Kunst en Abstractie

Hoe klinkt kunst?

Hoe klinkt kunst?

Naar aanleiding van een citaat van de kunstenaar Franz Marc (1880-1916) wordt de lezer in de korte verhandeling Hoe klinkt kunst? meegenomen op ontdekkingsreis naar overenkomsten tussen beeldende kunst, muziek en literatuur.


De bron

In een boek over Wassily Kandinsky (1866-1944) las ik enkele jaren geleden dat, aan het begin van de vorige eeuw, deze kunstenaar zich heeft verdiept in de parallellen tussen verschillende kunstvormen. Ik begon mij te verdiepen in Kandinsky, zijn denkbeelden en zijn werk. Ook in mij groeide een belangstelling voor de relatie tussen de verschillende kunsten onderling, vooral tussen beeldende kunst en muziek. Tegelijkertijd kreeg mijn schrijverschap, vanaf 2000, een nieuw elan doordat ik gedurende enkele jaren een opleiding creatief schrijven volgde. In mijn dichtkunst herkende ik de overeenkomsten met beeldende kunst en muziek waar Kandinsky aan refereerde. Uiteindelijk ben ik deze overeenkomsten als grondbeginsel gaan hanteren, in combinaties van teksten met bestaande kunstwerken. Op basis van mijn bevindingen schreef ik deze korte verhandeling Hoe klinkt kunst? Als aanleiding nam ik een citaat van de schilder Franz Marc die, samen met tijdgenoot en kunstbroeder Kandinsky, onder de naam Der Blaue Reiter een vernieuwingsbeweging oprichtte in 1911.

Franz Marc zegt: “Kunst beoogt het onaardse leven dat achter alles leeft te onthullen en de spiegel van het leven te breken opdat we het wezenlijke in het gezicht kunnen zien.” De Nederlandse schilder Jaap Nanninga (1904-1962) stelde het wat bondiger toen hij zei: “Kunst maakt het onzichtbare zichtbaar”.

Kandinsky en zijn tijdgenoot Franz Marc pionierden op het gebied van abstractie in de kunst. Voor de kunstenaars van Der Blaue Reiter was het doel van alle kunsten gelijk: het wezen van mens en wereld zichtbaar maken. Franz Marc gaf in zijn werk talloze voorbeelden die laten zien wat hij bedoelde. Als onderwerp nam hij vaak één of meer dieren, die opvallen door een ongewoon kleurgebruik. In zijn schilderij De toren der blauwe paarden geeft hij met de kleur blauw de kracht van paarden weer. Het ging Marc niet om de zichtbare werkelijkheid, blauwe paarden bestaan immers niet. Met kleur als middel wilde hij iets van het innerlijk van het paard laten zien. Hiermee manifesteerde zich de scheidslijn tussen concreet en abstract; het zichtbare en het niet zichtbare. Ook Kandinsky hield zich uitgebreid bezig met de werking van kleuren. Die werking noemde hij ‘klank’, een benaming waar ik later op terugkom en waaraan ik de titel voor deze verhandeling heb ontleend.

[HB]Kleuren zingen[/HB]

Om het niet zichtbare zichtbaar te maken gingen de toenmalige kunstenaars steeds meer op zoek naar een abstracte beeldtaal. Zij betoogden dat daarmee de ware schilderkunst begon; bevrijd van elke voorstelling stonden kleur, vorm, lijn, verf en compositie voor het eerst voorop. Wassily Kandinsky wordt vaak geroemd als grondlegger van de abstracte kunst. Maar vanzelfsprekend was dat niet. In 1896 zag hij het schilderij Hooimijten van Claude Monet en was verontwaardigd omdat hij in Monets kleurvlekken geen hooimijten kon ontdekken. Nauwelijks vijftien jaar later moest hij erkennen, dat in zijn eigen werk enkel de kleur voldoende was om een voorwerp op te roepen. Hij ontdekte dat met het terugdringen van de organische vorm het niet zichtbare vanzelf op de voorgrond treedt en wint aan ‘klank’. Hoe kwam Kandinsky aan die term? Ongetwijfeld heeft zijn belangstelling voor muziek hiermee te maken. Bij het luisteren naar verschillende instrumenten zag hij de meest uiteenlopende kleuren voor zijn ogen. Kleuren die hij later met de spatel op het doek zou uitsmeren en die hij, zoals hij het zelf zei, zo hard wilde laten zingen als ze maar konden. De toenmalige avant-gardistische schilders keken letterlijk de kunst af van muziek, die zij als de meest abstracte kunstvorm zagen. Mede onder invloed van de atonale muziek van Schönberg drong Kandinsky concrete voorstellingen steeds verder terug uit zijn werk. Harmonie en disharmonie, in de muziek toen al belangrijke thema’s, kregen hun vertaling in de beeldende kunst. Met titels als Compositie en Gele of Blauwe Klank benadrukte Kandinsky het verband tussen muziek en schilderkunst en daarmee tussen klank en kleur.

[HB]Dichters in verf[/HB]

In publicaties over beeldende kunst wemelt het van verwijzingen naar dichtkunst. Zo las ik in een recensie over de hedendaagse kunstenaar Flip Gaasendam (1957), dat zijn werk vaak poëzie wordt genoemd. De kunstenaar, die “zijn vormen als woordslingers uitspreidt over het doek”, werd hier een ‘dichter in verf’ genoemd. Parallellen tussen beeldende kunst en literatuur gaan verder dan de vergelijking tussen penseel en pen of tussen doek en papier. De kunstenaar kan niet zonder een gedegen materiaalbeheersing. Dit is te vergelijken met de taalvaardigheid van de schrijver. Waar kunstenaars een eigenschap of gemoedstoestand willen verbeelden in kleur en vorm, kunnen schrijvers dit bereiken met sterke beelden of treffende metaforen. Een voorbeeld: ‘De vrouw draaide zich om en liet haar hoofd hangen’. Met een dergelijk beeld maakt de schrijver zichtbaar hoe de vrouw in het verhaal zich voelt. Ook in de volgende versregels van Hendrik Marsman lijkt het of de dichter de beeldende middelen van schilderkunst heeft vertaald naar zijn schrijverschap:

Vlam /
Schuimende morgen en mijn vuren lach/
Drinkt uit ontzaggelijke schalen van lucht en aarde /
Den opalen dag


Na bestudering van Kandinsky’s theorieën en werk zag ik steeds duidelijker overeenkomsten tussen beeldende kunst en mijn eigen dichtkunst. Geleid door deze parallellen probeer ik, in poëtische teksten gebaseerd op kunstwerken, syntheses van beeld en woord tot stand te brengen. Ik erken dat beide kunstvormen, ondanks overeenkomsten, een eigen identiteit bezitten. Tekst kan een beeld onderstrepen maar mag niet dienen om het uit te leggen. Tekst moet ook los van het beeld zeggingskracht en een eigen betekenis hebben. Waar de schilder een ‘dichter in verf’ genoemd kan worden, kan de dichter een ‘schilder met woorden’ zijn. Eigenschappen en emoties hoeven niet benoemd te worden; zij worden zichtbaar gemaakt met de middelen die de dichter ter beschikking staan.

Ritme van woord en beeld[/HB]

Een schilderij heeft niet voldoende aan kleur en vorm alleen, een gedicht heeft meer nodig dan enkel beelden en metaforen. Ritme, vorm en compositie zijn voor beide kunstvormen van wezenlijk belang. Ritme en beweging, duidelijk herkenbaar in muziek en taal, hebben door alle perioden heen beeldend kunstenaars beziggehouden. Zij werden er door geïnspireerd maar ook soms tot wanhoop gebracht. Van de kunstenaars die erin slaagden deze elementen toe te passen noem ik Jan Wolkers. Waar anderen bleven steken in goede bedoelingen lukte het hem, naar eigen zeggen, behalve de kleuren ook het ritme van de natuur vast te leggen in zijn doeken.

[H]Klank

Bestaat de kunstenaar bij de gratie van zijn publiek? Ongetwijfeld zijn de meningen hierover verdeeld. Toch durf ik te stellen dat beeldend kunstenaars, schrijvers en musici streven naar enige mate van wisselwerking met de beschouwer, lezer of luisteraar. Dat zij aan hun kunstwerken datgene willen meegeven wat Kandinsky ‘werking’ noemde of ‘klank’. Een klank die voor ons meer kan betekenen dan iets dat hoorbaar is voor het oor. Het kan datgene zijn wat kunstenaars, met behulp van beeldende aspecten, voor ons oproepen en wat niet op het eerste oog waarneembaar is. Datgene wat ook wel wordt aangeduid als het immateriële, het onstoffelijke. Het niet zichtbare of abstracte dat zich kan manifesteren in alle kunstuitingen.

Waar musici spreken over de kleur van klank zullen schilders zich bewust zijn van de klank van kleur. Veel gaat er schuil achter de kleuren. Achter de vormen, de lijnen, de woorden. Achter het ritme van een tekst of van een schilderij. Datgene wat door Kandinsky en Marc het immateriële wordt genoemd en wat Kandinsky aanduidt als ‘werking’ of ‘klank’. Maar we moeten hem willen horen, die klank. We moeten ernaar op zoek gaan. Alleen dan zullen wij achter de materie de onzichtbare werkelijkheid ontdekken. Een werkelijkheid die voorheen, tussen de regels en achter de beelden, voor ons verborgen bleef. Pas als wij ons daarvoor openstellen zullen wij het ‘wezenlijke’, zoals Franz Marc het noemt, in het gezicht kunnen zien.
© 2008 - 2010 Ernestine, gepubliceerd in Kunst (Kunst en Cultuur) op 09-03-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Ernestine is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • KANDINSKY, door Ulrike Becks-Malorny
  • Über das Geistige in der Kunst, W. Kandinksy
  • Klänge, W. Kandinsky

Reageer op het artikel "Hoe klinkt kunst?"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.