InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Oorlog > De Emslandkampen tijdens het naziregime

De Emslandkampen tijdens het naziregime

De Emslandkampen tijdens het naziregime De 'Emslandkampen' (Eemslandkampen) waren 15 gevangenenkampen in Duitsland niet ver van de grens met Groningen-Drenthe. Ze hadden wisselende functies ten tijde van het nazitijdperk (1933-1945). Het waren beruchte kampen vanwege de zware arbeid in het veengebied en het wrede, onmenselijke regime dat er overwegend heerste; er kwamen in totaal 30.000 mensen om het leven, waarvan 26.000 Russische krijsgevangenen. De kampen kunnen geplaatst worden in de categorie ‘beruchte concentratiekampen’ in die periode. Het bestaan ervan is echter, in tegenstelling tot zoveel andere kampen in die categorie, relatief onbekend gebleven

Inhoud


15 kampen

De 15 Emslandlager stonden in de periode 1933-‘45 ten dienste van het naziregime en hadden meerdere functies: concentratiekamp (1933-‘36), strafgevangenenkamp (1934-‘ 45), strafgevangenenkamp voor militairen (1939-‘45) en krijgsgevangenenkamp (1939-‘45). Bovendien dienden ze in ’44-45 als Ausenlager (nevenvestiging) van het beruchte kamp Neuengamme bij Hamburg

Locatie

De kampen waren gelegen in het Emsland, dat is de streek net over de grens van Groningen-Drenthe met Duitsland, genoemd naar de rivier die daar stroomt: de Eems. De grotere Duitse plaatsen aan de oostkant van het gebied zijn Papenburg, Meppen en Lingen. Het is een vlak, desolaat veengebied (net als aan de Nederlandse kant van de grens). Heel geschikt om die kampen daar te situeren want het waren in eerste instantie concentratiekampen waar politieke tegenstanders van de nazi’s gevangen werden gezet en onder een overwegend onmenselijk regime zwaar werk moesten verrichten in het veen. Ze noemden zichzelf Moorsoldaten (het Duitse woord Moor betekent veen). In de laatste periode van de Tweede Wereldoorlog werden de gevangenen ook ingezet bij de aanleg van een verdedigingslinie die een geallieerde inval in Duitsland moest voorkomen.

Veel is er niet meer terug te vinden van de kampen in het gebied. Geïnteresseerden kunnen tegenwoordig terecht in het documentatie- en informatiecentrum Gedenkstätte Esterwegen (Hinterm Busch 1), ten zuidoosten van Papenburg. Daar is nu door landschapsarchitectuur aangegeven waar het kamp zich bevond. Door dat geheel en de begraafplaats is nog goed na te gaan waar kamp Esterwegen gelegen was. In het landschap van Eemsland herinneren verder nog acht begraafplaatsen aan de kampen. Van de kampen Versen en Gross Hesepe, respectievelijk ten zuiden van het Duitse Haren en ten zuiden van Meppen, heeft het ministerie van justitie gevangenissen gemaakt.

Met het naziregime kwamen in 1933 ook de kampen

Zoals gezegd, het waren eerst concentratiekampen waar d.m.v. dwangarbeid in het veen politieke gevangenen, tegenstanders en critici van het nazi-regime van Hitler c.s., gestraft werden. De nazi’s kwamen in 1933 aan de macht in Duitsland en verstevigden in de jaren daarna steeds rigoureuzer en meedogenlozer hun greep op het maatschappelijk leven. Elke vorm van oppositie werd onderdrukt zo nodig geëlimineerd. Werken in het veen in combinatie met een wreed regime was daarbij een probaat middel; duizenden vonden er de dood. In 1933 werd begonnen met drie kampen in Eemsland: Esterwegen, Börgermoor (niet ver van Esterwegen) en Neusustrum (in het veengebied bij Sustrum, niet ver van de Nederlandse grens ter hoogte van Ter Apelkanaal). In de loop der tijd werden het er totaal 15.

De nazi’s hadden niet alleen een politiek doel met het realiseren van de kampen (oppositie de mond snoeren, zo nodig uitroeien) maar ook een economisch doel: het ontginnen van woeste grond, in 10 jaar, waarna er 2300 boerderijen gevestigd moesten worden. De bewaking was in handen van SA en SS die een op willekeur gebaseerd terreurregime voerden; mishandeling en moord waren aan de orde van de dag.

Krijgsgevangenen en verzetsstrijders

In 1941 werd duidelijk dat het gestelde doel niet zou worden gehaald. De nazi’s besloten daarom de gevangenen in te zetten voor oorlogsdoeleinden. Zo werden in 1942 2000 van de 10.000 gevangenen in Noorwegen ingezet ter ondersteuning van de Organisatie Todt (OT), die onder meer verdedigingswerken bouwde. In die tijd was de oorlog al volop aan de gang en dus werden er krijgsgevangenen gemaakt die ergens ondergebracht moesten worden. Dat gebeurde, vanaf 1939 trouwens al, met name in de zuidelijke kampen in Eemsland. Dat betrof vooral soldaten uit Polen, Frankrijk en later ook uit Rusland. Met name de Russen moesten het ontgelden. Ze werden minimaal van voedsel voorzien; soms heersten er epidemieën in de Russenlager

Slachtoffers

Vanaf 1943 kwamen er circa 1800 verzetsstrijders uit Frankrijk en België in kamp Esterwegen. Het waren zogenaamde Nacht und Nebel-gevangenen (gevangen verzetsmensen die de Duitsers spoorloos lieten verdwijnen in kampen). In 1944 hebben er ook 60 Puttenaren gezeten die tijdens de razzia in hun dorp dat jaar waren opgepakt. De gevangenen moesten tankgrachten en loopgraven voor de Friesenwall in de bossen bij Meppen graven. Bij die dwangarbeid kwamen 600 mensen om het leven.

Al met al hebben in de jaren 1933-1945 80.000 concentratiegevangenen en 100.000 krijgsgevangenen in de 15 kampen gezeten; 30.000 van hen kwamen om het leven.

Is het bestaan van de kampen verdrongen en vergeten?

In 1983 verscheen het boek Die vergessene KZ’s? (De vergeten concentratiekampen?) van Detlef Garbe, toen directeur van het KZ-Gedänkstätte Neuengamme. Hij vestigde de aandacht op het bestaan van de Eemslandkampen omdat hij vreesde dat de geschiedenis ervan verdrongen en ook vergeten was. Dat eerste was zeker niet denkbeeldig omdat ook inwoners van de regio Emsland betrokken waren bij de bewaking en sowieso bij de aanleg, de aanvoer van materiaal en de voedselvoorziening. Ook aan de Nederlandse kant van de grens wilde men er waarschijnlijk liever niet meer aan herinnerd worden.

Houding van de Nederlandse autoriteiten

Dat betreft ongetwijfeld met name de beginperiode (1933-1940). Toen namelijk werden door die autoriteiten zonder pardon gevangenen teruggestuurd die hadden weten te ontsnappen en een veilig toevluchtsoord meenden te vinden in het nabije Nederland. Dat betekende in de praktijk uitlevering van de vluchtelingen aan een meedogenloos regime met alle consequenties van dien. Een overlevende van Börgermoor vertelde over de gevangenen die door de Nederlandse marechaussee aan de Duitsers werden overgeleverd: “Ze werden vaak al op de weg terug naar het kamp gedood. Doodgeslagen of doodgeschoten, wat dan ‘op de vlucht neergeschoten heette.“ (P. Albers, Gevangenen in het veen, p. 15). Wat niet wegneemt dat er ook wel geslaagde ontvluchtingspogingen waren waarbij men zich (met Nederlandse hulp) in Nederland schuil wist te houden. Maar van hogerhand was dat verboden. In 1934 deed de burgemeester van Vlagtwedde zelfs een oproep om geen onderdak te verschaffen of anderszins hulp te verlenen aan ontsnapte gevangenen uit de Duitse kampen – want het zou gaan om kampen voor zware misdadigers. Toch was al in 1935 het boek Die Moorsoldaten van Wolfgang Langhoff verschenen, ook in het Nederlands. Langhoff was in ’33 gevangen gezet in kamp Börgermoor, vrijgelaten in ‘34 en toen naar Zwitserland gevlucht, van waaruit hij het boek publiceerde. En al in ’33 had het socialistische dagblad Het Volk bericht over zware mishandeling van de SPD-Rijksdag-afgevaardigde Friedrich Ebert in kamp Esterwegen. M.a.w., men had kunnen weten wat er werkelijk gebeurde.

Na de oorlog

Ook na de oorlog kregen de kampen geen aandacht. Zoals gezegd, er is weinig van over en er werden ook geen activiteiten ondernomen om de herinnering weer in leven te roepen. Pas in 1981 werd een actiecomité opgericht met als doel een herdenkingscentrum in te richten. Eerst in ’85 lukte dat in het een oud veenhuis in Papenburg; er werd toen ook een symposium georganiseerd. In 1993 werd door het DIZ (Dokumentationd- und Informationszentrum) een nieuw gebouw in Papenburg in gebruik genomen. In 2011 vond er een verhuizing plaats naar Esterwegen waar het DIZ werd ondergebracht in het nieuwe onderkomen: Gedenkstätte Esterwegen.

Kamp Esterwegen

Esterwegen is door het gedenkteken misschien wel het bekendste van de 15 kampen, in ieder geval een van de oudste. Het is gelegen ten oosten van Papenburg, halverwege Friesoythe, en werd in 1933 gebouwd als concentratiekamp. Dat predicaat behield het, in tegenstelling tot andere kampen, tot 1937, toen het als Kamp VII onder het ministerie van justitie kwam. Als concentratiekamp was het gekoppeld aan Dachau en was de bewaking in handen van de SS. Hier golden dezelfde regels als in Dachau. Dat hield onder meer in dat de gevangenen geen recht van verweer kregen en er geen enkel voorschrift was dat voorzag in een enigszins humane behandeling. De bewakers kregen de vrije hand en konden naar willekeur terroriseren en mishandelen – wat ook inderdaad volop gebeurde.

Carl von Ossietzky

In 1937 waren er in Eemsland al zes strafgevangenenkampen, die onder het ministerie van justitie vielen. In dat jaar werd Esterwegen daar als zevende kamp aan toegevoegd. In de begintijd zaten er meerdere bekende persoonlijkheden. De al genoemde politicus Friedrich Ebert dus en ook de winnaar van de Nobelprijs voor de vrede in 1936, Carl von Ossietzky. Deze was als tegenstander van de nazi’s in ’33 opgepakt en in Esterwegen gevangen gezet. Hij kon daardoor de prijs niet in ontvangst nemen. Hij stierf als gevolg van geleden ontberingen in 1938.

Wat er nog rest

Behalve het gedenkteken met informatiecentrum is er nog een begraafplaats bij Esterwegen, waar ook doden van andere kampen liggen (al met al 1315 personen) en een gedenksteen is voor Carl von Ossietzky.

Börgermoor en Neusustrum

Deze twee kampen waren met Esterwegen de eerste drie die In 1933 werden gebouwd. In ’34 werden Börgermoor en Neusustrum strafgevangenenkampen. Esterwegen bleef concentratiekamp, tot ’37 dus. Wat trouwens niet betekende dat het regime in Börgermoor en Neusustrum draaglijker werd.

Börgermoor

Dit kamp was het eerste gebouwd van alle kampen in Eemsland, in juni 1933, niet ver van de plek waar enige tijd later dat jaar Esterwegen kwam. Zoals de naam al aangeeft was het gelegen in een veengebied. De gevangenen konden ‘om de hoek’ direct aan het werk; zwaar werk met weinig rust en weinig voedsel. En net zo barbaars als de werksituatie was het leven in het kamp zelf. Om het minste of geringste werd er geslagen met latten met spijkers. Er zaten in de beginfase vooral communisten en socialisten. Ook homoseksuelen en Jehova’s getuigen werden er ondergebracht. In 1934 kwam Börgermoor als strafgevangenenkamp onder het ministerie van justitie. Vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1939 zaten er vooral veroordeelde Duitse soldaten. Na de oorlog was het kamp eerst in gebruik om vluchtelingen onder te brengen en vervolgens als gevangenis. In de jaren 60 werden de barakken afgebroken.

Neusustrum

Dit kamp kwam in 1933 als derde gereed. Het lag plm. 5 km over de grens van Nederland met Duitsland niet ver van het Oost-Groningse Sellingen. Commandant was de SS-Obersturmführer Emil Faust. Van hem werd gezegd dat hij zijn gevangenen erger dan beesten behandelde. Nadat Neusustrum in ’34 strafgevangenenkamp was geworden werden er relatief veel homoseksuelen gevangen gezet. In de periode ’40-’42 volgden voornamelijk Poolse gevangenen, vanaf ’43 vooral gestrafte Duitse soldaten. Na de oorlog deed het kamp dienst als gevangenis; midden jaren 50 werd het afgebroken. Er is nu nog een meertje op de plek van het voormalige kampterrein. Het is indertijd gegraven ten behoeve van de recreatie en ontspanning van de bewakers; men kon er zwemmen en bootje varen.

Aschendorfermoor, Brual-Rhede en Walchum

Aschendorfermoor

Dit kamp werd in 1935 plm. 5 km ten zuiden van Papenburg opgericht als strafgevangenenkamp. In 1937 kwamen er met name politieke gevangenen uit tuchthuizen en uit andere Eemslandkampen bij. Een van hen vertelde later over zijn verblijf in Aschenmoor in de jaren ´37/´39: “De honger was groot. Enkele kameraden liepen vertwijfeld in de onder stroom staande prikkeldraadversperring om zo een zekere dood te vinden. Overdag moesten we zwaar werk verrichten in het veen.” (Gevangenen in het veen, blz. 29.) In 1940 kwamen er vooral militairen terecht die door de krijgsraad veroordeeld waren. In april ’45 brandden de barakken af na een bombardement door Engelse vliegtuigen; 50 gevangenen kwamen daarbij om het leven.

Op de plek waar eens het kamp was is nu een begraafplaats, het Herold-Friedhof. Daar zijn in een massagraf plm. 195 gevangenen begraven die een aantal dagen voor het bombardement waren vermoord. Op de begraafplaats bij Esterwegen liggen de gevangenen begraven die vóór die moordpartij in het kamp omkwamen.

Brual-Rhede

Niet ver van Rhede, richting de grens met Nederland, werd het kamp in 1934 als strafgevangenenkamp in gebruik genomen. De omstandigheden voor de gevangenen waren beneden alle peil. Vooral de arrestantenbarak was berucht. De gevangenen die daar terecht kwamen werden gestraft met dagenlange martelingen, honger en dorst terwijl ze vaak alleen wat brak water te drinken kregen. Door verhalen van ex-gevangenen die het overleefden is bekend dat het werk zo zwaar was dat er gevangenen waren die zichzelf zwaar verminkten met het doel niet meer te kunnen werken. Alle omgekomenen in het kamp zijn in Esterwegen begraven. Na de oorlog bood Bruel/Rhede eerst onderdak aan ontheemden. Van 1953 tot ´61 was het een doorgangskamp voor vluchtelingen.

Walchum

Het kamp was een paar kilometer ten noorden van Neusustrum gelegen in het gehucht Hasselbrock dat bij het dorp Walchum hoort. Er is weinig over bekend want er zijn weinig bronnen. In 1935 kregen SA-mannen er hun opleiding. Zeer waarschijnlijk zaten er tot 1940 voor 80%, ook naar huidige juridische maatstaven gemeten, echte criminelen (veroordeeld wegens ernstige vormen van diefstal bijvoorbeeld). De rest betrof onder anderen politieke gevangenen. Vanaf ´40 kwamen er veel gestrafte Wehrmachtsoldaten terecht. De gevangenen moesten werken ten bate van de ontginning van het omliggende veengebied. Bij het vorderen van de oorlog verslechterden de omstandigheden in het kamp sterk. Ook mishandelingen kwamen voor. In februari 1945 waren er nog 167 gevangenen die in april naar kamp Aschendorfermoor werden overgebracht. Zoals in veel kampen werden ook hier na de oorlog eerst ontheemden ondergebracht. Volgens de officiële cijfers vonden hier 71 personen de dood. Ze werden op de begraafplaats van kamp Esterwegen begraven. In de jaren ´50 werden de barakken afgebroken.

Oberlangen

Dit kamp werd in het najaar van 1933 gebouwd tussen Lathen en de Nederlandse grens. Eerst was het in gebruik als opleidingskamp voor S.A.-bewakers. In april ’34 werd het een strafkamp. Er moest, zoals gebruikelijk in de gevangenenkampen in Eemsland, veen afgegraven worden zonder technische hulpmiddelen. Zo moesten volgens de opvatting van de nazi’s de gevangenen ervaren wat de consequenties waren als men zich tegen hun regime verzette. Vanaf september 1939 werd Oberlangen gebruikt door de Wehrmacht om er krijgsgevangenen op te sluiten. In juni ’40 kwamen er 1400 Poolse officieren terecht. Van hen zijn herinneringen vermeld in het boek Gevangen in het veen van P. Albers. Hij vertelt dat het er buitengewoon smerig was en dat er geen bedden waren; de gevangenen moesten op de grond slapen. ’s Winters was de situatie helemaal rampzalig want de slaap- en wasruimtes waren niet voorzien van verwarming. In de ‘zitruimte’ was één kachel waarvan alleen zij die er dichtbij zaten enige warmte kregen.

Poolse vrouwen

In 1941 werden de Polen verspreid over andere kampen en kwamen er Russische krijgsgevangenen. Na hen volgden in 1944 Italiaanse officieren en daarna Poolse vrouwelijke gevangenen. Zij waren betrokken geweest bij de opstand in Warschau van 1 augustus tot 2 oktober ’44 tegen de Duitse bezetting. In april ’45 werden ze bevrijd door Poolse soldaten in geallieerde dienst.

Versen, Wesuwe en Fullen

In 1938 werd begonnen met de bouw van de laatste acht kampen in Eemsland. Daarvan lagen Versen, Wesuwe en Fullen in de streek tussen het Duitse Haren en de Nederlandse grens. Deze drie vormden enige jaren met Oberlangen een “Stalag” (zie onder Versen). Ze waren gebouwd voor 5000 gevangenen. In september 1940 zaten er al meer dan 17.000 waaronder ruim 14.000 Fransen. Eind juni 1941, na de inval in Rusland, zaten er meer dan 21.000 gevangenen, waaronder ruim 8.000 Russen.

Versen, een Stalag

In mei ’38 werd begonnen met de bouw van dit kamp. De ligging in het moerassige veengebied leverde de bouwers veel moeilijkheden op door de bodemgesteldheid en het ontbreken van goede toegangswegen. Lang voor de gebouwen klaar waren arriveerden er al 900 gevangenen. Die werden behalve voor het graven van kanalen (voor de afwatering) ook ingezet voor de bouw van de barakken. Ook bij boeren in de omgeving moesten ze vaak werkzaamheden verrichten ter vervanging van de boerenzonen en -arbeiders die als soldaten aan het front vochten.

Versen was begonnen als strafkamp, later kwamen er krijgsgevangenen (waaronder in mei 1940 Nederlandse militairen). Het werd zodoende een Stalag (een afkorting van Mannschaftsstamm- und Straflager of wel Stammlager; “Versen Stalag VI B”, om precies te zijn. Tot mei 1942 waren aan dit Stalag de kampen Oberlangen, Fullen en Wesuwe verbonden. Ze waren dus spoedig overbevolkt, wat de toch al moeilijke, inhumane omstandigheden nog verslechterde. Vooral in de laatste oorlogsjaren was de voedselvoorziening abominabel. Dit in combinatie met het zware werk in het veen en het barbaarse regime eiste z’n tol: talrijke gevangenen kwamen er om het leven. Daarbij waren onder anderen Deense krijgsgevangenen. Ook Puttenaren hebben er gezeten.

Wesuwe

Dit kamp was in 1938 gebouwd om te dienen als strafgevangenenkamp. Het werd echter, net als Oberlangen, Versen en Fullen gebruikt voor het onderbrengen van krijgsgevangenen en in die hoedanigheid toegevoegd aan Versen Stalag VI B. De beschrijving die van kamp Versen is gegeven geldt daarom merendeels ook voor Wesuwe. Daarbij onderscheidde Wesuwe zich, sinds de inval van de Duitsers in Rusland in 1941, door het relatief grote aantal Russische krijgsgevangenen. Zij werden door de nazi’s gezien als ‘Untermenschen’, ook minderwaardig aan andere Slavische volkeren zoals de Polen, en als zodanig behandeld. Het gangbare internationale strafrecht achtten zij niet op Russische militairen van toepassing. Officieren kregen bijvoorbeeld geen bij hun rang passende behandeling. Het was gangbaar dat Russische militairen, zonder onderscheid, met veel te grote aantallen in een barak werden gestopt en op de kale grond moesten slapen, zonder zelfs ook maar een beetje stro onder zich. Om het minste vergrijp werden ze zonder meer doodgeschoten en begraven in massagraven. De Canadezen bevrijdden in april 1945 het kamp met toen 1.875 gevangenen. Voor velen kwam de bevrijding te laat: na april ’45 stierven er nog ruim 300 Russische (voormalige) gevangenen. En de rest van hen zat er daarna nog maandenlang; vanwege de chaotische situatie in Duitsland direct na de oorlog konden ze er niet weg. Velen van die rest werden bij aankomst in Moskou direct weer gearresteerd en verdwenen in kampen in Siberië …

Fullen

De bouwvakkers die in 1938 begonnen met de bouw van de laatste acht Eemslandkampen werden gehuisvest in kamp Fullen. Na de officiële opening van de 268 gebouwen van die acht kampen op 10 augustus ’38 werd Fullen een onderdeel van Stalag Versen.

Gross Hesepe en Dalum

Gross Hesepe

Na de voltooiing van dit kamp in 1938 werd het grootste deel van de bijbehorende barakken afgebroken, vervoerd naar de Westwall en daar weer opgebouwd. (De Westwall was een verdedigingslinie van Kleef bij de Nederlandse grens tot de Zwitserse grens bij Basel.) In 1939 werd het opnieuw ingericht en vervolgens als krijgsgevangenenkamp een onderdeel van Stalag VI C Bathorn. In het begin van de oorlog werden er waarschijnlijk Franse gevangenen ondergebracht. Later zaten er duizenden Russen gevangen en ook duizenden van hen zijn omgekomen. De gevangenen uit de westelijke geallieerde landen werden over ’t algemeen wel behandeld volgens internationale regels maar die golden net als in andere kampen niet voor de Russen.

Na de Russen volgden Italiaanse soldaten. Dat voor hen in tegenstelling tot de Russen de internationale regels van het recht wel golden wil niet zeggen dat ze correct behandeld werden. In tegendeel, juist onder de Italiaanse gevangenen was het aantal slachtoffers, vergeleken met andere westelijke nationaliteiten, opmerkelijk hoog. Na de oorlog zaten in Gross Hesepe eerst bevrijde gevangenen die nog niet weg konden en daarna vluchtelingen. Vervolgens zijn de barakken afgebroken en is er de districtsgevangenis Lingen afdeling Gross Hesepe gevestigd.

Dalum

Dit kamp kwam als vijfde van de acht zuidelijke Eemslandkampen (ten zuiden van Haren) in mei 1939 gereed. Het werd een onderdeel van Stalag VI C Bathorn en kwam in 1939 onder het Oberkommando der Wehrmacht (OKW), samen met Oberlangen, Versen, Fullen, Wesuwe, Gross Hesepe en Wietmarschen. Ook Bathorn en Alexisdorf vielen onder het OKW. In Dalum werden in 1941 ruim 4.000 Russische krijgsgevangenen ondergebracht. Ook hier wat betreft de behandeling van de Russen het beeld dat al eerder beschreven is: zwaar werk, een barbaars regime, volstrekte willekeur en rechteloosheid en ondervoeding of zelfs helemaal geen voedsel. Bovendien braken epidemieën uit. In november 1944 kwamen in Dalum 3000 Rotterdammers terecht die opgepakt waren bij razzia’s. Ze moesten er graven in verband met de aanleg van de verdedigingswerken bij Meppen en Lingen – de geallieerden bedreigden met hun opmars in die tijd steeds duidelijker Duitsland zelf.

Van november 1944 tot maart ’45 waren Dalum en Versen Auslager van het beruchte concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Ook de gevangenen van dat kamp werden zo gebruikt om het tekort aan werkkrachten aan te vullen bij graafwerkzaamheden in Eemsland. Versen en Dalum waren totaal niet berekend op zoveel extra gevangenen. Bovendien was het slecht weer in die periode: koud en nat. Dat eiste veel levens. De doden werden begraven bij de kamp Versen en Dalum. In de begraafplaats Dalum zijn met name veel Russen begraven; de aantallen zijn niet precies bekend, maar het moeten er duizenden zijn.

Wietmarschen, Bathorn en Alexisdorf

De zuidelijke kampen Wietmarschen, Bathorn en Alexisdorf lagen geografisch gezien niet in Eemsland maar in het graafschap Bentheim. Wel waren ze organisatorisch verbonden met de Eemslandkampen. In 1939 werden de drie krijgsgevangenenkampen.

Wietmarschen / Füchtenfeld

In 1936 werd in het Wietmarscher Moor bij Fuchtenfeld een werkkamp gebouwd ten behoeve van de ontginning van het veen. Vervolgens werd het een strafkamp en in 1939 dus een krijgsgevangenenkamp dat bij stalag VI C Bathorn hoorde. In 1941 werd het een Russenlager. De Duitsers kregen in die tijd namelijk te maken met een (te) groot aantal Russische krijgsgevangenen. Overbevolking van de kampen in de regio, inclusief Wietmarschen, was het gevolg. De gevangenen moesten in het veen wegen graven; wegen die het gebied dienden te ontsluiten. In de praktijk betekende dat: afgraven van het veen tot de zandlaag, waarna de aldus ontstane ‘weg’ weer werd opgevuld met zand. De kosten van het werk moesten zo laag mogelijk blijven, dus werd er bespaard op voeding en verzorging. Deze onmenselijke situatie heeft er mede toe geleid dat er ook op de begraafplaats van Wietmarschen zoveel Russen begraven zijn.

Na de bevrijding in april 1945 kwamen er in de barakken vluchtelingen uit Silezië. Toen kreeg het kamp de naam Füchtenfeld. In 1948 verbleven er 940 personen. Er kwamen op den duur huizen voor permanente bewoning – er ontstond een dorpje. In 1963 waren de laatste huizen klaar.

Bathorn

De gang van zaken was als bij meerdere kampen. Gebouwd in 1938, afgebroken ten behoeve van de aanleg van de Westwall en in ’39 weer opgebouwd door het OKW waarna het dienst deed als krijgsgevangenenkamp. Het behoorde bij de groep Stalag VI C Bathorn. Vanaf mei ’40 zaten er ook Nederlandse krijgsgevangenen. Ze werden vergeleken met andere nationaliteiten niet slecht behandeld en na een paar weken mochten ze weer naar huis. Toen kwamen er Franse krijgsgevangenen. Ze moesten in tegenstelling tot de Nederlandse lotgenoten wel werken maar werden ook niet slecht behandeld. Later kwamen er ook veel Russen – hoe die behandeld werden is ondertussen wel duidelijk geworden.

Alexisdorf

In mei 1939 was het kamp in de huidige Duitse gemeente Emlichheim (net over de grens bij Coevorden) klaar om als een van de acht nieuwe strafgevangenenkampen in het Eemsland dienst te gaan doen. In september van dat jaar werd het door het OKW overgenomen om te dienen als subkamp van Stalag VI C Bathorn (zie onder Dalum). Het was gebouwd voor 1000 gevangenen. Na Poolse, Nederlandse en Franse gevangenen kwamen er in 1941 4000 Russische krijgsgevangenen. Van de laatste groep waren slechts 712 mannen geschikt om voor arbeid ingezet te worden. Eigenlijk was het een soort hospitaalkamp. Twee barakken waren afgezonderd van de andere; ze deden dienst als isoleerbarakken voor gevangenen met open TBC. De levensomstandigheden in Alexisdorf was niet veel anders dan in de andere kampen. Van alles was te weinig behalve van medische voorzieningen. Russische doktoren voerden er operaties uit. Wel was het sterftecijfer hoog. De doden werden begraven in massagraven.

Tegenwoordig is er de begraafplaats Alexisdorf; niet veel meer dan een grasveld met een paar stenen met Russische kruisen. Op een plaquette is vermeld dat er plm. 600 onbekende Russische krijgsgevangenen liggen. Historici menen dat het er in werkelijkheid veel meer zijn, misschien wel een paar duizend. Na de oorlog deed Alexisdorf dienst voor de opvang van een aantal van de miljoenen Duitse ontheemden uit de oostelijke gebieden, inclusief Polen. Er kwamen in 1946 200 families terecht die behoorden tot de Hernhutter Broedergemeente - voor elke familie was één kamer beschikbaar. Er ontstond zo een nederzetting die de naam Neugnadenfeld kreeg (de meeste vluchtelingen kwamen uit het dorp Gnadenfeld in Opper-Silezië, tegenwoordig Polen). Op den duur verdwenen de barakken en ontstond er een dorpje.

Lees verder

© 2016 - 2017 Petervandenburg, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Concentratiekampen in de Tweede WereldoorlogConcentratiekampen in de Tweede WereldoorlogIn Hitler Duitsland was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen plaats voor joden, zij moesten ‘uitgeroeid’ worden. Een plan…
De oprichting van concentratiekampen in het Derde RijkDe oprichting van concentratiekampen in het Derde RijkVanaf 1933 richtten de nazi’s ruim 1600 concentratiekampen in, eerst in Duitsland en vanaf het einde van de jaren dertig…
Als dit een mens is: het debuut van Primo LeviAls dit een mens is: het debuut van Primo LeviDe debuutroman van Primo Levi "Als dit een mens is" is een indringend verslag van de gebeurtenissen in Nazi concentratie…
Soorten zomerkampen voor kinderenVeel ouders kunnen in de zomer niet op vakantie. Vanwege werk, andere verplichtingen of financiën hebben zij niet de mog…
Jehovah’s getuigen in de Tweede WereldoorlogJehovah’s getuigen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog fanatiek vervolgd. Zodra de nazi’s aan de macht kwamen, verbode…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Marvins21 / Wikimedia Commons
  • P. Albers, Gevangenen in het veen – de geschiedenis van de Emslandkampen (Uitg. Noordboek, 2005)
  • http://www.diz-emslandlager.de

Reageer op het artikel "De Emslandkampen tijdens het naziregime"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 02-05-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Oorlog
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!