De Eerste Wereldoorlog: Het neutrale Nederland

De Eerste Wereldoorlog: Het neutrale Nederland

Hoewel Nederland de neutraliteit tot elke prijs wist te bewaren, waren er grote problemen. Ons land was economisch kwetsbaar. Dreigende goederenschaarste maakte menige diepe ingreep van de overheid noodzakelijk. Politieke tegenstellingen werden opzij gezet en vakbeweging en overheid werkten samen. Hoge werkeloosheid ging gepaard met diepe armoede. Door de schaarste ging voedsel op de bon. Toch beleefden smokkelaars gouden tijden. Het einde van de oorlog kwam net op tijd.

Handhaving van de neutraliteit

Behalve Nederland waren in Europa tijdens de Eerste Wereldoorlog Denemarken, Noorwegen, Spanje, Zweden en Zwitserland neutraal. In 1913 was het extraparlementaire kabinet Cort van der Linden aan het bewind gekomen, toen bleek dat liberalen en socialisten, beiden overwinnaars in de verkiezingsstrijd, niet samen wilden regeren. De SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij) hield vast aan het beginsel van de klassenstrijd en was niet bereid met burgerlijke
Belgische vluchtelingen bij de grens
Belgische vluchtelingen bij de grens
partijen als de liberalen een regering te vormen. De mobilisatie verliep vlot. Ook de bevolking steunde de neutraliteitspolitiek. Toch had het grote publiek wel sympathieën. Sommigen waren Frankrijk gunstig gezind; voor Engeland voelde men minder genegenheid in verband met de Boerenoorlog in Zuid-Afrika van 1899-1902 tussen de Britten en de Afrikaanse Boeren, kolonisten met 'roots' in Nederland. Ook voor Duitsland had men hier wel sympathie, maar die werd minder toen het duidelijker werd dat de Duitsers op overheersing van Europa uit waren. Voordat de nieuwe regering goed op dreef was, werd zij verrast door het uitbreken van de oorlog. De oppositie onder leiding van de SDAP stemde in met een 'politieke godsvrede', waarbij de partijstrijd werd opgeschort om aan de noodtoestand het hoofd te kunnen bieden. Nederland wilde tot elke prijs neutraal blijven. Zo werd er niet gereageerd op het torpederen door de Duitsers van tientallen Nederlandse koopvaardijschepen, werden soldaten van de oorlogvoerende partijen geïnterneerd en ook vluchtelingen uit België en Duitsland in kampen opgesloten. Nederland werd zelfs een laffe houding verweten, vooral toen aan het einde van de oorlog Duitse soldaten ongehinderd van het front via ons land naar hun vaderland konden vluchten.

Problemen van een neutrale economie

Een klein land als Nederland is afhankelijk. Wij waren gewend bepaalde agrarische produkten te exporteren naar Engeland en Duitsland, en andere in te voeren. Ook de industrie was kwetsbaar, want zij voerde grondstoffen in om eindprodukten te kunnen fabriceren. Door de oorlog dreigde een schaarste aan goederen en die zou de sociale vrede niet bevorderen. Daarom nam de overheid diverse maatregelen. In 1916 kwam de distributiewet die levensmiddelen op rantsoen stelde. Tegen een beperkte hoeveelheid bonnen werden goederen beschikbaar gesteld. Daarvoor werden landbouwprodukten van de boeren opgekocht tegen vastgestelde prijzen.

Moeilijker was het voldoende invoer naar Nederland veilig te stellen. Onze leveranciers hadden de spullen zelf hard nodig. Bovendien vreesden de strijdende partijen dat een neutraal land ze zou doorverkopen aan hun vijanden. De Geallieerden kregen de garantie dat invoer naar Nederland geen doorvoer naar Duitsland betekende. Dit werd een succes, maar had als nadeel dat de tegenstanders van Duitsland uitmaakten wat en hoeveel er mocht worden ingevoerd.

Met allerlei maatregelen werd geprobeerd de zwarte handel in voedsel, de woeker en speculatie aan banden te leggen, maar handige figuren maakten toch de nodige winst. Vooral de groothandel deed goede zaken tussen de oorlogvoerende naties. 'Oorlogswinstmakers' (of 'OW-ers') was de scheldnaam die de nieuwbakken miljonairs zich verwierven met o.a. de verkoop van duizenden kilo's rijst, koffie, boter en tabak aan de buurlanden, terwijl ons land die voorraad nauwelijks kon missen. De smokkel op Duitsland en België floreerde als nooit tevoren.

Grondswetsherziening

Ondanks de perikelen van de oorlog kwamen er in deze periode enkele belangrijke grondwetswijzigingen:
  • De financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder lager onderwijs, die een eind maakte aan de schoolstrijd, een ideologisch twistpunt uit de 19e eeuw en één van de idealen van de confessionele partijen.
  • In ruil daarvoor gingen de confessionele partijen akkoord met een wijziging in de kieswet, wat neerkwam op algemeen kiesrecht voor alle mannen vanaf 23 jaar. De vrouwen kregen eerst passief kiesrecht (recht om gekozen te worden) en in 1919 actief kiesrecht.
  • Bovendien werd het districtenstelsel (één volksvertegenwoordiger per kiesdistrict) vervangen door evenredige vertegenwoordiging, zoals we dat nu nog kennen
  • .

De sociale gevolgen

De sociale gevolgen van de Eerste Wereldoorlog gingen diep. De werkeloosheid werd door de verwarring groter. Een steuncomité lenigde de ergste nood. Leden van de vakbewegingen werden door hun bonden gesteund. Maar toen de kassen van de vakbonden uitgeput raakten, moest de regering bijspringen. Bij die noodregelingen nam de gemeente een
Distributiebonnen
Distributiebonnen
deel van die steun over. Belangrijk daarbij was dat de plaatselijke overheid en vakbond samenwerkten. Mede hierdoor en door de loyale houding van de oppositie van de sociaal-democraten ten opzichte van het regeringsbeleid werd in 1918 de Communistisiche Partij Holland opgericht, later omgevormd tot de CPN. Dit in navolging van de bolsjewieken van de Russische Revolutie. Zij verzetten zich tegen elke samenwerking met een burgerregering, in welke omstandigheden dan ook. Tijdens de oorlogsjaren stegen de prijzen sneller dan de lonen. Er werd weinig gebouwd, terwijl de huren fors stegen. Toen Amerika in april 1917 aan de oorlog ging meedoen werd onze aanvoer beknot. Voor de dagelijkse levensbehoeften werden voedselbonnen verstrekt en er kwamen gaarkeukens. In januari 1917 was een rantsoen voor brood ingesteld. Al in juli van dat jaar brak er in Amsterdam een 'aardappeloproer' uit, waarbij een schip met aardappelen, bestemd voor het leger, werd geplunderd. De voedselsituatie verslechterde nog verder in het laatste oorlogsjaar 1918. Veel mensen leefden op het randje van de hongersnood (zie afbeelding inleiding). De Spaanse griep-epidemie, waarvan het virus door soldaten uit de VS naar Europa werd meegebracht, sloeg toe en eiste duizenden slachtoffers, verzwakt als zij waren door voedselgebrek. (De Spaanse grieppandemie eiste wereldwijd meer slachtoffers dan de hele Eerste Wereldoorlog) De wapenstilstand op 11 november 1918 kwam voor Nederland net op tijd.
© 2009 - 2012 Staal, gepubliceerd in Oorlog (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
De tiende volmaaktheid: oepekkha of gelijkmoedigheid De tiende en laatste volmaaktheid die wij dienen te ontwikkelen is d…
De Grondwet van 1848 De Nederlandse grondwet is meermalen herschreven en aangepast. De grondwetsherziening van 1848, onde…
Koop en verkoop Zwitserse staatsobligaties De Zwitserse staatsobligaties worden gezien als de meest veilige obligaties te…
Anatomie - Bewegingen Dankzij het bewegingsapparaat is het lichaam in staat tot bewegen. In de anatomie heeft elke soort…
De tweede wereldoorlog De tweede wereldoorlog is een bekend onderwerp voor de meesten van jullie. Toch zijn er vaak nog v…

Reageer op het artikel "De Eerste Wereldoorlog: Het neutrale Nederland"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Staal
Rubriek: Kunst en Cultuur / Oorlog
Schrijf mee!