InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Mensen > Frederik II de Grote van Pruisen (1712 – 1786): jubileumjaar

Frederik II de Grote van Pruisen (1712 – 1786): jubileumjaar

Frederik II de Grote van Pruisen (1712 – 1786): jubileumjaar Frederik II de Grote wijdde zijn leven het liefst aan ‘schone’ kunsten. Toch verwierf hij mede roem vanwege zijn krijgskunst. Met de regeerperiode van deze ambivalente heerser brak voor Pruisen een nieuw tijdperk aan. Door zijn militaire verrichtingen was hij een tijdlang omstreden. In 2012 werd de geboorte van de ‘Alte Fritz’, op dat moment driehonderd jaar geleden, echter feestelijk herdacht. Anno 2014 gaat de aandacht uit naar de geboorte, eveneens driehonderd jaar terug, van zijn hofcomponist C.Ph.E. Bach.
Frederik de Grote was een kind van zijn tijd. Hij stond open voor het gedachtegoed van de Verlichting, waarbij ruimte kwam voor nieuwe ideeën op diverse terreinen. Zijn hart ging uit naar de kunst, waarbij aan de rijke decoratie van de Rococo niet te ontkomen viel. Vaak moest de vorst, als de militaire plicht hem riep, zijn kunstidealen opzij zetten.
De aandacht in dit artikel gaat, naast een biografie van de Pruisische vorst, vooral uit naar zijn verrichtingen op het gebied van kunst en cultuur.


Een Spartaanse opvoeding

Op 24 januari 1712 werd Frederik (Friedrich) geboren als prins uit de dynastie van de Hohenzollern. Zijn vader was de soldatenkoning Frederik Wilhelm I van Pruisen, zijn moeder Sophia Dorothea van Hannover; Frederik was hun vierde kind. Al voor zijn geboorte waren twee oudere broers in de babyleeftijd gestorven, waardoor er alleen nog een oudere zus boven hem kwam. Als zoon van de soldatenkoning leek hij niet direct een aardje naar zijn vaartje te hebben; zijn zachte, kunstzinnige kant had in zijn jonge jaren de overhand. Voor zijn vader de aanleiding de kroonprins het leven zuur te maken door hem zowel fysiek als psychisch te straffen en te vernederen.

De koning stelde strenge richtlijnen voor de opvoeding van zijn enige zoon op, waarbij de nadruk op het militaire aspect kwam te liggen. Frederik gaf echter de voorkeur aan een meer kunstzinnige opvoeding en wilde liever fluitspelen en Franse literatuur lezen. Tegen de zin van zijn vader in correspondeerde hij met de Franse Verlichtingsfilosoof Voltaire.
De Spartaanse tucht van zijn vader zat hem zo dwars, dat de jonge Frederik in 1730 het plan opvatte naar Engeland te vluchten. De vlucht mislukte echter, met desastreuze gevolgen. Op aandringen van de koning werd zijn vriend Katte, met wie hij het plan beraamd had, voor de ogen van de kroonprins onthoofd. De kroonprins zelf werd een tijdje gevangen gezet.

Ontsnapping door en aan het huwelijk

Vader en zoon raakten min of meer met elkaar verzoend toen Frederik in 1732 in het gearrangeerde huwelijk met Elisabeth Christine von Braunschweig-Bevern toestemde. Na voltrekking ervan in 1733 bleek de verbintenis niet gelukkig. Bovendien bleven nakomelingen uit. Het echtpaar woonde vanaf 1736 op slot Rheinsberg, waar de kroonprins aan de tirannie van zijn vader ontsnapte en een eigen leven kon leiden, waarbij kunst en cultuur hoog in het vaandel stonden.

Koning van Pruisen

Aan die gelukkige jaren kwam een einde toen de Soldatenkoning in 1740 overleed en Frederik hem als derde Pruisische koning moest opvolgen. Zijn eerste – weliswaar officieuze – handeling als vorst was het afschaffen van foltering; nog vele hervormingen zouden volgen. Ten opzichte van religieuze minderheden was de vorst uitermate tolerant. Helaas was de theorie hierbij wel mooier dan de praktijk; zo bleven Joodse burgers het mikpunt van discriminatie. De vorst zelf was, als kroonprins, lid geworden van de Orde van de Vrijmetselaren.

Niet al het binnenlandse beleid ging op de schop: de onder zijn vader ingezette strakke hiërarchische structuren voerde Frederik met succes verder door. Het leven van zijn echtgenote daarentegen verliep na de troonsopvolging minder fortuinlijk. Zij werd tot haar verdriet verbannen naar slot Schönhausen. Ondanks zijn afkeer van haar hield zij nog altijd van haar echtgenoot. Alleen bij officiële gelegenheden zouden de echtelieden elkaar nog ontmoeten, waarbij zij dikwijls door haar echtgenoot geschoffeerd werd. Het huwelijk bleef kinderloos.

Op het terrein van de buitenlandse politiek stelde Frederik zich minder terughoudend op dan zijn vader. Al direct braken er oorlogen uit – de Schlesische Oorlogen tussen 1740 en 1745 – waarbij Frederik zich een bekwaam militair toonde en zelf actief aan de strijd deelnam. Ten tijde van de Zevenjarige Oorlog (1756 – 1763), waarbij een groot aantal Europese grootmachten betrokken waren, deed Pruisen daar uiteindelijk niet voor onder. Wel werd de situatie in 1759 penibel, toen Frederik met zijn zwaar uitgedunde troepen ternauwernood aan een nederlaag wist te ontkomen. Hij overwoog te vluchten naar Jamaica en wenste dood te zijn. Als door een wonder veranderde de situatie echter in zijn voordeel. Aan deze oorlog dankt hij zijn eretitel ‘de Grote’, al was hij in werkelijkheid juist klein van gestalte.

Groot was wel de discipline, hem al zo jong door de strenge opvoeding van zijn vader bijgebracht, waarmee hij zijn taak vervulde. Zijn kunstidealen schoof hij opzij voor staatszaken. Frederik II de Grote zou nog bij diverse conflicten betrokken raken, waarbij hij er door handig diplomatiek en militair manoeuvreren in slaagde het Pruisische grondgebied te vergroten.

Eenzame latere jaren

De jaren van oorlogsvoering gingen de vorst niet in de koude kleren zitten. Op latere leeftijd was hij een eenzaam en wantrouwend man geworden, die aan het gezelschap van honden de voorkeur boven dat van mensen gaf. In de volksmond werd hij ‘de oude Fritz’ genoemd, enerzijds de vaderlijke heerser, anderzijds de mensenschuwe zonderling.
Dat nam niet weg dat hij, hoe verbitterd hij ook was, nog enige van zijn idealen wist te verwezenlijken. De rechtspraak werd verder ontwikkeld, het lijfeigenschap werd langzaam maar zeker afgeschaft en Frederik stond in voor de bouw van honderden scholen.
Uiteindelijk kwam er op weinig spectaculaire wijze een eind aan het leven van Frederik de Grote: de vorst overleed op 17 augustus 1786 in Potsdam in zijn geliefde slot Sanssouci, zittend in zijn fauteuil. Conform zijn wens werd hij, weliswaar pas in 1991, bij dit slot begraven. De kinderloze Frederik II van Pruisen werd opgevolgd door zijn neef Frederik Wilhelm II.

Liefhebber van kunst en wetenschap

Frederik II de Grote, met zijn complexe karakter, was een man van veel facetten. Zijn militaire, diplomatieke en bestuurlijke vaardigheden stonden soms haaks op zijn kunstzinnige talenten. Hoewel hij die eerste taken uiterst serieus nam en zich daarbij zeer gedisciplineerd toonde, had Frederik een voorliefde voor kunst en wetenschap. Schrijven, tekenen en musiceren: de vorst deed het allemaal, als de omstandigheden het tenminste toelieten.

Muziek en hofmusici

De jonge Frederik was een leerling van componist en fluitvirtuoos Johann Joachim Quantz die hij, naast de componisten Graun en in mindere mate Hasse, hoog had zitten. Componist Johann Sebastian Bach bezocht de vorst in zijn paleis Sanssouci in 1747 en schreef er Das musikalische Opfer, gebaseerd op een thema van de koning. Zijn Sonate in E majeur voor fluit en continuo droeg hij op aan Frederik de Grote, die het werk zeer waardeerde.
Frederik richtte een beroemd geworden hoforkest en hofopera op in Berlijn in 1742. Er was hem veel aan gelegen aan de piano-industrie groot te maken (Silbermann piano’s); zelf componeerde hij veel fluitmuziek (121 fluitsonates, 4 concerten). Ook componeerde hij operafragmenten. Zijn muziek wordt nog steeds uitgevoerd en is, al dan niet met werk van andere hofcomponisten, op cd verkrijgbaar.

Bach’s zoon Carl Philipp Emanuel (1714 – 1788) wordt wel de Berlijnse Bach genoemd. Behalve componist was hij klavecimbelspeler, opgeleid door zijn vader. Naast muziek studeerde hij rechten, waarbij hij in zijn levensonderhoud voorzag door het geven van muzieklessen.
Zijn muzikale kwaliteiten vielen op, en in 1738 volgde een aanstelling als musicus aan het hof van de kroonprins van Pruisen. Toen de prins twee jaar later de troon besteeg, werd Carl Philipp Emanuel klavecinist en muziekleraar aan het hof in Berlijn; het kwam zijn faam ten goede, al was de salariëring buitengewoon laag. Bovendien kreeg de hofmusicus 'belachelijke aanwijzingen' van zijn opdrachtgever.

Met de Zevenjarige Oorlog kwam Frederik II nauwelijks aan musiceren toe, waardoor ook zijn belangstelling voor Carl Philipp Emanuel minder werd. Prinses Amalia, een jongere ongetrouwde zus van Frederik en zelf ook componiste, benoemde hem ter compensatie tot kapelmeester, maar de situatie bleef te wensen over houden. Zodra zich de kans op een betere positie aandiende, die van muziekdirecteur in Hamburg als opvolger van Telemann, probeerde Carl Philipp Emanuel - met succes - weg te komen. Frederik de Grote realiseerde zich dat hij de musicus niet wilde missen en maakte hem de overstap bijna onmogelijk; aan de verdere loopbaan van Carl Philipp Emanuel gaf de overstap een enorme impuls.
In 2014, een jubileumjaar omdat de componist die driehonderd jaar geleden ter wereld kwam, besteedt de concertwereld aandacht aan deze muzikale Bach-telg, die met zijn meer gevoelige muziekstijl lange tijd in de schaduw van zijn beroemde, meer barokke vader stond.

Johannes Joachim Quantz (1697 – 1773), Duits fluitist en componist, kreeg zijn muzikale opvoeding in Wenen. Als uitvoerend musicus in Italië leerde hij de Italiaanse stijl goed kennen. In 1728 werd hij leraar van de nog jonge Frederik de Grote, die hem in 1741 tot hofcomponist benoemde. In die functie zou Quantz in Potsdam tot zijn dood werkzaam blijven.
Voor zijn beschermheer schreef hij ongeveer driehonderd fluitconcerten en tweehonderd kamermuziekwerken voor fluit en overige instrumenten. De vorst wilde niets anders horen dan de composities van Quantz, afgewisseld door die van Graun.

Johann Gottlieb Graun (ca. 1700 – 1771) was een Duits componist en violist. In 1732 trad hij in dienst van de kroonprins van Pruisen, de jonge Frederik II, waar hij als componist van instrumentale muziek in zeer hoog aanzien stond.
Zijn broer Carl Heinrich (ca. 1704 – 1759) was tenorzanger en eveneens componist. In 1735 werd hij belast met de algehele leiding van de muziek aan het hof van de Pruisische vorsten. In 1740 stichtte hij voor Frederik de Grote in Berlijn de huidige opera Unter den Linden, waarvoor hij samen met Johann Adolf Hasse (1699 – 1783) talloze werken schreef.

Poëzie en literatuur

Behalve musicus was Frederik de Grote ook dichter. Uit alle fases van zijn leven zijn er gedichten van zijn hand bekend, niet in het Duits – dat hij nauwelijks beheerste – maar in het Frans geschreven, hoezeer zijn vader die taal ook verafschuwde. Om zich in het Duits uit te drukken had Frederik II iemand in dienst, die namens hem in het Duits sprak.

Zijn literaire werk bestaat verder uit filosofische essays en een schat aan brieven. Een aantal ervan is, met een literaire blik op het leven aan zijn hof, te vinden in het tweede deel van de roman Mevrouw Bentinck: De groten der aarde, geschreven door Hella S. Haasse. Uit zijn correspondentie met en over mevrouw Bentinck blijkt dat Frederik niet veel met deze adellijke dame ophad.

Beeldende kunsten en architectuur

Neue Palais, PotsdamNeue Palais, Potsdam
Tastbaar is ook nog altijd de bijdrage van Frederik aan de architectuur in met name Berlijn en omgeving. Markante getuigen hiervan zijn de verbouwing en uitbreiding in rococostijl van slot Charlottenburg in Berlijn, de bouw van het lustslot Sanssouci en het gastenverblijf Neue Palais in Potsdam. Frederik tekende zelf ook bijdragen voor het werk van zijn architecten. Ontwerpen van architect G.W. Knobelsdorff en de Franse decorateur/kunstschilder Antoine Pesne vielen bij de koning bijzonder in de smaak.

Het eerste paleis dat Frederik liet verbouwen was slot Rheinsberg, dat zijn vader hem in 1734 schonk als kroonprinselijke residentie. Knobelsdorff maakte er onder andere een spiegelzaal in vroeg-Brandenburge rococostijl, waarvan het plafond gedecoreerd werd door Pesne. In dit paleis, dat Frederik in 1744 aan zijn broer Heinrich schonk, beleefde de pasgetrouwde kroonprins gelukkige jaren.

In Potsdam werd tussen 1745 en 1747 paleis Sanssouci, de zomerresidentie van de koning, gebouwd door Knobelsdorff en gedecoreerd door onder meer Pesne. In het omringende slotpark kwamen in de loop der tijd nog meer paleizen en gebouwen, zoals het Neue Palais. Dit werd een belangrijk onderkomen voor de gasten van Frederik de Grote, die er zelf ook een deel van in gebruik had. Voor een kort verblijf konden gasten gebruik maken van de voormalige Orangerie: de Neue Kammern.
Vleugel met schilderijenVleugel met schilderijen
Frederik de Grote verzamelde op grote schaal kunst. Aanvankelijk ging zijn bewondering uit naar met name Franse schilders, zoals de Franse Rococo-kunstenaars Watteau, Chardin en Pesne. Later kwam daar het werk van Italiaanse kunstenaar uit de Hoogrenaissance, het Maniërisme en de Barok (Caravaggio) bij. Ook de barokke kunstwerken van de grote Vlaamse meesters Rubens en Van Dijck wist Frederik te verwerven. Speciaal voor de schilderijencollectie werd in Sanssouci tussen 1755 en 1763 een rijkelijk gedecoreerde schilderijengalerie aangelegd. Hier wordt nog steeds de schilderijencollectie van Frederik de Grote getoond. Het is van de Duitse vorstenmusea het oudste in de oorspronkelijke staat en tevens het eerste speciaal voor schilderijen gebouwde museum.

Porselein

Berlijn concurreerde met Meissen om de fabricage van porselein. Frederik de Grote, die ook over de nodige handelsgeest beschikte, zou zich uiteindelijk over de productie in Berlijn ontfermen, nadat een eerdere poging een Berliner Porzellan Manufaktur van de grond te krijgen op een mislukking uitliep. Hij verzocht Johann Ernst Gotzkotwsky, de handelaar die ook schilderijen voor de koning opkocht, in 1761 een nieuwe porseleinfabriek op te zetten. Toen dat twee jaar later op een mislukking uit dreigde te lopen door het faillissement van Gotzkotwsky, greep de koning in en werd de fabriek staatseigendom. Daarmee – in navolging van andere vorstenhoven wilde ook hij binnen de grenzen van zijn rijk porselein fabriceren – kreeg de fabriek het predikaat koninklijk en bestaat de Königliche Porzellan-Manufaktur (KPM) vandaag de dag nog altijd.
Een reisservies uit ca. 1775Een reisservies uit ca. 1775
De koning bestelde vanaf 1765 diverse eetserviezen bij de KPM; de stukken uit de fabriek werden van 1763 tot 1837 met de koninklijke scepter gemerkt, die ook nu weer – met een dwarsstreep in het midden – in gebruik is. Een deel van de KPM-collectie wordt tentoongesteld in het Belvedere, een klein kasteeltje in het Berlijnse Slotpark van Charlottenburg.

Wetenschap en vernieuwing

Frederik de Grote was een vurig bewonderaar van de Franse Verlichtingsfilosoof Voltaire, met wie hij correspondeerde en die hij aan zijn hof ontving. Voltaire zou lange tijd op Sanssouci blijven, maar uiteindelijk kwam het tot een breuk tussen hem en de vorst. De filosoof vertrok van Sanssouci, maar de twee eigengereide karakters bleven schriftelijk contact houden.

Andere geleerden kwamen en gingen eveneens; de mensenschuwe koning omarmde en verjoeg hun gezelschap met evenveel gemak. Het is overigens aan Frederik de Grote te danken dat de aardappel een grootschalige entree in de Duitse keuken maakte.

Eerherstel

Vanwege zijn verrichtingen op krijgsgebied wordt Frederik de Grote vaak beschouwd als de Pruisisch-Duitse militaire agressor. Het nazi-regime gebruikte hem juist om die reden voor propagandadoeleinden; in de jaren erna werden de verrichtingen van de vorst daarom juist weer negatief beoordeeld.
Met de driehonderdste geboortedag van de vorst op 24 januari 2012 staat het leven van Frederik II de Grote opnieuw volop in de belangstelling, met in elk geval waardering voor zijn bestuurlijke vernieuwing en zijn kunstzinnige talenten.

De Stiftung Preusische Schlösser und Gärten organiseert in 2012 Friederisiko, een grootschalig jubileumevenement in Potsdam. Verder zijn er in Potsdam en Berlijn veel andere feestelijkheden op cultureel gebied, waarbij Frederik II de Grote van Pruisen centraal staat.

Opmerkelijk zijn ook de plannen voor wederopbouw van het Berliner Stadtschloss, het paleis waar Frederik II werd geboren, en de renovatie van het stadsslot van Frederik de Grote in Potsdam.
Het slot in Berlijn werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd. De ruïne moest in de DDR-periode wijken voor het Palast der Republik, waarmee de socialistische regering meteen afrekende met het feodale en imperialistische Duitse verleden. Inmiddels is het Palast der Republik verleden tijd en zijn er, na jaren van geharrewar, particuliere initiatieven ontwikkeld om op zijn minst de façade van het voormalige stadsslot in oude luister te herstellen. Op 12 juni 2013 legde Bondspresident Gauck uiteindelijk de eerste steen voor de herbouw van het omstreden stadskasteel.
Ook in Potsdam wordt hard gewerkt om het historische stadscentrum op te knappen. Net als in Berlijn werd hier het stadsslot in 1945 zwaar beschadigd en voelde de DDR-regering er niets voor het symbool van het militaristische Pruisen te restaureren. Nu zal, na voltooiing, het deelstaatparlement van Brandenburg zijn intrek nemen in het gerestaureerde slot.
© 2012 - 2017 Sierkunst, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Duitsland, Mecklenburg-Vorpommern, Saksen-Anhalt+BrandenburgDe overige noordelijke deelstaten, bundesländer, van Duitsland worden in dit artikel behandeld: Mecklenburg-Vorpommeren,…
Brandenburg: Potsdam, meer dan alleen Schloss SanssouciBrandenburg: Potsdam, meer dan alleen Schloss SanssouciWie Brandenburg zegt, denkt al gauw aan Berlijn. Toch ligt er op zo'n 30 km ten westen van Berlijn een andere interessan…
Berlijn; Schloß CharlottenburgPas nadat koningin Sophie Charlotte was overleden in 1705, werd het door haar gebouwde paleis naar haar vernoemd. Helaas…
Frederik VIII van Denemarken, de eeuwige kroonprinsFrederik VIII van Denemarken, de eeuwige kroonprinsFrederik Christiaan Willem Karel, geboren als zoon van een prins, werd op 20-jarige leeftijd kroonprins van Denemarken.…
Het park en enkele kastelen van Sanssouci, Potsdam DuitslandHet park en enkele kastelen van Sanssouci, Potsdam DuitslandOm Sanssouci vanuit het oude centrum te benaderen neem je de Brandenburger Strasse tot aan de poort met dezelfde naam (v…
Bronnen en referenties
  • Ecco: Das Buchmagasin für Kunst, Kultur & Geschichte, 2/2011.
  • Componisten van A tot Z; Spectrum Opzoekboek, 1999.
  • Hidde Halbertsma: Antiek Encyclopedie, Rebo 1999.
  • www.spsg.de - website van de Stiftung Preusische Schlösser und Garten.
  • Guido van Oorschot: Muzikale tussenpaus; de Volkskrant 21 mei 2014, p. V9.
  • Merlijn Schoonenboom: Verzoening met het verleden; de Volkskrant, 8 maart 2012, p. 17.
  • De Volkskrant, 13 juni 2013, p. 6.

Reageer op het artikel "Frederik II de Grote van Pruisen (1712 – 1786): jubileumjaar"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Nadine Caremans, 21-04-2013 10:37 #1
Groots man, die zijn tijd ver vooruit was, maar erg hard voor zichzelf. Een mooie film over zijn leven zou fijn zijn, maar dan een film die gebaseerd is op echte feiten: een meer persoonlijk verhaal met historische achtergrond.

Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 27-05-2014
Gepubliceerd: 27-02-2012
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Mensen
Bronnen en referenties: 7
Reacties: 1
Schrijf mee!