Jan Sluijters: een palet van anderhalve kilo
Het werk van kunstschilder Jan Sluijters (1881 – 1957) werd aanvankelijk geroemd, vervolgens verguisd vanwege zijn modernisme en uitbundige kleuren, om daarna opnieuw geroemd te worden. Sindsdien is er blijvende waardering voor zowel de spraakmakende naaktportretten en de portretten van prominenten, als het overige werk van deze succesvolle en belangrijke modernist uit de twintigste eeuw. De noeste werker – een schilderbeest werd hij genoemd – liet bij zijn overlijden een omvangrijk oeuvre na.- Op weg naar vernieuwing
- Avant-garde
- Bronnen van inspiratie
- Discipline en inspiratie uit de eigen omgeving
- Gewaardeerd kunstenaar
- Exposities
Op weg naar vernieuwing
Al op jonge leeftijd werd Jan Sluijters door zijn vader, een houtgraveur, aangemoedigd om te tekenen. Ook nam die zijn zoon, nadat het gezin Sluijters van Den Bosch naar Amsterdam verhuisd was, mee naar de musea in de hoofdstad.In Amsterdam volgde Jan Sluijters de HBS en daarna, tot 1901, de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijs. Ook begon hij met het maken van illustraties in opdracht. Dit zou hij geruime tijd met succes blijven doen; het was een zekerder bron van inkomsten dan de onzekere inkomsten bij de verkoop van schilderijen. Na de Rijksnormaalschool volgden een cursusjaar en aansluitend een jaar avondcursus aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten.
Met zijn schilderij De profeet Elia won Sluijters vervolgens in 1904 de Prix de Rome: de prestigieuze prijs voor jonge kunstenaars. Het prijzengeld stelde hem in staat samen met zijn echtgenote door Italië en Spanje te reizen. In 1906 deed het paar Parijs aan, waar Sluijters – die Parijs al eerder in 1904 bezocht in gezelschap van academieklasgenoot en vriend Leo Gestel – in de ban van fauvisten als Matisse, André Derain en Maurice de Vlaminck raakte. Hij bewonderde er het werk van kunstschilder Kees van Dongen – veelal damesportretten – en sloeg onder invloed van de opgedane indrukken op schildergebied een nieuwe weg in.
Zijn opvallend felle, expressionistische kleurgebruik en erotisch getinte thematiek werden hem in Nederland echter niet in dank afgenomen: de jury die hem eerder de Prix de Rome toekende, trok zijn toelage in. Steen des aanstoots was het schilderij Femmes qui s’embrassent (1906), een afbeelding van twee vrouwen verstrengeld in een innige omhelzing. Ook de werken waarin hij het Parijse uitgaansleven vastlegde, zoals het in die tijd ontstane Bal Tabarin, een explosie van werveling en kleur, worden niet gewaardeerd. Eerder dan gepland keerde het echtpaar Sluijters daarom terug naar Amsterdam.
Avant-garde
De tegenwerking kon Jan Sluijters er niet van weerhouden op de ingeslagen weg verder te gaan, ook al werd zijn werk regelmatig op tentoonstellingen geweigerd. Hij bleef nieuwe stromingen binnen de schilderkunst omarmen. Zo schilderde hij Amsterdam en omgeving in een luministische stijl: een postimpressionistische wijze van schilderen, enigszins verwant aan het pointillisme, waarbij het effect van licht centraal staat.Na Amsterdam kreeg het luminisme een vervolg met schilderijen die Sluijters in Heeze (Brabant) schilderde en rond 1910 in het Gooise Laren, waar hij een tijd woonde. Dorp en omgeving stimuleerden hem tot het schilderen van tal van landschappen, waaronder opmerkelijk veel nachtelijke taferelen zoals zijn maannachten, en talloze herfstige oktoberzonnen. Ook schilderde Sluijters portretten.
Bronnen van inspiratie
Een nieuwe bron van inspiratie is Staphorst, waar Sluijters in 1915 zowel het dorp als zijn bewoners vastlegt op papier en doek. Het Staphorster werk vormt een wat merkwaardige overgang naar het vereeuwigen van blote danseressen. Sluijters is geboeid door de nacht: behalve de eerder genoemde nachtelijke landschappen schildert hij ook het nacht- en uitgaansleven, een thema dat in zijn werk veelvuldig een rol speelt.De collectie schilderijen met vrouwelijke naaktmodellen van zijn hand is omvangrijk. Hier vindt Sluijters aansluiting bij het werk van Matisse en Van Dongen, dat hij al eerder in Parijs bewonderde. Onder invloed van het toen populaire oriëntalisme schildert hij – net als Matisse – in de loop der jaren diverse odalisken: erotisch ogende vrouwenportretten met een exotische en oriëntaalse inslag. Niet dat Sluijters ooit de Oriënt bezocht had; hij maakte gebruik van modellen, die hij in zijn eigen atelier schilderde.
Sluijters was een meester in het schilderen van huid, in kleur variërend van blank tot donker. Hij schilderde, als één van de eersten, ook donkergetinte personen: vermaard zijn onder andere de portretten van boksers en de portretten die hij maakte van Tonia Stieltjes. Zonder meer spraakmakend was het portret Negerin met rode sjaal dat hij in 1922 van haar maakte.
Met een aantal gelijkgestemde kunstenaars (waaronder ook Jan Toorop, Leo Gestel en Piet Mondriaan), die eveneens beïnvloed werden door de moderne schilderstijlen, richtte Sluijters eind 1910 de Moderne Kunstkring op, met tot doel het werk van buitenlandse modernisten in Nederland te exposeren.
In 1911 bezocht hij samen met Leo Gestel opnieuw Parijs. Ook met Piet Mondriaan was Sluijters bevriend. Samen experimenteren ze met schilderijen in een kubistische stijl, maar waar Mondriaan blijvend voor een abstracte stijl kiest, geeft Sluijters uiteindelijk toch de voorkeur aan meer realistisch werk. Zijn schilderijen uit deze periode kunnen daarom zowel abstract als realistisch aandoen. Zijn illustratiewerk daarentegen, bestaand uit boek- en tijdschriftillustraties en affiches, is vooral realistisch van karakter.
Discipline en inspiratie uit de eigen omgeving
In de jaren twintig maakt Sluijters vooral figuratief werk. Zij faam als portrettist groeit; niet alleen vanwege zijn naakt- en damesportretten, met vrouwelijke modellen afkomstig uit alle sociale klassen, van alle leeftijden en elke huidskleur. Hij is tevens succesvol met het portretteren van familie, vrienden en bekenden, alsmede tal van beroemdheden.Daarmee wordt de indruk weggenomen dat Sluijters zich bij voorkeur onderdompelde in het Amsterdamse nachtleven, waar hij zijn modellen onder andere vandaan haalde. In werkelijkheid was hij eerder een huismus, die gedisciplineerd werkte in zijn Amsterdamse atelier aan huis. Aanvankelijk stond dat in de Lomanstraat, vanaf 1930 aan het Olympiaplein. Het gezinsleven en de intimiteit van zijn directe omgeving vormden eveneens een bron van inspiratie. In de huiselijke sfeer had hij zijn onderwerpen binnen handbereik: zijn (tweede) echtgenote Greet van Cooten, zijn kinderen, vazen vol bloemen voor uitbundige bloemstillevens, diverse andere objecten om zijn interieurs en stillevens mee te verlevendigen.
Sluijters hanteerde strikte werktijden: om negen uur ’s morgens trof hij de voorbereidingen voor het werk van die dag, om elf uur begon hij met schilderen en pas om vier uur ’s middags stopte hij daarmee. Dan werd het tijd om te biljarten in de kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae.
Gewaardeerd kunstenaar
Het harde werken werpt zijn vruchten af: het werk van Sluijters wordt nu alom gewaardeerd. Er komt een eerste grote expositie in het Stedelijk Museum (Amsterdam, 1927); tijdens zijn leven zouden daar nog twee overzichtstentoonstellingen op volgen. De toenemende hoeveelheid portretopdrachten van prominenten, uit onder andere de wereld van kunst en cultuur en het zakenleven, getuigt van zijn succes. Het maakt hem rond 1930 tot dé portretschilder van Nederland.Met de erkenning vallen Sluijters ook belangrijke kunstprijzen ten deel, met als hoogtepunt de Grand Prix tijdens de Wereldtentoonstelling in 1937 in Parijs.
Zijn werkdrift en succes kregen ernstig te lijden door de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog en door geestelijke en lichamelijke uitputting. Na de oorlog overwon hij de gevolgen hiervan en hervond Sluijters zijn veerkracht.
Inmiddels behorend tot de gevestigde orde, stond hij nog altijd open voor vernieuwingen van de jongere kunstenaarsgeneraties zoals Cobra. Zijn kleurgebruik is minder fel en uitbundig dan voorheen, zijn kleur- en vormhantering van bruine, grijze en groene vlakken nog altijd opmerkelijk.
In 1956 wordt longkanker geconstateerd, waardoor Sluijters opnieuw in een depressie belandt. Hij overlijdt in 1957 en wordt onder veel belangstelling vanuit het Amsterdamse Stedelijk Museum ten grave gedragen.
Hij laat een omvangrijk oeuvre na, het resultaat van zijn noeste arbeid, dat naast een imposant aantal werken op papier uit vermoedelijk zo’n drieduizend werken in olieverf bestaat.
Exposities
Tot en met 5 februari 2012 loopt in het Singer Museum in Laren een overzichtstentoonstelling met werk van Jan Sluijters. Zijn stijlontwikkeling wordt chronologisch gevolgd, waarbij voor het eerst ook zijn werkwijze uit de doeken wordt gedaan. Zodoende staat de bezoeker oog in oog met Sluijters’ grootste palet (met een afmeting van 49 x 79 cm), dat door de hoeveelheid verf(resten) maar liefst anderhalve kilo weegt!De Rotterdamse Kunsthal organiseerde al eerder, in 2003, een grote tentoonstelling met werk van Sluijters: Vrouwen! Muze, model en minnares. De titel maakt zonder duidelijk waar de focus van deze expositie lag.
Het Affichemuseum in Hoorn besteedt, parallel aan de Sluijters-expositie in Laren, t/m 15 januari 2012 aandacht aan het werk van Sluijters en zijn tijdgenoten. Hier is het eerste affiche van de kunstenaar uit 1913 te zien, dat al direct de kenmerkende kleur en zwier van ook zijn latere affiches vertoont. Ook is de typische Sluijters-thematiek herkenbaar: het uitgaansleven, de kunst en het vrouwelijk naakt. Jan Sluijters drukte niet alleen een stempel op de Nederlandse schilderkunst, maar speelde tevens een vernieuwende rol bij de ontwikkeling van de grafische affichekunst.
Lees verder
© 2011 - 2012 Sierkunst, gepubliceerd in Kunst (Kunst en Cultuur) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Sierkunst is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Geschiedenis van de schilderkunst: Het kleurgebruik Het gebruik van kleur dateert uit de vroegste tijden van de grotbewon…
Geschiedenis van de schilderkunst: Portretten Hoewel portretten van individuele personen niet onbekend waren in het oude…
Wil de echte Jan Modaal opstaan? We kennen hem allemaal en de kranten schrijven regelmatig over Jan Modaal. Er is van all…
Jan van Scorel, de Hollandse Leonardo da Vinci Het Schilderboeck uit 1604 van de kunstenaarsbiograaf Karel van Mander bie…
Gerelateerde artikelen
The Frick Collection New York bevat heel wat bezienswaardigheden, ook op het gebied van musea. Heel bekend zijn natuurlij…Geschiedenis van de schilderkunst: Het kleurgebruik Het gebruik van kleur dateert uit de vroegste tijden van de grotbewon…
Geschiedenis van de schilderkunst: Portretten Hoewel portretten van individuele personen niet onbekend waren in het oude…
Wil de echte Jan Modaal opstaan? We kennen hem allemaal en de kranten schrijven regelmatig over Jan Modaal. Er is van all…
Jan van Scorel, de Hollandse Leonardo da Vinci Het Schilderboeck uit 1604 van de kunstenaarsbiograaf Karel van Mander bie…
Reageer op het artikel "Jan Sluijters: een palet van anderhalve kilo"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
- www.singerlaren.nl
- www.affichemuseum.nl
- http://www.schilderijen-site.nl/woordenboek/jan-sluijters