Vakwerkbouw en De Hanze

Een Middeleeuwse economische crisis: vakwerk

Bloopers in de kunst is een serie artikelen over kunst: Soms ging het fout. Zowel architecten als schilders en beeldhouwers hebben weleens een misstap begaan. In deze serie artikelen wordt een aantal voorbeelden besproken. Deze keer wordt verteld hoe Vakwerkbouw ontstond.


De Hanze

Toen in de 15e eeuw in Noordwest-Europa de Hanzesteden begonnen op te komen ontwikkelde zich al snel een levendige handel tussen de aangesloten steden. Vestigingsvoorwaarden die konden leiden tot zakelijk succes waren ligging aan zee of aan een rivier. Goede verbinding met het achterland en de beschikbaarheid van grote, goed onderhouden pakhuizen waren van eminent belang. De steden die toentertijd golden als vooraanstaande leden van het handelsverbond van de Hanze zijn nu pittoreske toeristische trekpleisters vanwege de veelal goedbewaarde historische binnensteden met prachtige gevels, waaggebouwen en musea.

Onderlinge samenwerking

Het succes van het handelsverbond hing samen met de bereidheid van de deelnemende steden om onderling te delen en elkaar voordeeltjes te gunnen. Dit leidde tot een enorme bedrijvigheid en een druk onderling zakendoen. De goederen werden veelal per schip vervoerd, want dat was in die dagen veruit de gemakkelijkste en goedkoopste manier. De steeds maar toenemende vraag naar snelle maar ruime schepen zorgde voor een sterke bouwactiviteit in de dokken, waar soms dag en nacht werd doorgewerkt.

Cederbossen

Nadeel van die enorme vloot die maar blééf groeien was dat het op steeds grotere schaal gebruik maken van cederhout – veruit het meest geschikte hout voor de bouw van schepen – leidde tot de eerste echte milieucrisis in Europa. Door de ongelimiteerde kap van cederbomen vond een ongeëvenaarde kaalslag plaats, die nog werd verergerd door de flinke toename van de vraag naar brandhout vanuit de Hanzesteden.

Daar was de economische bedrijvigheid groot en er was schreeuwende behoefte aan vuren voor verwarming, maar ook om de smid aan het werk te houden en andere bedrijvigheid mogelijk te maken. De winters waren jarenlang strenger en langer dan ooit en iedereen hield zich bezig met sprokkelen. Naarmate de winter lengde werden de takken dunne twijgjes en uiteindelijk werd zelfs het allerjongste groen uit de grond getrokken, met als resultaat dat na jaren nog nauwelijks iets groeide. Het landschap werd kaal en andere begroeiing kreeg de overhand. De gevolgen zijn hier en daar nog steeds in landschappen zichtbaar.

Lange winters

Maar ook in de steden en dorpen. Want waar men altijd had beschikt over genoeg bouwmateriaal moest men uit arren moede wanden bouwen van koeienstront en stro – aangebracht op een basis van dikke balken. Zo ontstond de vakwerkbouw. Niet vanuit een esthetisch idee. Maar vanwege crisis….De eerste echte economische crisis. De steden en gebieden waar veel vakwerkbouw te vinden in Duitsland, Oostenrijk, maar ook in Groot-Brittannië markeren de regio’s waar de bedrijvigheid in vroeger tijden zó groot was dat het helaas de prachtige cederbossen heeft gekost.

Het idee om de wanden wit te schilderen en de balken te markeren met donkere kleuren is natuurlijk wél esthetisch. Het oog wil ook wat. Het contrast is hoog. De witgekleurde vlakken zorgen in de zomer voor weerkaatsing van zonlicht en dat zorgt voor koele ruimtes in de gebouwen. Ga een keer in Limburg op vakantie: in onze zuidelijkste provincie is vakwerkbouw te vinden. Goede reis!
© 2007 - 2008 Braens, gepubliceerd in Kunst (Kunst en Cultuur) op 09-12-2007, laatst gewijzigd op 05-03-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Braens is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Een Middeleeuwse economische crisis: vakwerk"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.