InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Koningshuis > Prins Hendrik der Nederlanden, de zeevaarder (1820-1879)

Prins Hendrik der Nederlanden, de zeevaarder (1820-1879)

Prins Hendrik der Nederlanden, de zeevaarder (1820-1879) Prins Hendrik der Nederlanden was de derde zoon van Koning Willem II en Koningin Anna Paulowna. Anders dan zijn broers kreeg Hendrik een opleiding bij de Marine en maakte bij dat onderdeel van de krijgsmacht carrière. Later kreeg hij ook te maken met de koopvaardij. Al met al maakte hij vele en verre zeereizen, waaronder naar Nederlands-Indië, zowel in 'de Oost' als 'de West' (vandaar 'de zeevaarder'). Hendrik had zowel van vaders als moeders kant een fors vermogen geërfd. Het geld gebruikte hij onder meer voor investeringen ten bate van de ontwikkeling van de Nederlandse handel en economie. Dat leverde hem veel extra rijkdom op, dat gold vooral voor zijn investering op Biliton (Nederlands-Indië). Hij gebruikte die rijkdom ook ten bate van liefdadigheid. Een belangrijke functie die hij vervulde was die van stadhouder (voor zijn broer Willem III) van Luxemburg. Daar verwierven hij en met name zijn eerste vrouw Amalia populariteit. Daar ook overleed hij. Hij ligt begraven in Delft.

Inhoud


Jeugd

Willem Frederik Hendrik, roepnaam Hendrik, werd op 13 juni 1820 geboren op Soestdijk. Hij was de derde zoon van (toen) Kroonprins Willem, de latere Koning Willem II en diens echtgenote Anna Paulowna, een zuster van Tsaar Alexander I. Eveneens op Soestdijk waren vóór hem geboren: Willem (de latere Koning Willem III) en Alexander (1818-1848). Na hem kwam er in 1822 nog een zoon: Casimir, die datzelfde jaar overleed. Tenslotte volgde er nog een dochter: Sophie (1824-1897).

Opvoeding

Verantwoordelijk voor de opvoeding van de zonen van de toekomstige koning was baron de Constant Rebecque de Villars, een beroepsmilitair die z’n opleiding aan de militaire academie in Berlijn had gekregen (net als vader Willem II en diens broer Frederik). De basis van de opvoeding was gebaseerd op dezelfde discipline die hem en z’n werkgever was bijgebracht. De kunst van het oorlogvoeren, exercitie en ook krachtoefeningen hoorden daarbij. Bovendien kregen ze les in vier talen (Frans, Nederlands, Duits en Engels), geschiedenis en rekenen. Ook werd er aandacht besteed aan muziek (zang) en dans (om mee te kunnen doen aan de vele bals die de jonge heren ongetwijfeld zouden bezoeken en om het vorstelijk bewegen te bevorderen). Zo blijkt uit een rapport geschreven door Constant de Villars (D. van der Meulen, Koning Willem III, p. 44 e.v.). De gouverneur beklaagt zich in zijn rapporten trouwens ook nogal eens over het gedrag van de jongens; ze zijn luidruchtig, grof en onaangenaam, tegenover andere mensen en tegenover elkaar.

Opleiding en andere bezigheden

In de jeugd werd de basis gelegd voor een verdere militaire opleiding en het vervullen van militaire functies in de toekomst. En inderdaad, voor de oudste twee was dat ‘ter land’ en voor Hendrik ‘ter zee’. In 1830 al werd Hendrik benoemd tot adelborst en drie jaar later maakte hij z’n eerste zeereis naar enkele havens aan de noordkust van Spanje. Het jaar daarop volgde een zeereis naar Scandinavië en in 1835 naar Nederlands West-Indië (hij was de eerste Oranjeprins die daar kwam). In 1836 reisde hij voor het eerst naar Azië, waar hij onder andere op Java een lange landreis maakt en ook Brits-Indië bezocht. Hierna volgden nog vele zeereizen; in 1840 werd hij bevorderd tot kapitein ter zee en eind dat jaar trad hij op als commandant van het fregat zr. ms. “Rijn”.

Er is nogal wat bekend over de belevenis van de broers want ze schreven elkaar brieven waarin ze vertelden over hun belevenissen. Daaruit blijkt dat ze zich behalve met militaire en (in Hendriks geval) met maritieme zaken ook bezighielden met de jacht en het bezoeken van bals. En er werden reizen ondernomen naar diverse Europese hoofdsteden en dan met name de vorstenhoven daar. Dat was niet alleen voor de algemene ontwikkeling; het paste ook in de noodzaak een netwerk op te bouwen ten bate van politieke activiteiten en zeker ook in het streven te zijner tijd een goed (koninklijk) huwelijk te arrangeren.

Periode tot 1850 - meer maritieme activiteiten, sterfgevallen en een nieuwe koning

In 1850 werd Hendrik door zijn broer Willem III benoemd tot stadhouder van het Groothertogdom Luxemburg. Tot die tijd was hij vooral ter zee actief, wat hem de bijnaam ‘Hendrik de Zeevaarder’ opleverde (een chronologisch overzicht van de reizen is opgenomen in Ph. M. Bosscher e.a., Prins Hendrik de Zeevaarder, p.165 e.v.). Die activiteiten brachten hem in havens over de hele wereld. Zodoende vertrok hij dus in 1835 naar ‘de West’, waar hij onder andere Paramaribo bezocht. Later kwam hij ook in Nederlands Oost-Indië; daar raakte hij – het is dan ondertussen al zo rond de jaren 1850 - betrokken bij ondernemingen waarin hij persoonlijk investeerde en die uiteindelijk zeer lucratief voor hem waren. (Daarover later meer.)

In eerste instantie bevoer hij de zeeën als commandant van zr. ms. “Rijn”. Zo was hij in 1842 in de haven van Kronstadt (bij Sint-Petersburg) en woonde toen meteen het zilveren huwelijksfeest van zijn oom en tante Tsaar Nicolaas en Tsarina Alexandra van Rusland bij. In 1845 nam Hendrik het initiatief tot oprichting van de Koninklijke Nederlandse Yachtclub. Ook later was hij betrokken bij (de oprichting en financiële ondersteuning van) verschillende Nederlandse roei- en zeilverenigingen - hij werd ook wel de ‘Watersport-Prins’ genoemd. Twee jaar later vertrok hij uit Vlissingen als commandant van een exercitie-eskader in de Noordzee en Het Kanaal. In hetzelfde jaar bracht hij met een schip zijn broer Alexander naar Madeira waar deze genezing hoopte te vinden van de tbc waaraan deze leed. In 1848 werd Hendrik bevorderd tot Schout-bij-nacht en in 1852 tot Opperbevelhebber der Nederlandse Vloot. Eerst was hij dus betrokken bij de marine - later werd hij ook actief op het gebied van de koopvaardij.

Sterfgevallen

Zoals geschreven, de prinsen maakten ook nogal eens reizen naar Europese hoofdsteden. In de periode 1839-1843 zal Berlijn nogal eens op het programma gestaan hebben. Daar had grootvader Willem I een eigen paleis en daarheen verhuisde deze in 1839 na zijn aftreden als Koning der Nederlanden. De jonge prinsen hadden, in tegenstelling tot hun vader, een goede relatie met hem. In ’43 overleed de eerste koning der Nederlanden in Berlijn. In 1848 was er weer rouw in de familie: Hendriks broer Alexander overleed op het eiland Madeira. En het hield niet op: in 1849 overleed Koning Willem II. Zijn zonen waren aanwezig bij de bijzetting in Delft.

Een nieuwe koning: Willem III

De oudste van de zonen volgde de overledene op als Koning Willem III (wat overigens met de nodige strubbelingen gepaard ging. Het overlijden betekende ook dat de kinderen achterbleven met een grote schuldenlast. Willem II had tijdens zijn leven teveel geld uitgegeven, met name aan het verzamelen van vele kostbare schilderijen. Hij liet een financiële chaos na. Een Commissie ter Vereffening van de Nalatenschap moest proberen de problemen op te lossen. In die commissie zaten behalve de nieuwe koning ook diens broers Frederik en Hendrik, die directe belanghebbenden waren. Veel schilderijen hadden als onderpand gediend voor een lening die Willem II bij z’n zwager in Rusland, de tsaar, had afgesloten; die bleven daar dus - en zijn nu te bezichtigen in de Hermitage te Sint-Petersburg. De rest werd geveild, bracht te weinig op en verdween bovendien grotendeels ook uit Nederland. Al met al bleef er voor Hendrik weinig over - leek het.

Op 12 mei 1849 werd de nieuwe koning, net als toentertijd Willem I en Willem II, ingehuldigd in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. De dag ervoor had hij een glorieuze intocht in de hoofdstad gemaakt, in gezelschap van broer Hendrik; beiden hoog te paard. Al direct bij de besprekingen over een nieuw te vormen kabinet en de regeringsplannen – het eerste ministerie Thorbecke werd in 1849 geformeerd – waren ook de oom van de koning, Prins Frederik en Prins Hendrik aanwezig, daarbij bleek dat die twee, net als de nieuwe koning, bepaald niet met het liberalisme sympathiseerden.

Stadhouderschap en huwelijk (periode 1850- 1867)

Met zijn koningschap in 1849 werd Willem III ook Groothertog van Luxemburg net als zijn vader en grootvader waren geweest. Alleen, Willem voelde niets voor het Groothertogdom; eigenlijk was hij het liever kwijt dan rijk, dat zou duidelijk blijken uit de gang van zaken rond de zogenaamde Luxemburgse kwestie van 1867-1868 (zie ook hieronder). Hij stelde daarom broer Hendrik aan als stadhouder, dat wil zeggen, deze voerde als zijn plaatsvervanger het bewind over dat land.

Het Groothertogdom Luxemburg

De problemen rond Luxemburg hingen niet zozeer samen met de persoon van de stadhouder als wel met de gecompliceerde constructie die aan het bestaan van het groothertogdom ten grondslag lag. Die constructie was gemaakt onder regie van de grote mogendheden op het Wener Congres (1815), mede om de Oranjes schadeloos te stellen voor verlies van bezittingen in Duitsland in de Franse tijd. Zodoende werd de verdere gang van zaken rond Luxemburg beïnvloed werd door de internationale verhoudingen. En die verhoudingen stonden in de jaren 1860-1870 op scherp door het streven van Pruisen de hegemonie in Duitsland te verwerven; een politiek die ook conflicten veroorzaakte met de buurlanden, inclusief Oostenrijk en Frankrijk. Met name met het laatste land waarvan de keizer, Napoleon III ook zo zijn aspiraties had. De tegengestelde belangen van de twee lagen ten grondslag aan de Luxemburgse kwestie en de Frans-Duitse oorlog in 1870-1871.

Luxemburgse kwestie, 1867-1868

Koning Willem III was bevriend met de Franse Keizer Napoleon III; dit in tegenstelling tot zijn grootvader, vader, zuster Sophie en oom Frederik die allen nauwe banden onderhielden met Pruisen. De koning was met de Franse keizer overeengekomen dat hij Luxemburg wel wilde verkopen aan Frankrijk. Gezien de gespannen verhoudingen van Pruisen met Frankrijk zou dat tot oorlog met Pruisen kunnen leiden. Het liep allemaal met een sisser af, maar de door Willem III gevoerde politiek in dit conflict werd afgekeurd door de liberale meerderheid in de Nederlandse volksvertegenwoordiging en veroorzaakte zo ook een conflict in Nederland en wel van constitutionele aard.

Moeilijke positie van Prins Frederik in het conflict

Ook in Luxemburg zelf bestonden conflicten door de genoemde constructie en internationale belangen, extra gecompliceerd door interne tegenstellingen tussen liberalen, conservatieven en meer en minder Oranjegezinden. En in die uiterst moeilijk situatie moest Hendrik functioneren als stadhouder van het land voor Koning Willem III - moeilijk te meer omdat de stadhouder zich een verdediger betoonde van Luxemburgse zelfstandigheid. Hoewel de houding van de koning tegenover Hendrik vaak verre van positief en sympathiek en bovendien laakbaar was, bleef Hendrik uiteindelijk toch loyaal aan de koning van Nederland en daarmee aan de Oranjedynastie (wat die loyaliteit betreft lijkt hij sterk op zijn oom Prins Frederik der Nederlanden). In 1868 kwamen de grote mogendheden bijeen in Londen om een oorlog vanwege Luxemburg te voorkomen. Het Groothertogdom kreeg een nieuw politiek statuut, waarbij de neutraliteit van het land werd erkend. De neutraliteit werd ook gehandhaafd tijdens de Frans-Duitse oorlog.

De liberale grondwet keerde weer volledig terug in Luxemburg – hoewel de conservatieve gebroeders van Oranje-Nassau daar zo hun problemen mee hadden – en Hendrik bleek een gerespecteerd stadhouder van het land. In de biografie “Hendrik de Zeevaader” wordt gesteld dat hij zich in de periode na 1867/’68 met Luxemburg vereenzelvigd heeft; hij werd een “ware souverein van het land”. (p. 129)

Huwelijk

Na 1867 werd Hendrik dus populair in Luxemburg. Zijn eerste vrouw Amalia van Saksen-Weimar-Eisenach, met wie hij in 1853 was getrouwd, heeft veel bijgedragen aan die populariteit. Ze hield zich vooral bezig met liefdadigheid. In 1872 overleed zij op 42-jarige leeftijd; er werd een monument voor haar opgericht door de inwoners van Luxemburg. In Nederland had Hendrik in het paleis Lange Voorhout gewoond, dat zijn vader had gekocht; in Luxemburg woonde hij met zijn echtgenote op het kasteel Walferdange, ten zuiden van de hoofdstad. Na het overlijden van zijn moeder Anna Paulowna gebruikte Hendrik paleis Soestdijk als zomerresidentie in Nederland. Het huwelijk bleef kinderloos.

In 1878 hertrouwde Hendrik met Prinses Maria van Pruisen (1855-1888). Lang heeft het huwelijk niet geduurd: in januari 1888 overleed Hendrik aan een hersenbloeding. Het tweede huwelijk bleef trouwens ook kinderloos.

Een vermogend man (periode 1868-1879)

Zoals hiervoor beschreven: vader Willem II had bij zijn overlijden in 1849 een financiële chaos nagelaten. De liquidatie van de nalatenschap duurde al met al tot 1874! In 1865 was Hendriks moeder Anna Paulowna (toen Koningin-weduwe) overleden. Zij had hem al een aanzienlijk vermogen nagelaten. En, anders dan eerst verwacht werd, bleek vader toch ook ondanks zijn schuldenlast een flink vermogen te hebben nagelaten. Ook daarvan viel Hendrik veel ten deel (alle particuliere domeinen in Luxemburg alsook een aantal Silezische landgoederen). Ook erfde hij vele juwelen en een belangrijke effectenportefeuille. Al met al was Hendrik de Zeevaarder zeer vermogend.

Gunstige investeringen

Afgezien van de erfenissen vergrootte Hendrik zijn omvangrijke vermogen ook door geld te investeren in ondernemingen die gunstig waren voor de Nederlandse economische ontwikkeling, en tegelijk voor zijn eigen portemonnee. In 1850 was de prins betrokken bij een forse financiële transactie ten bate van de tinwinning op Biliton (een eiland gelegen voor de kust van Sumatra). In 1868 kon de onderneming al dividend uitkeren; eind 1892 had de Bilittonmaatschappij 54 miljoen gulden verdiend…

Hendrik gebruikte dus zijn rijkdom om te investeren in Nederlandse economische projecten. Zo was het mede aan Hendrik te danken dat de particuliere transoceanische stoomvaart onder Nederlandse vlag van de grond kwam.

De Prins Hendrikstichting, Egmond aan Zee

Ook was Hendrik betrokken bij liefdadigheid. Daarbij vergat hij als man van scheepvaart ook de visserij niet. Zo bleek toen vissersplaats Egmond aan Zee in de winter van 1870 op 1871 getroffen werd door een tyfusepidemie. Dat kwam extra hard aan omdat het in die plaats, zoals in vele vissersplaatsen, in die tijd armoe troef was. Door de epidemie waren met name veel jongere kostwinners gestorven, wat extra rampzalig was omdat dezen de kost verdienden niet alleen voor vrouw en kinderen maar ook voor de inwonende ouden van dagen. De plaatselijke predikant der Nederlandse hervormde gemeente begon daarom een actie om een tehuis voor ouden van dagen te stichten. Ook op de koninklijke familie werd daarbij een beroep gedaan. De echtgenote van Prins Hendrik, Prinses Amalia, deed een schenking en de prins zelf werd bereid gevonden zijn naam aan de stichting te geven. Op 24 maart 1874 kwamen de eerste bewoners, uit Egmond aan Zee dus. Drie jaar later werd besloten het tehuis ook open te stellen voor oude zeelieden uit andere plaatsen. In latere jaren, ook na het overlijden van Prins Hendrik, werden uitbreidingen en verbeteringen van het gebouw gerealiseerd mede met financiële steun onder anderen van zijn weduwe Prinses Maria.

Overlijden en begrafenis

Prins Hendrik overleed op 13 januari 1879 op het kasteel Wolferdingen te Luxemburg ten gevolge van een besmetting opgedaan tijdens een bezoek aan een hospitaal in Luxemburg. Op 25 januari werd hij begraven in de Nieuwe Kerk te Delft. Prinses Maria overleed in 1888. Een andere bron (www.engelfriet.net) vermeldt dat de prins overleed aan een hersenembolie. En bovendien dat hij ongeveer 20 miljoen gulden naliet (een gigantisch vermogen in die tijd) waarvan een groot deel ten goede kwam aan zijn broer Koning Willem III.

Lees verder

© 2016 - 2017 Petervandenburg, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, prins van OranjeJohan Willem Friso van Nassau-Dietz, prins van OranjeStadhouder Willem III van Oranje-Nassau, tegens koning Willem III van Engeland overleed in 1702. Omdat hij geen kinderen…
René van Chalon, prins van OranjeRené van Chalon, prins van OranjeBij prins van Oranje denken we misschien het allereerst aan de Nederlandse Vader des Vaderlands, prins Willem van Oranje…
Beatrix – Vrijvrouwe van Ameland met Fries bloedBeatrix – Vrijvrouwe van Ameland met Fries bloedPrinses Beatrix heeft Fries bloed in de aderen. De vorstin erfde de titel Erf- Vrijvrouwe van Ameland van Johan Willem F…
Prinsen van Oranje, de Duitse prins van OranjePrinsen van Oranje, de Duitse prins van OranjeIn 1702 overleed stadhouder Willem III, tevens koning Willem III van Engeland. Omdat hij geen kinderen had ging de erfen…
Willem IV, prins van OranjeWillem IV, prins van OranjeToen Willem Karel Hendrik Friso, prins van Oranje, op 1 september 1711 ter wereld kwam, was zijn vader juist anderhalve…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Prins Hendrik der Nederlanden, de zeevaarder (1820-1879)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 27-03-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Koningshuis
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!