Geschiedenis en Jezus

Het Ontstaan van het Christendom 3: Drie Koningen

Het Ontstaan van het Christendom 3: Drie Koningen

Drie Koningen (6 januari) is niet een van de bekendere christelijke feesten. En waarschijnlijk is de naam nog onjuist ook. Maar de gebeurtenis die herdacht wordt op deze dag, werpt weer een heel eigen licht op het begin van het Christendom en vormt een mooie aanvulling op Kerst. Tijdens de gebeurtenissen voorafgaand aan de geboorte van Jezus gaf God getuigenis aan Joden over het kind dat geboren zou worden. Hier zullen we zien dat God ook niet-Joden een getuigenis gaf.


Uit het oosten

Waar die mannen precies vandaan gekomen zijn, wordt ons niet verteld door Mattheüs die de geschiedenis voor ons heeft opgeschreven. Het is ook niet echt belangrijk. Wat belangrijk was, wat het feit dat het mannen waren die vertrouwd waren met de hemel en wat daar gebeurde. Het Griekse woord dat gebruikt wordt door Mattheüs is 'magoi' dat vertaald wordt als 'magiërs' of 'wijzen', maar 'geleerden' zou misschien ook een goede vertaling zijn, hoewel dan beslist geen geleerden bedoeld worden zoals wij die nu kennen.

Onze astronomie is een wetenschap die is voortgekomen uit een vorm van wetenschap waarin wat wij nu astronomie en astrologie vermengd waren. Aan de ene kant verrrichtten zij zorgvuldige waarnemingen, en aan de andere kant interpreteerden zij de verschijnselen als tekenen die betrekking hadden op het leven hier op aarde. De basis voor onze astronomie is gelegd in het oude Babylon. Daar komt bijvoorbeeld de indeling van de cirkel in 360 graden vandaan.

Maar hoe het ook zij, deze mannen hadden bepaalde verschijnselen (een bijzondere 'ster') waargenomen en waren tot de conclusie gekomen dat er in Israël een heel bijzonder kind geboren was. Er zijn allerlei (astronomische) theorieën opgesteld over de aard van de verschijnselen die zij hadden gezien. Maar ze spreken elkaar nogal tegen, dus ik denk niet dat we er ooit achter komen wát ze gezien hebben.

Het wonderlijke is echter dat ze er zo van onder de indruk waren, dat ze op reis gingen naar Israël, naar Jeruzalem, 'om hem eer te bewijzen'. In de kinderbijbels zie je dan vaak een plaatje met drie mannen op een kameel die door de woestijn reizen. Dat is wel heel simpel voorgesteld. Ten eerste geeft Mattheüs geen aantal, dat is een latere traditie, en ten tweede zullen deze mannen een aanzienlijk gevolg bij zich hebben gehad: mannen (en misschien vrouwen) die voor hen de tenten moesten opzetten, de kamelen verzorgen en hen moesten bedienen. Het zal wel een hele karavaan zijn geweest.

Eenmaal in Jeruzalem begonnen ze navraag te doen, waar die koning van de Joden, wiens ster ze gezien hadden, toch geboren was. De hele stad raakt in opschudding. Het verhaal van deze merkwaardige bezoekers ging blijkbaar als een lopend vuurtje door de stad. De toenmalige koning was niet geliefd, dus je kunt je voorstellen dat deze vraag nogal wat onrust veroorzaakte!

Herodes de Grote


In die tijd regeerde in Jeruzalem Herodes de Grote (37 tot 4 voor Chr.), een Idumeeër die met Romeinse steun aan de macht was gekomen. Deze man was buitengewoon beducht op concurrentie en bedreiging van zijn troon. Hij heeft diverse zonen laten vermoorden omdat hij ze als bedreiging zag. Hij zal dus wel zeer verontrust zijn geweest toen hij hoorde dat er mannen in Jeruzalem waren aangekomen die vroegen naar een 'koning van de Joden' die geboren zou zijn.

Herodes haalde onmiddellijk de Joodse religieuze leiders bij elkaar. Aan de deze priesters en schriftgeleerden legde hij de vraag van de wijzen voor. Wat opvalt is dat hij niet zegt 'de koning van de Joden', maar: 'Waar zal de messias geboren worden?' Hij was zich wél bewust van de verwachtingen die de Joden koesterden!

Het is opmerkelijk, dat de schriftgeleerden het er snel over eens zijn: in Bethlehem. Ze baseren zich daarvoor op een tekst van de profeet Micha:

Uit jou, Betlehem in Efrata,
te klein om tot Juda’s geslachten te behoren,
uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen.


Herodes laat dan deze vreemde bezoekers bij zich komen en heeft een geheim onderhoud met ze. Hij wil meer weten over wat ze gezien hebben en vooral wanneer. Waarom, dat blijkt later duidelijk. Hij hecht meer geloof aan wat de wijzen zeiden dan de Joodse leiders. Of althans, hij neemt het risico heel serieus. Daarom stuurt hij de wijzen erop uit om uit te zoeken waar het kind is en vraagt of ze hem op de hoogte willen brengen, zodat hij het ook eer kan bewijzen.

Het kind

Gewapend met de aanwijzingen van de Joodse schriftgeleerden, gaan de wijzen weer op weg, naar Bethlehem. Opnieuw zien ze nu zijn ster, die hen de weg wijst. Het is volstrekt onduidelijk wat zij nu eigenlijk gezien hebben (een ster? een planeet? een nova? een komeet?). Maar voor henzelf moet het zeer duidelijk geweest zijn. Zij aarzelen geen ogenblik en volgen deze nieuwe aanwijzingen.

Zo komen ze uiteindelijk bij een huis, waar ze het kind en zijn moeder vinden. De tijdelijke verblijfplaats waar het kind geboren was kort na hun aankomst in Bethlehem voor de volkstelling (Kerst) is inmiddels verwisseld voor een huis. Want, let wel, dit kan wel twee jaar na de geboorte zijn geweest, maar minstens zes weken!

Daar bewijzen ze het kind eer en bieden het kostbare geschenken aan, een koning waardig: goud, wierook en mirre.

Vlucht en Kindermoord

Dan grijpt God in de gebeurtenissen in. De mannen uit het oosten hadden Herodes beloofd hem op de hoogte te brengen van de verblijfplaats van het kind, maar God waarschuwt hen in een droom niet naar de koning terug te gaan en langs een andere weg Judea te verlaten en huiswaarts te keren. Ook Jozef droomt. Een engel waarschuwt hem dat Herodes van plan is het kind te laten vermoorden en draagt hem op naar Egypte te vluchten.

Jozef aarzelt niet. Hij neemt het kind en zijn moeder en vertrekt. De geschenken van de wijzen zullen nu goed van pas gekomen zijn. Daarmee hebben ze waarschijnlijk hun verblijf in Egypte kunnen bekostigen. Als timmerman zal er voor Jozef ook wel het een en ander te doen geweest zijn, dus we mogen vermoeden dat ze het daar relatief goed hebben gehad.

Maar in de omgeving van Bethlehem blijkt dat de waarschuwing terecht was. Herodes laat in een poging de 'koning der Joden' te vermoorden voor hij een gevaar voor zijn troon kan worden, alle jongens tot twee jaar oud vermoorden. Dat komt ons als buitengewoon wreed over en het is natuurlijk ook een vreselijke misdaad, maar in die tijd was zo'n actie minder ongebruikelijk dan tegenwoordig. Er zijn meer voorbeelden, zelfs in de Bijbel: Atalja liet bijvoorbeeld alle kinderen van de koninklijke familie doden om haar greep naar de macht veilig te stellen (zie 2 Koningen 11).

Maar wanneer Herodes overlijdt, waarschijnlijk niet zo heel lang ná de geboorte van Jezus (hooguit zo'n 4 jaar, maar misschien maar 1) stuurt God opnieuw een engel naar Jozef. Die verschijnt hem weer in een droom en draagt hem op: 'Ga met het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.'

Jozef gaat terug, maar hoort dan dat Archelaüs zijn vader is opgevolgd in Judea. Blijkbaar was zijn reputatie ook al zo slecht dat Jozef niet verder durft te reizen en wacht tot hij weer een aanwijzing in een droom krijgt. Hij vertrekt naar Galilea, nara Nazareth, waar Maria woonde toen de engel Gabriël aan haar verscheen. Daar pakte Jozef zijn werk als timmerman weer op.

God bevestigde dus door dit onafhankelijke getuigenis uit het Oosten, dat dit kind dat door de Heilige Geest verwekt was, de beloofde messias was, de koning van de Joden. Maar nu wordt het een tijdlang stil rond dit kind.

Tot Johannes de Doper begint te prediken. Zie Advent 1.


Meer informatie in mijn special Ontstaan van het Christendom
© 2007 - 2010 Bbuitendijk, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 04-11-2007, laatst gewijzigd op 24-12-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Bbuitendijk is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
  • Matteüs hoofdstuk 2 de verzen 1 tot 23
  • Micha hoofdstuk 5 vers 1

Reageer op het artikel "Het Ontstaan van het Christendom 3: Drie Koningen"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.