Oorlog en vrede in  NW-Groningen en NO-Friesland II

Oorlog en vrede in NW-Groningen en NO-Friesland II

‘Oorlog en vrede’ dient hier in ruime zin opgevat te worden. Dat blijkt wel heel duidelijk uit dit tweede artikel over het onderwerp. Na Dokkum als vestingstad komen hier aan de orde: het Kollumer oproer van 1797, de onrust in Leens in1831 en onrust in Ulrum in verband met de Afscheiding van 1834 . Gebeurtenissen die natuurlijk in geen verhouding staan tot de oorlog waar het in het derde artikel over gaat: de Tweede Wereldoorlog.

Dokkum

Als het over oorlog en vrede in Lauwersland gaat dan is Dokkum de plaats die in de beschrijving niet mag ontbreken. De wallen -bolwerken zo u wilt-, aangelegd ter verdediging van de stad, zijn ook heden ten dage nog prominent aanwezig. En gelukkig goed onderhouden - niet meer voor de verdediging, maar een mooi aanzien en dito wandeling is voor zowel de toeristen als de Dokkumers toch ook wel heel aangenaam!

In de tijd van de 80-jarige oorlog, rond 1582 om precies te zijn, werden de wallen aangelegd. Er ontstond een zeshoek met op de hoeken de zogenaamde dwingers ofwel bastions. Op twee van die dwingers staat nog altijd een molen (op zich zijn dat bezienswaardige monumenten).

De Friese admiraliteit, waar ook Stad en Ommelanden van Groningen onder vielen, vestigde zich in 1597 in de stad. Dokkum vervulde toen nog – er was via het Dokkumer Grootdiep een open verbinding met de zee - een belangrijke functie in verband met de scheepvaart inclusief de oorlogsvloot. Het Dokkumer Grootdiep, begon echter steeds meer dicht te slibben en verhinderde op den duur de doorvaart van de grote schepen.De noordelijke admiraliteit verhuisde daarom al in 1645 naar Harlingen. Toen ook nog in 1729 de open verbinding met de zee werd afgesloten door een dijk en sluizen bij wat nu Dokkumer Nieuwe Zijlen is, was de glorietijd van de 'elfde stad' van Friesland voorlopig ten einde. Met name in de 20e eeuw is Dokkum weer tot bloei gekomen. De stad vervult tegenwoordig een centrumfunctie in de regio en heeft een mooie historische binnenstad die ook veel toeristen en recreanten trekt. Een van de attracties is het oude Admiraliteitshuis dat nu als museum is ingericht.

In verband met oorlog en vrede moet in Dokkum ook het voormalig Blokhûs tegenover het stadhuis genoemd worden. Nu staan er drie zeventiende-eeuwse huizen met een winkelfunctie. In de zestiende eeuw was het een belangrijk bouwwerk voor de verdediging van de stad, maar ook om haar zonodig in bedwang te houden. Het oude Blokhûs werd in 1516 dan ook niet gebouwd door de Dokkumers zelf, maar door hun landsheer in die tijd: Albrecht van Saksen.

Kollum

In 1795 kwam er een einde aan het bestaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en daarmee aan het stadhouderlijk bewind van het Oranjehuis. De zogenaamde Franse tijd was begonnen. Aan de Orangegezindheid vooral onder het gewone volk, met name op het platteland, was echter nog lang geen eind gekomen. Dat gold zeker voor het Friese platteland. Toen dan ook door het nieuwe ‘patriottische’ bewind, om de revolutie te bewaken, mannen werden opgeroepen zich te melden voor de Burgerwacht, kwam het tot verzet. Dat was in Kollumerland onder andere het geval in Kollumerzwaag en Burum. Abel Reitzes uit Burum had geweigerd zich in te laten schrijven voor de Burgerwacht en werd in het Rechthuis aan de Voorstraat in Kollum gevangen gezet. Hij werd door opstandige inwoners van Kollumerland bevrijd. Uit Leeuwarden kwamen versterkingen om de overheid te helpen het gezag te herstellen. Oproerkraaiers werden gevangen gezet in de kerk in Kollum, onder hen Jan Binnes uit Oudwoude. Daarop trokken aanhangers van Binnes, ook vanuit de Dongeradelen en andere Friese gemeenten, op naar Kollum. Daar werden de patriotten verdreven. De overheid zond militaire versterkingen naar Kollumerland, opstandelingen werden vastgezet en de rust keerde weer. Jan Binnes en Salomon Levy (Zwaagwesteinde) werden ter dood gebracht, anderen kregen hoge boetes.

Onrust in Leens

In 1830 begonnen de Belgen een opstand. Ze wilden een van Nederland onafhankelijke staat vormen. Met name in Brussel liep het helemaal uit de hand en de Nederlandse regering ging over tot actie: de Tiendaagse Veldtocht vond plaats. Uiteindelijk leverde het niet het gewenste resultaat op: in 1839 werd België onafhankelijk. Al met al kostte de Belgische opstand ons land erg veel geld en de overheid, zeker in Den Haag, stond in die tijd direct op scherp als er ergens onrust dreigde in het land. En die onrust kwam er. In het begin van de betreffende periode direct al in Leens. Daar kwam een ongewone geest van verzet naar boven toen de regering een gedwongen lening uitschreef ter financiering van de Tiendaagse Veldtocht. In Leens werd de belastingontvanger gemolesteerd, er werd geschoten en de situatie werd zo dreigend dat de burgemeester, Jhr. Tjarda van Starkenborgh, die op de Weerborg bij Wehe woonde, het raadzaam achtte tijdelijk in zijn huis in de stad Groningen te gaan wonen. Toen er plannen bekend werden dat er soldaten naar Leens, dat ondertussen de bijnaam ‘Klein Brussel’ had verworven, zouden worden gestuurd was het met de opstandigheid snel voorbij.

Een paar jaar later ging het in Ulrum wel mis, vanwege de Afscheiding in 1834. Daar werden wel soldaten ingezet.

Ulrum een paar jaar later

Natuurlijk was ook daarbij geen sprake van een ‘echte’ oorlog, maar toch, de Afscheiding (van de hervormde kerk) in oktober 1834 onder leiding van ds. De Cock veroorzaakte zoveel onrust, dat de overheid het blijkbaar nodig achtte er ruim 100 soldaten op af te sturen. Het betreffende regiment was in 1831 nog ingezet tegen de opstandige Belgen, dus de Ulrumers konden hun borst nat maken. De soldaten werden ingekwartierd in diverse woningen en waren paraat zo gauw er rond de kerk dingen gebeurden die de overheid niet welgevallig waren. Het zou tot mei 1835 duren voor de laatste soldaten weer vertrokken. Maar uiteindelijk heeft het allemaal niet gebaat: er kwam een aparte Chr. Afgescheiden (later Gereformeerde) kerk. En tegenwoordig zijn er zelfs drie gereformeerde kerken in Ulrum

Route
Wie zich persoonlijk op de hoogte wil gaan stellen van wat er nu nog te vinden is van de historische gebeurtenissen in Ulrum, kan o.a. bij de VVV in de regio de Wandelroute door het Ulrum van 1834 aanschaffen. De route is uitgegeven in 2009. Hij is meestal ook verkrijgbaar in de historische hervormde kerk van Ulrum.
© 2010 - 2012 Petervandenburg, gepubliceerd in Oorlog (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Petervandenburg is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Wierden-/terpenroute Lauwersland - van Winsum naar Ee Wierden en terpen – twee woorden voor dezelfde woonheuvels die vana…
Oorlog en vrede in NW-Groningen en NO-Friesland I Sinds 1945 is het officieel vrede in Nederland, inclusief het noordelij…
Op Kerkenpad: Zoutkamp, Niekerk, Leens en Ulrum De kerken (en bijbehorende orgels) in het noordelijk kustgebied zijn een…
Wierden-/terpenroute: Van Anjum via Ulrum naar Baflo Het noorden van Friesland en Groningen is bezaaid met wierden/terpen…
De Belgische vlag De kleuren van de Belgische vlag werden voor het eerst gebruikt toen in 1790 de Verenigde Belgische Sta…

Reageer op het artikel "Oorlog en vrede in NW-Groningen en NO-Friesland II"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Petervandenburg
Rubriek: Kunst en Cultuur / Oorlog
Schrijf mee!