Het Ontstaan van het Christendom 5: Palmzondag

Het tweede grote Christelijke feest is Pasen. Maar daar gaat een hele week aan vooraf: de laatste week van Jezus' aardse leven. Palmzondag is de eerste van de 'kleinere' feesten en wordt vooral in Katholieke kring gevierd. Bij die gelegenheid wordt de Intocht van Jezus in Jeruzalem herdacht. Enkele gedachten over de intocht en vooral wat die te betekenen had.
Misschien is het bijzonder dat in alle feesten voorbijgegaan wordt aan de drie jaren van openbare dienst tussen de doop door Johannes de Doper en Palmzondag, de intocht in Jeruzalem. Maar misschien ook niet. Uiteindelijk heeft Jezus zelf gezegd dat hij gekomen was om zijn leven te geven. Zijn dienst onder de Joden was slechts een voorbereiding daarop.

Inhoud



Salomo als koning ingehaald
Salomo als koning ingehaald

Salomo

Bij oppervlakkige beschouwing zou je kunnen denken dat een intocht in Jeruzalem op zich niets bijzonders is. Maar wie een beetje met het Oude Testament bekend is en met de geschiedenis van Israël, die kent nog zo'n intocht: die van Salomo gezeten op Davids muildier.

Toen beval koning David: ‘Laat de priester Sadok, de profeet Natan en Benaja, de zoon van Jojada, hier komen.’ Zij kwamen naar de koning toe en deze zei: ‘Roep mijn hovelingen bijeen, laat mijn zoon Salomo op mijn eigen muildier rijden en begeleid hem naar de Gichonbron. Daar moeten de priester Sadok en de profeet Natan hem zalven tot koning van Israël. Blaas vervolgens op de ramshoorn en roep: “Leve koning Salomo!” 35 Trek dan in zijn gevolg de stad weer binnen. Als hij hier aangekomen is, zal hij plaatsnemen op mijn troon en in mijn plaats koning zijn. Hem wijs ik aan als vorst over Israël en Juda.’

Zo wilde David dat zijn zoon en opvolger aan zijn volk getoond werd.

De profetie

Het is ongetwijfeld met deze gebeurtenis in gedachten, dat vele, vele jaren later de profeet Zacharia de volgende profetie uitspreekt:

Juich, Sion,
Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.

(Zacharia 9:9)

In deze profetie belooft God Israël en bijzonder Sion (Jeruzalem) een koning. Zacharia sprak in de tijd na de ballingschap, toen een klein deel van de Judeeërs waren teruggekeerd naar hun land en daar woonden zonder koning, onder de macht van de Perzen. En het was niet zomaar een koning die God beloofde. Want in het verlengde van de komst van die nederige koning die op een ezel Jeruzalem binnen zou rijden, beloofde God:

Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen
en de paarden uit Jeruzalem;
de bogen worden gebroken.
Hij zal vrede stichten tussen de volken.
Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,
van de Rivier tot de einden der aarde.

(Zacharia 9:10)

Het was de vredekoning, de ware Zoon van David, de Messias die beloofd was.

De vervulling

Jezus had zijn leerlingen in niet mis te verstane woorden proberen duidelijk te maken dat zijn bezoek aan Jeruzalem het laatste zou zijn: hij zou worden gearresteerd, mishandeld en uiteindlijke gedood.

Maar de boodschap kwam niet over. De leerlingen - zoals de meeste Joden in die tijd (en nog steeds) - hadden alleen oog voor de profetieën die spraken over het vrederijk dat de messias zou oprichten, nadat hij alle vijanden van Israël had verslagen (zoals het hierboven geciteerde Zacharia 9:10).

Wetend wat de uitkomst zou zijn, besloot Jezus nog eenmaal zichzelf aan het volk te tonen als de beloofde koning door de woorden van de profeet Zacharia te vervullen.

Toen ze Jeruzalem naderden, riep Jezus twee leerlingen bij zich. Hij had een taak voor hen.

'Ga naar het dorp dat daar ligt (Bethfage). Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.' (Mattheüs 21:2-3)

De twee leerlingen, die niet bij naam genoemd worden, gingen op weg naar het dorpen en ontdekten dat het precies zo was als Jezus had gezegd. Ze vonden een ezelin en haar veulen en maakten de dieren meteen los. Toen de eigenaren vroegen waarom zij dat deden, antwoorden ze zoals Jezus gezegd had: 'De Heer heeft het nodig.'

En dat bleek voldoende. Ze lieten hen begaan.

Eenmaal terug bij Jezus legden sommigen hun kleren (hun mantels) op de ezelin en het veulen, anderen legden die op de weg of hakten takken van de palmbomen en spreidden die uit over de weg. Zo gaan ze op weg.

Het enthousiasme is immens. 'Hosanna (redt toch)!' riepen de mensen en: 'Gezegend hij die komt in de naam van de Heer' (een verwijzing naar Psalm 118 vers 25), en: 'de koning van Israël', en: 'De zoon van David'. En: 'Vrede in de hemel eneer aan de Allerhoogste.'

De mensen waren zich wel degelijk bewust van zijn aanspraken en velen waren bereid die op dat moment (tot op zekere hoogte) serieus te nemen, anders zou je zoiets niet roepen.

De hele stad raakte in opschudding, maar de reacties waren heel verschillend. Sommigen begonnen te vragen wie deze toch was. Zij kregen als antwoord: 'Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret.' Maar er zijn ook een aantal Farizeeën die niet zo ingenomen waren met de enthousiaste reacties van de mensen. Zij spraken Jezus erop aan, maar deze antwoordde dat als de menigte zou zwijgen de stenen het zouden uitschreeuwen. Dit was zijn moment, een laatste aanbod aan de Joden in Jeruzalem.

Maar Jezus wist wat er zou gaan gebeuren. Deze enthousiaste uitingen waren slechts de uitdrukking van een gevoel en spoedig zou de stemming weer omslaan. Alleen Lukas vermeldt dat Jezus begon te huilen toen hij Jeruzalem zo voor zich zag liggen.

'Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen,' riep hij uit. Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu. Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je omsingelen en je van alle kanten insluiten. Ze zullen je met de grond gelijkmaken en je kinderen verdelgen, en ze zullen geen steen op de andere laten, omdat je de tijd van Gods ontferming niet hebt herkend.’

Jezus was gekomen om het volk, zijn volk, verlossing aan te bieden, om hen te bevrijden van hun zonden. God had zich ontfermd over de toestand waarin het volk verkeerde. Maar de mensen hadden het niet in de gaten. Of ze wilden het niet zien, wilden hun zonden, hun te kort schieten als volk van God niet erkennen.

Nu zou de stad belegerd, ingenomen en met de grond gelijk gemaakt worden.

En Jezus huilde.

En jij?

En jij? Ben jij bereid te erkennen dat je nooit werkelijk aan Gods eisen kunt voldoen? Ben jij bereid te erkennen dat je Jezus nodig hebt?

Dan mag jij het ook uitroepen: 'Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!'
© 2007 - 2012 Bbuitendijk, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Bbuitendijk is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Religieuze geschiedenis Joden 39: Oorsprong christendom Anderhalve eeuw na de afronding van de Misjna nemen de Romeinen h…
Wat is Palmzondag Op deze dag wordt herdacht dat Jezus een paar dagen voor zijn dood, door de bevolking van Jeruzalem wor…
De Joodse Masjiach en de christelijke Messias: een conflict Veel mensen denken dat het begrip Messias in het christendom…
Bijbelboeken - oude en nieuwe testament De Bijbel bestaat uit verschillende boeken, onderverdeeld in het Oude en Nieuwe T…
Waarom Joden het christendom niet accepteren Voor bijna 2000 jaar hebben christelijke zendelingen geprobeerd Joden te ove…

Reageer op het artikel "Het Ontstaan van het Christendom 5: Palmzondag"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
  • De bijbelteksten in dit artikel zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
  • Mattheus hoofdstuk 21, verzen 1 tot 11
  • Markus hoofdstuk 11, verzen 1-11
  • Lukas hoofdstuk 19, verzen 35-43
  • Johannes hoofdstuk 12, verzen 12-19
  • Arno C.Gaebelein: Zie, uw koning komt, Medema 1986
  • Cor Bruins, Hij heeft onder ons gewoond, Medema 1984
Infoteur: Bbuitendijk
Rubriek: Kunst en Cultuur / Geschiedenis
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!