Opers Garnier en Parijs

Parijs: De Opera van Garnier heeft maar een klein pleintje

Bloopers in de Kunst is een serie artikelen over bijzondere,gekke of vermeldenswaardige zaken omtrent kunst. Deze keer een verhaal over Opera Garnier in Parijs


Neo-stijlen

Zoals het altijd gaat: de opera van architect Garnier mocht wat kosten. Het gebouw werd uitgevoerd in een Neo-stijl die op dat moment hoogmode was: Egyptisch,Romeins,Gotisch, het kon in die tijd allemaal. Overal in de stad en in de rest van Frankrijk werd op vroeger teruggegrepen. Kerken als de Madeleine , die er als een Griekse tempel uitzag, Neo-Gotische musea, een “Romeinse” triomfboog of treinstation... Maar de stijl die het best paste in het Parijs van de 2e helft van de 19e eeuw – en van Napoleon III is de Barok. Daarmee kon de grandeur van de stad en zijn bevolking goed vorm gegeven worden..

Dubbele niet-dragende zuilen, kapitelen, rolwerk en guirlandes van steen sieren het gebouw. Er werd niet op een blaadje bladgoud gekeken. Het geheel is symmetrisch opgezet. Vóór het gebouw, bij de ingang, vindt U een monumentale toegangstrap. Die trap moet U – net als bij echte ”tempels” in de Oudheid het geval was- in een andere wereld doen opgaan….de wereld van de Hoge Kunsten. Vergeet niet naar de beelden te kijken. Daar vertel ik in een ander artikel nog over.

Belangrijkste ruimte: de foyer

Nog belangrijker dan de façade is het intérieur. De foyer is ALTIJD de ruimte die het meest aandacht moet krijgen, want daar bekijkt men elkaar en doet men aan netwerken. In Parijs is dat duidelijk: majestueuze trappen, uitbundig verlicht met grootse kaarsenhouders,waar laters elektrisch licht in is geplaatst. Altijd met opengewerkte zijden, zodat men GEZIEN zal worden. Dames met prachtige hoeden, overdadig versierd met veren en in wijde japon, crinoline, queue de Paris. Heren met wandelstok, kachelpijphoed en lorgnet. Allemaal met koets en al voorgereden, zodat men niet al te ver hoefde te schrijden…

Libretto

Het deftige publiek kwam niet persé voor de opera. Het was weinigen gegeven Italiaans te lezen, en verstaan was dan nog iets anders, zodat het libretto het toch van een goed gespeelde uitbeelding moest hebben om de mensen wijzer te maken. Het verhaal stond wel in het programmaboekje, maar tijdens de voorstelling was lang niet iedereen ‘bij de les‘ omdat men de afwisseling van aria’s, spel en overbruggende muziekdelen niet wist te volgen..

Opera is in Italië ontstaan, als een mengvorm van zang, dans en spel. En vooral degenen die eind 18e eeuw hun geld konden laten rollen – en dat wilden weten óók – gingen zich bezig houden met “De Klassieke Oudheid”. Opera had die vaak als onderwerp. Operahuizen speelden in op de populariteit van de theatervorm en huurden regisseurs in die hun ideeën. meestal wel mochten waarmaken: grootse decors, enorme orkesten en koren: alles uit de kast. Als je dan het verhaal niet kon volgen dan was er in elk geval genoeg te zien.

Een probleem

Die decors zorgden voor een probleem, want dat maakte dat een deel van het operagebouw –achter en deels boven het toneel - de vorm moest krijgen van een grote rechtopstaande schoenendoos, om daarin de steeds grotere decors te kunnen hangen en wisselen. En dáárom is het pleintje voor de Opera van Parijs zo klein…:het maakt die decortoren onzichtbaar. En maakt de gevel grandioos...

Pas als U er echt op let zult U de blokkige vorm –hier voorzien van een statig zadeldak - kunnen ontdekken. Dan moet U één van de avenues oplopen die als het ware bij het gebouw beginnen. Of eens aan de zeer verzorgde achterkant van het gebouw gaan kijken.De platgedrukte bekroning van de koepel – die precies bóven de zaal ligt - is aangebracht net vóór die toren. In Amsterdam, bij het Muziektheater, is de situatie hetzelfde, maar anders opgelost. Theater en Gemeentehuis lopen in elkaar over: een rondende vorm en een blokvorm. Van enige afstand is de decortoren hier goed te zien.

Marc Chagall

Garnier heeft buiten de foyer –en natuurlijk de prachtige zaal met loges, rood pluche en een gigantische kroonluchter- gezorgd voor diverse ontmoetingsruimtes, repetitielokalen en restauratieruimten. Nog niet zo héél lang geleden – in 1964 - is het plafond van de Grote zaal voorzien van een plafondschildering door Marc Chagall, de grote meester van de poezelige kleuren en bevreemdende vormen. Een eigen wereld vol magisch realisme. Op één of andere manier past zijn stijl en coloriet wel bij het gebouw.

Tegenwoordig wordt het gebouw vooral bespeeld door balletgezelschappen. De meeste opera’s worden tegenwoordig opgevoerd in Opéra Bastille, waarvan de bouw werd verordonneerd door president Mitterand. De stichting daarvan is een verhaal op zich.

De Opera Garnier is een bezoek meer dan waard. De meesten zullen niet verder dan de ontvangstruimte komen. Die is vrij toegankelijk. Een echte rondleiding is echter óók aan te raden. En daarna winkelen in de Galeries Modernes om de hoek….. Goede reis!
© 2008 Braens, gepubliceerd in Kunst (Kunst en Cultuur) op 31-01-2008, laatst gewijzigd op 05-03-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Braens is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Parijs: De Opera van Garnier heeft maar een klein pleintje"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.