InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Kunst > Ontwikkelingen schilderskunst in de Hollandse Gouden Eeuw

Ontwikkelingen schilderskunst in de Hollandse Gouden Eeuw

Ontwikkelingen schilderskunst in de Hollandse Gouden Eeuw Met het aanbreken van de zeventiende eeuw ging het Hollandse gewest een periode in die later de Gouden Eeuw zou worden genoemd. De economie draaide in deze periode op volle toeren, de Verenigde Oost-Indische Compagnie was machtiger dan ooit en vele Hollanders verdienden meer geld dan ze in hun leven konden uitgeven. Onder de gegoede burgerij werd het verzamelen van kunst al spoedig een goed gebruik waarbij de schilderijen niet alleen als een goede investering werden gezien maar tevens dienden om de status van de eigenaar te benadrukken. Door de enorme vraag naar schilderijen dienden de Hollandse schilders zich in hoog tempo te specialiseren waarbij ze niet alleen zichzelf, maar ook de diverse genres in de schilderkunst meerdere keren wisten te vernieuwen. De hoge mate van specialisatie zorgde er uiteindelijk voor dat de werken van de Hollandse schilders leidend werden op internationaal niveau.

Inhoud


Ontwikkelingen in de Hollandse schilderkunst

Onder invloed van de stijgende welvaart werd het handelen in en verzamelen van kunst al snel gewoon onder de Hollandse elite, waardoor de vraag naar schilderijen in hoog tempo steeg. De stijgende vraag bracht een enorme concurrentiestrijd tussen de Hollandse schilders op gang die er voor zorgde dat zij zichzelf én de schilderkunst keer op keer wisten te vernieuwen.

Ontwikkelingen

Naarmate de welvaart in de Hollandse steden steeg, ontwikkelde er zich een geheel nieuwe groep 'Hollandse elite' die er hun eigen gewoonten en gebruiken op nahielden. Zo werd het verzamelen van kunst – en dan bij voorkeur schilderijen – puur voor de 'heb' al snel een gewoonte waarna de vraag naar Hollandse schilderijen in hoog tempo steeg. Om de enorme vraag naar schilderijen in goede banen te leiden deed de kunsthandelaar zijn intrede die, op verzoek van zijn cliënten, schilders bezocht om de juiste werken aan te kopen. Voor de Hollandse schilders betekenden de enorme vraag naar hun werk dat er zich een tweetal veranderingen aandiende. In de eerste plaats werden ze steeds vrijer in het kiezen van een genre (thema) voor hun werken en waren niet meer alleen afhankelijk van opdrachten om te kunnen schilderen. En in de tweede plaats betekende de enorme vraag dat er ook een moordende concurrentiestrijd op gang kwam waardoor de Hollandse schilders zich in hoge mate wisten te specialiseren.

Invloeden

Door de hoge mate van specialisatie die plaatsvond, moesten de Hollandse schilders voortdurend op zoek naar manieren om zich te blijven vernieuwen. Zo werd het al snel gebruikelijk om een opleiding tot meester-schilder af te sluiten met een reis naar het buitenland om daar de werken van de buitenlandse meester met eigen ogen te aanschouwen. Met name de Italiaanse clair-obscurtechniek werd hierbij zeer geliefd in Holland omdat de schilder door het sterker weergeven van de licht-donkercontrasten op zijn werk een zeer dramatisch en driedimensionaal beeld kon creëren. Naarmate de zeventiende eeuw vorderde, kwam vanuit Frankrijk de Trompe-l'oeiltechniek over waaien wat – letterlijk vertaald – 'bedrieg het oog' betekent. Of in beter Nederlands 'gezichtsbedrog'. In plaats van het overdreven weergeven van de licht-donkercontrasten was het bij de Trompe-l'oeiltechniek juist gebruikelijk zo gedetailleerd mogelijk te schilderen waardoor de personen en objecten letterlijk van het doek leken te komen. Naast Italië en Frankrijk vormden ook de Antwerpse schilders een bron van inspiratie voor de Hollanders aangezien diverse schilders met het Antwerpse maniërisme aan de haal gingen. Een manier van schilderen die met name opviel door de onnatuurlijke en bijzondere houdingen van de lichamen die werden afgebeeld.

Genres

Door de enorme vraag naar Hollandse schilderijen had men nauwelijks wensen ten aanzien van het genre (thema) van het werk, waardoor de Hollandse schilders vrij waren om hun eigen onderwerpen te kiezen. Mede hierdoor werden er gedurende de Hollandse Gouden Eeuw meerdere genres gangbaar waarbij ze elkaar afwisselden in populariteit. Aangezien ieder genre zijn eigen 'regels' had waaraan het diende te voldoen, ontwikkelden ze zich op geheel eigen wijzen en hadden ze ieder hun eigen opvallende kenmerken. De Hollandse schilderijen werden ingedeeld in een zevental genres waarbij drie genres ook nog eigen subgenres kreeg:
  • Historische taferelen
  • Portretten, met de subgenres; zelfportretten, tronies en groepsportretten
  • Landschappen, met het subgenre buitenlandse inspiratie
  • Zeegezichten
  • Stadsgezichten & architectuurwerken
  • Genrewerken, met de subgenres: alledaagse werken en galante (of verfijnde) werken
  • Stillevens

Historische taferelen

Tot de historische taferelen werden alle schilderijen gerekend die een representatieve scène weergaven uit de Bijbel, de mythologie of de geschiedenis

Ontwikkelingen

Het historisch tafereel was een genre dat al gangbaar was in de zestiende eeuw maar vooral in de zeventiende eeuw een aantal zeer opvallende ontwikkelingen doormaakte. Als eerste introduceerden schilders uit Haarlem en Utrecht de Italiaanse clair-obscurtechniek die de historische taferelen een stuk minder 'streng' maakte. Waar de buitenlandse werken vooral waren bedoeld om gezag uit te stralen en angst in te boezemen, streefden de Hollanders naar het maken van intieme werken die opvielen door hun anekdotische karakter en het vermogen de kijker te emotioneren in plaats van angst aan te jagen. Naast de zogenaamde 'intieme' historische taferelen werd halverwege de zeventiende eeuw ook het 'Hollandse classicisme' populair dat zich onderscheidde door de clair-obscurtechniek links te laten liggen. In plaats daarvan richtten de schilders zich op het aanbrengen van harmonie in hun composities en maakten veel en graag gebruik van heldere kleuren. Waar de intieme werken klein van formaat waren en bedoeld om de muren van woonkamers op te sieren, waren de classicistische werken juist weer groot van formaat en vooral bedoeld voor de muren van belangrijke (overheids)gebouwen.

Kenmerken

Zoals eerder gezegd was het gebruik van de (zeer geliefde) Italiaanse clair-obscurtechniek bij het vervaardigen van een historisch schilderij eerder regel dan uitzondering waardoor het aantal 'intieme' Hollandse werken enorm was. De schilders hanteerde hierbij een zeer losse penseelvoering wat hun werken een grof uiterlijk gaf. Tevens overheersten sobere kleuren (bij voorkeur bruintinten) in het intieme werk en was het gebruikelijk om thema's te kiezen uit de Bijbel, mythologie of geschiedenis. Afgebeelde figuren werden omringd door symbolische voorwerpen en verwijzingen om de moraal (onderliggende boodschap) van het werk duidelijk te maken aan de kijker. Als laatste was het gebruikelijk om de horizon op een historisch tafereel hoog te plaatsen zodat het leek of men de figuren van onderaf bekeek. Kortom de kijker moest letterlijk tegen de figuren opkijken.

Portretten

Tot de portretten werden alle schilderijen gerekend waarvoor één of meerdere personen hadden geposeerd.

Schilderij van Frans Hals getiteld 'De lachende cavalier'. / Bron: Frans Hals / Wikimedia CommonsSchilderij van Frans Hals getiteld 'De lachende cavalier'. / Bron: Frans Hals / Wikimedia Commons
Ontwikkelingen & kenmerken
In vergelijking met de buitenlandse portretten weken de Hollandse werken op diverse punten behoorlijk af. In de eerste plaats vielen de 'losse' houdingen van de geportretteerden meteen op en in de tweede plaats was het niveau van de Hollandse schilders aanzienlijk hoger dan dat van hun buitenlandse collega's. Zo werd er in de Hollandse portretten veel tijd en aandacht besteed aan het juist weergeven van emoties en karaktertrekken en werden de geportretteerden zelden ten voeten uit geschilderd. Met name de nieuwe Hollandse elite gaf er de voorkeur aan om zittend te worden afgebeeld terwijl ze bezig waren met een activiteit die passend was bij hun nieuwe status, zoals lezen of schrijven. Als laatste was het ook opvallend dat men in het buitenland er alles aan deed om de status van de geportretteerden weer te geven terwijl dat in Holland volledig ondergeschikt was. De Hollandse schilders legden liever de nadruk op het weergeven van de juiste lichtinval en de daarbij behorende schaduwen om de werken hun opvallende karakter te geven.

Tronies - subgenre portretten

Om hun vaardigheden op het gebied van gezichtsuitdrukkingen en karaktereigenschappen te oefenen werd het onder de Hollandse schilders gebruikelijk om zogenaamde 'karakterkoppen' te tekenen of te schilderen. Het maken van een karakterkop was hierbij puur bedoeld als oefening aangezien de herkenbaarheid van de persoon volledig ondergeschikt was aan het juist weergeven van de uiterlijke kenmerken, zoals leeftijd, karakter en/of stemming. De karakterkoppen waren over het algemeen excentrieke werken die – in tegenstelling tot de portretten – opvielen door hun grofheid en bijzondere gezichtsuitdrukkingen, wat de karakterkoppen in de volksmond al snel de bijnaam 'tronies' opleverden. Tegen alle verwachtingen in bleek er in de loop van de zeventiende eeuw vraag te zijn naar de tronies waardoor vele tekeningen in de openbaarheid kwamen. Ondanks het feit dat de tronies goed werden verkocht, bleef het voor de schilder vooral een oefening en werden ze in eerste instantie niet gemaakt in opdracht of met het doel om ze te verkopen.

Zelfportretten - subgenre portretten

Naast het maken van tronies kon de schilder zijn vaardigheden ook oefenen door een zelfportret te maken, dat – in tegenstelling tot een tronie – wél duidelijk herkenbaar diende te zijn. Ondanks het feit dat de tronies en zelfportretten op het eerste gezicht aanzienlijk verschilden, kenden de beide subgenres toch duidelijke overeenkomsten. Zo was het juist weergeven van de gezichtsuitdrukkingen, emoties en karaktereigenschappen in beide subgenres van groot belang en was het maken van zowel een tronie als portret behoorlijk tijdrovend. Naast de overeenkomsten kenden de werken ook opvallende verschillen. Zo werd een tronie door een schilder gemaakt als oefening maar werd het maken van een zelfportret gezien als een proeve van kunnen. Net als bij de tronies bleek er ook vraag te zijn naar de zelfportretten, maar in tegenstelling tot de andere (sub)genres werd een zelfportret nooit in opdracht geschilderd.

Tronie van Frans Hals getiteld 'Malle Babbe' / Bron: Frans Hals / Wikimedia CommonsTronie van Frans Hals getiteld 'Malle Babbe' / Bron: Frans Hals / Wikimedia Commons
Karel IV van Spanje en zijn familie, geportretteerd door Francisco Goya / Bron: Francisco de Goya / Wikimedia CommonsKarel IV van Spanje en zijn familie, geportretteerd door Francisco Goya / Bron: Francisco de Goya / Wikimedia Commons
Zelfportret van Rembrandt / Bron: Rembrandt / Wikimedia CommonsZelfportret van Rembrandt / Bron: Rembrandt / Wikimedia Commons

Groepsportretten - subgenre portretten

In navolging van de boeren, burgeres en elite besloten ook diverse groepen dat ze zich wilden laten vereeuwigen voor het nageslacht. Met name onder regenten (bestuurders) en schutterijen (burgermilities) werd het laten maken van een groepsportret gebruikelijk, waarbij de groepsportretten opvallende verschillen vertoonden met de gewone portretten. Zo waren de houdingen op de groepsportretten stijf en geposeerd terwijl het op de gewone portretten juist gangbaar was om iemand zo natuurlijk mogelijk af te beelden. Tevens was het doel van een groepsportret tweeledig; het dienden niet alleen als herinnering voor het nageslacht maar werd onder de leden van de groep ook gezien als statussymbool. Mede hierom was de opstelling van de leden van de groep op het portret van groot belang aangezien de belangrijkste bestuurders een prominentere plaats op het schilderij kregen dan bestuurders die lager in de hiërarchie stonden. Wilde je zo goed mogelijk uit de verf komen dan diende je diep in de buidel te tasten, aangezien het gebruikelijk was dat ieder lid van de groep de schilder zelfstandig betaalde. De persoon die hierbij het diepst in de buidel tastte, kreeg niet alleen de beste plaats op het schilderij maar werd ook nog eens tot in detail afgebeeld.

Landschappen

Tot de landschappen werden alle schilderijen gerekend waarop delen van een landschap of een landschap in haar geheel was te zien.

Ontwikkelingen

Waar de landschappen aan het eind van de zestiende eeuw nog volledig in een atelier werden gemaakt, werd het vanaf het jaar 1620 steeds gebruikelijker om een landschap eerst ter plaatse te schetsen en dan in het atelier uit te werken tot schilderij. Door de verplaatsing van 'binnen' naar 'buiten' werden de Hollandse landschappen niet alleen aanzienlijk realistischer maar ook een stuk natuurlijker. Zo werd het gebruikelijk om typische Hollandse weidedieren zoals koeien, paarden en/of schapen af te beelden waarbij het schilderen van dieren al snel werd verheven tot kunst op zich. Vele landschapsschilders verdiepten zich – naast de aspecten van de landschapsschilderkunst – ook in de anatomie van dieren om deze zo goed mogelijk te kunnen weergeven op hun werken. Leuk gegeven hierbij was dat sommige schilders hun geld verdienden door weidedieren te schilderen op landschappen van schilders die het schilderen van dieren niet of niet volledig onder de knie hadden.

Kenmerken

Naast de weidedieren besteedden de Hollandse schilders ook zeer veel tijd en aandacht aan het juist weergeven van de atmosferische elementen zoals de lucht, wolken en lichtinval. Door het gebruik van de clair-obscurtechniek wisten de Hollanders lieflijke en dromerige landschappen te creëren of juiste woeste landschappen te maken door het afbeelden van een naderende storm. Om de lucht meer ruimte te geven werd de horizon op de Hollandse landschappen aanzienlijk verlaagd waarbij met name de bijzondere wolkenluchten als typisch Hollands werden gezien. Naast de landschappen met weidedieren werden ook landschappen met afbeeldingen van duinen, rivieren en winterlandschappen als typisch Hollands bestempeld.

Buitenlandse inspiratie - subgenre landschappen

Mede door de stijgende welvaart werd het onder de Hollandse schilders al snel een goed gebruik om tijdens of na je studie een studiereis te maken naar het buitenland. En met name in de werken van diverse landschapsschilders waren de buitenlandse invloeden goed terug te zien. Zo waren diverse werken met afbeeldingen van bergen en/of Alpengronden geïnspireerd op de landschappen die men aantrof in het Rijnland en kwamen werken met heuvels en bossen vaak overeen met diverse landschappen die waren gelegen in Antwerpen. Vanuit Italië brachten de Hollandse schilders het sterk geromantiseerde landschap mee terug naar Holland dat al snel aan populariteit won. De harde en soms zelfs sombere Hollandse wolkenluchten werden verdreven door het lieflijke en warme mediterraanse licht wat de landschappen een stuk rustiger en aangenamer maakte.

Zeegezichten

Tot de zeegezichten werden in eerste instantie alle schilderijen gerekend die verslag deden van een historische zeeslag, maar in de loop van de zeventiende eeuw werden ook werken waarop het water en/of de zee centraal stonden tot het genre gerekend.

Ontwikkelingen

De ontwikkelingen die de zeegezichten in de loop van de zeventiende eeuw ondergingen, zorgden er niet alleen voor dat de werken een geheel ander uiterlijk kregen, maar wijzigden ook het oorspronkelijke doel van het schilderij. Waar het in de zestiende eeuw nog gebruikelijk was om een historische zeeslag centraal te zetten op een zeegezicht, kwam in de loop van de zeventiende eeuw juist de liefelijkheid van de zee (en/of het water) zelf centraal te staan. De werken werden ontdaan van al hun opsmuk waarbij de grote en imposante oorlogsschepen werden vervangen door woeste of kabbelende golven en de rokende kanonnen door imposante wolkenluchten.

Kenmerken

De schilders gingen meer nadruk leggen op het juist afbeelden van de atmosferische elementen en net als bij de landschappen werd de horizon op het zeegezicht flink verlaagd. De weidse en dramatische luchten namen hierdoor een groot deel van het werk in beslag en werden zeer sfeerbepalend. Na enige tijd gingen de schilders weer boten – bij voorkeur kleine vissersbootjes – afbeelden op het werk om de grootsheid van de zee nog meer te benadrukken en ze bleken ware meesters in het weergeven van de 'wind'. Oftewel de bewegingen en effecten die zij in het water veroorzaakte.

Stadsgezichten en architectuurwerken

Onder dit genre werden alle schilderijen gerekend die een indruk of beeld gaven van een stad of de binnen- of buitenkant van een gebouw, bijvoorbeeld een kerk, pakhuis of een waag.

Schilderij van Frans Hals getiteld 'Gezicht op Delft' / Bron: Johannes Vermeer / Wikimedia CommonsSchilderij van Frans Hals getiteld 'Gezicht op Delft' / Bron: Johannes Vermeer / Wikimedia Commons
Ontwikkelingen
Met het stijgen van de welvaart ontstond er onder de Hollanders een hernieuwde interesse in de architectuur, die duidelijk werd weerspiegeld in de schilderkunst van de zeventiende eeuw. Net als de schilderskunst was ook de architectuur onderhevig aan invloeden en ontwikkelen waardoor aan het begin van de zeventiende eeuw de gotische bouwstijl overheerste in Holland maar bij het naderen van het einde van de Gouden Eeuw was het (veel sobere) Franse classicisme in zwang. Waar de periode van de gotiek werd gekenmerkt door hoge en sierlijke gebouwen die aan de binnen en buitenkant weelderig werden versierd met symbolen, bogen en ornamenten, stond het Franse classicisme bekend om het gebruik van sobere ornamenten uit de klassieke oudheid.

Kenmerken

De veranderingen die op het gebied van de architectuur plaatsvonden waren op de voet te volgen door de vele stadsgezichten en architectuurwerken die de Hollandse schilders maakten. Zo lag de nadruk bij het schilderen van een stadsgezicht op het zo goed en duidelijk mogelijk weergeven van de typische kenmerken van de stad. Hoge torenspitsen en stadspoorten werden hierbij veel gebruikt waarbij niet alleen de hoge mate van verstedelijking goed was terug te zien in de werken maar ook de enorme bouwdrift van de Hollanders. De verschuiving van de gotiek naar het Franse classicisme was daarentegen weer op de voet te volgen via de architectuurwerken. Waar deze in de tijd van de gotiek vaak kleurrijk en zeer gedetailleerd waren, werden ze na van loop van tijd steeds soberder en kwam de nadruk te liggen op het juist weergeven van het perspectief. Zo werden objecten of figuren bewust klein geschilderd om de grootsheid van een gebouw te benadrukken en werd de horizon hoog gehouden zodat de kijker tegen het gebouw opkeek.

Genrewerken

Tot de genrewerken werden alle schilderijen gerekend die een indruk gaven van het leven van 'alledag' van de Hollandse boeren en burgers.

Volks genretafereel van Jan Steen getiteld 'Het Sint-Nicolaasfeest' / Bron: Jan Steen / Wikimedia CommonsVolks genretafereel van Jan Steen getiteld 'Het Sint-Nicolaasfeest' / Bron: Jan Steen / Wikimedia Commons
Ontwikkelingen
Begin zeventiende eeuw werd het gebruikelijk om de boeren en burgers te vereeuwigen op het witte doek waarna het zogenaamde genrewerk steeg in populariteit. De Hollandse schilders kozen ervoor om de boeren en burgers af te beelden bij het verrichten van hun dagelijkse handelingen wat diverse frivole en losbandige schilderijen opleverde. Naarmate de welvaart steeg en het aantal mensen dat behoorde tot de gegoede burgerij flink steeg, vond er een ontwikkeling in de genrewerken plaats die de werken een meer serene en intiemere uitstraling gaf. Waar het sociale leven van de boeren en burgers zich voornamelijk buiten afspeelde, was het voor de gegoede burgerij gebruikelijk om binnen te socialiseren aangezien de straten en pleinen bedoeld waren voor het 'volkse vermaak'. Aangezien er al snel twee soorten genrewerken in omloop kwamen, werden de werken opgedeeld in een tweetal genres. Werken waar de boeren en burgers – oftewel 'het volk' – op centraal stond werden volkse genretaferelen genoemd en de werken waar de gegoede burgerij de hoofdrol in had, werden galante genrewerken genoemd.

Volkse genretaferelen - subgenre genrewerken

De volkse genretaferelen vielen op doordat ze met veel gevoel voor (grove) humor werden geschilderd. Aangezien het sociale leven van het volk zich voornamelijk buitenshuis afspeelde, stonden feesten op veel van de volkse werken centraal. De situatie werd hierbij vaak flink uitvergroot en met een schalkse knipoog weergegeven. Werken met dronken boeren, feestvierende burgers en (vr)eetpartijen waren hierbij geliefde onderwerpen. Mede door de onderwerpen die de schilders afbeeldden, oogden de volkse genretaferelen vaak rommelig en chaotisch en waren vrolijk door het gebruik van heldere kleuren. Naast grove humor schuwde menig schilder enige zelfspot niet en kon het dan niet laten om zichzelf als lallende boer af te beelden. Ondanks het feit dat de volkse genretaferelen op het eerste gezicht losbandig en aanstootgevend waren, zaten ze vaak vol met symbolen en verwijzingen naar de zeven deugden en ondeugden. Het ware doel van een genrewerk was dan ook vaak om de kijker een spiegel voor te houden en te laten zien wat er gebeurde als ze de geldende normen en waarden niet in acht namen.

Galant tafereel van Johannes Vermeer getiteld 'Allegorie op de schilderkunst' / Bron: Johannes Vermeer / Wikimedia CommonsGalant tafereel van Johannes Vermeer getiteld 'Allegorie op de schilderkunst' / Bron: Johannes Vermeer / Wikimedia Commons
Galante (verfijnde) genretaferelen - subgenre genrewerken
Naarmate het aantal burgers dat tot de gegoede burgerij behoorde steeds groter werd, werden ook zij een geliefd onderwerp om af te beelden op de genrewerken. De zogenaamde galante taferelen vertoonden hierbij opvallend veel verschillen met de volkse taferelen, maar kenden ook een paar overeenkomsten. Zo werd het gebruik van grove humor in een galant werk niet gewaardeerd maar werd een enigszins anekdotisch karakter oogluikend toegestaan. En zat het galante werk net als een volks werk vol met symbolen en verwijzingen en had het ook vrijwel altijd een onderliggende boodschap of moraal. Ten aanzien van de verschillen was het feit dat het sociale leven van de gegoede burgerij zich hoofdzakelijk binnenshuis afspeelde opvallend, net als het feit dat zij geheel nieuwe gewoonten en gebruiken hadden ontwikkeld die passend waren bij hun nieuwe status, zoals schrijven, lezen of musiceren. De penseelvoering op een galant tafereel was uiterst fijn en gedetailleerd, wat de werken ook wel de bijnaam verfijnd genretafereel opleverde. En er werd veel aandacht besteed aan het weergeven van symbolen en verwijzingen op de achtergrond van het werk die de status van de afgebeelde persoon dienden te bevestigen.

Stillevens

Tot het genre stilleven werden alle schilderijen gerekend waarbij één of meerdere objecten centraal werd(en) gesteld.

Ontwikkelingen

Van alle genres die populair waren in Holland, ontwikkelde het stilleven zich vermoedelijk in het hoogste tempo. Waar het eind zestiende eeuw nog gebruikelijk was om alleen fleurige werken met bloemen tot het genre stilleven te rekenen, werden begin zeventiende eeuw ook de keuken- en jachtstukken aan het genre toegevoegd. Nadat de vraag naar de Hollandse stillevens in hoog tempo steeg, brak er een periode aan dat ieder object als onderwerp voor een stilleven kon dienen en de werken vielen in deze periode vooral op door de vele bijzondere combinaties en composities die de schilders maakten. Zo was een citroen tegen een achtergrond van Chinees porselein de normaalste zaak van de wereld. Naarmate de welvaart bleef toenemen en de gegoede burgerij massaal interesse toonde in de stillevens, werden de 'pronkstukken' (zeer overdadige en theatrale werken) al snel de norm. Tegen het einde van de zeventiende eeuw trok er een streng Calvinistisch bewind door Holland wat overduidelijk tot uiting kwam in de vanitasschilderijen, oftewel stillevens waarbij symbolische objecten zoals gedoofde kaarsen, schedels en klokken de ijdelheid, tijdelijkheid en zinloosheid van het aardse bestaan weergaven. Na de periode van overdaad en de 'Calvinistische werken' volgde een periode van rust waarbij de Hollandse schilders opvallend genoeg vaak maar één voorwerp centraal stelden op het stilleven.

Kenmerken

Het schilderen van stillevens werd binnen de schilderskunst als één van de moeilijkste en meest arbeidsintensieve vorm van schilderen gezien, gezien de hoge eisen die werden gesteld op het gebied van de opbouw van de compositie en toegepaste schilderstechnieken. Zo diende ieder object tot in detail te worden afgebeeld waarbij het goed weergeven van de gebruikte materialen, stoffen, metalen enzovoorts van groot belang was. Daarnaast werd er zeer veel tijd en aandacht besteed aan het juist weergeven van de lichtinval en bijbehorende schaduwen. Helaas leverde een stilleven, in verhouding tot de hoeveelheid werk, maar relatief weinig op op de Hollandse kunstmarkt waardoor het schilderen van stillevens voor veel schilders iets was om erbij te doen.
© 2017 Marjolijnr, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Kamers vol met kunstKamers vol met kunstMensen die trots als een pauw hun luxewoning tonen of een verzameling munten of hun unieke juwelen om te bewijzen hoe be…
Jean Frederic BazilleJean Frederic BazilleBazille is een vrij onbekende impressionist, niet door gebrek aan talent, maar doordat hij op jeugdige leeftijd stierf.
Kunststijlen bij schilderijenIn de Oudheid zijn er vele schilderijen geschilderd; denk hierbij bijvoorbeeld aan Caravaggio met elke keer een rode doe…
Hell’s Hinges van Charles SwickardHell’s Hinges is een film uit 1916. De film werd geregisseerd door Charles Swickard. Het verhaal werd geschreven door C.…
The Voice of Holland 2013 - Seizoen 4 - Real LifeThe Voice of Holland 2013 - Seizoen 4 - Real LifeNaast de reguliere uitzendingen van The Voice of Holland zijn er ook de real life afleveringen en de singing sunday afle…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Ontwikkelingen schilderskunst in de Hollandse Gouden Eeuw"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Marjolijnr
Gepubliceerd: 27-06-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 16
Schrijf mee!