InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Mensen > Jakob en duisternis: Joodse commentaren en toelichtingen

Jakob en duisternis: Joodse commentaren en toelichtingen

Jakob en duisternis: Joodse commentaren en toelichtingen Elie Wiesel bespreekt in zijn boek Bijbels Eerbetoon aartsvader Jakob. Hij analyseert de derde aartsvader: wie Jakob is, wat zijn gevecht met de engel voorstelt, waarom Jakob de minst boeiende aartsvader is, hoe het komt dat de slapende Jakob Israël wordt, en dat Jakob zich na het gevecht met de engel realiseert dat God overal is. In dit artikel geef ik u een samenvatting van Elie Wiesels verhaal. Daarnaast zal ik mijn eigen visie geven. Net zoals Wiesel doe ik dit op basis van Joodse bronnen.

Elie Wiesel over Jakob

Gevecht met de engel

Het verhaal van Jakob gaat over eenzaamheid en gebed, over strijd en overleving, over overwinning en nederlaag. Toch spelen vooral duistere schimmen de hoofdrol. Het verhaal speelt zich af in Machanajiem (Jordanië) bij de beek Jabbok. Jakob keert terug van Laban naar Kanaän. Hij vreest de wraak van zijn broer Ezau die hij jaren geleden bedrogen heeft. Het is nacht. Morgen zal hij zijn broer ontmoeten. Jakob voelt zich onrustig. Hij moet eigenlijk uitrusten, misschien ook wel bidden. Maar daar komt hij niet aan toe. Iemand duikt op en begint met Jakob te worstelen. Het gevecht duurt tot het ochtendgloren. Dan zegt de aanvaller dat hij wil gaan. Maar Jakob stelt een voorwaarde: hij wil gezegend worden door de aanvaller. De aanvaller wil dit niet en vecht door. Beiden raken gewond: Jakob aan zijn heup en de engel in zijn eigen liefde. Jakob laat de engel gaan.

De naam Israël

Wie was die aanvaller? Wie heeft hem gezonden? Met welk doel? De Bijbel spreekt over een mens (iesh). De Midrasj zegt dat het een engel was. Jakob zelf denkt dat het God was. De engel geeft Jakob gelijk en noemt hem Israël omdat Jakob met God gestreden heeft. Waarom heeft Jakob die naam geaccepteerd? Het is een groot raadsel waar Joodse wijzen veel moeite mee hebben.

Wie was Jakob?

Zijn hele leven is in de Bijbel opgetekend. De geboorte verloopt moeizaam omdat hij de hiel van Ezau vasthoudt. Hij blijkt erg verlegen te zijn. Verder wordt verteld over zijn opvoeding, puberteit, meningsverschillen met zijn vader en broer, hij wordt beschermd door zijn moeder, hij vlucht naar Laban. Wanneer hij zelf 12 kinderen heeft bezorgen die hem veel moeilijkheden. Hij is de eerste Jood die de Wet van de list in praktijk brengt. Hij maakt drie belangrijke dingen mee: droom over een ladder, naamswijziging, niet in staat een geheim te onthullen.

Mystiek gedicht

Elie Wiesel schrijft dat het gevecht van Jakob met de engel gezien kan worden als een mystiek gedicht: weinig samenhang, tamelijk onbegrijpelijk (zowel voor de lezer als de personages zelf). Waarom wordt Jakob lastig gevallen? Waarom wilde Jakob de identiteit van zijn tegenstander weten? En waarom weigerde deze dat bekend te maken? Waarom heeft Jakob de onbekende vastgehouden?

Jakob de minst boeiende aartsvader

Elie Wiesel beschouwt Jakob als de minst boeiende aartsvader. Abraham is pionier, de stichter van het Jodendom; Izaäk is overlevende en dichter. Jakob lijkt niets te hebben, hij is gewoon alledaags mens. Zonder het gevecht met de engel te Pniël zou hij niets hebben voorgesteld. Hij is wel rechtvaardig, maar toch ook een zwakkeling. Hij volgt de aanwijzingen van anderen, zoals zijn moeder Rebekka, op. Hij wordt verliefd op Rachel, het eerste meisje dat hij ontmoet, maar kan haar niet meteen huwen. Hij moet eerste zeven jaren werken voor Laban. Dan bedriegt deze hem door hem Lea uit te huwelijken. Pas na zeven jaar nieuwe jaren van arbeid mag hij Rachel huwen en hij accepteer het zonder slag of stoot. De vrouwen regelen zelf met wie Jakob het bed deelt. Hij toont weinig initiatief, behalve wanneer hij Rachel voor de eerste keer bij de put ziet en zoent. Verder is Jakob behoorlijk emotioneel en huilt veel. Hij lijkt op een groot kind die te veel vertroeteld wordt door zijn moeder. Het is voor Jakob moeilijk om in de schaduw van zijn vader Izaäk te leven die door God opgeëist wordt als brandoffer. Ook trekt Izaäk Ezau voor ondanks dat ze elkaars tegenpolen zijn. Als Rebekka niet ingegrepen had dan zou Ezau de zegeningen van Izaäk hebben gehad. Wat zou er dan van het volk Israël zijn terechtgekomen? Is het toeval dat het Joodse volk voortkomt uit Jakob? Zou Israël niet hebben bestaan? Jakob heeft vele twijfels en lijdt in stilte. Hij vlucht weg in dromen en stijgt zo boven zichzelf uit. God troost hem via zijn dromen. Toch blijft Jakob gewoon. Hij is een doorsnee dromer die zich laat inpakken door alles en iedereen. Vóór Pniël viert Jakob geen triomfen. Bij Abraham en Izaäk gaat het om het wezenlijke van de mens. Bij Jakob gaat het om uiterlijke schijn, het alledaagse.

Wat zegt de Midrasj?

Normaliter gaat de Midrasj enigszins tegen de Bijbel in – om tegenwicht te bieden. Maar in het geval van Jakob wordt gestrooid met vrome complimenten aan diens adres. Aan de andere kant keert de Midrasj, zoals de Tenach, zich tegen Ezau. Ezau wordt door iedereen belasterd, zelfs zijn moeder. Hij is een tragisch figuur die door middel van bedriegerij door Jakob de zegen van zijn vader is ontnomen. De Midrasj portretteert Ezau als een schurk. De Bijbel is eigenlijk veel positiever over Ezau: hij is oprecht. Bij Pniël vergeeft hij Jakob. Jakob vernedert zich vervolgens voor Ezau. Hij noemt hem zelfs Heer (hier wordt God gekleineerd door Hem op menselijk niveau te plaatsen! [Etsel: Later in de tekst leg ik nog uit dat het christendom voortkomt uit het nageslacht van Ezau. Het is opvallend dat christenen God ook als mens zijn gaan zien en God op die manier dus kleineren]). Dat is verwarrend omdat je zou verwachten dat Jakob na het gevecht met de engel is veranderd. Maar Jakob was al in het verleden zwak gemaakt door angst toen hij droomde over de ladder. De engelen die hemelwaarts togen en het beeld van Jakob in flonkerende luister zagen, werden bij terugkeer op aarde teleurgesteld toen ze zagen dat hij in slaap gevallen was.

Hoe kon de slapende Jakob Israël worden?

Jakob vertegenwoordigt de menselijke tweeslachtigheid. Hij leidt een dubbelleven: overdag gaat hij met mensen om en 's nachts met God en praat dan over onsterfelijkheid. De reden was dat Jakob zich ongelukkig voelde vanwege het feit dat hij in de schaduw stond van de grootheid van Abraham en Izaäk. Maar 's nachts voelde Jakob dat hij de gelijke was aan zijn vader en grootvader. Dat is de reden dat hij 's nacht te Pniël wordt aangevallen. In plaats van een zwakke Jakob zien we een Jakob die zich hevig verzet. Had Jakob de engel nodig om zijn ware kracht te laten zien? Wie was de engel? De engel van Ezau of de engel van Jakob? Elie Wiesel kiest voor de laatste [Etsel: andere Joodse bronnen kiezen voor de eerste – zie verderop in deze tekst]: Jakob wordt door zijn eigen schutsengel aangevallen. De tweede ik van Jakob. Toch blijft Jakob na het gevecht met de engel bang voor Ezau volgens de Midrasj; bang om gedood te worden of te doden. Wie een mens doodt, doodt God in de mens.

Kunnen wij onszelf in Jakob herkennen?

Hoewel de Talmoed bijna unaniem de veronderstelling verwerpt dat wij allen onszelf in Jakob kunnen herkennen, wil Elie Wiesel hier toch aandacht aan schenken. Wiesel noemt de volgende punten:
  • verband tussen goddelijke en menselijke eenzaamheid – de mens moet alleen zijn om God te kunnen horen;
  • terugvallen op zichzelf – wat heb ik van mijn leven gemaakt? Voor Jakob betrof het gevecht van Pniël een beproeving. Hij wilde een beproeving net zoals Abraham en Izaäk. Uiteindelijk dwong hij respect af.

Jakob leidt een leven vol gevaren. Hij weet dat hij het voorval van Izaäk op de berg Moria niet kan overtreffen. Jakob lokt daarom conflicten uit waar hij ook nog plezier in lijkt te hebben. Toch weet hij dat hij niet het ene met het andere kan vergelijken. Zijn leven mist bovendien intensiteit. Jakob moet zichzelf overtreffen om Israël te worden. Hij moet de angst en eenzaamheid van de nacht zien door te komen om de naam Israël waardig te zijn. En dat lukt. Hij wordt ziener en dichter ondanks dat hij het gevecht van God verloren heeft. Maar dat is geen schande. Dat is zelfs een voorrecht. Jakob is hard geworden en minder gevoelig. Hij is vastbesloten zijn tegenstanders te bestrijden en bij de engelen respect af te dwingen.

God is overal

Jakob is tot het besef gekomen dat God overal is: in de mens, het lijden, ongeluk en zelfs het kwaad. God is zowel in Jakob als in Ezau aanwezig. Toch is het onjuist dat Jakob voor Ezau knielt om zich te vernederen. God is misschien wel de vijand (Ezau), maar de vijand is niet God. [Etsel: Ook hier kan weer een vergelijking getrokken worden tussen Joden en christenen. Hoewel God ook in christenen aanwezig is, zijn de christenen niet God en mogen Joden zichzelf nooit voor christenen vernederen door zich te laten bekeren].

Israël mag en kan Jakob niet vergeten. Jakob behoort bij Israël, zoals Israël geheel Jakob is (alle stammen). In zijn dromen ziet Jakob Israël verbannen worden en op zijn doodsbed ook de uiteindelijke verlossing. Maar hij kan het niet aan zijn nakomelingen doorgeven. Hij sterft en neemt het geheim met zich mee.

Nadere toelichting op het bovenstaande bespreking door Elie Wiesel

Op grond van andere Joodse bronnen valt nog het één en aan te vullen op het verhaal van Elie Wiesel. Ik wil hierbij niet alleen kijken naar Jakobs gevecht met de engel maar ook nog naar de ontmoeting met Ezau die Jakob de volgende dag heeft.
  • Joodse bronnen melden dat er twee kampen engelen zijn: een kamp verbonden met de wereld buiten het Heilige Land (deze engelen vergezellen Jakob); een kamp in het Heilige Land (deze engelen kwamen naar Jakob toe). Dit is de reden dat Jakob de plek waar hij met de engel vocht Machanaim noemde. Machanajim betekent 'twee kampen'. Jakob stuurt overigens de engelen uit het Heilige Land naar Ezau toe. De Rebbe van Kotzk licht toe dat in het Heilige Land geen engelen nodig zijn omdat men rechtstreeks toegang heeft tot God. In Genesis 32:4 staat dat het gaat om boden maar Rashi zegt dat feitelijk malachiem (engelen) bedoeld worden. De Chassidische Rabbi Dov Baer van Metzerich zoekt het nog dieper door te verklaren dat het Jakob om de 'actualiteit' van zijn engelen gaat. Deze zendt hij naar Ezau. De hogere spirituele essentie houdt Jakob bij zich.
  • Jakob bereidt zich op drie manieren voor zijn ontmoeting met Ezau: een geschenk sturen, bidden en voorbereiden op oorlog.
  • Overigens wordt de engel waarmee Jakob vecht gezien als de 'prins' van Ezau (in de engel zat de geest van Ezau). Zo wordt het gevecht met Ezau's engel gezien als een voorteken van het fysieke lijden in de Diaspora (Galoet). De engel van Ezau verwondt Jakobs heupgewricht en daarmee zijn rechtvaardige nakomelingen. De nakomelingen van Ezau vestigen zich in Edom. Edom wordt gezien als de eeuwige vijand van Israël waarvan Amalek de grootste vijand is (zie notenapparaat 1). Edom wordt door Rabbijnen tevens vaak gelijkgesteld met Rome. Nadat de Romeinen het Joodse volk uit het Heilige Land verjagen leven de Joden in de Diaspora. Deze Diaspora wordt ook wel Edom-Galoet genoemd. De Romeinen (die later christenen worden) proberen het geloof van Israël uit te wissen. Het is dus interessant te zien dat het gevecht tussen Joden en christenen reeds begint met de strubbelingen tussen Ezau en Jakob die al in de baarmoeder van Rebekka plaatsvinden. Ezau zou Jakob altijd haten. Toch is er een uitzondering wanneer zij elkaar weer ontmoeten en Ezau zijn broer met heel zijn hart kuste. In het Bijbelboek Obadja wordt ook vewezen naar de strijd tussen Jakob en Ezau, zie hoofdstuk 1, vers 18: En Jakobs huis zal een vuur zijn, en Jozefs huis een vlam, en Ezau's huis tot een stoppel; en zij zullen tegen hen ontbranden, en zullen ze verteren, zodat Ezau's huis geen overgeblevene zal hebben; want de Eeuwige heeft het gesproken.” Volgens Joodse geleerden verwijst dit naar Mashiach ben Jozef die de vijanden van Israël zal verslaan.
  • Tot slot nog een laatste frappante constatering. In Genesis 33:18 staat dat Jakob heelhuids in de stad Shechem aankomt. Hij is genezen van zijn heupwond. Ook blijkt hij rijk te zijn (hij heeft niets verloren aan Ezau). En tot slot bezit hij enorm veel Tora kennis dat hij zich eigen maakt wanneer hij in het huis van Laban verblijft. Hoewel ik niet precies weet of Joodse wijzen het ook zo interpreteren, lijkt me dit ook naar de Messiaanse tijd te verwijzen. Ondanks alle vervolgingen lukt het de vijanden niet om het Joodse volk van de Tora los te weken. In de Messiaanse tijd zal de wereld vervuld zijn met kennis van God. Dit houdt o.a. in dat het Joodse volk volop bezig zal zijn met de bestudering van de Tora om te putten uit Gods oneindige bron van wijsheid.

Notenapparaat:
1. Edom is the perpetual enemy of Israel (see Sifre, Beha'alotecha, par. 69, cited by Rashi on Genesis 33:4; and see also Megilah 6a) and its final foe: the present galut is referred to as the galut of Edom (see Bereishit Rabba 44:17; Vayikra Rabba 13:5; and parallel passages) and Edom will be defeated ultimately by Mashiach (Obadiah; Yoma 10a; Midrash Tehilim 6:2; and cf. Tanchuma, Bo:4).
Interestingly enough, according to Pirkei deR. Eliezer ch. 28 (in non-censored versions), the Ishmaelites (Arabs) will be the final kingdom to be defeated by Mashiach. Other sources state "Edom and Ishmael" (see Torah Shelemah on Genesis 15:12, note 130). Note, however, Pirkei deR. Eliezer, ch. 44 (and cf. Midrash Tehilim 2:6 and 83:3) that Edom and Ishmael have become intermingled. See also Mayanei Hayeshu'ah, Mayan 11:8. (bron: Chabad)

Lees verder

© 2012 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joodse Bijbel: Jakob ontvangt de zegen van IzaäkJoodse Bijbel: Jakob ontvangt de zegen van IzaäkIzaäk ligt op zijn ziekbed. Als laatste verrichting wil hij zijn zoon Ezau zegenen. Izaäk ziet Ezau's goddeloze gedrag n…
Joodse Bijbel: Jakob op de vlucht voor EzauJoodse Bijbel: Jakob op de vlucht voor EzauNadat Jakob de zegen van zijn vader Izaäk heeft ontvangen moet hij vluchten voor Ezau die hem wil doden. Rebekka stelt a…
Joodse Bijbel: de tweeling Jakob en EzauJoodse Bijbel: de tweeling Jakob en EzauNa twintig jaar krijgen Izaäk en Rebekka eindelijk kinderen: een tweeling, Jakob en Ezau. Hoewel het tweelingen zijn heb…
Joodse Bijbel: Jakob keert naar Kanaän terugJoodse Bijbel: Jakob keert naar Kanaän terugJakob keert terug naar Kanaän. Hij vertrekt in het geheim omdat hij bang is dat zijn oom Laban hem niet wil laten gaan.…
Torastudie 39: De verkrachting van Dina - Genesis (34:1-2)Torastudie 39: De verkrachting van Dina - Genesis (34:1-2)En Dina, de dochter van Lea, die zij Jakob had gebaard, ging uit om te zien naar de dochters des lands. Toen zag haar Sh…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Hurk / Pixabay
  • Bijbels Eerbetoon – Elie Wiesel
  • Torastudie 37: Jakob vecht met de engel -Genesis (32:2-27) – Etsel
  • Torastudie 38: Jakob ontmoet Ezau weer - Genesis (33:3-19) – Etsel
  • Living with Moshiach: Vayishlach II – J. Immanuel Schochet

Reageer op het artikel "Jakob en duisternis: Joodse commentaren en toelichtingen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 17-07-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Mensen
Special: Bijbelse geschiedenis/personen
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!