Geschiedenis en Bijbel

Het Ontstaan van het Christendom 1: Kerst

Kerst is waarschijnlijk het meest herkenbare christelijke feest. Het beeld van een pasgeboren baby is heel herkenbaar en iiedereen weet dat met Kerst het kindje Jezus geboren is. Maar er groeit nu een generatie op die niet meer zo vertrouwd is met dit verhaal. Daarom voor wie het niet (meer) zo goed weet, de hele geschiedenis op een rijtje.


Het kindje in de kribbe
Het kindje in de kribbe

Inhoud


Wat vooraf ging

In Nazareth, in het noorden van het tegenwoordige Israël, toen heette dat Galilea, woonde een man genaamd Jozef. Hij stamde uit de familie van David, de legendarische koning, die Israël op de kaart gezet had. Hij was ondertrouwd met Maria, die ook van David afstamde. Ondertrouwd hield in dat het huwelijkscontract weliswaar bezegeld was en Jozef en Maria dus wettig gesproken al man en vrouw waren, maar dat het huwelijk zelf nog niet voltrokken was. Pas daarna zouden zij als man en vrouw gaan samenleven (en dan zou er pas sprake zijn van seks!). Je kunt je voorstellen dat Jozef verbijsterd was, toen hij ontdekte dat Maria in verwachting was!

De aankondiging
Maria had niets gezegd en bleef ook zwijgen toen ze het niet meer kon verbergen. Wat kon ze anders? Het verhaal was te wonderlijk; dat zou niemand geloven. Wat was er namelijk gebeurd?

Er was een engel aan haar verschenen. Dat was in geen eeuwen gebeurd! En engelen waren niet van die gevleugelde, blote babies die je soms ziet, dat waren angstwekkende verschijningen. Bijna altijd is het eerste wat ze zeggen: 'Wees niet bang.'
Deze engel, die de naam Gabriël droeg, kwam met goed nieuws bij Maria (die waarschijnlijk best wel jong was): 'Je bent begenadigd. De Heer is met je.' Maria weet niet goed wat ze er van moet denken en Gabriël verklaart zijn woorden nader: 'God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren.'

Maar deze woorden verwarren haar nog meer. Zwanger worden, een zoon baren? Hoezo? Zij is nog niet getrouwd! Zij heeft nog geen omgang met Jozef. De betekenis van de rest van Gabriëls woorden drongen waarschijnlijk nauwelijks tot haar door: 'en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen eind komen.'

Als Gabriël uitgesproken is brengt ze haar twijfel onder woorden. En dan komt het meest wonderbaarlijke. 'De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.' Er zal helemaal geen man aan te pas komen. God zelf zal leven leggen in je baarmoeder. Een maagd wordt zwanger! Ik vraag me af of Maria die woorden uit Jesaja kende. Ik denk het wel. Ik denk dat zij de volle betekenis van wat Gabriël zei wel degelijk begrepen heeft. Jesaja had ruim 600 jaar eerder deze woorden uitgesproken: De jonge vrouw, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel (God is met ons) geven.' Ja, God had haar zijn gunst geschonken. Wat een voorrecht de moeder van deze jongen te mogen worden!
'De Heer wil ik dienen,' antwoordt Maria - dolgelukkig vermoed ik - 'laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.'

Dolgelukkig, maar... wat moest ze Jozef zeggen? Die zou dit verhaal vermoedelijk nooit geloven! Ze koos de wijste weg: Zwijgen en wachten tot God het ook aan hem zou vertellen. Want als God het háár kon vertellen, zou Hij het ook zeker aan Jozef vertellen. En met een onbegrijpelijk, grote moed wachtte ze af.

De droom
Wat zal Jozef het moeilijk gehad hebben, toen hij ontdekte dat Maria zwanger was. Hij was kapot. Slapeloze nachten. Wat moest hij doen? Volgens de wet moest een overspelige vrouw - en wat anders kon dit zijn dan overspel - gestenigd worden. De Joden hadden weliswaar in die tijd niet het recht om zelf een doodsvonnis te voltrekken, maar hij kon in elk geval het huwelijkscontract nietig laten verklaren en haar verstoten.

Maar Jozef toont karakter. Ik denk, dat hij nog steeds heel veel om Maria gaf. Dit was geen geregeld huwelijk! Hij denkt erover haar in stilte, in het geheim te verstoten. De schande zou blijven. Maar hij wilde alle ophef erom heen vermijden.
Maria zal wel gezien hebben dat Jozef hiermee worstelde. Toch zei ze niets. Ze vertrouwde erop dat God, wiens kind zij droeg, zelf zou ingrijpen, zelf haar naam zou beschermen.

En zo gebeurde het. Op een van die nachten viel Jozef toch in slaap. En in zijn droom verscheen ook aan hem een engel. De woorden van de engel moeten een enorme opluchting teweeg gebracht hebben: 'Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk van hun zonden verlossen.'

Ongetwijfeld is hij het de volgende ochtend meteen aan Maria gaan vertellen. Samen zullen ze gesproken hebben over de woorden van de engel. Want Jozef was aangesproken als zoon van David en Gabriël had tegen Maria gezegd dat God haar kind de troon van zijn vader David zou geven en dat hij tot in eeuwigheid koning zou zijn. Hun kind zou de lang beloofde messias zijn, de grote verlosser, die het volk zo nodig had en waar het al zo lang naar uitkeek.

De volkstelling

Maar de problemen waren nog niet voorbij. In Rome regeerde keizer Augustus en hij had geld nodig voor al zijn activiteiten. Daarom schreef hij een volkstelling uit. Ook in Galilea en Judea moest iedereen zich laten inschrijven. Maar die inschrijving moest gebeuren in de eigen stad, de stad waar hij of zij vandaan kwam. Voor Jozef en Maria was dat Bethlehem, de stad van David. Dat was een tocht van ruim 200 kilometer. Voor Maria, die inmiddels hoogzwanger was, moet dat ongetwijfeld een zware tocht geweest zijn, maar veel keus hadden ze niet. En dat betekende ook dat de huwelijksvoltrekking moest wachten tot na de inschrijving, want Lukas zegt dat Jozef met zijn ondertrouwde vrouw op reis ging.

In Bethlehem was het – zoals waarschijnlijk in de meeste steden – een drukte van jewelste. Jozef en Maria waren niet de enigen die op weg waren gegaan om zich te laten inschrijven. Normaliter zouden ze naar een herberg zijn gegaan voor een slaapplaats, maar die was vol met andere reizigers. Volgens de traditie vonden ze een plekje in een stal, mogelijk zelfs buiten de stad, maar dat laatste lijkt niet waarschijnlijk want de engel zegt later tegen de herders dat het kind in de stad geboren is. Stallen waren over het algemeen onderdeel van het huis. De meeste huizen waren verdeeld in een hoger deel waar het gezin leefde een lager deel waar het vee dat binnen was werd gehouden. Het lijkt waarschijnlijk dat ze bij familie een plaatsje hebben gevonden in het stalgedeelte van het huis.

Daar werd het jongetje geboren dat de naam Jezus kreeg, zoals de engel aan beide ouders had gezegd. Maria wikkelde hem in doeken en legde hem in een kribbe. Dat was het beste wat ze hem kon bieden. Maar ondanks de omstandigheden zal hun blijdschap groot zijn geweest. Niet alleen als ouders die hun eerste kind mogen begroeten, maar in het besef wie dit kind was: de beloofde messias, degene die zijn volk zou bevrijden, zou verlossen van hun zonden. Hoe dat zou gaan gebeuren, daar hadden ze geen idee van. Maar ik denk niet dat ze ook maar een ogenblik getwijfeld hebben.

De herders
Buiten de stad gebeurde ondertussen iets buitengewoons. Het zal wel geen december zijn geweest, want de herders waren met hun kuddes in het veld. En daar verscheen opnieuw een engel. God wilde niet dat de geboorte van dit kind ongemerkt voorbij zou gaan. Maar hij richt zich vooral tot de armsten: deze herders in het veld.

De eerste reactie van de herders is een hevige schrik en de eerste woorden van de engel zijn weer: 'Wees niet bang!' Hij komt met goed nieuws! En opnieuw benadrukt de engel, wat voor een bijzonder kind het is: vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Het is geen gewoon kind, hij is de beloofde messias, de zoon van David. Hij vertelt ze ook hoe ze het kind kunnen herkennen: het ligt in doeken gewikkeld in een kribbe. Duidelijk dus iets ongewoons!

Er verschijnen nog meer engelen die met stralend licht omgeven zijn. Ze geven God de eer en verdwijnen dan weer. Je kunt je haast niet voorstellen hoe die herders zich gevoeld moeten hebben. Maar ze aarzelen geen ogenblik. Ze gaan meteen op weg naar Bethlehem. Dit moeten ze zien!

En ze vinden Jozef en Maria, ergens in de stad, en het kind waar de engel over gesproken heeft. Jozef en Maria zullen wel verbaasd geweest zijn, toen die herders binnenkwamen. Dus vertellen ze hun verhaal. Jozef en Maria werden weer bevestigd in wat ze al eerder gehoord hadden, maar de anderen die er waren – familie, de bewoners van het huis? – waren vol verbazing. Jozef en Maria hadden misschien nog niets verteld over de wonderlijke gebeurtenissen die aan de geboorte van dit kind waren voorafgegaan.

De herders gingen weer terug naar hun kuddes, maar deze avond heeft een onuitwisbare indruk bij hen achtergelaten. Lukas vertelt dat ze God prezen terwijl ze onderweg waren. Ze zullen psalmen gezongen hebben en met elkaar hebben gepraat over wat ze gehoord en gezien hadden.

Zo begon het allemaal in een uithoek van het Romeinse Rijk, ver van de grote steden, temidden van eenvoudige mensen. Na eeuwen van stilte – de laatste profeet had meer dan 400 jaar geleden gesproken – was God in beweging gekomen. En hoe!

Wordt vervolgd in het artikel over >> Lichtmis


Meer informatie in mijn special Ontstaan van het Christendom
© 2007 - 2009 Bbuitendijk, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 25-10-2007, laatst gewijzigd op 24-12-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Bbuitendijk is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
  • Lukas hoofdstuk 1, de verzen 26-38.
  • Jesaja hoofdstuk 7, vers 14.
  • Mattheüs hoofdstuk 1, de verzen 18-25.

Reageer op het artikel "Het Ontstaan van het Christendom 1: Kerst"


Door DP Tick op 11-04-2008

Zeer mooi bijbelverhaal. God is oneindig groot en tevens liefde. Als God geen liefde zou hebben, waarom zou hij ons dan maken. Zo liefdevol en groot kan God zijn, als hij ons liefde kan schenken en niet alleen maar op een afstand kan zijn. Ik heb gewoon duidelijk meegemaakt, dat Jezus geen fabeltje is. Mensen konden het niet zelf, daarom heeft Hij Jezus gezonden. Hij begon met Abraham, die toen de best 5e mens was. Doch zijn afstammelingen bleken toch weer afstammlingen vd gevallen en slechte Adam en Eva te zijn.

God gaf ons eerst de wet, doch dat was een begin. Daar kon je je niet zalig mee maken. Was een soort inperkingsregel vd zonden vd mens. Later ging hij; buiten de Joden; ook naar de heidenen met Jezus en zijn boodschap. Er wordt ons geleerd: het Joodse volk is de echte stam, wij zijn ingeent. Altijd respect voor de Joden hebben, dat het beloofde volk van God is. Erg fijn, dat wij ook in die heerlijkheid mogen delen. Is allemaal genade.
Niemand kon Jezus 100% accepteren. We zjn gewoon slecht. Gelukkig mogen op God steunen. God is God en die blijft inderdaad groot. Overigens: ik ben ook van Joodse komaf.

Het Joodse volk is een gezegend volk. Kijk maar hoe het kleine land Israel zich weer kan stellen tegen zijn vijandige buren.

God zij dank!

Hoogachtend:
D.P. Tick/Vlaardingen

Door Etsel (infoteur) op 26-10-2007

Een duidelijk christelijk verhaal. Hoewel ik de mening van christenen respecteer wil ik erop wijzen dat met het aanbidden van Jezus als (Zoon van God), God wordt gekleineerd. God is geen mens en staat onmetelijk ver boven de mensheid. God is een Eenheid. Bovendien is uw verwijzing naar één tekst van Jesaja niet voldoende om te verklaren dat Jezus de Messias is. In het Oude Testament staan veel meer verwijzingen naar de Messias en daaruit blijkt dat Jezus niet de Messias is. Jezus heeft het joodse volk ook helemaal niet bevrijd en ook brak er destijds geen vrede aan. Het argument dat dat wel zal gebeuren bij zijn wederkomst is een zwaktebod. Zodra de Messias komt zal er meteen vrede komen. Dat gebeurt niet in twee stappen. Ook is zeer kwalijk te nemen dat christenen de Tora hebben verworpen en deze vervangen hebben door één wet namelijk de liefde. Om echte liefde te bereiken zal echter de Tora opgevolgd moeten worden. God heeft destijds toch geen fout begaan toen hij het Joodse Volk de Tora schonk?! God is een eeuwige liefdevolle verbinding aangegaan met het Joodse Volk en daar komt niemand tussen, ook Jezus niet. God houdt zich aan Zijn afspraak die Hij gemaakt heeft met het Joodse Volk en daarbij hoort dat de echte Messias nog zal komen. Reactie infoteur op 09-11-2007:Beste Etsel, Ik respecteer ook jouw mening als lid van het Joodse volk, maar ik wil toch graag dit zeggen: Ik kleineer God niet door Jezus als zoon van God te aanbidden. De onmetelijke grootheid van God wordt volgens mij juist zichtbaar in het feit dat Hij, zo verheven als Hij is, tot ons niveau is afgedaald en mens geworden is.
Jezus heeft inderdaad het volk niet bevrijd en er is geen vrede aangebroken, omdat het volk en haar leidslieden hem niet als Messias wilden accepteren.
Petrus zei na zijn dood en opstanding: "Wend u af van uw huidige leven en keer terug tot God om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de Heer een tijd van rust doen aanbreken en zal hij de messias zenden die hij voor u bestemd heeft."
Hoewel een aantal mensen zich toen bekeerde, bleef de grote massa en de leidslieden volharden in hun afwijzing. Hoe kon God dan de tijden van verkwikking zenden.
Maar die tijden zullen nog komen. Ik geloof dat God alle beloften aan het volk Israël alsnog tot de letter zal vervullen. Dat is mijn hoop en mijn vertrouwen.