Geschiedenis en Batavia

De V O C Deel II Vestiging van de macht

De V O C  Deel II  Vestiging van de macht

De Verenigde Oostindische Compagnie was de 1e multinationale handelsorganisatie ter wereld. Haar bestaan besloeg bijna twee volle eeuwen, van 1602 tot 1796. Dankzij een grote, goed uitgeruste vloot wist de V.O.C. tussen Europa en Azië een centraal gestuurd net te onderhouden dat efficiënter en winstgevender was dan dat van de concurrentie.


De VOC Deel III Het handelsimperium op zijn retour

Batavia, het commercieel bruggehoofd in Azië

De V.O.C. had verregaande voorrechten. Naast het monopolie op de handelsroutes rond Kaap de Goede Hoop had het het recht zichzelf te beschermen en tegelijk de mogelijkheden om -desnoods met geweld- handel af te dwingen.

De tachtig-jarige oorlog werd door Spanje -waar Portugal in die tijd deel van uitmaakte- gefinancierd met de Portugees-Aziatische handel. Het streven van de Nederlanders was om de belangen van deze handel zo veel mogelijk te schaden en er zelf de vruchten van te plukken. Daartoe waren de eerste V.O.C. vloten, die vanaf 1603 uitvoeren, zwaar bewapend. Naast schade toebrengen was het doel om desnoods met geweld de handel in specerijen af te dwingen.
Een zwaar bewapende vloot onder leiding van Steven van der Haghen had de opdracht gekregen om de Portugese bolwerken in Afrika en India te ontregelen. Deze agressieve tactiek had in eerste instantie niet veel succes. Er moest een effectievere strategie worden bedacht om de gewenste doelen te kunnen bereiken.

Denkbeelden over het voeren van een succesvolle handelspolitiek werden uitgewerkt door bewindhebber Cornelis Matelieff. Hij dacht aan een centraal geleid besturingssysteem van waaruit een intra-aziatisch handelsnetwerk kon worden opgezet. Het plan werd overgenomen. Het omvatte drie punten:
  • Er moest een centrale leiding komen die in handen kwam van een Gouverneur-generaal.
  • Er moest een plaats worden gezocht die zou moeten dienen als "rendez vous" voor de schepen.
  • Het specerijenmonopolie moest inzet van de strijd worden.

De Hooge Regering

In 1609 besloten de Heeren XVII, dat er een Gouverneur-generaal moest komen ter vervanging van de admiraals van de expeditie-vloten. Hij zou de centrale leiding krijgen. De Gouverneur-generaal werd bijgestaan door een "Raad van Indië". Het aldus ontstane bestuur van de zogeheten "Hoge Indiase Regering" kreeg verregaande bevoegdheden om zelf beslissingen te nemen. Pieter Both werd in 1610 de eerste Gouverneur-generaal. Als zetel van de Hoge Regering werd Batavia aangewezen. De positie van Batavia als draaipunt van de Euro-Aziatische handel was definitief nadat in 1628 en 1629 aan twee belegeringen door de sultan van Bantam, het hoofd werd geboden. Sindsdien was de naam van Batavia als belangrijke stapelmarkt in Zuidoost Azië gevestigd.

De Hoge Regering stelde de zogeheten "generale eis" van Indië op. Hierin werd vastgelegd hoeveel geldmiddelen, goederen en manschappen men dacht nodig te hebben om het bedrijf overzee gaande te houden.

De Gouverneur-generaal en de Raad waren natuurlijk ondergeschikt aan de Heeren XVII, maar bij het voeren van oorlog werd die formele band gemakkelijk uit het oog verloren. Feitelijk was de V.O.C. een staat in de staat.

Rond 1685 waren Ambon, Banda, de Molukken, de Coromandel ( een kuststreek in Oost-India ), Ceylon en Malakka gouvernementen. Een eeuw later waren Kaap de Goede Hoop, de Noordoostkust van Java en Makassar eveneens gouvernementen. Andere overzeese handelsposten kenden een directeur als leidinggevende. Dit was met name het geval in de kuststreek van Bengalen en Perzië.

De verovering van de Oostindische eilanden

Ambon
Oost Indië, het tegenwoordige Indonesië, bestond uit een verzameling kleine koninkrijkjes die als vanouds sterk op de overzeese handel waren georiënteerd. Daardoor waren zij zeer kwetsbaar voor de commerciële en maritieme macht van de V.O.C.

Al vrij spoedig na aankomst in de Indische archipel werd Ambon bezocht. De bewoners hadden aan Steven van der Haghen het kruidnagelmonopolie beloofd. Het monopoliecontract betekende echter wel dat de gehele kruidnagelcultuur op andere eilanden werd vernietigd. Overigens duurde het nog tot 1655 vooraleer Ambon definitief onder het compagniegezag was gebracht.

Na de verovering van Ambon op de Portugezen werden de bewoners van het door de Portugezen gebrachte katholicisme bekeerd tot het protestantisme.

Banda
De ten zuiden van Ambon gelegen Banda-eilanden werden door de V.O.C. begeerd vanwege de muskaatnoten en de foelie. Met inzet van veel geweld werd dit doel uiteindelijk bereikt. In het jaar 1609 werd het eiland Neira bezet, in 1621 gevolgd door het eiland Lontor. De verhouding tussen de V.O.C. was er een van vijandigheid. Onder leiding van Gouverneur-generaal Jan Pieterzoon Coen werd een legermacht naar Banda gezonden. Als gevolg van de oorlogshandelingen kwamen vele duizenden Bandanezen om het leven. Een groot deel van de oorspronkelijke bewoners werd vervolgens gedeporteerd. De prijs van het vele bloedvergieten was de verwerving van het monopolie op muskaatnoten en foelie.

Ternate en Tidore
De eilanden Ternate en Tidore die in de noordelijke Molukken zijn gelegen, waren van belang voor de kruidnagelhandel. Evenals op andere eilanden, bedong de V.O.C. een exclusief leverantiecontract in ruil voor militaire steun. Nadat in 1605 de Portugezen verdreven waren, volgden er nog vele oorlogshandelingen om ook de Spanjaarden te verdrijven. In 1662 vielen de eilanden definitief in handen van de V.O.C. In 1677 werden uiteindelijk ook de vorsten van Ternate door de V.O.C. verslagen.

Ceylon
De V.O.C. heeft zich enorm ingezet om de Portugezen uit Ceylon te verdrijven terwille van het feit dat het eiland een belangrijke leverancier van kaneel was. Nu wilde het geval dat de koning van Kandy de Portugezen liever kwijt dan rijk was. De V.O.C. wilde hem daar graag bij helpen mits hij bereid was daarvoor het monopolie van de handel in kaneel aan de V.O.C. te gunnen. Kort na 1637 werd de stad Galle veroverd op de Portugezen, die na verloop van tijd nog meer terrein verloren. Na 1658 werden de Portugezen geheel van Ceylon verdreven na de verovering van de steden Colombo en Jaffna.
Gouverneur-generaal van Goens, die de militaire leiding had over de strijd, streefde ernaar om Ceylon een positie te geven die gelijkwaardig zou zijn aan die van Batavia. Het zou een tweede "rendez vous" moeten worden voor de Indiase en de meer westelijk gelegen handelsposten. Het plan bleek niet haalbaar vanwege de hoge kosten die niet opwogen tegen de voordelen.

Uitbreiding van de macht

De V.O.C. bezat een imponerende vloot en bracht een enorm kapitaal mee. Dat gegeven maakte de "loffelijke compagnie" tot een begeerde handelspartner. De verovering en het veilig stellen van de handel in specerijen was het voornaamste doel van de Hollandse en Zeeuwse kooplieden.

Voor de aankoop van specerijen was de Indiase textiel een belangrijk ruilmiddel. Teneinde haar invloed in deze sector te vergroten stelde de compagnie haar strategie van maritiem geweld bij ten gunste van een behoedzame benadering. Zo werd de Coromandelkust in het oosten van India verkend. Van de aan de kust gelegen koninkrijkjes verkreeg men het recht om tegen gunstige handelsvoorwaarden factorijen te stichten.

Van nog groter commercieel belang was de factorij van Bengalen ( Bangladesh ). Producten als zijde, katoen, salpeter en opium werden het meest begeerd en gemonopoliseerd.

De verovering van Malakka op de Portugezen in 1641 was in het belang van het kruidnagelmonopolie. Bovendien beheerste de compagnie nu naast Straat Soenda over een belangrijke doorvoerroute, die van west naar oost liep, de Straat van Malakka.

Tenslotte waren er tal van handelsposten gevestigd in Afrika en bijkans langs de gehele Aziatische kust: Mocha ( Mokka ) en Gamron ( Bandar Abbas ) in Perzië, Suratte in Noordwest India en de Coromandel in Oost India, Bengalen ( Bangladesh ), Ceylon, Siam ( Vietnam ), Birma ( Myanmar ) Malakka, ( Maleisië ) Cambodja, Tonkin, China, Formosa ( Taiwan ) en Japan. Op de Oostindische archipel: Palembang, Atjeh, Padang, Bantam, Batavia, de Javaanse noordkust, de Molukken, Timor, Pontianak en Bandjarmassin.

De expansie ter zee maakte in de loop van de tijd plaats voor een meer territoriale machtsontplooiing. Het betekende dat de handelswinsten enorm toenamen. Tegelijkertijd stegen de uitgaven om de beoogde doelen te verwezenlijken.
Aan het eind van de 17e eeuw waren de uitgaven zo sterk uit de pan gerezen dat zij hoger waren dan de inkomsten. Vanaf die tijd leed de V.O.C. jaarlijks verlies. Een toestand die in de komende decennia niet meer te keren viel.
© 2007 - 2010 MayBWilder, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 13-08-2007, laatst gewijzigd op 29-10-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van MayBWilder is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde links

Chronologie Nieuw-Guinea, Tachtigjarige oorlog in Nederl, De V.O.C. Het handelsimperium, De VOC en de WIC als verspreid en Eten is lekkerder, dankzij de.

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • De Geschiedenis van de VOC, Femme S. Gaastra, uitg. Walburg Pers Zutphen 2002
  • VOC Kenniscentrum KITLV, Leiden
  • www.VOC-site.nl
  • Wikipedia

Reageer op het artikel "De V O C Deel II Vestiging van de macht"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.