Geschiedenis van de beeldhouwkunst: Het materiaal

Geschiedenis van de beeldhouwkunst: Het materiaal

Steen ,vooral marmer, is het klassieke materiaal van de beeldhouwer. Michelangelo hield hartstochtelijk vol dat dit het enige geschikte materiaal was. Ook graniet en basalt zijn eeuwenlang bewerkt; beide werden op grote schaal door de Egyptenaren en Assyriërs gebruikt. Jade is vooral bij de Chinese beeldhouwers populair geweest. Hout en ivoor zijn ook vanaf de vroegste tijden gebruikt. Tegenwoordig is er een grotere diversiteit aan materialen voor de beeldhouwers.

Marmer voor menselijke figuren

Normaal kiest een beeldhouwer het beschikbare materiaal dat het best voor zijn doel geschikt is. De oude Grieken werkten niet alleen in marmer omdat het niet bijzonder moeilijk te bewerken is, maar ook om het gladde oppervlak en de structuur ervan, die bijzonder geschikt was voor hun idealiserende stijl. Marmer wordt speciaal voor menselijke figuren gebruikt, omdat de glanzende kwaliteit daarvan zo'n overtuigende weergave van het vlees mogelijk maakt. De meeste beeldhouwers beginnen met schetsen en maken gips- of wasmodellen als leidraad. Michelangelo (1475-1564) maakte wasmodellen voor zulke massieve werken als de Avond voor het grafmonument van hertog Lorenzo de Medici. De meeste beeldhouwers hebben helpers of, zoals in de laatste decennia, metselaars in dienst genomen om hun voltooide schets tot de gewenste schaal te vergroten. In enkele gevallen echter voerde de beeldhouwer zelf de uiteindelijke details uit.

Michelangelo's David

Eén van de indrukwekkendste, krachtigste beeldhouwwerken, de David van Michelangelo, werd uit één stuk marmer gehakt dat bijna door een andere beeldhouwer bedorven was. Michelangelo gaf het beeld een beweeglijkheid en uitdrukking die tevoren niet in de beeldhouwkunst waren bereikt. Het beeld toont David die op het punt staat Goliath aan te vallen. Sommige delen van het lichaam zijn zeer gedetailleerd, andere heel eenvoudig. De handen bijvoorbeeld tonen aderen en spieren; neus, ogen en mond zijn zorgvuldig uitgewerkt. Omdat het beeld meer dan levensgroot is (5,17 m), geeft het door de krachtige gelaatsuitdrukking de toeschouwer een grote indruk van realisme. De onderste helft van het lichaam is, behalve de voeten, eenvoudig bewerkt. Deze combinatie heeft een opvallende en volkomen geloofwaardige figuur voortgebracht. Het origineel bevindt zich in de Galleria dell'Accademia in Florence. Oorspronkelijk stond het buiten op de Piazza della Signoria in Florence, maar daar staat tegenwoordig een replica.

Hout als materiaal

Hout is oneindig zachter een vergankelijker dan steen. Het leent zich voor details, maar de structuur schept technische en uitdrukkingsproblemen. Hout splijt en heeft de neiging te krimpen, wat voortdurend onvoorziene moeilijkheden oplevert. In zachte houtsoorten, bijvoorbeeld dennenhout, is gemakkelijker te snijden dan in harde van loofbomen. Harde houtsoorten hebben fijnere nerven, zijn duurzaam en ze kunnen fijner worden bewerkt. Maar afgezien van de houtsoort moet de beeldhouwer een nauwkeurige voorstelling van de vorm van het werk hebben, voordat hij begint te snijden. Gewoonlijk tekent hij een omtrek direct op het hout. Wanneer hij met houtsnijden is begonnen moet hij zorgvuldig werken en niet te diep snijden. Hij moet genoeg extra hout overlaten voor de laatste details omdat hij, wanneer hij teveel wegsnijdt, de vorm van zijn ontwerp niet kan afmaken. Scherp gereedschap is een eerste vereiste.

Materialen vroeger en nu

Massief houtwerk werd vaak vervaardigd door Henry Moore (1898-1986) en Barbara Hepworth (1903-1975), beiden beroemde
Engelse kunstenaars, die vaak met mahonie- of teakhout werkten. Henry Moore is bij het grote publiek met name bekend door zijn grote abstracte bronzen en marmeren sculpturen. Hepworth werkte op latere leeftijd veel met brons (zie afbeelding links). Werk van beiden is in Nederland te bezichtigen in het Beeldenpark van het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Ivoor, dat eigenlijk meer geschraapt werd dan uitgesneden, werd vroeger naast marmer, graniet en zandsteen gebruikt. Het beeld van Zeus in Olympia, dat door de Griekse beeldhouwer Phidias in de 5e eeuw v. Chr. voor de eerste Olympische Spelen werd gemaakt, was één van de oorspronkelijke wereldwonderen (zie afbeelding inleiding). Het lichaam was van ivoor, de kledingstukken van goud op een houten kern. Tot aan de Renaissance werden beeldhouwwerken vaak versierd met kleuren, metalen en edelstenen. Beelden kunnen tegenwoordig gemaakt worden van alle denkbare materialen, zoals bijvoorbeeld beton, glas, polystyreen (piepschuim), staal etc.

Dit artikel is onderdeel van de zevendelige special Geschiedenis van de beeldhouwkunst.
© 2011 - 2012 Staal, gepubliceerd in Kunst (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Geschiedenis van de beeldhouwkunst: Het menselijk lichaam Het menselijk lichaam is traditioneel het belangrijkste onderwe…
Geschiedenis van de beeldhouwkunst: De architectuur De beeldhouwkunst heeft door de eeuwen heen veel bijgedragen tot de v…
Het kiezen van een stenen vloer De afgelopen jaren is de belangstelling voor marmeren vloeren enorm toegenomen, de toegev…
Wereldwonder 5: Het mausoleum van Halicarnassus Doordat dit bouwwerk niet was opgedragen aan de goden van het oude Grieke…
CD recensie: Ozark Henry 'Birthmarks' Birthmarks is het derde album van de artiest Ozark Henry. Het werd uitgebracht op 1…

Bronnen en referenties
  • De beeldhouwkunst: geschiedenis en ontwikkeling van de beeldhouwkunst in Europa, van prehistorie tot de 21e eeuw
  • De beeldhouwkunst - Wolf Stadler
  • Kröller-Müller Museum - Otterlo

Reageer op het artikel "Geschiedenis van de beeldhouwkunst: Het materiaal"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Staal
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!