Modern Israël 32: Confrontatie – Arabieren in Palestina

Modern Israël 32: Confrontatie – Arabieren in Palestina

Aanvankelijk woonden er maar weinig Arabieren in Palestina. In 1882 bedroeg hun aantal 260.000.Tegen 1920 was dit al gegroeid naar 600.000 en in 1931 was dit 840.000 (81% van de bevolking). Hiervan waren 75.000 christelijke Arabieren die redelijk waren opgeleid. De moslim Arabieren waren vaak ongeletterde keuterboeren. De groei van de Arabische bevolking tussen 1922 en 1946 was mede te danken aan de toestroom van 100.000 Arabieren uit omliggende landen.

Veel Arabieren kwamen naar Palestina

Ondanks de beperkte condities waaronder de Arabieren in Palestina leefden waren de omstandigheden aanzienlijk beter dan in de rest van het Midden-Oosten. De Arabische bevolking groeide tussen 1922 en 1946 met 118% (bijna 5% per jaar). Maar het was niet allemaal natuurlijke groei. Er kwamen in deze periode ongeveer 100.000 Arabieren uit omringende landen naar Palestina toe. Dit kwam door het Britse Mandaat maar vooral door de economische mogelijkheden die door de Joden waren gecreëerd. Indirect profiteerde de Arabische sector van overheidsuitgaven die aanzienlijk waren door Joodse bijdragen; direct profiteerde de Arabische sector door nieuwe markten en werkgelegenheid. De Arabieren trokken naar de regio's waar Joden woonden (Haifa, Jaffa en Jeruzalem en Arabische steden bij Joodse agrarische nederzettingen). In de industrie nam de Arabische deelname met 25% toe. Ook waren de Arabieren zich bewust van de voordelen van Joodse kolonisatie.

Negatieve rol van de Britten

Een belangrijke oorzaak van de Arabische anti-Zionistische houding was de openlijke vijandigheid van het Britse militaire regime t.a.v. het Zionisme. In sommige gevallen torpedeerde de Britten veelbelovende gezamenlijke gesprekken tussen Joodse en Arabische leiders. Zo wilden Joden en Arabieren samenwerken om de Fransen uit Syrië te krijgen. Een ander voorstel was het verwerpen van de Balfour Verklaring door de Zionisten en omgaan met de Arabieren als natie tegenover natie. De Britten verzochten echter de Zionisten alle discussies uit te stellen tot het mandaat was bekrachtigd.

In april 1922 spraken Joden en Arabieren weer verder. Zij besloten tot samenwerking. Joden zouden hun Arabische buren economische en politieke hulp geven en de Arabieren zouden ophouden met anti-Zionistische propaganda en een gemengde christelijke-moslim-Joodse commissie instellen. De Joden zouden niet meer verwijzen naar de Balfour Verklaring terwijl de Arabieren zich niet meer in zouden laten met hun 1915-verdrag (Hoessein-McMahon correspondentie). Maar opnieuw verboden de Britten verdere discussies. Dus er zou geen akkoord komen tussen de Arabieren en Joden onafhankelijk van de Britten.

Palestijns Arabische politiek

Niet alleen het Britse beleid ondermijnde samenwerking tussen Arabieren en Joden. Ook de Palestijns Arabische politiek was bepalend. Het was een projectie van Syrisch nationalisme. De val van het Feisal regime en het verplaatsen van de hoofdkantoren van Damascus naar Jeruzalem speelden een cruciale rol in de ontwikkeling van authentiek Palestijns Arabisch nationalisme.

In december 1920 vormde de Moslim-christelijke Associaties zich om in een Palestijns Arabisch Congres. Er kwam een Arabisch Uitvoerend Orgaan dat zich verzette tegen het Britse Mandaat en het Joods Nationaal Tehuis. Het uitvoerend orgaan vreesde zowel de moderne Joodse invloeden op de fehallien (keuterboeren) als de politieke gevolgen van de Joodse immigratie. Het Palestijns Arabisch Congres kreeg steeds meer invloed bij de Arabische gemeenschap van Palestina. De afgevaardigden werden gekozen door de Moslim-christelijke Associaties. Maar de nationale beweging werd al snel het monopolie van de Hoesseini clan. Niet alleen op de politiek was haar invloed groot, ook op de religieuze zaken van de Islamitische gemeenschap. Zo was de Groot Moefti van Jeruzalem Haj Mohammed Amim al-Hoesseini (die met minder stemmen werd gekozen dan drie andere kandidaten).

Groot Moefti Haj Mohammed Amin al-Hoesseini

Amim al-Hoesseini werd in 1893 geboren. Hij groeide op in Jeruzalem en ging later in Caïro naar de universiteit. Hij diende daarna als Ottomaanse officier tijdens de oorlog en keerde naar Jeruzalem terug, toen de Britse bezetting een feit was, om politiek actief te worden. Hij was één van de aanstichters van de Nebi Musa rellen in 1920. Hij vluchtte naar Trans-Jordanië en werd in afwezigheid tot tien jaar cel veroordeeld. Maar hij kreeg spoedig amnestie en keerde in 1921 terug naar Jeruzalem waar hij Moefti werd. In 1922 werd hij als president gekozen van de Moslim Raad. Nu was hij religieus hoofd, nationaal leider en senior overheidsfunctionaris. In die hoedanigheid begon hij de islamitische bevolking voor zijn eigen persoonlijke en nationale ambities te mobiliseren. Dat was aanvankelijk niet zo effectief. Hij ondervond tegenstand van de Nashashibi clan. Ook de nieuwe Hoge Commissaris van Palestina Viscount Plumer duldde geen onrust. Bovendien nam de Joodse immigratie wat af vanwege een recessie in Palestina. In 1928 toonde het Zevende Palestijns Arabische Congres zich zelfs gematigd door parlementaire instituties op basis van democratische meerderheden te verlangen.

Meer informatie Modern Israël V: Confrontatie Joden-Arabieren 1929/1936-'39.

Lees verder

© 2011 - 2012 Etsel, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Oorsprong van modern islamitische Jodenhaat De onbeschrijflijke haat van Iran, Hamas, Islamitische Jihad en Hezbollah teg…
Modern Israël 35: Confrontatie – Polarisatie Joden-Arabieren De Arabische bevolking van Palestina was in 1935 toegen…
Modern Israël 34: Confrontatie – Na de rellen van 1929 Na de Arabische rellen van 1929 constateerden de Zionisten da…
Modern Israël 33: Confrontatie – Arabische rellen van 1929 Zowel de Britten als de Joden onderschatten aanvankelijk…
Zionisme 10: Strijd tegen Arabieren/Britten en de Holocaust Vanaf het begin van het Britse Mandaat was er Arabische oppos…

Bronnen en referenties
  • A history of Israel (From the rise of zionism to our time) - Howard Morley Sachar

Reageer op het artikel "Modern Israël 32: Confrontatie – Arabieren in Palestina"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Etsel
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!