InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Oorlog > De 5 wreedste kampbewakers van Fort Breendonk

De 5 wreedste kampbewakers van Fort Breendonk

De 5 wreedste kampbewakers van Fort Breendonk Zo’n twintig kilometer ten zuiden van Antwerpen ligt een van de akeligste plekken in België: het beruchte Fort Breendonk. Bij haast iedereen laat een bezoek aan dit gedenkteken een onuitwisbare indruk na. Vandaag is het er muisstil, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog speelden zich hier gruwelijke taferelen af. De doodse stilte werd er toen vooral onderbroken door brullende opzichters, geweerschoten, executies of het gekrijs van mishandelde en gemartelde gevangenen. De verantwoordelijken van deze hel waren wrede Duitse kampbewakers, maar later ook Vlaamse SS'ers. Die laatsten maakten het volgens overlevenden vaak nog bonter dan hun Duitse collega’s. Wie waren de wreedste beulen van Fort Breendonk?

Het Fort van Breendonk bij Antwerpen / Bron: JoJan / Wikimedia CommonsHet Fort van Breendonk bij Antwerpen / Bron: JoJan / Wikimedia Commons

Fort Breendonk en zijn kampbewakers

Ontstaan van Fort Breendonk

Het Fort van Breendonk langs de A12 in Willebroek werd oorspronkelijk gebouwd tussen 1909 en 1914. Rond Antwerpen werden toen twee gordels van versterkte forten aangelegd, om de stad en haven te beschermen tegen een mogelijke Duitse invasie.
Breendonk maakte samen met andere forten als Brasschaat, Schoten, Lier, Koningshooikt en Sint-Katelijne-Waver deel uit van de buitenste fortengordel. De betonnen muren waren zo'n 2,5 meter dik en moesten bestand zijn tegen zware artillerie.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het Fort een akelige nieuwe bestemming. De Duitse bezetter besloot om van Breendonk een opvangkamp of 'Auffanglager' te maken. Hier werden opgepakte verzetslui, communisten en andere 'vijanden van het regime' opgesloten. Ze werden er tot zware dwangarbeid en uitputting gedwongen. Sommige gevangenen werden uiteindelijk weer vrijgelaten, maar velen werden na een tijdje naar grotere kampen in Duitsland of naar een van de beruchte vernietigingskampen in het bezette Polen gedeporteerd.

Appèl op de binnenplaats van Breendonk / Bron: Onbekend / Wikimedia CommonsAppèl op de binnenplaats van Breendonk / Bron: Onbekend / Wikimedia Commons

Kampcommandant Philipp Schmitt

SS-majoor Philipp Schmitt werd in 1940 de eerste kampcommandant van Breendonk. Al sinds zijn tweeëntwintigste was hij lid van de nazi-partij. Eind augustus kwam hij aan in het kamp. Een paar weken later volgde ook zijn echtgenote Ilse Birkholz. Ze namen hun intrek in een woonhuis vlakbij het kamp, waar de bewoners voortaan nog slechts twee kamers zelf mochten gebruiken.

Wreedheid

Schmitt doodde zelf geen gevangenen en liet anderen het vuile werk opknappen. Maar hij zorgde voor een hard en onmenselijk kampregime.

Hij ging bijzonder driest te werk. Vaak liet hij zijn onafscheidelijke getrainde herdershond Lump los op de weerloze gevangenen of schopte hen met zijn zware laarzen. Een andere keer dwong hij een gevangene zijn eigen graf te graven terwijl hij een pistool op hem gericht hield. De man werd niet neergeschoten, maar het angstzweet brak hem uit. In de beruchte 'Bunker' van het kamp, niets minder dan een folterkamer, martelde hij samen met andere kampbewakers regelmatig gevangenen.

Toen een paar uitgehongerde gevangenen het eten van de varkens hadden gestolen, liet Schmitt hen als straf hete kommen soep in één teug opdrinken, gevolgd door twee uur zware lichaamsbeweging op het binnenplein.

Transporten

In 1942 werd in Mechelen de Dossinkazerne omgevormd tot ‘SS-Sammellager’, een verzamelkamp voor Joden. Schmitt werd ook voor dit kamp verantwoordelijk. Vanuit de kazerne werden tijdens de Tweede Wereldoorlog minstens 25.000 Belgische Joden op de trein naar Auschwitz-Birkenau en andere vernietigingskampen gezet. De meesten werden na aankomst meteen vergast.

Na de oorlog

Na de oorlog werd de voormalige kampcommandant in een cel in Nederland herkend. Hij werd naar België overgebracht. Eerst kreeg hij dezelfde behandeling als de voormalige gevangenen van zijn kamp. Hij werd een tijdje opgesloten in Breendonk, waar voormalige gevangenen hem opwachtten. Daarna werd hij in een Antwerpse gevangenis gestopt. Uiteindelijk verscheen hij in 1949 in Antwerpen voor de krijgsraad, waar men hem 83 moorden en tal van andere misdaden ten laste legde. De militaire rechtbank veroordeelde hem ter dood. Hij diende nog een genadeverzoek in, maar dit werd meteen afgewezen.

Vroeg in de ochtend van 8 augustus 1950 verscheen Schmitt voor het vuurpeloton in Hoboken bij Antwerpen, waar Belgische rijkswachters hem executeerden.

Aangekomen gevangenen met het gezicht naar de muur in het Fort van Breendonk / Bron: Onbekend / Wikimedia CommonsAangekomen gevangenen met het gezicht naar de muur in het Fort van Breendonk / Bron: Onbekend / Wikimedia Commons

SS-luitenant Arthur Prauss

Net onder kampcommandant Philipp Schmitt stond SS-luitenant Arthur Prauss. Hij was een kleine, gedrongen man met een opvliegend karakter. Prauss verscheen veel vaker op het terrein dan Schmitt. Hij was immers verantwoordelijk voor de dagelijkse organisatie en het toezicht op de gevangenen. Nieuwe gevangenen kregen dan ook vaak meteen een toespraak van Prauss:

"Für euch habe ich kein Mitleid. Hier ist es kein Sanatorium. Ich sehe, ich höre alles!" (Ik heb geen medelijden met jullie. Dit is geen sanatorium. Ik zie en hoor alles!)

Karakter

Prauss was een bekrompen, weinig begaafde man. Van opleiding was hij slager. Alleen dankzij het nazi-regime kon hij iemand van betekenis worden. Volgens sommige bronnen was hij zelfs zo goed als ongeletterd. Maar zijn gebrek aan intellectuele capaciteiten compenseerde Prauss met een onverschrokken wreedheid, waardoor hij binnen de SS al gauw carrière maakte. Zelf beweerde hij een tijdje bewaker te zijn geweest in concentratiekamp Sachsenhausen bij Berlijn. Dit werd echter niet bevestigd door de werkroosters van dat kamp.

Misdaden

Prauss was van bij de opening tot de ontruiming van het kamp in 1944 aanwezig. Hij groeide al snel uit tot de schrik van het kamp. Zijn wreedheid werd al gauw legendarisch en zijn creativiteit om mensen de stuipen op het lijf te jagen al evenzeer. Dagelijks terroriseerde en mishandelde hij gevangenen. Met zijn zweep vol geweven metaaldraad sloeg hij de gevangenen wanneer hij er maar zin in had. Vaak besloop hij ze langs achteren om hen te kunnen betrappen op een of andere absurde overtreding. Een vaak voorkomende straf was urenlang onbeweeglijk met het gezicht naar de muur op het binnenplein staan, meestal met een zware rugzak vol stenen. Van zodra men ook maar even bewoog volgde een pak slaag.

Wie ziek werd of niet meer in staat was om te werken had het bij Prauss pas echt verkorven. Hij kon er geen enkel begrip voor opbrengen en beschouwde elk geval van ziekte als een smoes om van het harde werk af te komen:

"Für mich, um krank zu sein, muss man sich melden mit dem Kopf unter dem Arm" ('Voor mij betekent ziek zijn dat je je meldt met je hoofd onder je arm')

Toen een gevangene door een longontsteking te zwak was om nog uit bed te komen ontstak Prauss in woede. Hij sleurde de man naar het binnenplein en gooide koud water over hem. Nog dezelfde dag stierf hij.

Na de oorlog

In 1944 vluchtte Prauss samen met de laatste SS'ers naar Düsseldorf. Na de oorlog verdween hij spoorloos. Hoe hij aan zijn einde kwam weet niemand. Volgens Duitse bronnen sneuvelde hij in de laatste slag om Berlijn in 1945, maar zeker is dat niet. Anderen beweren dan weer Prauss in 1947 in Hannover te hebben gezien samen met een Vlaamse SS-bewaker, Richard De Bodt. Ook dit is twijfelachtig.

Johann Kantschuster, de dronken gek

Gevangenen die dachten dat ze met SS-luitenant Prauss het ergste wel hadden gehad vergisten zich. In september 1942 verscheen plots Johann Kantschuster in Breendonk. Hij viel in als plaatsvervangend commandant voor SS-majoor Schmitt, die nu zijn handen vol had met het toezicht op het nieuwe kamp in de Dossinkazerne. Kantschuster was niets minder dan een psychiatrisch geval en een gestoorde gek met een drankprobleem.

Probleemgeval

De gevangenen wisten niet dat Kantschuster er toen al een hele ‘carrière’ in Duitse concentratiekampen had opzitten. Hij was al verschillende keren overgeplaatst door zijn drankprobleem en agressie in kampen als Dachau, Ravensbrück en Mauthausen. Zelfs tegenover andere SS-bewakers gedroeg hij zich vaak erg bitsig. Al in 1941 had een dokter hem onderzocht en ontoerekeningsvatbaar verklaard.

Toch stond Kantschuster een jaar later aan de poort van Breendonk, met alle gevolgen van dien. Zeven tot acht maanden lang zou hij er de gevangenen terroriseren. Al van ‘s ochtends vroeg liep hij bezopen en agressief door het kamp. Zelfs het personeel in de ziekenboeg sidderde en beefde wanneer Kantschuster opdook.

Wreedheden

Al na drie dagen in het kamp schoot hij de Poolse Jood Oskar Beck dood. Dagelijks sloeg en mishandelde hij gevangenen. Een andere keer sloeg hij een gevangene in de keuken en goot een kan kokende koffie over hem. De man hield er zware brandwonden aan over. Kantschuster ging zo brutaal te werk dat na een tijdje zelfs Ilse Birkholz, de echtgenote van kampcommandant Schmitt, het niet langer kon aanzien en tussenbeide kwam toen hij weer maar eens een gevangene te lijf ging.

Tijdens de winter van 1942-1943 ging het van kwaad naar erger en werd hij nog wreder. Hij gaf de Joden de schuld van de Duitse nederlaag bij Stalingrad en sloeg als wraak aan het moorden. Tijdens de wintermaanden werden maar liefst veertien gevangenen gedood. Kantschuster vermoordde ze eigenhandig of droeg andere bewakers op om de moorden uit te voeren.

In april 1943 werd hij voor de zoveelste keer overgeplaatst. Na de oorlog ontbrak elk spoor van hem. Kantschuster werd nooit teruggevonden. Wat van hem geworden was bleef altijd een mysterie.

De folterkamer van Breendonk / Bron: JoJan / Wikimedia CommonsDe folterkamer van Breendonk / Bron: JoJan / Wikimedia Commons

Richard De Bodt, de beul van Fort Breendonk

Hoe erg de Duitse kampleiding ook was, de toestand in het kamp verergerde nog toen de bezetter besloot om ook Vlaamse SS'ers in te schakelen. Verschillende gevangenen getuigden na de oorlog dat zij nog driester te werk gingen dan hun Duitse collega’s.

Eén van de beruchtste Vlaamse kampbewakers was Richard De Bodt, beter bekend als ‘de beul van Breendonk’. Zijn bijnaam kwam niet uit de lucht vallen. Aanvankelijk was hij sluiswachter in Brussel, maar in 1940 sloot hij zich aan bij de Vlaamse SS.

In 1942 kwam De Bodt aan in Breendonk, waar hij lid van de kampleiding werd. Hij stond onder bevel van Arthur Prauss, die de Vlaamse SS'ers nooit als volwaardige Ariërs had beschouwd. Deed De Bodt iets verkeerd, aarzelde Prauss dan ook niet om hem in het bijzijn van de gevangenen een klap te geven.

Wreedheden

De Bodt ontpopte zich al snel tot de meest gevreesde Vlaamse SS'er in Fort Breendonk. Alleen al zijn fysieke verschijning was intimiderend. Hij was dik en wel 1 meter 90 groot. Daar waar andere bewakers gevangenen af en toe een tik verkochten sloeg De Bodt altijd keihard. Elke reden was goed om gevangenen te slaan en mishandelen. Vaak verscheen hij ook in de folterkamer van het kamp. Op het executieterrein liep De Bodt rond om de gefusilleerden het genadeschot te geven. Zijn praktijken leidden tot de dood van minstens vijftien gevangenen. Vaak verplichtte hij hen in de ijskoude gracht rond het Fort te stappen, zodat ze verdronken in de modder of aan onderkoeling stierven.

Richard De Bodt kende nooit genade. Toen Isaak Trost, een gevangene van het kamp, geprobeerd had te ontsnappen maar even later werd gevat, stak De Bodt hem samen met een andere bewaker met een bajonet een paar keer in de borst. Uiteindelijk trok hij zijn pistool en schoot hem dood. Het lichaam werd op het binnenplein tentoongesteld en alle gevangenen werden verplicht er langs te lopen.

Na de oorlog

Na de oorlog ontbrak elk spoor. Op het proces van Mechelen in 1946 werd De Bodt bij verstek ter dood veroordeeld. In 1951 werd hij alsnog gevonden. Hij bleek een schuilnaam te hebben aangenomen en diende in het Franse bezettingsleger. De doodstraf werd in levenslange dwangarbeid omgezet, omdat sinds 1950 geen executies meer werden uitgevoerd in België. Dit leidde bij de publieke opinie tot grote verontwaardiging.

In de gevangenis leidde De Bodt alleszins een zorgeloos leventje. Hij verklaarde 'absoluut geen spijt' te hebben van zijn verleden. Op 3 januari 1975 stierf hij in zijn cel aan de gevolgen van diabetes.

Fernand Wyss, ex-bokser

De onafscheidelijke kompaan van Richard De Bodt was Fernand Wyss, een andere Vlaamse SS'er. Hij was groot en fors gebouwd. Zijn hobby was altijd boksen geweest. Breendonk werd voor hem een ideaal terrein om zijn sport ook tijdens het werk uit te oefenen. Toen hij hoorde dat hij naar Breendonk werd gestuurd vertelde Wyss aan een vriend:

"Ik zal die Joden wel eens leren wat werken is. En als ze niet naar me luisteren vermoord ik hen."

Al meteen na aankomst kregen nieuwe gevangenen vaak Fernand Wyss te zien. Zijn begroeting liet vaak niets aan de verbeelding over:

"Dit is de hel en ik ben de duivel."

Wreedheden

Wyss hield er vooral van om de gevangenen te pesten en hen het leven zo zuur mogelijk te maken. Toen de gevangenen moesten douchen liet hij afwisselend heet en ijskoud water uit de kraan lopen. Tijd om zich af te drogen kregen ze niet. Nog nat van de douche moesten ze in weer en wind, zomer en winter, op het binnenplein voor het appèl verschijnen.

Verschillende Joodse gevangenen werden door Wyss in het zand begraven, tot alleen hun hoofd nog zichtbaar was. Daarna gooide hij zand in hun gezicht of martelde hij ze dood.

Richard De Bodt hitste Wyss voortdurend op en de twee versterkten elkaars brutale gedrag. Het is dan ook geen toeval dat Wyss en De Bodt de meeste mishandelingen en moorden samen uitvoerden.

Na de oorlog

In 1946 verscheen Wyss voor zijn gruweldaden voor de Krijgsraad in Mechelen, waar hij ter dood werd veroordeeld. Op 12 april 1947 werd hij om zes uur ‘s morgens naar het domein van een militaire bakkerij in Kiel gebracht. Omdat men hem geen eervolle dood gunde werd Wyss met zijn rug naar het vuurpeloton neergeschoten.

Lees verder

© 2017 Karldelauw, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Fort Rammekens voor soldaten en vleermuizenNadat forten eeuwenlang dienst hebben gedaan als verdedigingswerken horen ze nu thuis in de categorie bezienswaardighede…
Een oorlogsmuseum in België: Kazerne Dossin in MechelenEen oorlogsmuseum in België: Kazerne Dossin in MechelenSinds eind 2012 is er een nieuw oorlogsmuseum in België: de Kazerne Dossin in Mechelen. Het museum belicht het Belgische…
Pampus, hindernis en beschermingPampus, de ondiepte voor het IJ, heeft, ondanks de hinder die het scheepvaartverkeer van en naar Amsterdam er door onder…
Vijf lekkere Belgische bierenVijf lekkere Belgische bierenIn 1986 al was er het 'Jaar van het Bier', maar de drank blijft ook in de 21ste eeuw heel populair. België heeft een tra…
Fort Napoleon een onneembaar verdedigingswerkFort Napoleon een onneembaar verdedigingswerkEen fort is een gebouw waarin militairen gelegerd waren en dat zodanig is gebouwd dat ze zich vanuit het fort konden ver…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: G L E N N2010 / Flickr
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Fort_van_Breendonk
  • http://www.breendonk.be/NL/index.asp
  • Het boek der kampen, uitgeverij Manteau, 2015
  • Vanden Wijngaert, M., "De Beulen van Breendonk"
  • Deem, James M., "De gevangenen van Breendonk", Horizon
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Richard_De_Bodt
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Philipp_Schmitt
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Arthur_Prauss
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Fernand_Wyss
  • Afbeelding bron 1: JoJan / Wikimedia Commons
  • Afbeelding bron 2: Onbekend / Wikimedia Commons
  • Afbeelding bron 3: Onbekend / Wikimedia Commons
  • Afbeelding bron 4: JoJan / Wikimedia Commons

Reageer op het artikel "De 5 wreedste kampbewakers van Fort Breendonk"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Karldelauw
Gepubliceerd: 12-07-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Oorlog
Bronnen en referenties: 14
Schrijf mee!