
Interview met fantasy-schrijver Raymond E. Feist
Raymond E. Feist wordt dikwijls in één adem genoemd met J.R.R. Tolkien. Beider boeken spelen zich af in een gelijkaardige imaginaire wereld die bevolkt wordt door draken, orks en magiërs. Er blaast echter een frisse bries door Feists werk, waardoor zijn boeken moderner en leesbaarder zijn van die van zijn collega.
Biografie en bibliografie Raymond E. Feist
Raymond E. Feist (1945) is één van de populairste Amerikaanse schrijvers van fantasy. Zijn boeken, die telkens een onderdeel van een serie uitmaken, spelen zich af in een imaginaire wereld die sterk aan die van J.R.R. Tolkien (The Lord of the Rings) doet denken. Zijn naam is ondertussen gemeengoed geworden binnen de Engelstalige fantasy literatuur.Oorlog van de Grote Scheuring
- Magiër
- Zilverdoorn
- Duisternis Over Sethanon
- Prins van den Bloede
- Boekanier des Konings
De Keizerrijktrilogie
- Dochter van het Keizerrijk
- Dienaar van het Keizerrijk
- Vrouwe van het Keizerrijk
De Slangenoorlog
- De Schaduw van een Duistere Koningin
- De Macht van een Koopmansprins
- De Razernij van een Demonenkoning
- De Scherven van een Verbrijzelde Kroon
Krondor
- Het Verraad
- De Moordenaars
- Traan der Goden
Verhalen van de Oorlog van de Grote Scheuring
- De Houtjongen
- De Boodschapper
Legenden van de Oorlog van de Grote Scheuring
- De Eervolle Vijand
- De Drie Huurlingen
- Robbie De Hand
Conclaaf der Schaduwen
- Klauw van de Zilverhavik
- Koning der Vossen
- De Terugkeer van de Banneling
De Saga van de Duistere Oorlog
- De Vlucht van de Nachtraven
- Reis door de Nacht
- De Toorn van een Waanzinnige God
Interview Raymond E. Feist
Uw boeken lijken hun oorsprong te vinden in rollenspellen. Bent u een fan van dit soort entertainment?Raymond Feist: Een fan kan ik mezelf niet noemen, maar ik heb er wel enkele gespeeld. Midkemia (de naam van Feists fantasiewereld, nvdr) was oorspronkelijk bedoeld voor een spelletje. Ze werd gecreëerd door een twaalftal vrienden die ik leerde kennen op de universiteit van Californië. Ik heb die wereld niet zelf bedacht. Meer gelijkenissen zijn er echter niet tussen mijn werk en die spelletjes. De meeste van deze spelen maken bovendien slechte fictie. De personages zijn zwak, het verhaal behoeft een andere pay off, … Vandaar dat ik enkel de wereldschets heb overgenomen.
Welke rollenspellen speelde je?
Raymond Feist: In 1975 speelde ik de eerste versie van het beroemde spel Dungeons & Dragons – de afschuwelijke originele editie met spelregels die niemand begreep. Wij waren de eersten die in San Diego een copie konden bemachtigen. Het leukste aan deze eerste Dungeons & Dragons waren de spelregels. Die waren zo slecht geschreven dat iedereen ze aan zijn laars lapte en eigen regels opstelde. Volgens mij is dat de reden waarom het spel zo populair is.
Jouw fantasiewereld bevat veel elementen die aan de Middeleeuwen doen denken. Deed je veel onderzoek naar deze periode?
Raymond Feist: Helemaal niet. Als je schrijft heb je enkel genoeg informatie nodig om jouw verhaal geloofwaardig te maken. Vele van mijn vrienden zijn historici; zij weten werkelijk alles over een bepaalde periode. Maar als zij bijvoorbeeld een oorlogsverhaal zouden schrijven, dan zetten zij enkel die informatie op papier die de lezer nodig heeft om het verhaal te begrijpen. Je kijkt enkel naar het topje van de ijsberg. Dat is ook het enige dat je moet zien. Andere schrijvers geven soms de hele ijsberg, maar eigenlijk is dat niet nodig. Als ik dan een scène schrijf waarin technische gegevens moeten vervat zitten, dan ga ik gewoon naar de bibliotheek en doe ik net genoeg research om de dramatische vraag te beantwoorden. Een expert ben ik zeker niet.
De meeste schrijvers gebruiken klassieke mythen als basis voor hun boeken. Hoe zit dat bij jou?
Raymond Feist: Ik vind dat elke schrijver Joseph Campbells The Hero With The Thousand Faces moet gelezen hebben. Oude verhalen bevatten altijd mythische archetypen. Kijk maar naar James Joyce’s Ulysses. Alles wat je verhaalsgewijs doet, kan je opbreken in archetypische verhaalsonderdelen. Als ik mijn universiteitsprofessor mag geloven, zijn er slechts acht plots en de Grieken hebben ze allemaal gebruikt: een wraak-motief, een zoek-motief, de mens tegen zichzelf, de mens tegen God, mens tegen mens. Het komt altijd daarop neer. Magician is wat men een rites of passage-roman noemt. Het gaat over een jongen die een man wordt. Ik gebruik al die mythische elementen dus, maar ik ga nooit op voorhand bepalen of ik nu een wraak-roman ga schrijven of iets anders. Ik vind dat schrijvers die bewust deze archetypen willen toepassen vaak mislukken. Mijn verhalen zijn interessant omdat ik de lezer personages geef waar ze van houden. Daar gaat het om. Je moet de lezer waarheidsgetrouwe personages geven. Je moet de behoeften en zorgen van de personages kunnen begrijpen en herkennen.
Je moet dus veel mensen- en maatschappijkennis hebben?
Raymond Feist: Als schrijver moet je leren kijken en luisteren naar je omgeving. Eigenlijk zijn schrijvers de meest trieste mensen die je je kan voorstellen. Als we niet voorzichtig zijn, neigen we zelfs naar zwarte melancholie. We leven te veel in onszelf. Dat komt omdat je als schrijver een observeerder bent, ook van je eigen leven. Toen ik jong was, had ik het daar heel moeilijk mee. Ik kon bijvoorbeeld onmogelijk voor lange tijd in een relatie blijven. Dat kwam deels omdat ik zo analytisch was. Wat ziet zij in mij? Ben ik wel echt gelukkig? Als ik naar een feestje ging waar iedereen vrolijk liep te wezen, vroeg ik me de hele avond af of ik wel reden had om me daar goed te voelen. De goede kant hieraan is dan wel dat schrijvers zich alles kunnen herinneren dat ze zien. Ik kan me zelfs conversaties herinneren van veertig jaar terug.
Vergelijk je werk eens met dat van andere fantasy-schrijvers, als J.R.R. Tolkien.
Raymond Feist: Dat kan ik niet, omdat ik nooit andere fantasy-boeken lees. Op het einde van de dag ben ik fantasy beu. Ik lees eerder thrillers, boeken over wijn, biografieën en historische romans. The Lord of the Rings heb ik wel gelezen. Een uniek project. J.R.R. Tolkien was de enige fantasy-schrijver in de geschiedenis van de Engelse taal die een boek schreef dat uitging van linguïstiek. Hij begon met de taal van de verschillende inwoners van zijn boeken. Toen hij die taal eenmaal had ontwikkeld, begon hij na te denken over hoe deze volkeren zich gedragen en denken. Hij gebruikt in zijn roman ook veel klassieke mythische elementen en archetypen: je hebt de verrader, de krijger, het kwade. Tolkien werd opgevoed aan het begin van de twintigste eeuw. De mensen die hem onderwezen stonden toen nog steeds in de negentiende eeuw. Tolkien heeft een erg klassieke opvoeding gehad. Mezelf met hem vergelijken vind ik vergezocht, al doen mijn uitgevers het voortdurend. Dat is gewoon een promotiestunt. Ik denk niet dat moderne schrijvers door hem werden beïnvloed. Zij lezen eerder Fritz Lieber, R.E. Howard, Edgar Rice Burroughs en H.P. Lovecraft. De pulpschrijvers uit de jaren dertig publiceerden in Weird Tales, Amazing en Tales of the Unknown, pulpmagazines die verhalen publiceerden over oude tempels, het zand van de Sahara, verdronken steden, kortom Indiana Jones-verhalen. Dat is het soort literatuur waar ik mee opgroeide: Ship of Ishtar, Moonful, Seven Footsteps to Satan. Eigenlijk is Fritz Lieber de man die mijn werk het meest heeft beïnvloed. Deze achtergrond onderscheid me van andere schrijvers. Ik verschil ook enorm van de zogenaamde licentiespelen zoals Dragon Lands, Dark Sword en Forgotten Realms. Die zijn net als Star Trek beperkt door de vele regels. Ik hoef nergens rekening mee te houden. Ik kan in mijn boek gemakkelijk de prins doden, zonder dat iemand me komt zeggen dat dit niet kan omdat er net duizenden T-shirts gemaakt zijn met zijn beeltenis op. Maar als je naar Star Trek kijkt, weet je gewoon dat Spock, Kirk, McCoy en Uhuru in de volgende afleveringen nog steeds in leven zullen zijn. Maar dat neemt niet weg dat de schrijvers die onder licentie staan hun werk goed doen. Ik houd bijvoorbeeld veel van Bob Salvatore en Barbara Hickman.
Jouw boeken zijn veel toegankelijker dan bijvoorbeeld die van Tolkien, die eerder een ouderwetse manier heeft om dingen te beschrijven. Jouw verhalen zijn eerder bestemd voor de jonge generatie.
Raymond Feist: Ik heb nooit bewust gekozen om voor jongeren te schrijven. Ik heb gemaakt wat ik zelf graag lees. Tolkien was het product van een 19de-eeuwse manier van onderwijzen. De beste manier om Tolkien te lezen is door te denken aan je favoriete oom die een verhaaltje vertelt voor het slapen gaan. Je moet je zijn stem inbeelden en je vooral niet haasten. Dan kan Tolkien een prachtige ervaring zijn. Hij schreef deze verhalen trouwens voor zijn kinderen. De moderne lezers zijn daarentegen opgegroeid met televisie; zij weten hoe een kasteel of een harnas eruit ziet, zij hebben geen pagina’s lange beschrijving meer nodig. De 19de-eeuwse lezers kenden geen televisie, film of radio. Boeken waren de enige manier waarop ze naar andere werelden konden reizen. Dus toen James Fenimore Cooper over de Amerikaanse grens schreef, wilde de lezer lange beschrijvingen over hoe een Indiaans dorp eruit zag. Vandaag weet iedereen dat al dankzij Davy Crocket en enkele honderden westerns. Je hoeft dus niet meer in detail te treden. De moderne lezer heeft net genoeg beschrijving nodig om zich in een andere wereld te kunnen inleven. Ze houden bovendien van dialogen. Hoe meer de personages over iets praten, hoe gemakkelijker het leest.
Waarom heb je voor fantasy gekozen?
Raymond Feist: Toen ik klein was, bestond er in de bibliotheek een categorie onder de naam Boys Adventure Fiction: Knights in Shining Armour, Pirates Down the Caribean, … Dat zijn de dingen waarmee ik opgroeide en waar ik graag over zou willen schrijven. Spijtig genoeg is dat nu niet meer mogelijk omdat die dingen niet meer in de mode zijn. In de jaren vijftig en zestig bestond er in Amerika zoiets als The Saturday Matinee, een lokale bioscoop die de hele namiddag films vertoonde voor kinderen. Ik zag toen meestal twee films en een wekelijkse serie. De laatste zijn korte filmpjes uit de jaren dertig en veertig die iedere keer eindigden met een cliffhanger: de held wordt opgegeten door een draak of valt in een afgrond. De week daarop hernemen ze de laatste minuten van de show en zie je dat de hoofdrolspeler zich op het laatste moment aan een tak heeft kunnen vastgrijpen of dat de draak hem gemist heeft. Dit soort verhalen is vandaag niet meer populair. Het dichtste dat ik kan komen is door het schrijven van avontuur- en actieverhalen en avontuur-fantasy.
Wist je aan het begin van je carrière al dat jouw boeken zich in dezelfde imaginaire wereld zouden afspelen?
Raymond Feist: Dat was een mogelijkheid, maar eigenlijk wist ik niet eens of ik wel een tweede boek ging schrijven. Toen de rechten voor Magician werden gekocht, was dat namelijk enkel voor dat boek. Ik zorgde dat er geen elementen inzaten die om een vervolg vroegen. Niettemin stopte ik er heel wat details in die in latere boeken terugkomen. En nu, zeventien jaar later, stelt een Vlaamse journaliste me vragen over boeken die in een taal geschreven zijn die ik niet begrijp.
Moet je veel van dergelijke promotiereisjes maken?
Raymond Feist: Veel te veel. Ik ben ongeveer zes weken per jaar het huis uit. Daarnaast moet ik nog zo’n vier weken in mijn thuisland op tournee. Dat is zo’n twintig procent van mijn tijd. Ik zou liever thuis bij mijn kinderen zijn. Bovendien heb ik hierdoor dit jaar de opening van het voetbalseizoen gemist. Dat maakt me gek. Maar je moet doen wat je te doen staat. Ik zou maar ondankbaar geschut zijn, als ik niet op het aanbod zou ingaan. De uitgevers zijn immers hardwerkende mensen die veel geld in mij stoppen.
Hoe zie jij het verschil tussen Amerikanen en Europeanen?
Raymond Feist: Het is natuurlijk moeilijk om iedereen over dezelfde kam te scheren, maar er zijn wel enkele algemene verschillen. Er bestaan bijvoorbeeld heel weinig meertalige Amerikanen, al zijn er natuurlijk wel die zich in acht verschillende talen begrijpbaar kunnen maken. Er zijn ook Europeanen die slechts één taal spreken, maar die zijn zeldzaam. Ik spreek slechts één taal. Ik heb vroeger wat Spaans gekregen op school, maar toen eenmaal het examen gedaan was, is die kennis vervaagd. Ik ken alleen Engels en dan nog soms slecht ook. Hoe dat komt? Ik kan thuis 200 televisiekanalen ontvangen. Twee daarvan zijn Spaans, de andere 198 zijn Engels gesproken. Dat toont meteen waar de cultuur zich in Amerika bevindt.
Gebruik je jouw ervaringen van promotiereizen vaak in romans?
Raymond Feist: Dat kan gebeuren. Wie weet gebruik ik jou wel ooit in één van mijn boeken als ik over een jonge vrouw moet schrijven en plots terugdenk aan jouw mooie blauwe ogen. Of misschien beschrijf ik ooit wel eens een Brussels kasteel. Ik heb het ook graag over mijn paarden, gewoon omdat ik er zoveel over weet. Europese paarden hebben bijvoorbeeld sterkere poten dan de Amerikaanse. Veel mensen denken dat paarden persoonlijkheid hebben. Paarden zijn gewoon logge beesten die denken dat iedereen hen wil opeten. Op ieder moment kunnen ze ontploffen. Daarom is paardrijden ook zo’n gevaarlijke sport, de gevaarlijkste hobby die er bestaat. Er worden meer mensen gedood tijdens het paardrijden dan tijdens sky-diving of bungee-jumpen.
Je bent ook een filmfanaat.
Raymond Feist: Ik heb thuis meer dan duizend films. De meeste koop ik nu op laser-disc en DVD. Ik heb Citizen Kane, Casablanca, alle slechte SF-films en werken van Kurasawa, David Lean, Quentin Tarantino en John Ford. Sommige slechte films zijn slechts beter dan de goede. Heb je ooit Amazon Women On The Moon gezien? Het is een parodie – hysterisch. Ik ben ook een grote fan van Paul Verhoeven. Starship Troopers vond ik een heel plezante film – lekker schieten op kevers! Ik houd ook van intelligente drama’s zoals The Shawshank Redemption en The Usual Suspects en van klassieke films als How Green Is My Valley.
Welke films zag je onlangs?
Raymond Feist: Ik koop bijna altijd een film als ik naar Europa ga en speel die dan af op de DVD-speler van mijn computer. Je weet immers nooit welke rommel ze op het vliegtuig zullen spelen. Op weg hiernaartoe kocht ik Wing Commander omdat het de enige SF-film was die ze in de winkel verkochten. Ik stond ervan versteld dat het zo’n goede film was, vooral omdat het gebaseerd is op een computerspelletje. Een spelletje behoeft namelijk een heel andere wijze van pay-offs en ze engageren het verstand op een andere niveau. Hetzelfde geldt voor het verschil tussen bijvoobeeld film en theater. Het is een heel andere ervaring. De directheid van het theater zal je nooit terugvinden in film. Live theater vind ik echt briljant; zelfs slecht theater is beter dan niets. De laatste keer dat we in Londen waren zagen mijn vrouw en ik acht stukken op vier dagen tijd: Phantom of the Opera, Cats, Starlight Express, Chess, A Revival of Brigadoon, acht éénakters met Rowan Atkinson (hysterisch grappig), The Royal Shakespeare Company’s Les Liaisons Dangereuses (prachtig, beter dan de versie die ik in LA zag) en The Mousetrap. Londen is echt de beste stad om naar het toneel te gaan. In New York zijn alle zalen gesloten op maandag en er zijn enkel matinees op woensdag en zaterdag. In Londen zijn die dagen voor ieder theater verschillend. Dat betekent dat je in Londen twee toneelstukken per dag kan bekijken. Op Leicester Square is er bovendien een ticketagentschap waar je ongeveer een uur voor de voorstelling de laatste tickets kan bemachtigen voor ongeveer een pond.
Je groeide op in de filmbusiness. Was het dan niet gemakkelijker om als scriptschrijver te beginnen?
Raymond Feist: Mijn vader was regisseur, producer en schrijver. Ik ken het wereldje goed en weet dat het schrijven van een script een andere aanpak behoeft dan het schrijven van een boek. Ik ben daar emotioneel nog niet klaar voor. Ik ben al blij als mensen de rechten kopen op mijn boeken, maar ik zal zelf geen films maken. Ik heb al enkele rechten verkocht, maar er zijn nog geen concrete plannen. Als de filmdeal uit elkaar valt, krijg ik de rechten terug, maar mag ik het geld behouden. Dat is leuk; op deze manier verdien je meer geld dan dat je de rechten maar eenmaal verkoopt. Fairytale heb ik op die manier al verschillende keren van de hand gedaan. Momenteel is het afwachten hoe Lord of the Rings en Dungeons & Dragons het gaan doen in de bioscoop. Als het grote hits worden, mag je er zeker van zijn dat ieder van ons verfilmd zal worden. Hollywood imiteert namelijk graag. Het is één grote kudde schapen. Niettemin gaf Hollywood ons ook Schindler’s List, Lawrence of Arabia en andere briljante films.
Ben je niet bang dat de film je boek geen eer zal aandoen?
Raymond Feist: Toen één van Kingsley Amis’ boeken werd verfilmd, zeiden zijn vrienden: “Isn’t it terrible what they did with your poor book?”en Amis antwoordde: “Why? The last time I looked, the book was in perfectly good shape and I think it still is.” Hoe slecht de film ook mag zijn, het verandert geen woord in het boek. Het is wel zo dat een goede film meer publiciteit oplevert en de mensen meer promotie voor je gaan maken. Als de film slecht is, kan je zelfs lezers verliezen. Als iemand een slechte film ziet, zal die immers niet geneigd zijn een boek van dezelfde schrijver te lezen.
Je vrouw, Kathryn Starbuck, schreef enkele romans waarin new age een belangrijke rol speelt.
Raymond Feist: Mijn vrouw schrijft over het verstand. Het gaat om een heel nieuwe vorm van science fiction die mentale science fiction wordt genoemd. Men heeft het ook vaak over new age science fiction omdat ze het heeft over ESP en communiceren met gidsen uit andere dimensies. Iedere Engelstalige boekenwinkel in Europa zou haar boeken moeten verkopen. Het zijn heel intelligente verhalen. Ik hou ervan.
Nog meer interviews
Al onze interviews met acteurs, regisseurs en schrijvers vindt u in dit overzicht. © 2009 - 2010 Avalon, gepubliceerd in Mensen (Kunst en Cultuur) op 27-02-2009, laatst gewijzigd op 27-02-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Avalon is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...Verwante artikelen
- Het schrijven van een fantasy verhaal: Fantasy is een populair genre. Zeker sinds de verfilming van ‘in de ban van de ring’ en de boeken van ‘Harry Potter’. Maar hoe schrijf je nu eigenlijk een goed fantasy…
- Dragon's den - Informatie & profielen: Dragons’ Den is een programma van de publieke omroep KRO waarin (startende) ondernemers een kans krijgen hun ultieme droom te verwezenlijken. Zij kunnen hun idee omzett…
- Tolkien, biografie: Nog geen 5 jaar geleden werd zijn meest beroemde boek verfilmd, The Lord of the Rings. Een ware rage en iedereen heeft ongetwijfeld van deze prachtige verfilming gehoord. Tolkien heeft he…
- Hoogtepunten uit de geschiedenis van de Fantasy: Velen beschouwen Phantastes van George MacDonald als de eerste 'echte' Fantasy' roman. Natuurlijk is dat redelijk arbitrair. Er is ook veel voor te zeggen om…
- Tolkien, postuum: Na de dood van de befaamde schrijver Tolkien, kwam er een grote hoeveelheid materiaal naar boven dat handgeschreven op losse vellen genoteerd was. Het was een hele klus om al deze aantekeni…

Reageer op het artikel "Interview met fantasy-schrijver Raymond E. Feist"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

