 1796. Dankzij een grote vloot wist de V.O.C. tussen Europa en Azië een centraal gestuurd handelsnetwerk te onderhouden dat efficiënter en winstgevender was dan dat van de concurrentie
De ontdekking van de handel op Oost Azië
Tot 1595 was de handel op Oostindië in handen van Portugal. De Portugezen kregen het aan het eind van de 16e eeuw steeds moeilijker om nieuwkomers uit de Aziatische wateren te weren. De handel in vooral peper liep daardoor flink terug. De positie voor Nederlandse handelaren leek gunstig om de peperhandel in eigen hand te nemen. De aanwezigheid van goed uitgeruste schepen en de inzet van kapitaal bleek een solide basis voor verdere exploratie van dit zeegebied. De op dat moment woedende 80-jarige oorlog tussen de Republiek en Spanje ( 1568-1648 ) werd door Spanje gefinancierd met de Portugees-Aziatische handel. Portugal maakte op dat moment deel uit van het Spaanse rijk. Er moest door Holland en Zeeland zoveel mogelijk schade worden toegebracht aan de Spaanse- en Portugese belangen, om Spanje de wind uit de zeilen te nemen.In 1595 stuurde de "Compagnie van Verre" een expeditie van vier schepen naar Oostindië. Dit stoutmoedige avontuur verliep dermate gunstig dat in de jaren 1598 tot 1601 meerdere expedities door verschillende compagnieën werden uitgezonden. Een van die expedities stond onder leiding van Jacob van Neck, die met vier rijkbeladen schepen behouden in Amsterdam terugkeerde. Daarbij moet bedacht worden dat de toenmalige schepen niet langer waren dan veertig meter en een laadvermogen hadden van hooguit 800 ton.
In het gewest Zeeland was Balthasar de Moucheron de belangrijke aandrijver van de handel op Oost-Azië. De Moucheron bereikte als eerste Ceylon, het tegenwoordige Sri Lanka. In Zeeland waren de Middelburgse- en de Veerse Compagnie opgericht voor de handel naar de Oost. Naast de Zeeuwse compagnie organiseerden soortgelijke ondernemingen expeditiereizen, zoals de Oude Compagnie en de Nieuwe Brabantse Compagnie. Beiden opereerden vanuit Amsterdam. Rotterdam bleef niet achter met de Magellaanse- of Rotterdamse Compagnie. De voorcompagnieën waren vooral gelegenheidcompagnieën omdat ze slechts voor één expeditie werden gevormd.
De oprichting van de V.O.C.
Op instigatie van de Raadpensionaris van Holland, Johan van Oldenbarneveldt, werd gezocht naar een bundeling van krachten van de Hollandse compagnieën. Toen in het jaar 1600 in Engeland de "East Indian Company" werd opgericht besloten de Staten Generaal als antwoord hieropeen eigen handelsonderneming op te richten onder de naam: Verenigde Oostindische Compagnie. De landsregering was niet kinderachtig in haar steun aan de compagnie. De V.O.C. vroeg en kreeg souvereine rechten. Zij mocht forten bouwen, oorlog voeren en verdragen sluiten.De V.O.C. verzamelde een inlegkapitaal van fl. 6.424.588,-. De stad Amsterdam leverde het leeuwendeel met fl. 3.679.915,-Vastgelegd werd dat het kapitaal niet meer, zoals eerder het geval was, met de voorcompagnieën voor één jaar, maar voor de duur van tien jaar zou worden ingelegd. Dat betekende dat in 1612, vervolgens in 1622 en zo verder om de tien jaar, dividend zou worden uitgekeerd aan de participanten. In de steden waar tot voor kort de voorcompagnieën gevestigd waren, kwamen zes kamers: Amsterdam, Zeeland ( Middelburg ), Rotterdam, Delft, Hoorn en Enkhuizen. Voor de bouw en uitrusting van de schepen nam Amsterdam de helft voor zijn rekening, Zeeland een kwart en de overige kamers kregen ieder een zestiende deel te dragen.
Het bestuur van de V.O.C.
De voornaamste bestuurscollege`s waren:- De bewindhebberscolleges van de zes Kamers. De Kamer van Amsterdam bestond uit twintig bewindhebbers, de Kamer van Zeeland uit twaalf en de overige Kamers uit zes of zeven leden.
- De Vergadering der "Heeren XVII" bestaande uit afgevaardigden van de bewindhebberscolleges, te weten acht uit Amsterdam, vier uit Zeeland en één uit elk der kleine Kamers.
- De commissies die de Vergadering van de "Heeren XVII" van advies dienden. Dit laatste zeer invloedrijke college vergaderde in Den Haag. Het college werd het "Haagsche besogne" genoemd. Dit college was samengesteld uit tien bewindhebbers: vier uit Amsterdam, twee uit Zeeland en één uit de overige vier kamers.
De "Heeren XVII" vergaderden eerst drie en later twee keer per jaar gedurende zo`n vier of vijf weken. Zes jaar achtereen vonden deze vergaderingen in Amsterdam plaats, vervolgens vergaderde men twee jaar in Middelburg.
Het vergadertijdstip was nauw afgestemd op de terugkeer van de retourvloot, die eind augustus of september, soms zelfs pas in oktober of november, in de Republiek terugkeerde. De schepen naar Azië vertrokken dan weer tussen september van hetzelfde jaar en mei van het daarop volgende jaar.
De vaste onderwerpen voor de vergadering waren:
- De vaststelling van het tijdstip van de veilingen
- De vaststelling van het getal der schepen, manschappen en hoeveelheid goederen voor Azië.
- Een ( voorlopige ) vaststelling van de waarde van het te exporteren goud en zilver
- De ( voorlopige ) vaststelling van de goederen die men uit Azië wilde ontvangen
- De bestelling van de "Hoge Regering" in Batavia.
Zorgvuldige planning
In de eerste jaren van de V.O.C., in de periode rond 1610, werd de retourvaart naar Azië ontwikkeld. De zeevaarders vertrokken twee keer per jaarmet een vloot vanuit de Republiek met ladingen goud en zilver naar de Oost. Een jaar later keerden zij dan terug met nootmuskaat, kruidnagelen, foelie en zijdestoffen. In het beleid van de Heeren XVII stond de "eis der retouren" centraal. Dit vereiste een zorgvuldige planning, omdat er negen maanden verstreken vooraleer de goederen in Batavia konden worden afgeleverd. Op dat moment vertrokken vanuit Batavia de retourschepen voor het volgende seizoen. De gevraagde goederen werden derhalve pas een jaar later verscheept. Tussen bestelling en ontvangst zat dus zeker een marge van circa twee en een half jaar.De Oost-Indiëvaarder voeren op twee tijdstippen uit, omstreeks kerstmis en rond Pasen. Het voordeel was dat de schepen in het gunstige seizoen bij de evenaar aankwamen. Uitvaren in de winter had het voordeel dat de proviandering wat gemakkelijker was. Er was nog vers vlees beschikbaar en doorgaans waren er meer zeelieden voorhanden omdat andere vaarten in de wintermaanden stil lagen. Vanaf 1636 was het regel geworden dat een vloot al in september of oktober uitvoer om vroeg in de zomer in Batavia te zijn waar berichten en goederen naar de factorijen langs de Aziatische kust konden worden doorgezonden.
De route voerde ten zuiden van de Kaapverdische eilanden, langs de Zuidamerikaanse oostkust met een grote boog onder de Zuidafrikaanse kust naar Kaap de Goede Hoop. De Kaap was de verplichte verversingpost. De schepen zeilden na de stop op de Kaap met de constante winden in de rug rond de 40e breedtegraad oostwaarts en bereikten daar Straat Soenda, gelegen tussen de Oostindische eilanden Sumatra en Java. De reis had dan zo`n acht à negen maanden geduurd. De thuisreizen duurden, mede door de gunstige stroming, zeven maanden. Deze retourschepen vertrokken in december of januari en waren dan voor de herfststormen terug in de Republiek.
Doordat er veel kapitaal op ging aan oorlogshandelingen en het vestigen van steunpunten ten behoeve van een handelsroute was het pas mogelijk vanaf 1630 dividend uit te keren. Het lang uitblijven van dividend, het ontbreken van openheid in de financiële situatie en het vermoeden dat de bewindhebbers zich ten koste van de V.O.C. verrijkten, gaf aanleiding tot felle protesten. Echter, in de loop van de 17e eeuw ontwikkelde zich een efficiënte bedrijfsorganisatie, waardoor de handel op Azië tot grote bloei kwam, zodat ook de protesten verstomden.
De VOC Deel II Vestiging van de macht © 2007 - 2010 MayBWilder, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 10-08-2007, laatst gewijzigd op 29-10-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van MayBWilder is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Gerelateerde links
Tachtigjarige oorlog in Nederl, De V.O.C. Deel II Vestiging va, Eten is lekkerder, dankzij de, Admiraal Michiel Adriaenszoon en De VOC en WIC als verspreiders.Verwante artikelen
- Kandidaat Marjolein - Expeditie Robinson 2009: Expeditie Robinson is ook in 2009 weer van start gegaan op drie september. Voor veertien weken lang zijn er weer mensen te zien die moeten overleven op een onbe…
- Kandidaat Doreen - Expeditie Robinson 2009: In expeditie Robinson staan de vrouwen centraal. Van alle kandidaten is de absolute meerderheid vrouwelijk en dit levert mooie en spannende beelden op. Expeditie R…
- Samenvatting Geschiedenis examenkatern VWO hoofdstuk 1: Een samenvatting geschiedenis van het examenkatern "de koloniale relatie tussen Nederland en Nederlands-Indië" voor VWO. Deze samenvatting gaat over ho…
- Kandidaat Jill - Expeditie Robinson 2009: Expeditie Robinson 2009 is weer van start gegaan en deze keer spelen de vrouwen een hoofdrol. Bikini's, zonnen, opdrachten en overleven staan centraal dit jaar. Kand…
- Kandidaat Sabine - Expeditie Robinson 2009: Expeditie Robinson 2009 is weer bezig en weet Nederland en België weer te veroveren. Het is een wederom een kijkcijferkanon geworden. Dit jaar zijn de vrouwen in d…
Bronnen en/of referenties
- V.O.C. Kenniscentrum Leiden
- www.VOC-site.nl
- Wikipedia
- De Geschiedenis van de V.O.C., Femme S. Gaastra, Walburg Pers Zutphen 2002
- Vo>

Reageer op het artikel "De V O C Deel I Het eerste multinationale handelsmonopolie"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

