Geschiedenis en Geschiedenis

Geschiedenis Joodse volk 1 (aartsvaders en exodus)

Het Bijbelboek Genesis spreekt over drie aartsvaders (patriarchen): Abraham, Izaäk en Jakob. Van hen stamt het Joodse volk af. De geschiedenis van het Joodse volk begint in de eerste helft van het tweede millennium voor de gewone jaartelling. Abraham trekt vanuit Mesopotamië naar het Beloofde Land dat God hem heeft toegewezen als modelstaat voor de wereld. Zijn kleinzoon Jakob komt via Jozef in Egypte terecht. Daar wordt het Joodse Volk gevormd en door Mozes teruggebracht naar Kanaän.


Dit artikel geeft een kort overzicht van de gebeurtenissen vanaf Abraham, de eerste Jood, tot en met Mozes en de terugkeer naar het Beloofde Land. Echter er staan vele links in dit artikel naar andere artikelen die de geschiedenis uitgebreider behandelen.

Abraham

Abraham is een afstammeling van een zoon van Noach. Hij wordt door God geroepen om naar het Beloofde Land te trekken. Hij krijgt de Goddelijke belofte dat uit hem een zeer groot volk geboren zou worden. Abraham vertrekt vanuit Ur der Chaldeeën (Mesopotamië) naar het land Kanaän. Hij en zijn vrouw Sara krijgen een zoon die Izaak wordt genoemd. De andere zoon Ismaël is van zijn slavin Hagar. Van Ismaël stammen de Arabieren af. Meer over Abraham is in de volgende artikelen te lezen: Klik hier en hier.

Izaäk en Jakob

Izaäk huwt Rebecca. Ze krijgen twee zonen: Ezau en Jakob. Jakob, de jongste van de twee, krijgt via een list de zegen van Izaäk en wordt zo de derde aartsvader. Hij huwt twee dochters van zijn oom Laban: Lea en Rachel. In totaal krijgen ze twaalf zonen. Ze zijn de voorouders van de twaalf stammen. Na een gevecht met een engel krijgt Jakob de naam Jisraeel (betekent: je hebt gestreden met een engel). Vandaar dat de twaalf zonen ook wel 'kinderen Israels' worden genoemd. In het artikel 'Izaäk, Ezau en Jakob' is meer te lezen. Klik hier.

Jozef

Eén van de zonen heet Jozef. Hij is een dromer en wordt door zijn vader vaak bevoordeeld. Dit wekt afgunst op bij de oudere zonen van Jakob. Ze willen Jozef doden en in een put gooien. Maar Ruben, de oudste zoon, voorkomt dit. In plaats daarvan verkopen ze Jozef en komt deze in Egypte terecht bij Potifar, een generaal. Wanneer Jozef weigert het bed te delen met Potifars vrouw komt hij in de gevangenis terecht. Jozef blijkt echter goed dromen te kunnen verklaren en dit komt de koning van Egypte, de Farao, ter ore. Hij wil dat Jozef zijn dromen verklaart. Dit doet Jozef. Hij zegt dat er zeven vette en zeven magere jaren zullen komen voor Egypte en de regio. In het artikel 'Jozef in Egypte' is meer te lezen. Klik hier.

Dan krijgt Jozef een zeer, hoge, administratieve functie. Hij zorgt ervoor dat de opbrengsten van het land goed beheerd en gedistribueerd worden. Wanneer na zeven jaar hongersnood uitbreekt komen de zonen van Jakob naar Egypte voor voedsel. Na enige aarzeling maakt Jozef zich aan zijn broers bekend. Die kunnen in Egypte blijven en groeien daaruit tot een groot volk. Meer hierover is te lezen in het artikel 'Jozef herenigt met familie'. Klik hier.

Later wordt het Joodse volk als slaven behandeld. Ze moesten de steden Pitom en Raämses bouwen.

Mozes en de exodus

Dan komt Mozes ten tonele. Hij zorgt ervoor, met behulp van God, dat het Joodse volk uit Egypte vlucht. Lees meer over de geschiedenis van Mozes en de Tien Plagen, klik hier en hier. Het volk zwerft veertig jaar door de woestijn Sinaï, ontvangt de Tora (klik hier en hier), en komt dan uiteindelijk in Kanaän terug.

Meer over de Joodse geschiedenis is te vinden in mijn special Beknopte geschiedenis van het Joodse volk.
© 2007 - 2010 Etsel, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 31-08-2007, laatst gewijzigd op 18-04-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Wegwijs in het Jodendom - NIK

Reageer op het artikel "Geschiedenis Joodse volk 1 (aartsvaders en exodus)"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.